Adopteer een monument

Herdachte groepen: Verzet Nederland
Ontwerper: Horst Jungblut (15-05-1941)
Onthulling: 1949
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2017-2018 geadopteerd door OBS Rijnsweerd.

Utrecht, monument in Fort De Bilt (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Utrecht, monument in Fort De Bilt (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Utrecht, monument in Fort De Bilt (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Utrecht, monument in Fort De Bilt (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Utrecht, monument in Fort De Bilt (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Utrecht, monument in Fort De Bilt (foto: B. van Bohemen / NIOD)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument in Fort De Bilt te Utrecht is een wit natuurstenen beeld van een vrouwenfiguur met kind en hond. In haar rechterhand houdt de vrouw een lauwerkrans vast. Het beeld is geplaatst op een gemetseld muurtje. Onder het beeld is een plaquette van witte natuursteen en een ijzeren kruis aangebracht. Voor het beeld is een bloemenperk aangelegd. Bij het gedenkteken is tevens een klokkenstoel met luidklok geplaatst.

Tekst
De tekst op de plaquette luidt:

'DEN VADERLANDT GHETROUWE
BLYF ICK TOT INDEN DOET'.

Symboliek
Het beeld staat symbool voor het gezin dat niet meer compleet is. De lauwerkrans in de hand van de vrouw is een teken van rouw.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument in Fort De Bilt in Utrecht is opgericht ter nagedachtenis aan de verzetsstrijders die hier tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter werden gefusilleerd.

In de bezettingsjaren werd het noordelijke deel van het fort gebruikt als fusilladeplaats. Verzetsmensen uit heel Nederland werden hier geëxecuteerd. In afwachting van hun dood werden zij in een betonnen commandopost ondergebracht. De commandopost was voorzien van een luchtverversingsmachine, die de gevangenen zelf moesten bedienen.

Op de bunkerwanden bevinden zich nog enkele opschriften en een gedicht. Het monument staat op de plaats waar in de Tweede Wereldoorlog de houten fusilladepalen stonden.

Onthulling
Het monument is onthuld in 1949 door de weduwe van een verzetsman.

Locatie
Het monument bevindt zich naast de bunker in het noordelijke deel van Fort De Bilt te Utrecht.

Bron
Oorlogsmonumenten in de Provincie Utrecht, Ingrid van Beuzekom, Roland Blijdenstijn en Rob van Olderen. Stichtse Monumenten Reeks (Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995). ISBN 90 5345 062 9.

Voor meer informatie
Verborgen, niet vergeten, RTV Utrecht, 31 maart 2012.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Eerbetoon aan hen die minder geluk hadden

Ad Stuij (1921-2007), Utrecht - Utrecht

Ad Stuij (1921–2007) is brutaal tegen een SS-er en moet maken dat hij wegkomt. Hij kan aan de slag in een boekhandel. Via de telefoon op zijn werk stuurt Ad gecodeerde berichten door. Dat wordt te gevaarlijk. Hij komt terecht bij een manege in Bilthoven. Dag en nacht is hij bezig met voorbereidingen voor overvallen en sabotageacties. Hij maakt waterpompen bij Fort de Bilt onklaar. Steelt kolen. Saboteert bij Fort Blauwkapel. Dan wordt hij opgepakt. Ad laat niets los en komt vrij. Zes stenen met namen bij Fort de Bilt zijn een eerbetoon aan hen die minder geluk hadden.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Van de trap

"Ik volgde de opleiding tot laborant aan de universiteit van Utrecht. In 1941 werd ik bedreigd door een Duitse SS-er. Hij was een voormalig wetenschappelijk medewerker. Ik zei hem - vanuit jeugdige overmoed - dat hij een verrader was. Toen moest ik maken dat ik wegkwam. Ik kon aan de slag bij de Utrechtse boekhandel en uitgeverij Bijleveld. De boekhandel verkocht tegen mijn zin ook NSB-boeken. 'Moeder, vertel mij eens van Adolf Hilter' was er één van. Dat boek had een papieren band. Zogenaamd per ongeluk liet ik een hele stapel van de trap af vallen, zodat de boeken onverkoopbaar werden. Dat gaf een hoop herrie, maar het boek kwam niet in de winkel."

Gecodeerde berichten
"Onze verzetsgroep verzorgde onderdak voor jongens die niet in Duitsland wilden gaan werken of voor Joodse mensen. De boekhandel had telefoon, waardoor we heel handig allerlei verzetsactiviteiten konden regelen. De berichten waren gecodeerd. Maar op zeker moment voelde ik dat het te gevaarlijk werd in de boekhandel. Ik ging werken in een manege in Bilthoven, langs de spoorlijn Utrecht - Amersfoort. Deze werkplek bood me een nieuwe dekmantel."

Overvallen en inlichtingenwerk

"In Bilthoven woonde één van de bazen van mijn verzetsgroep, de heer Nieuwenhuizen. Hij zat bij de Inlichtingendienst. Ik werd het land in gestuurd om sabotagemogelijkheden aan het spoor in kaart te brengen. Ik bezorgde bonkaarten en deed mee aan overvallen met de Knokploeg. Dag en nacht was ik er mee bezig. Mijn zus stimuleerde me. Een jongere zus werd later ook nog actief in het verzet. Alles verliep wonderlijk goed. Je realiseerde je niet echt hoe gevaarlijk het was. Gelukkig maar, want anders had je misschien niets gedaan."

Kolen stelen

"In september 1944 wilden we mee gaan helpen aan de gewapende strijd om Arnhem, maar dat plan mislukte. Na de Slag om Arnhem kwamen gewonde geallieerde soldaten, door de Duitsers gevangen genomen, terecht in het Antonius ziekenhuis aan de Utrechtse Hoogstraat. Op een donkere avond hebben we er vijftien bevrijd. Via adressen in Zeist slaagden sommigen er vervolgens in terug naar de geallieerde linies te komen. Anderen waren voor verdere medische verzorging bij een bevriende arts ondergebracht. De parachutisten hadden warmte nodig, want het was bar koud, die winter. We stalen kolen bij de opslagplaats van de firma Takken in Bilthoven."

In de cel

"Overal zaten Duitsers. Als je sabotage kon plegen, deed je dat. Bij Fort de Bilt maakte ik waterpompen onklaar. In 1945 werd ik op straat gearresteerd, voor sabotagewerkzaamheden bij Fort Blauwkapel. Waarschijnlijk ben ik verraden. In de cel hebben ze me flink 'geteisterd'. Ik liet niet genoeg los. Na veertien dagen smeten de Duitsers me weer op straat. Ik had geen namen van mijn vrienden prijsgegeven. Ze hadden me ook nog verhoord over de diefstal van de kolen. Mijn verweer was dat mijn oude moeder in de kou zat en dat ik geen Duitse maar Nederlandse kolen had gestolen. Daarmee was de zaak niet langer Duits en werd ze overgedragen aan de Nederlandse justitie. Na de bevrijding werd ik veroordeeld tot tien gulden boete voor diefstal van kolen van de Nederlandse gemeenschap. Tot op de dag van vandaag heb ik geweigerd die boete te betalen. Later heb ik de gratie van koningin Wilhelmina ook afgewezen."

Fort de Bilt

"Meteen na de oorlog werd ik lid van de Bond van Oud Illegale Werkers (BOIW). De voorloper van de Nationaal Federatieve Raad van het Voormalig Verzet Nederland, in 1947 opgericht. Ik was voorzitter van de Utrechtse afdeling van NFR/VVN. Het was voor mij vanzelfsprekend dat op Fort de Bilt een monument moest komen. Binnen de NFR/VVN kwam ik in aanraking met nabestaanden van gefusilleerde verzetsmensen. Sommigen waren al op straat in de rug geschoten. Bij Fort de Bilt werden mensen uit vrachtwagens naar een grasveld gejaagd, waar het doodvonnis werd voltrokken. Of ze wachtten in de beruchte bunker hun executie af. De Duitsers hadden na mei 1940 een schietbaan ingericht. Er zijn ongeveer zestig mensen omgebracht, de meeste door een vuurpeloton. Ik ben er goed vanaf gekomen. De herdenkingen zijn een eerbetoon aan degenen die minder geluk hadden."

Zes stenen met namen

"Wij wilden de namen van de omgekomenen vereeuwigen. Eerst boog een commissie zich eind jaren zeventig over het achterhalen van de namen van de slachtoffers. De heer Overwater* deed later het meeste speurwerk. In 1980 hebben we de Stichting Herdenkingsmonument Fort de Bilt opgericht, die moest waarborgen dat de herdenkingsplaats zou blijven bestaan. In een acte is vastgelegd dat de gemeente Utrecht zich zou inspannen voor het behoud van deze historische plaats. Het eigendom van Fort de Bilt is overgegaan naar Domeinen. Op vijf stenen zijn de namen, de leeftijden en de overlijdensdata van de terechtgestelden aangebracht. Op de zesde staan de namen van verzetsmensen, die in of bij de stad Utrecht zijn omgekomen door executie, moord of bij gevechten tijdens de Bevrijdingsdagen. Waarschijnlijk missen we nog namen. De klokkentoren kregen we van het centraal militair hospitaal, dat vertrok uit Utrecht. Het originele randschrift van de klok luidt, vrij vertaald uit het Frans: 'Ik luid voor degenen die hier verzamelen'. Dat doen we elke laatste zaterdag voor de vierde mei."

Bron:

  • A.M. Overwater publiceerde in 1997 het boek ‘De gevallenen in de forten van Utrecht, 1942 - 1945
Eerbetoon aan hen die minder geluk hadden

Sie worden erschossen

Velo Bierman (1916-2014), Utrecht - Utrecht

Vijf patronen per persoon. Daar moeten Ruud 'Velo' Bierman (1916-2014) en andere gemobiliseerde militairen het mee doen op 10 mei 1940. Na de capitulatie moet hij voor de Duitsers in de Opbouwdienst gaan werken. Ondertussen raakt hij betrokken bij het verzet. Hij leert doden zonder wapens. Zijn groep wordt verraden. Hardhandig arresteert de Grüne Polizei 120 mannen. Eindeloze martelende verhoren volgen. 'Sie worden erschossen' luidt op een dag de boodschap. Het vonnis zal worden voltrokken in Fort De Bilt. De spelling van zijn naam redt hem. Zijn nieuwe bestemming wordt kamp Natzweiler. Mensen die daarheen gaan verdwijnen 'in nacht en nevel'.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

De mobilisatie

"Ik heb als kind een keiharde opvoeding gehad. In 1936 kwam ik uit militaire dienst. Kort daarna werd ik opgeroepen om als elektricien de kwartieren in orde te maken voor de mobilisatie. Vervolgens werd ik gemobiliseerd in Huussen bij Arnhem, bij het 43e Regiment Infanterie."

Wapens inleveren

"Daar zat ik toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak. We zagen 's nachts vliegtuigen in de lucht, maar we hoorden pas de volgende morgen wat er aan de hand was. Vijf patronen per persoon kregen we uitgereikt. Ondertussen kwamen de Duitsers met duizenden tegelijk en met automatische geweren uit de lucht omlaag. Na veertien dagen moesten we als krijgsgevangene onze wapens inleveren. Tijdens het afmarcheren zag ik een deur van een huis open staan. Ik schoot naar binnen. Een man deed mij een kostuum cadeau en zo kon ik naar huis."

Betrouwbaar

"Na een maand thuis kreeg ik een oproep voor de Opbouwdienst* en weer kwam ik in Huussen terecht. Tijdens een weekendverlof op weg naar huis zat ik in de wachtkamer van het station Boxtel. Daar zaten ook veel hoge Duitse militairen. Een van hen lonkte een kind naar zich toe met een reep chocolade. Ik kon het niet aanzien, pakte het kind op en gaf het aan de Brabantse moeder terug. Gelukkig arriveerde op dat moment de trein. In de trein benaderde een man mij. Hij had mijn actie in de wachtkamer gezien en vertelde dat hij bezig was een groep jongelui op te leiden 'op een andere manier dan wij gewend zijn'. Hij vond mij betrouwbaar en vroeg of ik overgeplaatst wilde worden naar Den Haag. Veertien dagen verhuisde ik naar het technisch korps van de Opbouwdienst in Den Haag."

Pietersen

"Ik wist dat het om verzetswerk ging, maar had geen idee wat me te wachten stond. In een eerste bijeenkomst stelde iedereen zich voor als 'Pietersen'. Ik was vanaf dat moment ook Pietersen en zou worden opgeleid in het doden zonder wapens. We oefenden in het geheim. Als koerier bracht ik berichten rond in Den Haag. We werden goed opgeleid, maar hadden geen middelen. Vanuit Engeland zouden wapens en dergelijke aangevoerd worden. Ik werd als monteur overgeplaatst naar Hooghalen, waar een groot kamp van de Opbouwdienst was. Op een door mij aangegeven terrein vond de eerste dropping van het Englandspiel plaats. Toen de Opbouwdienst overging in de Arbeitsdienst en steeds meer nationaalsocialistisch werd namen we met vijf man ontslag. Ik weigerde de Hitlergroet te brengen."

7 maart 1942
"Op een dag, op weg naar het station, waarschuwde een meisje me dat er opdracht van de Gestapo op het postkantoor binnengekomen was om mij te arresteren. Ik was 'schiessgefährlich'. Ik zou ter plekke doodgeschoten mogen worden. Ik liet mijn pistool bij het meisje achter. Onderweg naar Den Haag had ik het gevoel dat ik gevolgd werd. De volgende morgen werd ik van mijn bed gelicht door Grüne Polizei. Ze kwamen met de sleutel naar binnen. 'Aufstehen, Hände hoch', riepen ze. De straat was vol met SS-ers met mitrailleurs. Ik werd aan handen en voeten gebonden en de weg over gesleurd. Ook vele andere Pietersen werden gearresteerd. Het was 7 maart 1942."

Oranjehotel

"Vervolgens werd ik naar het Oranjehotel, de strafgevangenis in Scheveningen, gebracht. Een van de eerste dingen die ik daar zag was een leus op de muur: 'in deze bajes zit geen gajes, maar Hollands glorie potverdorie'. Ik werd verhoord door een Duitse soldaat, die in Hooghalen bij de dropping was geweest. Hij had alles verraden. Na de oorlog bleek dat een andere Duitse topspion een zolderkamertje bewoonde op mijn onderduikadres. 'Wie is de Hauptmann', was de enige vraag die hij stelde en hij sloeg met zijn sleutelbos de tanden uit mijn mond. Op dat moment kwam mijn harde opvoeding van pas. Ik kon tegen pijn. Na de eindeloze verhoren - soms 36 uur achter elkaar, met steeds dezelfde vraag - heb ik een maand in een donkere cel gelegen om bij te komen. De muren waren gewatteerd, zodat je er met je hoofd tegenaan kon lopen."

Fort de Bilt

"In de cel raak je alle besef van tijd kwijt, maar ik heb tussen de zeven of acht maanden in Scheveningen gevangen gezeten, 'ohne Begünstigung'. Dan kreeg je geen bezoek, brieven of lectuur en je werd maar eens in de veertien dagen gelucht. Een tor zorgde voor de enige afleiding. Op een dag riep een bewaker 'fertig machen, Sie werden erschossen, Sie gehen auf Transport'. Daarmee hadden ze al vaker gedreigd, maar nu was het kennelijk menens. Ik vroeg of ik een dominee zou kunnen spreken. Die zou in Fort de Bilt aanwezig zijn, luidde het antwoord."

Biermann met twee nn-en
"Ze brachten me rechtstreeks naar Fort de Bilt in Utrecht. In een gebouwtje moest ik wachten, maar de SS-ers lieten de deur openstaan. Ik hoorde ze tegen elkaar zeggen 'Er ist nicht der richtige Bierman'. Wat was het geval? Mijn naam was Duits gespeld als 'Biermann' met twee nn-en. Ik zat te luisteren en ik kreeg hoop. Ze moesten een Biermann hebben met twee nn-en, ik ben Bierman met één 'n'. De Duitse militair van Fort de Bilt viel over die ene 'n'. Toch werd ik werd naar de bunker gebracht.
Daar zat ik een paar uur, alleen. Plotseling werd ik weer terug naar Scheveningen gebracht. Niemand legde uit waarom ik de tocht gemaakt had. Het werd voor mij een uitje, maar het had mijn dood kunnen zijn. Ongelooflijk dat ik nog leef. 

Natzweiler
"Eenmaal terug in Scheveningen werd ik samen met de hele groep van 120 verzetstrijders verplaatst. Eerst naar kamp Amersfoort. Binnen een maand was ik zelf één van de levende lijken die we daar aantroffen. Dan naar kamp Vught. Er volgde een proces in Haaren. Tot slot werd de hele Haagse verzetsgroep in veewagens op transport gesteld naar Natzweiler**. Wie naar Natzweiler ging, werd uitgeschreven uit Bevolkingsregisters. De gemiddelde overlevingsduur in Natzweiler was drie weken. Je werd doodgeschoten, omgebracht in de gaskamers, of je ging dood door honger, ziekte of het zware werk in de steengroeve. Ik heb de gaskamers en de lijken buiten het kamp gezien, omdat ik daar als elektricien van het Elektrisch Kommando moest werken. Van de 120 Pietersen hebben er 7 de oorlog overleefd."

Waarom ik niet?

"Ik ben na de oorlog gaan vertellen over alles wat ik heb meegemaakt. Ik ga ook met scholieren naar de concentratiekampen toe. Ik herinner me veel details. Het vertellen is mijn redding geweest. En ik vind dat mensen de geschiedenis moeten kennen. Herdenkingen zijn belangrijk. Fort de Bilt neemt voor mij een speciale plaats in. Elk jaar vraag ik me daar bij de herdenking af waarom ik niet gefusilleerd ben."

* De Opbouwdienst was de voorloper van de Nederlandse Arbeidsdienst. De Opbouwdienst werd met een verordening van Seyss-Inquart in 15 juni 1940 ingesteld, met als doel beroepsmilitairen en dienstplichtigen - die na 15 mei 1940 geen werk meer hadden - in het arbeidsproces te betrekken. De Opbouwdienst ging in 1941 over in de Arbeidsdienst. Hiervoor werden ook niet militairen opgeroepen. (met dank aan Hubert Berkhout, NIOD)

** Natzweiler - Nacht und Nebel. De woorden horen bij elkaar en staan voor de verdwijning in 'nacht en nevel' van mensen die om hun verzet tegen het naziregime waren gearresteerd. Niemand wist waar zij bleven. In kamp Natzweiler waren ze niet alleen figuurlijk onzichtbaar, maar ook haast letterlijk want in het kamp op de noordhelling van een 800 meter hoge bergtop in de Elzas, waren nevel en duisternis vaste gasten. Naar schatting werden zo’n zeshonderd Nederlandse verzetsstrijders naar kamp Natzweiler gedeporteerd nadat zij vaak in eerste instantie de doodstraf tegen zich hadden horen uitspreken. Honger, kou, slaag en onmenselijk zwaar werk werden hun deel. De Nacht und Nebel-gevangenen leefden onder een constante doodsdreiging want Vernichtung durch Arbeit was er het doel. De steengroeve, waar rood graniet werd gehakt voor de bouw- en beeldhouwwerken van het Derde Rijk, was het meest gevreesde arbeidscommando. (bron: www.NIOD.nl)

Gerelateerde links

Sie worden erschossen

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht