Wie en wat herdenken we?

In Nederland herdenken we op 4 mei de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1961 herdenken we ook de slachtoffers van oorlogssituaties en vredesoperaties waarbij Nederland betrokken was na de Tweede Wereldoorlog.  

Oorlogs­slachtoffers

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, kwamen grote aantallen mensen om. Velen stierven door oorlogsgeweld of uitputting, zowel in Europa als in Zuidoost-Azië. Ook zijn veel mensen vermoord omdat zij in verzet kwamen. Zes miljoen Joden, waarvan 104.000 uit Nederland, werden vermoord of kwamen om tijdens de Holocaust.  De Holocaust was de opzettelijke en georganiseerde vervolging van en moord op Joden. Ook Roma en Sinti werden slachtoffer van genocide door de nazi’s. Schattingen over het aantal Roma en Sinti dat werd vermoord tijdens de oorlog, lopen uiteen van 220.000 tot 1,5 miljoen. Er werden 215 Roma en Sinti uit Nederland vermoord.

Memorandum

Het memorandum is de officiële tekst over wie we herdenken tijdens de Nationale Herdenking: 

Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.  

Wat is het memorandum?
Het memorandum is een tekst waarmee al sinds 1946 het kader van de Nationale Herdenking wordt aangegeven en waarin is geformuleerd wie we herdenken op 4 mei. De tekst is bedoeld om richting te geven en is bewust algemeen geformuleerd om alle verschillende oorlogsslachtoffers in te kunnen sluiten. Voor allen die achterbleven is het persoonlijke verdriet om de doden immers groot. Op 4 mei tijdens de Nationale Herdenking worden alle oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog uit het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden herdacht en ook de slachtoffers die daarna vielen tijdens oorlogs– en vredesoperaties waarbij Nederland betrokken was. 

Toelichting op de beschrijvingen in het memorandum

“Waar ook ter wereld” 
Deze zinsnede heeft betrekking op het feit dat de meeste Nederlanders tijdens de Tweede Wereldoorlog elders in de wereld zijn omgekomen of vermoord in concentratie- of vernietigingskampen, in interneringskampen, bij dwangarbeid of op zee. Of tijdens vredesmissies en oorlogssituaties in andere landen na de Tweede Wereldoorlog.  

“Sinds het uitbreken” 
Er zijn voor de inval van nazi-Duitsland in Nederland al Nederlanders omgekomen als gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Die begon tenslotte al eerder. Ook deze slachtoffers worden herdacht.  

“In oorlogssituaties en bij vredesoperaties” 
Sinds de Tweede Wereldoorlog is er wereldwijd nog geen dag geweest zonder oorlog. Om een bijdrage te leveren aan meer stabiliteit en veiligheid in de wereld, zendt Nederland militairen en ander defensiepersoneel uit naar conflictgebieden. Nederlanders die tijdens een dergelijke, door de overheid gesanctioneerde, missie om het leven zijn gekomen, worden ook herdacht op 4 mei. 

Wijzigingen in het memorandum
De vorm en inhoud van de herdenking en viering zijn blijvend in ontwikkeling. De formulering van het memorandum is sinds de oorlog ook regelmatig aangepast door zowel het in 1987 ingestelde Nationaal Comité als door voorgaande comités.  

In 1961 is het memorandum op initiatief van veteranen en in overleg met het ministerie van Defensie uitgebreid met de oorlogsslachtoffers die zijn omgekomen in oorlogssituaties na de Tweede Wereldoorlog, zoals militairen in voormalig Nederlands-Indië, Nieuw Guinea en Korea. Later zijn ook slachtoffers van vredesmissies hier aan toegevoegd.  

De meest actuele aanpassing van het memorandum vond plaats in 2019, toen het Nationaal Comité heeft besloten om terug te gaan naar de memorandumtekst van 2011 en daarmee het woord ‘Nederlandse’ schrapte: 

“Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.”  

De reden daarvoor is dat naar de letter van het memorandum van 2015 ongewild groepen slachtoffers werden uitgesloten, bijvoorbeeld alle stateloos geworden Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland. Denk bijvoorbeeld aan Anne Frank en haar familie. Dat geldt ook voor inwoners van toenmalig Nederlands-Indië, die niet het Nederlanderschap bezaten maar wel inwoners waren van het Koninkrijk der Nederlanden.  

Tooltip contents