Adopteer een monument

Herdachte groepen: Vervolgden Nederland, Verzet Nederland
Ontwerper: Niek Kemps (1952)
Onthulling: 1 december 1996
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2018-2019 geadopteerd door OBS Merkelbach.

Amsterdam, Nationaal Dachau Monument (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Amsterdam, Nationaal Dachau Monument (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Amsterdam, Nationaal Dachau Monument (foto: Stichting Vriendenkring van Oud-Dachauers)
Amsterdam, Nationaal Dachau Monument (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Amsterdam, Nationaal Dachau Monument (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Amsterdam, Nationaal Dachau Monument (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Amsterdam, Nationaal Dachau Monument (foto: Tjerk Laan / Tjerk Laan Fotografie CC BY 3.0)

Het monument

Vorm en materiaal
Het Nationaal Dachau Monument in Amstelveen bestaat uit twee hoge taxushagen, zoals in Dachau, zelf waartussen een smal gangpad van zestig meter lengte ligt. Het gangpad wordt eenmaal doorsneden door een fietspad. Het gangpad is belegd met Belgische blauwsteen. Aan het begin van het pad zijn de namen van de bekendste concentratiekampen een kaart van Europa. Op het pad zelf zijn de namen van 500 kampen in willekeurige volgorde aangebracht. Het pad is 60 meter lang en 2 meter 35 breed. De taxushaag is 4 meter hoog. Het is de bedoeling dat de haag in de toekomst 5 meter zal zijn.

Tekst
In het pad zijn de namen van 500 van de grootste concentratiekampen en hun buitencommando's gegraveerd.

Symboliek
Beeldende kunstenaar Niek Kemps ontwierp een gedenkteken om doorheen te lopen. De vloer van het looppad is ongelijk en in het midden iets verhoogd. Dit herinnert aan de moeilijkheden die de gevangenen in de concentratiekampen hadden met lopen. Ongelijke wegen, ondeugdelijk schoeisel. Het monument geeft de bezoeker ruimte tot meditatie en nadenken. Al lopend over de blauwe stoep leest men de namen van de verschrikkelijke oorden die hier in herinnering worden gebracht. Hierdoor loop je met gebogen hoofd over het pad, van naam naar naam. Het lange pad (de Lagerstrasse) en de hoge taxushaag (verwijzend naar het prikkeldraad waarmee het kamp omheind was), geven het gevoel van de wereld afgesloten te zijn.

Informatie van de Oorlogsgravenstichting over slachtoffers

Op dit moment is dit monument nog niet gekoppeld aan personen uit het bestand van de Oorlogsgravenstichting.

Weet u of er op dit monument een naam voorkomt die ook bij de Oorlogsgravenstichting bekend is? Ga dan naar de website van de Oorlogsgravenstichting, zoek de persoon in de database en koppel dit monument aan deze persoon. U moet hiervoor wel een account aanmaken bij de Oorlogsgravenstichting. Na de koppeling verschijnt de naam van het slachtoffer op deze pagina.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het Nationaal Dachau Monument in Amstelveen herinnert aan alle mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Beierse concentratiekamp Dachau zijn omgekomen. Ook worden met het gedenkteken andere concentratiekampen en hun buitencommando's in herinnering gebracht.

Al kort na de machtsovername van Hitler en de 'National-Sozialistische Deutsche Arbeiterpartei' (NSDAP) op 30 januari 1933 konden de Duitse gevangenissen de stroom politieke tegenstanders van het nationaal-socialisme niet meer verwerken. In een totaal verarmd dorp, enkele kilometers ten noorden van München, werd in de barakken van een vroegere kruitfabriek het eerste Duitse concentratiekamp ingericht.

Op 30 maart 1933 maakte Heinrich Himmler op een persconferentie de oprichting van het concentratiekamp Dachau bekend. Bericht in de Münchener Neuesten Nachrichten: 'Een concentratiekamp voor politieke gevangenen bij Dachau. In dit kamp, met een capaciteit van 5.000 personen, zullen alle communisten en socialisten, die de veiligheid van de staat in gevaar brengen, worden samengebracht.'

Bij de aantreding van Theodor Eicke als de nieuwe SS-commandant van Dachau op 26 juni 1933, werden de maatregelen tegen de gevangenen drastisch verscherpt. Er werden vreselijke straffen ingevoerd. Naast het 'paalbinden' werden de stokslagen ingevoerd, onmenselijke ranselparttijen die zelfs de dood of invaliditeit tot gevolg konden hebben. Dachau kreeg de bijnaam 'Schule der Gewalt'. Deze School van het Geweld heeft model gestaan voor alle andere concentratiekampen; alles wat zich daar heeft afgespeeld is in deze begintijd in Dachau bedacht.

In 1938 kwamen de eerste buitenlanders: Oostenrijkse en Tsjechische communisten, die direct na de annexatie van hun land waren opgepakt. De verdere oorlogsjaren werden gekenmerkt door deportaties van duizenden gevangen uit Europese landen. De opmars van de Duitse legers was af te lezen aan de groei van het gevangenenbestand in de kampen.

Volgens richtlijnen van Himmler werd Dachau het centrale priesterkamp, waar geestelijken uit heel Europa werden samengebracht en tezamen een apart deel van het kamp bewoonden. Van oktober 1941 tot april 1942 vonden in Dachau en vooral op de nabijgelegen executieplaats 'Hebertshausen' massale executies van Sovjet-krijgsgevangenen plaats. Het juiste aantal slachtoffers is niet bekend, hun aantal wordt op 6.000 geschat.

In januari 1942 werd een begin gemaakt met de zgn. 'Invalidentransporten' naar de 'euthanasie-inrichting' Schloss Hartheim - een buitencommando van het Oostenrijkse concentratiekamp bij Linz. Alleen al in 1942 werden daar in het kader van de 'Sonderbehandlung 14F13' drieduizend zieken, arbeidsongeschikten en Joodse gevangenen uit Dachau met gifgas vermoord.

In deze tijd werd met medeweten en instemming van Himmler begonnen met medische experimenten op gevangenen. Doel was in de eerste plaats de overlevingskansen van Duitse soldaten in oorlogstijd te onderzoeken. Van januari tot april 1945 kwamen 30.958 nieuwe gevangenen het kamp binnen. De overbevolking nam catastrofale vormen aan. In een barak bedoeld voor 208 personen verbleven 1.600 mensen, en soms meer. Het 'Krankenrevier', dat oorspronkelijk uit twee barakken bestond, moest tot negen 'blocks' worden uitgebreid. In de laatste vier maanden voor de bevrijding werd de dood van 13.158 gevangenen geregistreerd.

Op 14 april 1945 gaf Himmler aan de commandanten van Flossenbürg en Dachau het volgende bevel: 'Overgave is uitgesloten. Het kamp moet direct worden geëvacueerd. Geen gevangene mag levend in handen van de vijand vallen. De gevangenen hebben zich afschuwelijk tegenover de burgerbevolking van Buchenwald gedragen.'

De dagen voorafgaand aan de bevrijding arriveerden in Dachau nog lange transporten uit andere concentratiekampen. De meesten van deze mensen verkeerden in een vreselijke toestand van uitputting en ondervoeding. Daartegenover werd na 23 april een groot aantal gevangenen uit het kamp geëvacueerd. Op 26 april werd begonnen met de beruchte Dodenmars. Groepsgewijs vertrokken een kleine 7.000 gevangenen uit het hoofdkamp en de buitencommando's voor een lange, uitzichtloze tocht. Tallozen werden onderweg door de SS doodgeschoten of kwamen om door honger, kou of uitputting.

In de namiddag van 29 april 1945 bereikten militairen van het 7e Amerikaanse leger het kampterrein. Tijdens hun opmars stuitten de Amerikanen op een goederentrein, inhoudende een evacuatietransport uit Buchenwald. In de open wagons lagen 2.000 lijken. Bij het crematorium vonden de soldaten nog eens 3.000 doden. Ondanks de witte vlaggen die op de wachttorens waren uitgestoken, werden zij van daaruit nog beschoten. Na enige tijd lukte het de Amerikanen de tegenstand te breken en het kamp te bevrijden. De SS'ers werden door de Amerikanen gefusilleerd.

