Adopteer een monument

Herdachte groepen: Militairen in dienst van het Ned. Kon. 1940-1945
Ontwerper: Ir. H.C. Cooymans, ir. H.M.J. de Laat
Onthulling: 5 mei 1970
Adopteer dit monument.

Den Dungen, 'Monument Poeldonk' (foto: Dhr. M. Schuurmans)
Den Dungen, 'Monument Poeldonk' (foto: Dhr. M. Schuurmans)
Den Dungen, 'Monument Poeldonk' (foto: Dhr. M. Schuurmans)
Onthulling 5 mei 1970 (bron: www.monumentpoeldonk.nl)

Het monument

Vorm en materiaal
Het 'Monument Poeldonk' in Den Dungen (gemeente Sint-Michielsgestel) is een gedenksteen, bestaande uit twee betonnen zuilen met omhoog lopende punten. Op de linkerzuil is een plaquette van zwarte natuursteen en een plaquette van graniet aangebracht. Het gedenkteken is 2 meter 25 hoog, 1 meter 25 breed en 45 centimeter diep.

Teksten
De tekst op de bovenste plaquette luidt:

'OPDAT WIJ NIET VERGETEN
RES. MAJ. INF.
EDUARD GEORG DOBKEN
SGT. CAP.
JAN JANSEN VAN DAM
DPL. SLD.
ABRAHAM VAN LENTEN'.

De tekst op de onderste plaquette luidt:

'12 MEI 1940
MOESTEN HIER VELEN HET HOOGSTE GEVEN
OM ONS IN VRIJHEID TE LATEN LEVEN'.

De tekst op het infomatiepaneel luidt:

'POELDONK - 12 MEI 1940

BIJ DE DUITSE INVAL VAN NEDERLAND OP 10 MEI BRAKEN DE DUITSERS
AL SNEL DOOR DE PEELRAAMSTELLING. DE NEDERLANDSE TROEPEN
MOESTEN ZICH TERUGTREKKEN ACHTER DE ZUID-WILLEMSVAART.
MAAR OOK DEZE LINIE KON NIET LANG VERDEDIGD WORDEN VANWEGE DE
GROTE DUITSE OVERMACHT. WEL WERD BIJ DE DUNGENSE BRUG OP DE
POELDONK, OP PINKSTERZONDAG 12 MEI, NOG EEN HARD GEVECHT
GELEVERD MET EEN DUITSE VERKENNINGSEENHEID. HET NEDERLANDSE
LEGER STREED HIER MET GROTE MOED EN DAPPERHEID.

DRIE NEDERLANDSE EN ACHT DUITSE MILITAIREN SNEUVELDEN EN AAN
BEIDE ZIJDEN VIELEN GEWONDEN. BIJ DIT TREFFEN WERDEN DIVERSE
BOERDERIJEN IN BRAND GESCHOTEN EN DE BEVOLKING WERD NAAR HET
DORP VERDREVEN. OOK ONDER DE BEVOLKING VIEL EEN SLACHTOFFER, EEN
JONGEN VAN DERTIEN JAAR. IEDER JAAR OP 4 MEI, DE DAG VAN DE
NATIONALE HERDENKING, WORDEN DE GEVALLENEN BIJ DIT MONUMENT
HERDACHT.'

Symboliek
Met de grote en kleine zuil wordt uitdrukking gegeven aan het feit dat het Nederlandse leger in de meidagen van 1940 werd overweldigd door het Duitse leger, dat veel omvangrijker was.

Wijzigingen
De bovenste gedenkplaat is in 2002 aan het monument toegevoegd. Toen is tevens een informatiepaneel bij het monument geplaatst.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het 'Monument Poeldonk' in Den Dungen (gemeente Sint-Michielsgestel) is opgericht ter nagedachtenis aan drie Nederlandse militairen van het 3de bataljon van de 14de Regiment Infanterie die hier in strijd tegen de bezetter op 12 mei 1940 zijn gesneuveld.

De namen van de drie slachtoffers luiden:

Majoor Eduard Georg Döbken, sergeant Jan Jansen van Dam en soldaat Abraham van Lenten.

Op pinksterzondag in 1940 kwam het in de buurt van de Dungense brug tot een hevig vuurgevecht tussen het Nederlandse leger en een Duitse verkenningseenheid. In deze strijd zijn drie Nederlandse en acht Duitse militairen om het leven gekomen.

In een memorie heeft oud-strijder A.D. Goedegebuure (geb. 19-11-1913/overl. 8-12-2003) het voorval uiteengezet. Hier volgt een samenvatting van zijn verslag, afkomstig van de website Monument Poeldonk.

'Bataljonscommandant was Majoor Döbken en compagniecommandant, kapitein Wissels. Mijn groepscommandant was beroepssergeant, Jan Jansen van Dam. We waren onderverdeeld in twee bataljons infanterie (2+3-14 RI). [...] Op 10 Mei, toen ik om 4 uur 's Morgens afgelost werd, kwamen de eerste zwermen Duitse vliegtuigen over. Waar door de luchtafweer op werd geschoten. Dit kon alleen maar betekenen: De oorlog is begonnen. [...] We moesten over de Graafse weg naar Den Bosch om achter de Zuid-Willemsvaart, een nieuwe opstelling te maken. We hebben op dat hele eind van 40 km, maar één keer, in de buurt van Heesch, gerust en gegeten. Het was een mars van acht uur. Doordat ik al drie dagen mijn sokken en schoenen niet had uitgedaan, kreeg ik grote blaren op mijn voeten. Het leek wel of ik erwten in mijn schoenen had.

Door de zware bepakking en te weinig rust, raakte velen uitgeput, maar onze groepscommandant spoorde ons aan om vol te houden. 's Morgens om acht uur bereiken wij Den Bosch, waar we in een klooster (St. Jozefhuis) door de paters van eten en drinken werden voorzien. Wij moesten toen nog 6 km zuidwaarts naar het plaatsje Den Dungen om daar de brug over het kanaal te bezetten. Aan weerszijden van de brug gingen we ons in de kanaaldijk ingraven. We maakten schuttersputten met de schietrichting naar het oosten. [...] In de morgen van 12 Mei, Pinksterzondag, omstreeks zes uur, werden we opgeschrikt door het geweldige schieten van zware mitrailleurs achter ons. Langs die weg waren Duitsers via Middelrode toch nog over het kanaal gekomen. Op motoren met zijspan probeerden ze ons in de rug aan te vallen. Onze mitrailleurs gaven direct aanhoudend vuur op de motorrijders, met het gevolg dat met daverende kabaal de enen motor op de andere botst. Het was net of een porseleinkast in elkaar stortte. De gevolgen waren verschrikkelijk. Men hoorde de Duitsers grote brullen geven. Doden en gewonden lagen tussen de motoren op de weg.

Onze bataljonscommandant, Majoor Döbken stuurde een afdeling soldaten naar de bewuste plaats. Er lagen vier of vijf dode Duitsers op de weg. Enkele licht gewonden werden krijgsgevangenen gemaakt. De gewonden werden door de huisarts uit Den Dungen verzorgd. De Duitsers die terug getrokken waren stelden zich weer echter opnieuw op om ons weer aan te vallen. Zij opende de aanval met mortiervuur, waardoor de granaten ook op onze stellingen vielen. Langs de weg vlogen vier grote boerderijen in brand. Het zag er voor ons niet best uit. Een Duits vliegtuig, gelukkig achter ons, dook naar beneden en ratelde een serie mitrailleurs kogels naar beneden en liet een bom vallen. [...] Onze soldaten trokken zich terug naar de brug, maar Majoor Döbken gebood ons om ons te verspreiden. In het veld tussen de boerderijen werd Duitse infanterie waargenomen langs de weg. Onze groepscommandant, sergeant Jan Jansen van Dam, kreeg de opdracht om door het veld links van de weg de aanval uit te voeren. Een ander deel deed dit aan de rechterkant. Een derde groep, met de sergeant zelf aan het hoofd, nam de straatweg zelf. Langs een binnendijkje trokken we naar het aangewezen doel. Dit doel bestond uit weilanden met veel elzenhout langs de slootkanten. Hierdoor hadden we weinig zicht. Vervolgens ging het richting de vijand, die veel mitrailleurvuur en mortiergranaten op ons afvuurde.

Mijn groepscommandant, Jan Jansen van Dam, gaf oerkalm zijn bevelen aan ons door en liet ons sprongsgewijze oprukken. Het Duitse vuur werd echter te hevig. Sergeant van Dam gelastte mij om naar luitenant Bom te gaan, die nog achter het dijkje langs het kanaal zat. Bom moest ons komen helpen. Luitenant Bom kwam direct mee. Toen kwam net mijn groep teruggetrokken met de tijding dat sergeant van Dam was gesneuveld en dat mijn korporaal Jan Kwekel uit Spijkenisse, een granaatscherf in zijn been had gekregen. We trokken ons toen met z'n allen terug. Majoor Döbken, die met zijn mannen op de straatweg was, kreeg een schot door zijn hoofd en was opslag dood. Ordonnans van Lenten is ook in dat veld gesneuveld.

Daar het granaatvuur steeds heviger werd, kregen we het bevel om ons terug te trekken. Dit is ordelijk verlopen. Vanzelfsprekend is ieder toen op eigen gelegenheid op huis aan gegaan. Bij de boeren werden we van eten voorzien en konden we in de schuur slapen. Tussen Tilburg en Breda zagen we op de straatweg onze keukenwagen, munitiewagen en materiaalwagen liggen. Deze waren gebombardeerd door de Duitse jagers. Dat dit onze wagens waren zagen wij, omdat er grote witte letters ons regimentnummer op de wagens stond geschreven: '3e compagnie, 3e bataljon, 14e régiment infanterie'. De hele afstand van 120 km heb ik met kapotte voet afgelegd, want de blaren in de vuile sokken gingen ontsteken. Thuis ben ik een week onder doktersbehandeling geweest en heb me daarna gemeld bij de burgemeester. Die kreeg op 22 Mei bericht dat ik mij moest melden bij Ameide, een plaats vlak bij Schoonhoven. Daar ben ik twee dagen geweest, want de Duitsers lieten toen alle krijgsgevangenen reeds los.'

Oprichting
De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van het bestuur van VeViVo (Vereniging tot Viering van Volksfeesten). De zwarte plaquette is onthuld op 4 mei 2002 door de oud-strijders J. Scheele en P. Luteijn. De toevoeging van de tweede plaquette en het informatiepaneel was het initiatief van de gebroeders Schuurmans.

Onthulling
Het monument is onthuld op 5 mei 1970 door burgemeester G. baron van Voorts tot Voorts.

Bronnen

Voor meer informatie
Een monumentaal oorlogsverhaal, Frans van Gaal.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

De slag bij de Poeldonk

Martien en Albert Schuurmans, Den Dungen - Noord-Brabant

Op 12 mei 1940 vinden op de Poeldonk hevige gevechten plaats tussen Nederlandse en Duitse militairen. Vader en moeder Schuurmans schuilen met hun kleine kinderen in de kelder van hun boerderij. Iets verderop sneuvelen twee Zeeuwse 'jongens' en de majoor van hun bataljon. De Dungense bevolking wil in 1969 een monument voor hen oprichten. Vader Toon Schuurmans biedt zijn erf aan. Jaren later vindt zoon Martien oud-strijders en nabestaanden van de gedode soldaten terug. Stukje bij beetje wordt duidelijk wat er gebeurd is op de Poeldonk, die dag in 1940.

door Anita van Stel

Twee gevechten
Martien: "Mijn vader Toon en moeder Cato hadden aan het begin van de oorlog vier kinderen. Albert was net geboren, ik nog niet. Mijn vader kreeg te horen dat hij vanwege het oorlogsgevaar geëvacueerd moest worden, van de Poeldonk naar het dorp Den Dungen, maar hij weigerde. Met zijn tienen - ook opa, oma en een broer en zus - schuilden ze in de kelder. Op die zondagmorgen 12 mei trok het 14e Regiment Infanterie ten strijde onder aanvoering van de moedige majoor Döbken."

Geluk gehad
"Er vond hevige strijd plaats. Vanuit vliegtuigen werd met mitrailleurs geschoten. Mijn familie in de kelder kwam er ongedeerd vanaf. Nadat de Duitsers waren doorgetrokken bleek de ravage op de Poeldonk enorm. Vijf boerderijen met rieten daken waren in brand geschoten, die van ons niet. Het huis was wel zwaar beschadigd. Ruiten waren gesprongen en de dakpannen zaten vol kogelgaten. In huis was ook veel kapot. De meeste Nederlandse militairen hebben kans gezien te ontkomen. Ze doken links en rechts boerenschuren in. Mijn vader wist zeker dat er meer dan acht gesneuvelde Duitsers waren. Hij heeft gezien dat de lichamen na de tweede aanval werden afgevoerd, maar wilde daar nooit over praten. Kennelijk vond hij het te zwaar. 'Waarom wil je dat toch weten', vroeg hij mij. Met stukjes en beetjes moest ik zelf de geschiedenis achterhalen."

Majoor Döbken gesneuveld
"Het derde bataljon van het 14e RI bestond voornamelijk uit Zeeuwse jongens. Twee van hen, Piet Luteijn en Bram Goedegebuure, vertelden mij later over de toedracht van de mislukte weerstand. Ik zette hun verhaal op de website www.monumentpoeldonk.nl"

Enkele fragmenten uit het verhaal: "Majoor Döbken was inmiddels met zijn bataljon het veld in gekomen, waar het Duitse leger de aanval langzaam had ingezet met mortiervuur. Voordat hij naar het slagveld vertrok, vroeg de majoor aan een infanterist zijn geweer en ging zelf voorop. Toen de vijand op vijftig meter naderde besloot de majoor tot een tegenaanval. Hij stelde zijn mannen gerust met de woorden: 'Jongens niet bang zijn hoor, wij kunnen ze best aan'. De majoor gaf zelf als echte KNIL Luitenant-Kolonel, het grote voorbeeld."

"Intussen nam het gevecht in volle hevigheid toe. De granaten vielen overal tussen onze stellingen neer. Een Duits vliegtuig ratelde een serie mitrailleurkogels naar beneden en liet kort daarop en bom vallen. Onze soldaten trokken zich terug, maar de majoor gebood ons te verspreiden. Tijdens de strijd werd er geweldige weerstand gegeven door onze Nederlandse militairen. Bij een schuurtje aan het huis van landbouwer Van Hedel zag de majoor op enige afstand een Duits geschut staan. Hij liep vooruit met een sergeant om dat onschadelijk te gaan maken. De majoor werd aan het hoofd geraakt en was op slag dood."

"Onze militairen waren hun geliefde majoor kwijt. Dit had direct grote gevolgen voor het gehele bataljon en het 14e RI. Iedereen ging vanaf dat moment zijn eigen weg, de organisatie viel geheel uiteen. Het gedeelte waar ik bij was, trok terug langs de Zuid-Willemsvaart langs het binnendijkje. Bij een straatweg zagen wij veel Duitsers. We waren ingesloten en onze officieren raadden ons aan de wapens en munitie weg te steken en ervoor te zorgen dat we niet krijgsgevangen werden genomen. We verborgen ons bij boeren op de hooizolders. In burgerkleding probeerden we bij onze troepen te komen, in groepjes van twee of drie man. De twee andere gesneuvelde Nederlandse militairen waren Jan Jansen van Dam (1918) en Abraham van Lenten (1912). Ze werden met Döbken begraven op het Heilig Hartplein in Den Dungen.*"

Monument
"Op een dag in 1969 kwam Willem van Doorn, lid van de Vereniging tot Viering van Volksfeesten VeViVo, bij mijn vader langs. Hij wilde een monument oprichten voor de op de Poeldonk gesneuvelde Nederlandse militairen. Hij kende veteraan Bram Goedegebuure van het 14e RI. Van Doorn vroeg of het monument op de grond van mijn vader mocht komen te staan, omdat de gemeente geen plek beschikbaar stelde. 'Moeten wij nog steeds aan die oorlog herinnerd worden' vroegen sommige gemeenteraadsleden zich af. Eind jaren zestig vonden maar weinig herdenkingen plaats. Mensen wilden niet over de ellende praten."

Gedragen door de dorpgenoten
"De dorpsgenoten brachten 1300 gulden bij elkaar voor de oprichting van het monument. Mijn ouders vonden het direct goed dat er een monument op hun erf kwam. 'Die goeie mens Schuurmans, die doet dat wel', zeiden ze in het dorp over mijn vader. Het monument werd gebouwd en op 5 mei 1970 volgde een mooie onthulling door burgemeester Van Voorts tot Voorts."

Monument geadopteerd
"De eerste jaren onderhield mijn vader het monument samen met Willem van Doorn van VeViVo. Toen de vereniging zichzelf in 1976 ophief, droeg de gemeente het geld voor onderhoud over aan mijn vader. Jarenlang hebben onze ouders ervoor gezorgd dat het monument en de naaste omgeving er netjes bij bleven liggen. Bij het overdragen van zijn woning aan Albert en mij vertrouwde mijn vader erop dat wij zijn werk zouden voortzetten. Je kunt dus wel zeggen dat de familie Schuurmans het monument heeft geadopteerd."

Diep gevoel en respect
"Na de oprichting van het monument was er tien jaar lang geen herdenking. In 1980 kwam het oude bestuur van VeViVo nog eenmaal bijeen om ervoor te zorgen dat het initiatief werd opgepakt. Sindsdien is er jaarlijks een herdenking en kranslegging. De organisatie is in handen van het Oranjecomité in samenwerking met ons. Afgelopen jaar verzorgde de gemeente de ontvangst en wij, Martien en Albert, de rest van het programma. Ik leg daar diep gevoel in, met respect voor de mensen die de strijd hebben meegemaakt. Vanaf 1982 worden overigens alle oorlogsslachtoffers - ook van de strijd in Nederlands-Indië en vredesmissies - herdacht."

Onbekende veteranen
"In de jaren na de oorlog kwamen er regelmatig mensen naar de Poeldonk. We wisten niet dat het veteranen waren die terugkeerden naar de plek waar ze gevochten hadden. Op een dag, in 1989, kwam veteraan Jan Scheele een praatje maken met mijn vader. Hij was geëmotioneerd door de herinnering aan zijn overleden makkers en door zijn eigen bijdrage aan de strijd. Na Bram Goedegebuure was hij de eerste oorlogsveteraan die we leerden kennen."

Opsporen
"Vanaf 2001 ben ik actief andere veteranen gaan opsporen. Ik wilde dat mensen wisten dat er op de Poeldonk een oorlogsmonument was. Via oproepen in het veteranentijdschrift Checkpoint kreeg ik ook contact met families van de gesneuvelden. Enkele families kwamen er toen pas achter dat er een monument bestond voor hun geliefde man, vader, oom, broer of zwager. Zo vertelde een nicht van Jan Jansen ten Dam dat ze na de oorlog steeds vanuit Leersum naar het Heilig Hartplein in Den Dungen was gefietst om oom Jan te bezoeken."

Eerbied voor herinneringen
"De families deelden hun herinneringen met mij en ik schreef de verhalen op. Ik vind het belangrijk om hun emoties goed in te voelen. Dingen die te privé zijn, heb ik natuurlijk niet gepubliceerd. Ik vond ook negen oud-strijders. Ik vind het mooi om veteranen, in de korte tijd dat ze nog leven, waardering te geven. Soms sla ik in de gesprekken wonden open, dat vind ik dan wel verschrikkelijk. Toch merk ik dat mensen er behoefte aan hebben om stil te staan bij hun herinneringen, ook al zijn die niet mooi. Dat was eind jaren zestig anders."

* Op 3 augustus 1957 zijn de drie gesneuvelden herbegraven op het Ereveld Loenen.

Bron:

www.monumentpoeldonk.nl, beheerd door Martien Schuurmans

De slag bij de Poeldonk

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht