4meiOverlay

Kinderen leggen rood-wit-blauwe bloemen tijdens Nationale Herdenkin

4 mei 2019

Kinderen van scholen uit Flevoland en Amsterdam hebben zojuist rode, witte en blauwe bloemen gelegd op de Dam in Amsterdam. Hiermee luidden ze het defilé in waarmee traditiegetrouw de Nationale Herdenking op de Dam wordt afgesloten. In heel het land vonden herdenkingen plaats ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en diegenen die zijn omgekomen tijdens oorlogssituaties en vredesoperaties nadien. 

Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander en Hare Majesteit Koningin Máxima legden namens de gehele Nederlandse bevolking de eerste krans bij het Nationaal Monument op de Dam. Na de twee minuten stilte werden vijf kransen gelegd voor de omgekomen verzetsmensen, de vervolgden, de burgerslachtoffers, de omgekomen burgers in Azië en voor de omgekomen militairen en het koopvaardijpersoneel, gevolgd door de kranslegging door de Nederlandse autoriteiten. De muzikale begeleiding werd verzorgd door de Koninklijke Militaire Kapel ‘Johan Willem Friso’.   

Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam, riep in haar toespraak op “de herinnering aan onvrijheid door te geven, alsof de oorlog gisteren was.” Ze benadrukte dat er vierenzeventig jaar na de bevrijding nog steeds mensen zijn die het verschil tussen bezetting en vrijheid zelf hebben ervaren.

Herdenkingsbijeenkomst in De Nieuwe Kerk 
Voorafgaand aan de plechtigheid op de Dam hield Diederik van Vleuten de 4 mei-voordracht in De Nieuwe Kerk. Zijn woorden vormden een opmaat naar de twee minuten stilte: “Waar emoties te groot zijn komt de taal tot stilstand. Op de ogenblikken die ons treffen rechtstreeks in ons hart, in onze ziel, op de momenten die ons gaan door merg en been zijn we sprakeloos. We zoeken naar woorden. We zijn stil. Voor een enkel moment, voor langere duur. In die stilte raken wij aan iets dat groter lijkt dan onszelf.” 

De muzikale begeleiding in De Nieuwe Kerk werd verzorgd door het  Orkest van de Koninklijke Luchtmacht, Marcel Salomon (taragot) en LaviniaMeijer (harp). De overdenking werd uitgesproken door hoofdkrijgsmachtaalmoezenier Tom van Vilsteren. Tot slot werd het zesde couplet van het Wilhelmus gezongen, met daarin de woorden “de tirannie verdrijven, die mij mijn hart doorwondt.”