In de jaren 1933 tot 1945 zijn in totaal 206.000 gevangenen in Dachau en zijn 36 grote en 133 kleinere buitencommando's geregistreerd. De officiële cijfers spreken van 31.591 doden, maar in werkelijkheid is dit aantal veel groter geweest. Onder de honderdduizenden Europeanen die in het concentratiekamp Dachau gevangen hebben gezeten, bevonden zich ook ruim 2.000 Nederlanders. Het waren in meerderheid verzetsmensen.

In Dachau stierven 477 Nederlanders, onder wie pater Titus Brandsma, rector van de Katholieke Universiteit van Nijmegen, de socialistische politicus dr. H.B. Wiardi Beckman en George Maduro, de enige Antilliaan aan wie de Militaire Willemsorde is verleend.

Oprichting
Aanleiding voor oprichting was het feit dat er in Nederland nog geen herinneringsmonument was voor de in Dachau omgekomen Nederlanders. Daarom besloot het Nederlands Dachau Comité een monument op te richten. Om dit project te realiseren werd de Stichting Nationaal Dachau Monument in het leven geroepen. Tot op heden draagt zij zorg voor het onderhoud, in samenwerking met de boswachterij van het Amsterdamse Bos.

Penningmeester Sonja Holtz: "Het Nederlands Dachau Comité onderhoudt de betrekkingen met het internationale Dachau Comité, dat zetelt in Brussel en een keer per jaar, rond 29 april, vergadert in München. Pieter Dietz de Loos, onze secretaris van het NDC, is nu voorzitter van het Internationale Dachau Comité (CID). Dat is bijzonder want de Fransen hebben in 1958 met de Beierse overheid vastgelegd dat zij de supervisie hebben over het instandhouden van de Gedenkstätte Dachau. Het voorzitterschap was altijd in Franse handen."

"Het NDC organiseert eens in de vijf jaar een reis naar Dachau. Met de andere leden van het CID zorgt het NDC dat de Gedenkstätte, het museum en het monument in Dachau blijven bestaan in het gedachtegoed 'Nooit meer Dachau'. Daarnaast is er de Stichting Vriendenkring Oud-Dachauers, die de sociale contacten met oud-gevangenen onderhoudt en de jaarlijkse reünie en herdenking bij het monument organiseert."

"Vanaf 1946 vindt deze jaarlijkse reünie plaats. De NCRV was vroeger, vóór de oprichting van het monument, een maal in de vijf jaar gastheer. De oud-Dachauers werden in 1946 via de NCRV radio door Pim Boellaard opgeroepen voor de reünie. Aanvankelijk kwamen eerst alleen de mannen, later ook vergezeld door hun vrouwen."

Onthulling
Het monument is onthuld op 1 december 1996 door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana en Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Ze liepen over het zestig meter lange pad.

Locatie
Het monument bevindt zich in het Amsterdamse Bos, recht tegenover de tribune van de roeibaan, gelegen aan de Bosbaanweg te Amstelveen. De ingang van het bos is aan de Amstelveenseweg. Er is een video uitgegeven over de inauguratie van het monument door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard. Deze video is verkrijgbaar bij het bezoekerscentrum van het Amsterdamse Bos, gelegen bij de ingang aan de Amstelveenseweg.

Bron

Stichting Nationaal Dachau Monument

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Zo konden we als tweede generatie daadwerkelijk iets doen

Sonja Holtz, Amsterdam - Noord-Holland

Als ze dertien is, houdt ze een toespraak in Kamp Natzweiler. Een van de zeven kampen die haar vader overleefde. Als kind van de tweede generatie hoort Sonja Holtz (1946) hoe haar vader zijn kampherinneringen deelt met anderen. Als bestuurslid van het Nationaal Dachau Comité zet ze zich in voor het Nederlands Dachau Monument. Uiteindelijk wordt dat in 1996 onthuld. Het blijft onder haar continue hoede. "Herdenken", zegt ze, "wordt steeds belangrijker, ook voor de tweede generatie. Die heeft zich lang afgezet tegen herinneringen die zoveel leed teweeg brachten."

door Anita van Stel

Andere planeet
"Als klein kind zag ik na de oorlog vaak mensen bij ons thuis komen. Mijn ouders hadden met hen een speciale band, dat merkte je. Ze huilden, fluisterden, schreeuwden en werden door mijn moeder getroost. Ik begreep dat niet. Voor mij leken ze van een andere planeet te komen. Ik mocht niet bij het bezoek zijn, maar ik verstopte me onder tafel, want ik wilde horen waarover ze spraken. Toen ik acht jaar was vertelde mijn vader op kerstavond dat hij bijna vier jaar in concentratiekampen had doorgebracht en wat dit voor hem betekende. Via het Oranjehotel, de gevangenis in Scheveningen, is hij op transport gesteld naar Amersfoort, Buchenwald, Sachsenhausen-Oranienburg, Natzweiler, Dachau, Allach Dachau. Mijn moeder heeft ook in het Oranjehotel gevangen gezeten, maar is vrijgekomen. Mijn vader had op kerstavond verplicht moeten toezien dat er Russen opgehangen werden en dat beeld kwam iedere kerstavond terug. Op 29 april 1945 werd hij in Dachau bevrijd."

Ervaring van de tweede generatie

"Sinds die kerstavond konden de oud-gevangenen hun verhaal ook bij mij kwijt. Mijn zus en ik waren de eerste kinderen die de Natzweiler-reünie bijwoonden. Toen ik dertien was, ging ik met mijn vader mee met een herdenkingsreis naar Natzweiler. Daar hield ik mijn eerste toespraak en drie jaar later weer. De oud-gevangenen waren er erg van onder de indruk, want ik gaf weer wat gezinnen doormaakten en hoe een kind dit vertaalde en verwerkte. Daar werd in die tijd nauwelijks over gesproken. Het Nederlands Dachau Comité (NDC) betrok als eerste organisatie ook de tweede generatie bij haar werk. In 1992 vroeg voorzitter Piet Bouwense me of ik penningmeester wilde worden van het NDC. Mijn gezin gaf mij het groene licht."

Een monument oprichten
"Pim Reijntjes, oud-gevangene en voorzitter van het NDC, opperde in maart 1993 een Dachau monument op te richten. Ik was daar meteen enthousiast voor, want zo konden we als tweede generatie daadwerkelijk iets doen. De Stichting Nationaal Dachau Monument is toen opgericht. Pim werd voorzitter, Pieter Dietz de Loos secretaris en ik penningmeester. We stapten naar burgemeester Patijn van Amsterdam, want we vonden dat het monument in de hoofdstad moest komen."

Het ontwerp kon niet treffender
"Ons monument moest voor eeuwig mooi zijn, boeien en bijna meditatief worden. We kozen unaniem voor Niek Kemps. Kemps ging op reis naar Dachau, om zich daar te laten inspireren. Ik adviseerde hem in Dachau te letten op de Lagerstrae, de bomenrij en het prikkeldraad. Kijk in het museum eens naar het indrukwekkende bord van tien meter breed met alle namen, zei ik hem. Hij interpreteerde met veel gevoel. De tranen biggelden over onze wangen toen wij zijn ontwerp zagen. Het kon niet treffender."

Verzet van de buurt
"Niek gaf aan dat het monument 365.000 gulden zou kosten. Het zou in het Vondelpark komen, maar buurtbewoners verzetten zich er massaal. Ze wilden niet constant met de oorlog geconfronteerd worden. Ze voorzagen dat het een homo-ontmoetingsplaats zou worden. We hebben daar ter plekke afschuwelijke taferelen meegemaakt. De media zaten er bovenop. Pim Reijntjes zag het niet meer zitten en trad terug als voorzitter. Ook ik heb er slapeloze nachten van gehad."

Het Amsterdamse Bos

"Carel Steensma werd de nieuwe voorzitter. Tijdens een hoorzitting van het stadsdeel Oud-Zuid - 'kan dat monument niet bij die mevrouw in Blaricum in de tuin' - waren er veel scheldpartijen aan ons adres. Ik adviseerde Carel niet vast te houden aan de locatie in het Vondelpark, want ik vond dat een monument geen agressie moest oproepen, maar verdraagzaamheid en saamhorigheid. Burgemeester Patijn bood vervolgens een aantal plaatsen in het Amsterdamse Bos aan. Wij wilden dat de plek centraal zou zijn en toegankelijk voor de bezoeker. De plaats bij de Bosbaan was mooi, maar we maakten ons zorgen over de drassige grond. Kon de bomenrij van taxus - symbool voor het prikkeldraad - daar gedijen?"

Landelijk draagvlak
"De bouw ging van start. De prijzen rezen de pan uit. Verschrikkelijk. Uiteindelijk kwamen we op 740.000 gulden uit. We besloten toen - het idee kwam van Carel Steensma - alle gemeentes in Nederland aan te schrijven voor een bijdrage van honderd gulden. Het idee was dat het monument zo ook landelijk draagvlak zou krijgen. Veel gemeentes gaven daaraan gehoor en we kregen de begroting rond. Verder werd de mogelijkheid geboden een boom te adopteren en men kreeg als dank daarvoor een certificaat. Uiteindelijk kon het monument op 1 december 1996 geïnaugureerd worden."

500 namen
"Van de 1.638 kampen hebben we 500 namen in de leistenen platen laten ingraveren. De platen liggen in het midden iets omhoog, omdat in concentratiekampen - en dat gold ook voor Dachau - de bestrating zo slecht was dat de gevangenen hun gewrichten extra moesten belasten. Niek Kemps beeldde dat fenomenaal uit. Mensen zien er ook het dak van een barak in. De taxushaag doet denken aan de populieren die langs de Lagerstrae staan en aan de prikkeldraadomheining. Naast de betonnen bekisting voor de leistenen platen werd een drainagesysteem aangelegd voor de 160 taxusbomen. Ze waren tweeënhalve meter hoog en het was de bedoeling ze naar vijf meter te laten groeien en strak te scheren. Al snel hadden we het probleem dat de bomen doodgingen doordat ze te veel in het water stonden."

Zwerkeien
"Na de onthulling deden we het monument cadeau aan de gemeente Amsterdam, waarna zij het onderhoud voor haar rekening nam. Sindsdien bezoek ik het monument minimaal eens per maand en heb contact met Joop Breedveld, onze steun en toeverlaat vanaf het allereerste uur, van het Amsterdamse Bos. We hebben al voor de vierde keer nieuwe drainage aangelegd. Het monument trekt honderden bezoekers per maand en in de weken voor de herdenking honderd tot vijfhonderd mensen per week. Soms zie je dan een bloem of kaars bij de naam van een kamp. Er liggen nu zwerfkeien om het monument heen, zodat los lopende honden minder de neiging hebben er hun behoefte te doen. Het idee is nu om een ondergrondse terp aan te leggen, zodat de wortels via een onderbed van lavasteen beschermd worden tegen het water. In 2004 zijn alle bomen vervangen. Jammer dat het in leven houden van de bomen zo problematisch is."

Het monument der kampen
"Onze herdenking valt elk jaar op de zaterdag rond 29 april, de dag van de bevrijding van het kamp Dachau, samen met de roeiregatta op de Bosbaan. De organisatie legt de wedstrijden dan een uur lang stil. Heel fideel. De Merkelbachschool bij het Gelderlandplein is betrokken bij het monument. Jaarlijks geef ik samen met Pim Reijntjes voorlichting over de Tweede Wereldoorlog aan groep 7 en 8. De kinderen dragen een gedicht voor bij de herdenking. Ze reiken ook voor de Vriendenkring een tulp uit aan elke bezoeker, die in de taxushaag gestoken kan worden. Sommigen doen dat bij de naam van een kamp waaraan zij herinnering hebben. Het is een monument der kampen, want iedereen kan zich erin vinden. Ik zou het een eer vinden als andere zusterorganisaties, die geen eigen monument hebben, ook hun herdenking bij ons monument zouden organiseren. Herdenken wordt steeds belangrijker, ook voor de tweede generatie die ik vertegenwoordig. Er komen bij het ouder worden veel emoties los. Onze babyboomgeneratie heeft zich lang afgezet tegen de herinneringen die veel leed teweeg brachten binnen gezinnen."
Zo konden we als tweede generatie daadwerkelijk iets doen

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht