Adopteer een monument

Herdachte groepen: Burgerslachtoffers
Onthulling: 1992
Adopteer dit monument.

Woudenberg, oorlogsmonument (1) (foto: Jack de Groot/NKvB)
Woudenberg, oorlogsmonument (1) (foto: St. Nationaal Monument Kamp Amersfoort)
Woudenberg, oorlogsmonument (1) (foto: St. Nationaal Monument Kamp Amersfoort)

Het monument

Vorm en materiaal
Het oorlogsmonument (1) in Woudenberg is een zwerfkei. Voor de steen is houten paal geplaatst waarop twee plaquettes zijn aangebracht, één met de namen van de vijftien slachtoffers en één met de eerste coupletten van het Wilhelmus. De zwerfkei en de houten paal zijn een halve meter hoog.

Tekst
De tekst op de eerste plaquette luidt:

'OP DEZE PLAATS ZIJN OP 16 OKTOBER 1942 DOOR DE
DUITSE BEZETTER GEFUSILLEERD:

D.J.H. BANNINK J.H. KORS
H. VAN DAM D. VAN DER MEULEN
J.C. ENDEVELD E. OOIJEVAAR
W. EWIJK J.H.E ROEBERS
A.J. GERRITSEN J. VAN VEEN
P.A. VAN HEIJNINGE A.J. IJMKERS

ZIJ BEHOORDEN TOT DE GROEP POLITIEKE GEVANGENEN
VAN HET KAMP AMERSFOORT

J. HAANTJES
J. VAN DER KERKHOFF
H.W.L. VRIND

ZIJ BEHOORDEN TOT DE GROEP GIJZELAARS VAN
HAAREN EN SINT MICHIELSGESTEL'.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het oorlogsmonument (1) in Woudenberg is opgericht ter nagedachtenis aan twaalf politieke gevangenen uit het kamp Amersfoort en drie gijzelaars uit de kampen Beekvliet en Haaren die op 16 oktober 1942 op de Leusderheide zijn gefusilleerd.

De namen van de vijftien slachtoffers luiden:

D.J.H. Bannink, H. van Dam, J.C. Endeveld, W. Ewijk, A.J. Gerritsen, J. Haantjes, P.A. van Heijninge, A.J. IJmkers, J. van den Kerkhoff, J. Kors, D. van der Meulen, E. Oijevaar, J.H.E. Roebers, J. van Veen en H. Vrind.

Op 4 mei 1942 werden 460 Nederlandse mannen in het katholieke Kleinseminarie Beekvliet te Sint-Michielsgestel vastgezet. Ruim twee maanden later werden nog eens 800 gijzelaars in het nabijgelegen Haaren geïnterneerd. Het waren mensen, die volgens een op 17 mei 1942 gepubliceerde verklaring van het Reichscommissariat 'vroeger in het openbare leven stonden en van wie aan te nemen is dat zij met de aanstichters van de tegen de bezettende macht gerichte kuiperijen sympathiseren. Wanneer het door de kuiperijen van de emigrantenclique te Londen tot gewelddadige handelingen tegen Nederlanders en Duitsers in de bezette Nederlandse gebieden zou komen en de rust en orde verstoord zouden worden, dan staan deze gijzelaars met hun leven hiervoor borg.'

Door te dreigen de gijzelaars ter dood te brengen, probeerde de bezetter Nederlanders te weerhouden van het plegen van verzets- en sabotageacties. De opgepakte mannen waren vooral bekende en vooraanstaande Nederlanders uit politiek, religie, sport, bedrijfsleven, kunsten en media, zoals de schrijver Simon Vestdijk, de historicus Johan Huizinga, de cabaretier Lou Bandy, de president-directeur van Philips, Frits Philips en de bekende hardloper S. Petit. Ze vielen op en hadden een voorbeeldfunctie. Daarnaast kwamen de gijzelaars vooral uit kringen die aan bepaalde Duitse plannen hun medewerking geweigerd hadden. Velen waren lid van de Nederlandse Unie of hadden zich actief verzet tegen de gelijkschakeling van de Nederlandse vakbeweging in 1940 en 1941.

Binnen het kamp liet de bezetter veel toe en was de behandeling van de gijzelaars mild. Zij waren immers niet gevaarlijk zolang ze over hun politieke en maatschappelijke opvattingen maar niet konden communiceren met de buitenwereld. Ook de materiële omstandigheden in het kamp waren goed. Er was sprake van een bonte mengeling van culturele activiteiten, zoals lezingen, filosofische beschouwingen en literaire avonden. Het leven in Beekvliet was zelfs nog luxer dan dat in het vergelijkbare kamp Haaren. Maar een leven in vrijheid was natuurlijk veel beter dan dat binnen een kamp, al was het dan een comfortabel kamp. Prof. dr. Jan de Quay schreef over 'een hinderlijk gebrek aan privacy' aan zijn vrouw: 'Ik krabbel heel klein, omdat het me goed afgaat en tevens omdat mijn buurman dan niet kan lezen wat ik schrijf, want we zitten soms met ons drieën aan onze kleine tafel'.

In het gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel zaten politiek geëngageerde mannen zoals prof. ir. W. Schermerhorn, H. Algra, prof. dr. W. Banning, prof. dr. P. Geyl, M. van der Goes van Naters, dr. N. Tinbergen, dr. H. Brugmans en prof. dr, J. de Quay. Al voor de oorlog waren ze actief betrokken bij debatten over de inrichting van de maatschappij. Dit debat werd voortgezet in Beekvliet. 'De geest van Gestel' werd gekenmerkt door een sfeer van saamhorigheid. Men was het erover eens dat het naoorlogs Nederland anders moest zijn dan het vooroorlogs Nederland, waarbij een 'gemeenschapgedachte' centraal zou moeten komen te staan. De studiekring in het kamp formeerde de Nederlandse Volks Beweging (NVB). Ze wilde een indeling van het politieke leven naar Brits model met een conservatieve en een progressieve stroming. In de nieuwe naoorlogse samenleving moesten waarden als harmonie, eenheid, gezag, orde, nationalisme en het gezin als hoeksteen van de samenleving centraal komen te staan. Maar de consensus die in de 'veilige' beslotenheid van het kamp was bereikt, hield geen stand in de buitenwereld. Eenmaal vrij, stuitten de aanhangers van de NVB al snel weer op tegenstellingen, waardoor de Nederlandse eenheidsbeweging het niet heeft gered.

Na verloop van tijd nam het verzet tegen de bezetter steeds meer toe. Zo werd op 7 augustus 1942 door Rotterdamse leden van de Nederlandse Volksmilitie een bomaanslag gepleegd op het spoorwegviaduct tussen de stations Beurs en Delftse Poort. De bezetter reageerde met een ultimatum: de bevolking van Rotterdam kreeg tot 14 augustus de tijd om de daders aan te geven, anders zou op 15 augustus een aantal gijzelaars van het kamp Beekvliet worden doodgeschoten. De spanning werd door de bezetter doelbewust opgevoerd door het gerucht te verspreiden dat vijftig personen zouden worden berecht. Er kwamen echter geen tips over de daders. Uiteindelijk selecteerde de bezetter vijf gijzelaars; twee adellijke personen en drie Rotterdammers: de 48-jarige Willem Ruys, de 35-jarige Rotterdammer mr. Robert Baelde (die bekend was door zijn werk op sociaal-pedagogisch gebied en kaderlid was van de Nederlandse Unie), de 48-jarige Rotterdamse hoofdinspecteur van politie Christoffel Bennekers, de 49-jarige officier van justitie Otto Ernst Gelder graaf van Limburg-Stirum en de 28-jarige Zeeuwse landheer Alexander baron Schimmelpenninck van de Oye. In de ochtend van 15 augustus 1942 werden zij in de bossen van het landgoed Gorp en Rovert bij Goirle gefusilleerd. De twee adellijke slachtoffers liggen nog ter plaatse begraven. J. Haantjes, J. van den Kerkhoff en H. Vrind werden op 16 oktober 1942 door de bezetter op een andere locatie gefusilleerd.

Na deze vergeldingsactie ontstond er spanning in het kamp. Niet onterecht, want nauwelijks drie maanden later volgde er nog een executie. De aanleiding was een serie spectaculaire sabotagedaden in het oosten van het land. De Sicherheitsdienst vermoedde dat de daders communisten waren. Uit wraak fusilleerden ze op 16 oktober 1942 bij Woudenberg (Utrecht) vijftien mensen uit interneringskampen. Twaalf slachtoffers kwamen uit Amersfoort. De drie anderen waren afkomstig uit Haaren en Beekvliet: Jan Haantjes, Jacobus van den Kerkhoff, en Hein Vrind. Het totaal aantal gefusilleerde gijzelaars kwam daarmee op zeven. De bezetter schrok van de vijandige reacties van de Nederlandse bevolking op de executies. 'Ein Tiefstand nie erlebter Ablehnung, ein nie gekannter hass gegen Deutschland gewinnt in den Niederlanden an Raum', stelde een hoge Duitse militair tijdens een geheime zitting van regerings- en legerfunctionarissen. Maar dit soort berichten bereikten de gijzelaars natuurlijk niet. Voor hen bleven de maatregelen van de bezetter onvoorspelbaar en willekeurig. Uiteindelijk werden in december 1942 ongeveer 250 gijzelaars vrijgelaten. Ongeveer 200 vlak voor de kerstdagen, de anderen vlak erna.

De precieze plaats van de vijftienvoudige moord is pas sinds 1991 bekend. Het heeft vele jaren geduurd voordat de gemeente Woudenberg, in samenwerking met Gerrit Kleinveld, de exacte locatie kon vaststellen. Symbolisch werd een eikenboom geplant.

Oprichting
De aanleiding om het gedenkteken op te richten was de 50ste herdenking van de fusillade van 16 oktober 1942. De Stichting Gijzelaars Beekvliet & Haaren organiseert jaarlijks op 16 oktober een herdenking bij het monument.

Onthulling
Het monument is opgericht in 1992. Sinds 2003 verleent de Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort haar medewerking aan de herdenking.

Locatie
Het monument bevindt zich in het bos tussen Woudenberg en Zeist, ten noorden van de Pyramide van Austerlitz en ten zuiden van de Leusderheide. Het monument is vrij toegankelijk, zij het alleen te voet. Voor minder validen is het gedenkteken niet of zeer moeilijk toegankelijk.

Bronnen

Voor meer informatie:

  • Gedenkboek Gijzelaarskamp Beekvliet St. Michielsgestel, (Schiedam) 1946;
  • Gedenkboek Gijzelaarskamp Haaren, (Schiedam) 1946;
  • De gijzelaars van St. Michielsgestel en Haaren. Het dubbele gezicht van hun geschiedenis van J.C.H. Blom (Amsterdam, uitgeverij Balans) 1992;
  • Een ruwe hand in het water. De gijzelaarskampen Sint-Michielsgestel en Haaren van S. Jansens, G. von Frijtag Drabbe Künzel en J.C.H. Blom; (Amsterdam, uitgeverij Het Spinhuis) 1993.


Stichting Gijzelaars Beekvliet en Haaren
Wezenlaan 197
6531 MP Nijmegen
024-3554548
email jpeet@planet.nl.

Het archief van de Stichting Gijzelaars Beekvliet en Haaren en andere archivalia betreffende de gijzelingen te Beekvliet en Haaren zijn ondergebracht in het Rijksarchief in de Provincie Noord-Brabant:

De Citadel
Zuid-Willemsvaart 2
5211 NW
's-Hertogenbosch
073-6818500).

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Mijn vader is gefusilleerd om zijn socialistische idealen

Henk Haantjes, Woudenberg - Utrecht

De vader van Henk Haantjes is SDAP-wethouder in Enschede en houdt lezingen over het socialisme. In 1942 wordt hij opgepakt. Eerst gaat hij naar een gijzelaarskamp in Haaren. Daar treft hij kustenaars, prominente politici en wetenschappers. Op 15 oktober 1942 moet hij naar Kamp Amersfoort. Een dag later wordt hij met veertien anderen doodgeschoten. In 1945 worden de lichamen opgegraven en herkent Henk Haantjes (1916-2006) de kleding van zijn vader. Op de plaats van de moord staat nu een gedenksteen. Henk Haantjes woonde daar elk jaar op 16 oktober de herdenking bij.

door Anita van Stel

Een socialistische familie
"Wij vormden een echte socialistische familie in Enschede. Ik was lid van de Arbeiders Jeugd Centrale. Mijn vader was een vooraanstaand SDAP-er, lid van Provinciale Staten, voorzitter van de typografenbond en voorzitter van de Enschedese bestuurdersbond, een overkoepelende organisatie van vakbonden. Vanaf 1937 was hij in Enschede wethouder van Sociale Zaken. Mijn moeder was actief in de vrouwenbeweging. Ik had een vier jaar jongere broer. Vader hield vaak lezingen in Duitsland voor de Socialistische Partij. Toen de Duitsers Enschede binnenvielen, was hij de eerste die door hen ondervraagd werd. Op aandrang van de burgemeester bleef hij zijn functie van wethouder onder de bezetting uitoefenen, ook al stond hem dat helemaal niet aan. Ik werkte toen bij een groot textielbedrijf. Betsy was toen al mijn verloofde, maar we stelden trouwen uit tot na de oorlog."

Wraak van de Duitsers
"Op een ochtend in mei 1942 stond de Gestapo aan de deur. Het was een uur of zes. Ze kwamen mijn vader ophalen. Hij wist dat het geen zin had zich te verzetten en vertrok in alle rust. Waarschijnlijk zag hij zijn noodlot toen al onder ogen. Mijn moeder lag na een zware operatie in het ziekenhuis en zou mijn vader nooit meer terugzien. Ik probeerde diezelfde dag nog tevergeefs contact op te nemen. Vader werd overgebracht naar Haaren, waar een gijzelaarskamp was. Later bleek dat de Duitsers wraak wilden nemen vanwege aanslagen. Veel socialisten, communisten en vooral vakbondsmensen werden in die dagen opgepakt."

Een opstel deed hem de das om
"De omstandigheden in het kamp waren redelijk riant. De gijzelaars hielden lezingen en organiseerden bonte avonden. Cabaretier Lou Bandy was een van hen. Mijn vader schreef brieven en wij stuurden pakketjes terug, met rookwaar en dergelijke. Ze kwamen niets tekort en werden goed verzorgd. Mijn vader schreef in een van zijn brieven dat iedereen een opstel had moeten maken over de bezigheden in het burgerlijk leven. Mogelijk heeft dit opstel - ongetwijfeld over zijn socialistische idealen - hem de das omgedaan."

Boeten voor aanslagen
"Op 15 oktober werd hij met twee anderen uit Haaren overgebracht naar Kamp Amersfoort. Daar kregen ze te horen dat ze gefusilleerd zouden worden. Waarschijnlijk moest hij boeten voor aanslagen van het verzet op spoorwegen in Twente. Op 16 oktober is hij met veertien anderen in de bossen van Woudenberg doodgeschoten. Ik kreeg op mijn werk bericht dat ik meteen naar het huis van mijn aanstaande schoonouders moest gaan. Daar aangekomen vertelde een collega van mijn vader dat hij gefusilleerd was. We lazen het ook 's avonds in de krant. Ik moest het nieuws aan mijn moeder overbrengen. Als ik daaraan terugdenk, raak ik nog steeds geëmotioneerd."

De krant
"Mijn broer werkte in Amsterdam. Hij werd gewaarschuwd dat hij naar huis moest komen vanwege iets bijzonders. In de trein naar Enschede zat een man tegenover hem met de krant. Daarin stond dat vader gefusilleerd was en zo vernam hij dit afschuwelijke bericht. We hebben via het Rode Kruis een afscheidsbrief van vader ontvangen. We probeerden de draad weer op te pakken. Ik had nog als enige werk en was kostwinner. De rest van de oorlog zijn wij op bescheiden manier actief gebleven in de illegaliteit. Ik was goed in het vervalsen van paspoorten en persoonsbewijzen. De angst nam je voor lief. Veel later, in het najaar van 1945, kreeg ik bericht dat ik naar Amersfoort moest komen voor identificatie. Daar herkende ik een kledingstuk van mijn vader. Zijn lichaam heb ik niet gezien. Ik hoorde dat de lichamen van de veertien gefusilleerden nog volledig gaaf waren, omdat ze bedekt waren met ongebluste kalk. Later is vader onder grote belangstelling herbegraven in Enschede."

De fusilladeplaats in Woudenberg
"Lang wist niemand waar de fusilladeplaats was. Ik heb in Woudenberg door de bossen gelopen en dacht op zeker moment een plek te herkennen. Voor de herdenking ging ik op 15 augustus altijd naar Goirle, waar een monument staat voor alle gijzelaars die in de oorlog gefusilleerd zijn. De heer Peet, secretaris van de Stichting Gijzelaars van Beekvliet en Haaren, heeft zich ingespannen om de exacte locatie van de fusilladeplaats in Woudenberg te achterhalen. Daarin is hij geslaagd en in 1992 is daar een monument opgericht. Vanaf dat moment hebben we op 16 oktober een jaarlijkse herdenking in Woudenberg die me liever is dan de herdenking in Goirle. Zo oud als ik ben, blijf ik daar naar toegaan."

Voldoening
"Het is een heel eenvoudig monument, waarbij op een aparte standaard de namen vermeld staan. De herdenking grijpt me elk jaar weer aan. De Stichting Gijzelaars van Beekvliet en Haaren en de oud-communistengroep van Kamp Amersfoort organiseren samen de herdenking. De nabestaanden zijn nu kinderen en kleinkinderen. Ook mijn kinderen gaan met me mee. Mijn oudste zoon Jan woont in Italië, maar hij komt voor de herdenking van slechts een kwartier speciaal naar Woudenberg. Ik hoop dat de herdenking nog lang blijft bestaan en dat alle betrokkenen daaruit voldoening kunnen putten."

Mijn vader is gefusilleerd om zijn socialistische idealen

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht