Geschiedenis 4 mei

De Nationale Herdenking is direct na de Tweede Wereldoorlog ontstaan en vindt altijd plaats op de avond voorafgaand aan 5 mei. In eerste instantie was de organisatie in handen van particuliere commissies. Eind 1987 werd het Nationaal Comité 4 en 5 mei ingesteld. Belangrijkste taak van het comité: Het geven van richting aan de zingeving van herdenken en vieren en het levend houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog.   

Particulier initiatief
De organisatie van de Nationale Herdenking was tot 1988 een particulier initiatief. In 1946 nam de Commissie Nationale Herdenking, die voortkwam uit het verzet daarin het voortouw. Deze commissie stelde ook richtlijnen op voor de lokale herdenkingen. Voorafgaand aan de stille tochten en de twee minuten stilte om acht uur  ‘s avonds werd vanaf 1947 ‘s middags een herdenkingsbijeenkomst met een cultureel en internationaal karakter gehouden in de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. Hiervoor werd ook het Corps Diplomatique voor uitgenodigd.

Van 1946 tot 1968 werd de Nationale Herdenking regelmatig naar 3 mei verschoven als 5 mei op een zondag viel. Daaraan kwam officieel een einde toen de regering in 1968 besloot de herdenking altijd op 4 mei te houden. 

Naar de Dam
Het Nationaal Monument op de Dam werd in 1956 onthuld. Vanaf 1961 vond de Nationale Herdenking hier plaats, om vier uur ’s middags in aanwezigheid van H.M. de Koningin. Op aandringen van de regering werden verschillende militaire herdenkingen samengevoegd met de herdenking in de Ridderzaal. Vanaf dat moment worden tijdens de Nationale Herdenking ook militairen herdacht die na 1945 zijn omgekomen.  

Vanwege de Haagse wortels van de Commissie Nationale Herdenking werden in 1965 en in 1970 nog herdenkingsbijeenkomsten  gehouden in de Ridderzaal  in aanwezigheid van het Corps Diplomatique. Deze zijn hierna afgeschaft. Sindsdien houdt het parlement in de ochtend van 4 mei een herdenking bij de Erelijst van Gevallenen 1940-1945 in de hal van de Tweede Kamer.  

Naar acht uur
In de jaren tachtig liep de belangstelling voor 4 en 5 mei sterk terug. De regering besloot in te grijpen. Eind 1987 werd het Nationaal Comité 4 en 5 mei ingesteld om het draagvlak voor 4 en 5 mei onder de bevolking te vergroten en meer samenhang tussen de twee dagen te realiseren. In 1988 werd daartoe de Nationale Herdenking op de Dam verschoven naar acht uur s avonds. Sindsdien wordt de Nationale Herdenking op de Dam ook live op televisie uitgezonden.  

Vernieuwing
Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft sinds 1988 in overleg met organisaties van oorlogsgetroffenen voortdurend gezocht naar een vormgeving van de herdenking waarin zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen. Daarbij is veel aandacht besteed aan muzikale en literaire bijdragen die de gevoelens rond de herdenking uitdrukken. Zo wordt sinds 1992 tijdens de bijeenkomst in De Nieuwe Kerk de 4 mei-voordracht gehouden en leest sinds 1998 een jongere een eigen gedicht voor op de Dam. 

In 2000 kreeg de herdenking op de Dam een nieuwe opzet. Er werd speciale muziek voor de ceremonie gecomponeerd en het aantal kransen werd van ruim tachtig teruggebracht naar tien. Om de betrokkenheid van nieuwe generaties zichtbaar te maken, leggen sinds 2005 ook kinderen na de kranslegging bloemen bij het Nationaal Monument.    

Sinds 2007 zijn in de erecouloir op de Dam ook zogenaamde ‘jonge’ veteranen vertegenwoordigd die de afgelopen decennia voor Nederland als militair actief zijn geweest tijdens vredesoperaties.   

De kranslegging door de eerste generatie oorlogsgetroffenen is sinds 2016 gewijzigd. De kransleggers van de eerste generatie worden begeleid door iemand van de tweede of derde generatie. Dit betekent dat er vier personen per krans oplopen om Z.M. de Koning en H.M. de Koningin te groeten. Terwijl zij naar de kransen lopen, wordt op de schermen naast het monument een kort filmfragment vertoond waarin de begeleider – het lid van de tweede of derde generatie – toelicht waarom zijn/haar vader/moeder/opa/oma/oom/tante een krans legt. De begeleiders leggen de krans namens hen. 

Tijdlijn 4 mei

4 en 5 mei zijn vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog continu in ontwikkeling. Hieronder geven we een schets van de ontwikkeling van de Nationale Herdenking. 

Al sinds 1946 herdenkt Nederland op 4 mei tijdens de Nationale Herdenking zijn oorlogsslachtoffers. Tot 1988 verschilden de organisatoren, de plaatsen en tijdstippen waarop herdacht werd en wie herdacht werden. De instelling van het Nationaal Comité 4 en 5 mei in 1987 leidde tot een grotere gezamenlijkheid en eenheid van de Nationale Herdenking. Hieronder zijn de belangrijkste veranderingen weergegeven. 

1945 

  • 30 augustus: eerste plaatselijke herdenkingen van het voormalig verzet met stille tochten naar plaatsen waar mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog gefusilleerd zijn, zoals op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag, in de Kennemerduinen en bij kamp Vught. 
  • 31 augustus: nationale gedenkdag met theaterspel op de verjaardag van koningin Wilhelmina in het Olympisch Stadion in Amsterdam.  

1946 

  • De ministerraad besluit om de herdenking en de viering van de bevrijding voortaan op 5 mei te combineren. Het voormalig verzet protesteert: het wil eerst herdenken op 4 mei. 
  • De regering gaat akkoord met richtlijnen van de particuliere Commissie Nationale Herdenking 1940-1945 voor plaatselijke herdenkingen op 4 mei. Om 19.30 uur stille tochten, om 20.00 uur twee minuten stilte en vlaggen halfstok tot zonsondergang. 

1947-1960 

  • De Commissie Nationale Herdenking verspreidt jaarlijks door regering goedgekeurde richtlijnen voor de plaatselijke herdenkingen. 
  • 4 mei: de commissie organiseert ’s middags de Nationale Herdenking met een cultureel karakter in de Ridderzaal voor het corps diplomatique; ’s avonds zijn er plaatselijke herdenkingen. 

1956 

1960 

1961- 1970 

  • Herdenking in Ridderzaal vindt voortaan een keer per vijf jaar plaats. 

1961 

  • De betekenis van 4 mei wordt verbreed. Ook Nederlanders die na 1945 in dienst van het Koninkrijk zijn gevallen, worden herdacht. Dus ook Indië- en Koreaveteranen. 
  • 4 mei: de Nationale Herdenking voor alle slachtoffers na 1940 vindt om 16.00 uur plaats op de Dam in Amsterdam. De Commissie Nationale Herdenking organiseert deze samen met de Commissie Nationale Herdenking Militaire Gevallenen. De koningin is aanwezig. Voorafgaand zijn er herdenkingsdiensten in drie Amsterdamse kerken. 

1968 

  • De regering besluit dat de herdenking altijd op 4 mei plaatsvindt, ongeacht de dag van de week. 

1973 

  • Fusies Commissies tot Comité Nationale Herdenking; afschaffing herdenking in de Ridderzaal. 

1974 

  • Scouts krijgen een rol bij kranslegging tijdens de Nationale Herdenking op de Dam. 

1986 

  • Minister-president Lubbers dringt aan op een fusie van de twee afzonderlijke nationale comités voor 4 en 5 mei. 

1987 

  • Koninklijk Besluit tot instelling Nationaal Comité 4 en 5 mei, met leden op persoonlijke titel. 

1988 

  • De Nationale Herdenking op de Dam vindt voortaan plaats om 20.00 uur, net als de plaatselijke herdenkingen. 
  • Voorafgaand aan de herdenkingsplechtigheid op de Dam vindt een herdenkingsbijeenkomst plaats in De Nieuwe Kerk. 

1992 

  • Eerste literaire 4 mei-voordracht in De Nieuwe Kerk door Harry Mulisch.  

2000 

  • Nieuwe opzet van de Nationale Herdenking. De volgorde van de kranslegging verandert. Oorlogsslachtoffers leggen direct na de koningin kransen. Autoriteiten volgen daarna. Bovendien wordt het aantal kransen beperkt. 

2007 

  • De erecouloir wordt uitgebreid met veteranen van recente missies. 

2011 

  • Vervolgingsslachtoffers worden duidelijker benoemd in het memorandum door toevoeging van de term ‘vermoord’. 

2016 

  • Vernieuwing Nationale Herdenking: persoonlijke verhalen krijgen meer nadruk. 
Tooltip contents