Adopteer een monument

Herdachte groepen: Vervolgden Nederland, Verzet Nederland
Ontwerper: Mari S. Andriessen (1897-1979)
Onthulling: 1 december 1952
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2016-2017 geadopteerd door Basisschool Rosj Pina.

Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (Foto: Dick Simonis/NKvB)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Amsterdam, 'De Dokwerker' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Onthulling, december 1952 (foto: Leo ter Heege - foto Ampho)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument 'De Dokwerker' in Amsterdam is een beeld van een staande mannenfiguur. Het beeld is geplaatst op een voetstuk.

Tekst
De tekst op het voetstuk luidt:

'25 FEBRUARI
FEBRUARISTAKING 1941
DAAD VAN VERZET DER BURGERIJ
TEGEN DE JODENVERVOLGING
DOOR DE DUITSE BEZETTER'.

Symboliek
Met het beeld van de onverschrokken havenarbeider wordt uitdrukking gegeven aan de moedige daad van de mannen en vrouwen die in staking gingen. In 1951 vroeg kunstenaar Mari Andriessen aan de Haarlemse timmerman en aannemer Willem Termetz om voor zijn beeld te poseren. Vermoedelijk zaten Termetz en Andriessen samen in het verzet. De zware soepele lichaamsbouw van Termetz had waarschijnlijk de uitstraling die Andriessen voor zijn beeld zocht.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

'De Dokwerker' in Amsterdam herinnert aan de Februaristaking in 1941. Deze eerste grootscheepse protestactie wordt jaarlijks herdacht in het besef dat bescherming van vrijheden en mensenrechten onontbeerlijk is, zeker in tijden wanneer er sprake is van uitingen van onverdraagzaamheid en discriminatie.

In de periode voorafgaand aan de Februaridagen van 1941 werd er door de bezetter steeds meer druk uitgeoefend op het politieke en economische leven en kregen de anti-Joodse maatregelen een steeds grimmiger karakter. Geüniformeerde NSB'ers van de Weerbaarheidsafdeling (WA) gingen over tot het organiseren van provocaties in Joodse buurten. Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht', er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en Joden mishandeld.

Op 11 februari 1941 kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag, waarbij de WA'er Hendrik Koot zwaargewond raakte en enige dagen later aan zijn verwondingen overleed. Als reactie hierop werd de oude Joodse wijk een dag later door de bezetter afgesloten.

Op 17 februari ontstond er veel ophef over het feit dat bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor dwangarbeid in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer.

Op 19 februari werd in de Van Woustraat 'IJssalon Koco' van de Duits-Joodse vluchtelingen Ernst Cahn en Alfred Kohn bestormd door manschappen van de Grüne Polizei. Toen de manschappen al schietend binnendrongen, werden zij opgewacht door een knokploeg die bij hen ammoniak in het gezicht spoten. Alle aanwezigen werden gearresteerd.

Er volgden harde represailles. Op bevel van SS-chef Heinrich Himmler, rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart en SS-generaal Hanns Albin Rauter vond er in de Jodenbuurt een grootschalige razzia plaats. 427 Joodse mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar werden bij hun gezinnen weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Slechts twee van hen zouden het overleven.

De verontwaardiging bij de Amsterdammers was groot. In de avonduren van 24 februari 1941 werd op de Noordermarkt een korte bijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest Staakt, staakt, staakt !!! opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven.

De oproep vond breed gehoor onder de Amsterdammers. Overal in de hoofdstad werd het werk neergelegd en ontstond een sfeer van spontane saamhorigheid. Het openbaar vervoer kwam tot stilstand en bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten werd het werk neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij de confectiefabriek Hollandia-Kattenburg en bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp.

De bezetter reageerde furieus. Op 26 februari nam generaal Friedrich Christiansen het gezag in de provincie Noord-Holland over. Op zijn bevel moest er bij onlusten en samenscholingen met scherp in de menigte worden geschoten.

De stakers gingen weer aan het werk. In de weken die daarop volgden werden honderden stakers en vooral CPN'ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd.

De Februaristaking van 1941 was de eerste, grote daad van verzet in Nederland tegen het antisemitisme en de terreur van de Duitse bezetter.

Oprichting
Kunstenaar Mari Andriessen maakte het beeld in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur. Het beeld is in een Parijse gieterij gegoten. Aanvankelijk stond 'De Dokwerker' met zijn armen gestrekt naar het Waterlooplein. In 1970 is het beeld verplaatst richting de synagoge, vanwege werkzaamheden aan de metro. De keuze voor het Jonas Daniël Meijerplein heeft te maken met de razzia's van 1941, maar ook met de onzekerheid over hoe de jodenbuurt zou worden opgeknapt.

Het monument is niet alleen de centrale plaats van de herdenking van de Februaristaking, het is ook een aantal keren het begin of eindpunt geweest van demonstraties tegen racisme.

Onthulling
Het monument is onthuld in december 1952 door Hare Majesteit Koningin Juliana.

Bronnen

  • Comité Herdenking Februaristaking 1941
  • Om nooit te vergeten - Amsterdamse monumenten en gedenktekens ter herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, Mies Bouhuys en Boris Klatser. (Bussum, Produktie Uitgeverij Thoth, 1995). ISBN 90 6868 124 9.

 

De hoofdstad herdenkt de Februaristaking van 1941, door Polygoon-Profilti (producent) / Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (beheerder), is gelicenseerd onder Creative Commons – Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken.

Herdenking Februaristaking, door Polygoon-Profilti (producent) / Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (beheerder), is gelicenseerd onder Creative Commons – Naamsvermelding-Niet-commercieel-Geen Afgeleide werken.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

De angst lag als een deksel over Amsterdam

Mien ten Dam-Pooters (1917-2016), Amsterdam - Noord-Holland

Bijna alle naaisters lopen mee naar de Februaristaking op de Noordermarkt. Het is februari 1941. Mien ten Dam-Pooters (1917) legt het naaiatelier waar ze werkt plat. De hele familie Pooters, vader, moeder en zeven kinderen, is actief in het verzet. Broer Pam bekoopt dit met de dood in 1943. Tot voor kort sprak ze op scholen over de oorlog toen en racisme nu. Of, zoals ze haar Marokkaanse overbuurman uitlegt, allochtoon zijn betekent dat je zelf of je ouders niet in Nederland geboren zijn. Meer niet. "Met onderscheid maken is niks mis, het mag alleen niet tot discriminatie leiden".

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Fascisme is moord

"Hitler riep in '33 al dat hij Duitsland zou bevrijden van Joden en communisten. Zou hij voor Nederland andere plannen hebben? Nee toch? Er kwamen veel Joodse emigranten naar Nederland. Mijn broer, zussen en ik zaten bij de communistische jeugdbond De Zaaier. We verzetten ons tegen elk onrecht en discussieerden over het opkomende fascisme. Mijn vader had café De Vriendschap op de Nieuwmarkt. Het was een gezellige Jodenbuurt. Met een emmer kalk gingen we erop uit. Fascisme is moord, schilderden we op de muren." 

Jullie gaan er allemaal aan
"Aan het begin van de oorlog was ik japonnennaaister in het atelier van Doyes en Van Cuijk in de Sint Willibrordusstraat. Ik schat dat er zestig tot honderd vrouwen werkten, onder wie ook veel Joodse. De een na de ander verdween. Zonder verzet, niet te geloven. Het is een blijvend groot verdriet. De Joodse Raad speelde een cruciale rol, want die adviseerde iedereen zich te melden. 'Ga maar rustig naar Duitsland', zeiden Asscher en Cohen. Ze schreven in het Israëlitisch Weekblad dat het zo erg niet was. Ik zei tegen de meiden van het atelier dat ze niet moesten vertrekken. Jullie gaan er allemaal aan, waarschuwde ik. Van de gaskamers wisten we niet, wel dat ze vermoord zouden worden. Maar ja, we hadden ze ook niks te bieden. Waar moet je naar toe als je niet gaat? Een mens is bang. Ze zouden toch wel opgehaald worden. 'Ah, mesjoche communist, zei mijn Joodse collega Koosje, wij zullen hard moeten werken, maar we zijn sterk'. Niemand is teruggekomen." 

De hele stad op pad
"Toen de Februaristaking zou beginnen, ben ik bij het raam van het atelier gaan staan. Mijn man stond beneden. Die hield in de gaten of er in de rest van de stad gestaakt zou worden. Als hij zijn duim opstak zou ik het atelier platleggen. Toen kwam dat seintje. 'Dames, ze zijn allemaal aan het staken, want ze halen onze mensen weg en dat willen we niet'. Verdomd zeg, iedereen legde zijn werk neer en liep mee naar buiten. Zelfs de cheffin, van wie ik niet wist aan welke kant ze stond. Zij bleek later een Joods meisje als onderduiker te hebben. Een meisje had verkering met een Duitse soldaat en ging niet mee. We liepen allemaal naar de Noordermarkt. De hele stad was op pad. Het was geweldig." 

Noordermarkt, Noordermarkt
"We moesten een op papier gedrukte oproep verspreiden. Ik kreeg een stapel die ik onderweg uitdeelde. Tijdens het lopen zeiden we tegen de bevolking 'Noordermarkt, Noordermarkt' en iedereen sloot zich aan. We deden net of we niet bij elkaar hoorden. Daarna gingen we zwijgend uit elkaar. Ik heb doodsangsten uitgestaan, maar het moest wel gebeuren." 

De angst lag als een deksel over Amsterdam

"De saamhorigheid van het atelier was geweldig, maar je kon er niet over praten. Iedereen kon je erbij lappen. Ik heb mijn buren getest. Ze wisten niet van mijn onderduikers. Ik vroeg hen langs neus en lippen of ze antwoord zouden geven op de vraag of ik mensen in huis had. Ze zouden mij verraden hebben, omdat ze bang waren. Ondanks die permanente dreiging van verraad was mijn woning een doorgangsadres voor onderduikers. We waren geen helden, maar gewone mensen. Ze kwamen aan je vrienden en kennissen en dat liet je niet gebeuren. Toch was er angst. Je deed allemaal dingen waar je acuut een doodsklap voor kon krijgen. De angst lag als een deksel over Amsterdam. Op elke hoek vond je de Grüne Polizei. Maar niet elke Duitser was een nazi. Sommige Duitse jongens deden ook maar wat opgedragen was." 

De oorlog is voor haar nooit opgehouden

"We zaten bij de verzetsgroep CS-6. Dat stond voor Corellistraat 6, waar de familie Boissevain woonde. Die zaten ook allemaal in het verzet. Verscheidene jongens van Boissevain zijn gefusilleerd. Mijn zus Nel woonde bij mij in huis. Ze is weggehaald, verraden door de vriendin van verzetsstrijder Leo Frijda die gefusilleerd was. Nel werd afgevoerd naar Kamp Vught. Daar vandaan is ze van het ene kamp naar het andere gesleept. Naar negen verschillende, want ze mocht zich niet hechten. Die oorlog is voor haar nooit meer opgehouden. Ze is een paar jaar geleden overleden. Mijn broer Pam is in 1943 gefusilleerd, in de duinen van Overveen. We lazen het in de krant. Hij was nog maar 32 jaar. Veel mensen hebben na zijn dood tegen me gezegd dat hij een aardige jongen was en dat was ook zo. Bij zijn herbegrafenis op de erebegraafplaats bekende mijn vader dat Pam toch gelijk had met zijn politieke denkbeelden." 

Mijn Marokkaanse overbuurman
"Onderscheid mag niet leiden tot racisme, gettovorming of discriminatie. Mijn Marokkaanse overbuurman zegt dat hij na 25 jaar nog altijd allochtoon in Nederland is. Daarmee hoef je niet naar de dokter, antwoord ik dan altijd. Ik heb hem uitgelegd dat allochtoon alleen betekent dat jijzelf of je ouders niet in Nederland geboren zijn. En dat het gaat om hoe je je opstelt en om wederzijdse tolerantie. Met een groep verzetsvrienden en mijn tweede man Jaap ten Dam heb ik veel op scholen gesproken over de oorlog en over fascisme en racisme. Sinds hij een paar jaar geleden overleden is, doe ik het niet meer."

De Dokwerker
"Voor mij vertegenwoordigt het beeld van 'De Dokwerker' het gevoel van saamhorigheid van de Amsterdamse bevolking tegen de Duitse bezetter. Daar met z’n allen op de Noordermarkt. Bij de eerste herdenking waren er zoveel mensen. Dat was geweldig. En dat is nog steeds zo bij de jaarlijkse herdenking. Mooi hè?"

De angst lag als een deksel over Amsterdam

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht