Adopteer een monument

Herdachte groepen: Vervolgden Nederland
Onthulling: 28 december 1947
Adopteer dit monument.

Wassenaar, 'Joods monument' (foto: René en Peter van der Krogt)
Wassenaar, 'Joods monument' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Wassenaar, 'Joods monument' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Wassenaar, 'Joods monument' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Wassenaar, 'Joods monument' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Wassenaar, 'Joods monument' (foto: René en Peter van der Krogt)
Wassenaar, 'Joods monument' (foto: René en Peter van der Krogt)

Het monument

Vorm en materiaal
Het 'Joods monument' in Wassenaar is een gedenkzuil van hardsteen. Op de zuil is een davidster afgebeeld. Op de zuil zijn Hebreeuwse en Nederlandse teksten aangebracht.

Teksten
De teksten luiden:

'DE EEUWIGE HEEFT GEGEVEN,
DE EEUWIGE HEEFT GENOMEN,
DE NAAM DES EEUWIGEN ZIJ GELOOFD.

DIE GELIEFD EN BEMIND WAREN TIJDENS HUN LEVEN,
ZIJN OOK IN DE DOOD NIET GESCHEIDEN.

TER BLIJVENDE NAGEDACHTENIS
AAN ONZE BROEDERS EN ZUSTERS
DIE GEDURENDE DE TWEEDE WERELDOORLOG
DOOR DE DUITSE TERREUR
UIT ONS MIDDEN WERDEN GERUKT,
GOD GEDENKE HEN TEN GOEDE.'

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het 'Joods monument' in Wassenaar is opgericht ter nagedachtenis aan de meer dan 15.000 Haagse joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter zijn weggevoerd en niet meer terugkeerden.

Na de machtsovername van Hitler en de 'National-Sozialistische Deutsche Arbeiterpartei' (NSDAP) op 30 januari 1933, werd in Duitsland een hele reeks aan anti-joodse maatregelen afgekondigd. Doel van dit steeds omvangrijker wordende systeem was de uitroeiing van joden. Met de Duitse inval in Polen op 1 september 1939, begon de Tweede Wereldoorlog. Na een groot offensief werden ook Denemarken, Noorwegen, Nederland, België en Frankrijk overmeesterd. In alle bezette landen werd een aaneenschakeling van anti-joodse maatregelen afgekondigd. Ook in Nederland werd een einde gemaakt aan de levendige joodse cultuur. Direct na de Duitse inval werden de eerste maatregelen tegen deze bevolkingsgroep van kracht. Op 5 juli 1940 werd in het weekblad Groot Wassenaar en via aanplakbiljetten bekend gemaakt dat alle 'niet-arische' vreemdelingen die zich tussen januari 1933 en maart 1938 vanuit Duitsland in Wassenaar hadden gevestigd, zich binnen acht dagen voor registratie op het hoofdbureau van politie moesten melden. In november 1940 werden alle joodse ambtenaren uit hun functie ontheven. Vanaf juli 1940 bepaalde rijkscommissaris dr. Arthur Seyss-Inquart dat het gehele duingebied voor joden verboden terrein was. Ook het zwemmen in zee en het betreden van openbare plantsoenen, zoals het Burchtplein, waren voortaan verboden. Tevens werd joden de toegang tot vele openbare gelegenheden ontzegd en mochten zij geen gebruik meer maken van het openbaar vervoer. WA'ers hingen bordjes op met de tekst 'Joden niet gewenscht' of 'Voor Joden verboden'.

In 1941 trof de NSDAP, waarvan het secretariaat gevestigd was aan de Van Oldenbarneveldtweg 30, voorbereidingen om Wassenaar, zoals de nationaal-socialisten het noemden, 'Judenfrei' te maken. Op 16 april begon de leider van de 'Ortgruppe Wassenaar' van de NSDAP, Arnold Lampe, de namen van de in Wassenaar wonende joden te verzamelen. Lampe: 'Es handelt sich um in Wassenaar ansässige Personen, die im Sinne des par. 4 der Verordnung 189/40 Juden sind oder als Juden gelten.' Enige maanden later werden de eerste huizen van leden van deze bevolkingsgroep in beslag genomen. In een brief aan de 'Kreisleitung' van de NSDAP in Den Haag vestigde Lampe op 8 september 1941 de aandacht op de joodse familie C. Levi aan de Rijksstraatweg 791. Hij schreef: 'Ich würde es ausserordentlich begrüssen falls der Jude Levi zum ausziehen gezwungen würde!' Zo werd ook de vroegere woning van de joodse familie M. Cohn aan de Rijksstraatweg 795 door de leider van de afdeling 'Volksaufklärung und Propaganda', P. Fink, betrokken.

De anti-joodse maatregelen werden steeds grimmiger en omvangrijker. In de zomer van 1941 moesten alle joden zich laten registreren. Hun persoonsbewijzen werden van een gestempelde J voorzien en zij werden verplicht een gele davidster op hun kleren te dragen. Deze laatste twee maatregelen zouden vanaf juli 1942 het begin inluiden van een vrijwel totale verwijdering van joden uit de samenleving. Vanaf maart 1942 bestond bij het bureau van de 'Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD' in Den Haag een zogenaamd 'Judenreferat'. Dit bureau, gevestigd in de villa 'Windekind' te Scheveningen, kreeg van Adolf Eichmann in Berlijn instructies over het aantal joden dat voor een bepaalde datum naar de vernietigingskampen op transport moest worden gesteld. De bureauchef van 'Windekind' was 'Sturmscharführer' Franz Fischer, na de oorlog bekend als een van 'de drie van Breda'. Onder zijn leiding stelde het 'Judenreferat IV B 4' deportatieschema's op voor de in Nederland verblijvende joden. Op 20 juni 1942 werd begonnen met de deportaties. De in de Haagse regio wonende joden die een deportatiebevel ontvingen, moesten zich melden op het station Staatsspoor in Den Haag. Slechts een derde gaf aan deze oproep gehoor. Op 18 augustus vertrok hier de eerste trein naar het Drentse doorgangskamp Westerbork. De oud-Wassenaarder B.A. van Doorn: 'Ik was goed bevriend met de joodse jongen Ralph Bergman. Halverwege de oorlog zag ik hem opeens met zijn ouders en wat tassen staan bij de tramhalte aan de Stoeplaan. Ik zwaaide nog, niet wetende dat het de laatste keer was dat ik ze zag.'

In september 1942 begon de bezetter met grootschalige razzia's. Voortaan werden de joodse burgers zonder voorafgaand bericht na acht uur 's avonds uit hun woning gehaald en naar een verzamelpunt gebracht. Op bevel van 'SS-Obergruppenfuhrer und General der Waffen-SS und der Polizei', Hanns Rauter, werden de aanhoudingen en transporten voortaan door leden van de gemeentepolitie uitgevoerd. Ook de Wassenaarse politie werd belast met deze taak. De toenmalige opperwachtmeester C. Lugthart: 'Vanuit Scheveningen kregen we een keer opdracht om een joods meisje op te halen. Je moest wel gaan, want het kon ook een valstrik zijn om te zien hoe men bij de Wassenaarse politie reageert. We hadden alles rondom de woning afgezet, maar zodanig dat het meisje makkelijk kon vluchten. We hebben haar dus ruimschoots de kans gegeven. Maar ze maakte er geen gebruik van... Een andere keer kreeg ik opdracht mevrouw Hartogensis aan de Beukenlaan op te halen. Ik heb toen met haar gepraat en gezegd: "Je hoeft niet met me mee, je kunt nu nog weglopen." Maar dat deed ze niet. Ik heb haar toen naar Den Haag overgebracht, waar ik nog voor haar gepleit heb. Daar zeiden ze toen: "Wil je soms hetzelfde lot ondergaan als zij?" Dat heeft me toen erg aangegrepen. Ik weet nog steeds niet hoe het met haar is afgelopen.' Mevrouw C.S. ten Bruggencate-Menko Hartogensis heeft haar deportatie overleefd en is na de bevrijding in Wassenaar teruggekeerd.

Op 15 oktober 1942 berichtte Rauter aan Himmler dat het jodendom in Nederland vogelvrij was verklaard. Hierop zou de, pas een maand in functie zijnde, Wassenaarse NSB-burgemeester D. de Blocq van Scheltinga uit eigen beweging de bezetter hebben voorgesteld om bepaalde Wassenaarse joden uit de gemeente te verwijderen. In de loop van 1942 werden vele Wassenaarse joden opgepakt en gedeporteerd: de familie Frank, de Hongaar Ladislas Kovacs, elektrotechnisch ingenieur Isaäc Hartogs en zijn vrouw M.A. Hartogs-Kersten (die geen jodin was, waardoor zij weer werd vrijgelaten), de familie Polak, W. Gans, de directeur van de Laurens Sigarettenfabriek C.C. Bergmann en zijn dochter M. Bergmann, de bewoners en het personeel van het joodse rusthuis 'Klim Op' aan de Raadhuislaan, de wis- en natuurkundeleraar drs. E.A.H.F.W. Frijda en de aardrijkskundeleraar drs. T.D.B. da Silva.

Terwijl steeds meer joden werden gedeporteerd naar concentratiekampen in Duitsland en Polen, probeerden anderen hieraan te ontkomen door onder te duiken. Een aantal Wassenaarse burgers verborg vanaf augustus 1942 met groot risico voor korte of langere tijd joodse onderduikers. K.J. van Horssen, die in de oorlog als kind aan de Storm van 's-Gravensandeweg 58 woonde, herinnert zich: 'Bij ons op zolder stonden meubels opgeslagen van een familie uit een spergebied. Mijn broer en ik mochten toen niet meer op de zolder komen. In september 1943 moesten die meubels weggehaald zijn en kwam er een joodse onderduiker voor in de plaats, zonder dat mijn broer en ik dat wisten. Dat was dr. Kanner, een kennis van mijn vader, die een analistenschool had in Scheveningen. Mijn broer en ik laadden ’s avonds altijd eten bij de gaarkeuken. Op een gegeven moment kregen we vijf bonnen mee in plaats van vier. Mijn moeder zei dat vader zo hard moest werken en dat hij een tweede portie eten moest hebben. Die extra bon was natuurlijk via de ondergrondse verkregen. Moeder zette het extra pannetje iedere avond onder aan de trap neer. Vader zou het later dan opeten. Wij vonden het merkwaardig, maar geloofden het. Dr. Kanner verbleef op de tweede verdieping. Bij gevaar verdween hij daar in een schuilruimte tussen de vloer en het plantfond (stucwerk op riet) eronder. Dat was een ruimte van ongeveer een meter hoog. Deze ruimte was te bereiken via een kast, waarin een luik was aangebracht. Het luik kon aan de binnenkant worden afgesloten door vier zware grendels. 's Avonds, als wij sliepen, kwam hij wel eens naar beneden om met mijn ouders spelletjes te doen. Mijn vader werkte bij de Octrooiraad. Af en toe nam hij werk voor hem mee, zodat hij iets om handen had. Wij kinderen hebben nooit iets gemerkt. Wel zag ik op een gegeven moment, toen ik buiten speelde, een behaarde arm die een zolderraam sloot. Ik rende naar mijn moeder om haar te vertellen dat er een man op zolder zat. Maar ze zei: "Je vergist je, dat was ik." Ik geloofde dat toen. Dr. Kanner is tot aan het eind van de bezetting bij ons gebleven. Het was natuurlijk een geweldige verrassing voor ons toen hij bij de bevrijding ineens te voorschijn kwam! [...] Op 8 december 1982 kregen mijn ouders (mijn moeder postuum) de Yad Vashem-onderscheiding van Israël.'

Vanaf het eerste tot en met het laatste transport uit Westerbork (op respectievelijk 15 juli 1942 en 13 september 1944) vertrokken ongeveer negentig treinen naar de vernietigingskampen Auschwitz, Sobibor, Bergen-Belsen, Mauthausen en Theresiënstadt. Ruim 107.000 Nederlandse joden werden weggevoerd, onder wie meer dan 15.000 Haagse joden en tientallen Wassenaarders. Slechts 5.250 van hen zouden terugkeren.

Onthulling
Het monument is onthuld op 28 december 1947 door de opperrabbijn van de Haagse Israëlitische gemeente, de heer D.Y. Schochet. Het gedenkteken werd namens de Haagse joodse gemeente aanvaard door de voorzitter van het kerkbestuur, de heer I. Zadoks.

Locatie
Het monument is geplaatst op het voorplein van de aula van de Israëlitische begraafplaats, gelegen aan het Kerkehout te Wassenaar. Het kerkhof is een onderdeel van de gemeentelijke begraafplaats 'Persijnhof'.

Bronnen

  • Wassenaar in de Tweede Wereldoorlog van F.R. Hazenberg, A.N.W. Kenens, W.P. van der Krogt, R. van Lit en C.N.J. Neisingh. (Wassenaar, Stichting Wassenaar '40-'45, 1995). ISBN 90-802362-1-7;
  • Begraafplaats Persijnhof. Uitgave: Gemeente Wassenaar, afd. Communicatie/Voorlichting, i.s.m. Beheer Openbare Ruimte, juni 2000. Te downloaden op: www.wassenaar.nl;
  • Mens & Dier in Steen & Brons door Peter en René van der Krogt.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht