4meiOverlay

Plekken die het verzet levend houden


door Maarten Dallinga| foto's Ben Houdijk

Verzetsmonumenten

Het Platform WO2 heeft 2018 uitgeroepen tot Jaar van Verzet. Daarom licht NC Magazine vijf Nederlandse verzetsmonumenten uit. 

Tienray


“Als ik nu naar buiten kijk, zie ik het monument staan”, vertelt Toon Knoops (83). Voor hem is het verzetsmonument in het Limburgse dorp Tienray, zo’n veertien kilometer ten oosten van Venray, altijd dichtbij. Hij woont ernaast, al sinds de gedenkplek in 1989 werd onthuld. Het monument bestaat uit een beeld van drie meisjes die schuilen voor de regen. “Dit staat natuurlijk symbool voor het onderduiken”, zegt Knoops. 

Eerbetoon 
“We verzorgen het monument het hele jaar door, zodat het er netjes uit blijft zien. Ik zeg altijd trots: ‘Dit is een van de mooiste monumenten van Nederland.’” De gedenkplek is met name een eerbetoon aan Hanna van de Voort, die samen met anderen 123 Joodse kinderen in Noord-Limburg hielp onderduiken. Knoops kende haar persoonlijk: “We woonden in dezelfde straat. Wanneer we moesten schuilen voor de bommenwerpers, gingen we naar een gezamenlijke schuilkelder en daar zat zij dan ook.” 

Knoops vindt het belangrijk om aandacht te blijven vragen voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Samen met zijn vrouw is hij al jaren betrokken bij de lokale 4 mei-herdenking. “Daar krijgen we vaak een pluim voor. Nou, we hopen dit nog lang te mogen doen. Soms krijgen we de opmerking: ‘Och, dat is al zo lang geleden’, maar die mensen hebben niet door dat de verhalen van de Tweede Wereldoorlog ook over nu gaan. Daarom is het ontzettend nodig dat ook kinderen zich bewust worden van wat er toen gebeurd is en van wat er nu nog aan de hand is.” 

Meehelpen 
Basisscholen in de buurt hebben het monument geadopteerd. Knoops vertelt op de scholen over Hanna van de Voort. “Dat maakt altijd indruk.” De leerlingen zijn ook betrokken bij de herdenking en helpen mee de gedenkplek schoon te houden. Ze willen graag iets betekenen, merkt Knoops: “Het is zelfs voorgekomen dat leerlingen die naar de middelbare school gingen, aan mij vroegen: ‘Mogen wij toch nog meehelpen?’ Ja, natuurlijk mag dat, dat is juist belangrijk!” 

Volgens Knoops is het bij de jaarlijkse herdenking bij het verzetsmonument, voorafgegaan door een bijeenkomst in de kerk, “altijd heel druk”. En het hele jaar door vervult de gedenkplek een functie: het monument brengt gesprekken op gang en zorgt voor overdracht van verhalen van de ene op de andere generatie. “Soms zie ik mensen bij het monument staan en denk ik: verdorie, even naar buiten. Dan blijken dat mensen te zijn die hier als kind ondergedoken hebben gezeten...”, zegt Knoops. “Met zo’n plek is het makkelijker om de herinnering levend te houden.” 

 

Sumar


In de straat Knilles Wytseswei in het Friese plaatsje Sumar, zo’n twintig kilometer ten noorden van Drachten, staat een gemetseld voetstuk
 met daarboven een omgekeerde, leeglopende melkbus. Het is een verzetsmonument waarmee in het bijzonder aandacht wordt gevraagd voor 
de slachtoffers van de zogeheten melkstaking, 
in het voorjaar van 1943. Boeren op het Friese platteland leverden niet langer melk aan de fabriek en protesteerden daarmee tegen het bevel van de bezetter om voormalige Nederlandse militairen weg te voeren. 

4 mei comité
Freerk Wijma was een van de deelnemende boeren en hij moest zijn verzetsdaad, net als een aantal anderen, bekopen met de dood. Op 4 mei 1943 schoten de Duitsers hem neer. “Mijn oma zag het gebeuren”, vertelt Jouke Hoekstra van het lokale 4 mei-comité. Zijn opa en oma woonden tegenover Wijma. “Mijn oma vertelde er soms over en dat maakte heel veel indruk.”
In het dagelijks leven is Hoekstra uitvaartverzorger en daardoor weet hij veel over het organiseren van herdenkingsceremonies. Zijn kennis zet hij graag in om het verhaal over de oorlog en
het verzet levend te houden. Sinds 2016 is hij daarom medeorganisator van de 4 mei-herdenking bij het verzetsmonument
in Sumar, waar volgens hem ieder jaar meer mensen op afkomen. Onder de belangstellenden zijn ook veel kinderen; het monument is geadopteerd door de dorpsschool. Hoekstra vindt het “mooi om te zien” dat de verhalen over het verzet worden doorgegeven. 

Herdenking 
Afgelopen jaar werd voorafgaand aan de herdenking voor het eerst een documentaire over de Tweede Wereldoorlog vertoond, in de dorpskerk, een klein stukje verderop. “Dat was een heel groot succes, een schot in de roos. De kerk zat met zo’n 180 mensen bijna vol.” Ook wordt sinds 2016 huis-aan-huis een flyer verspreid met daarop een foto van het monument, om mensen op te roepen op 4 mei langs te komen. 

Albertha Hoekstra, kleindochter van Freerk Wijma, waardeert de jaarlijkse herdenking in Sumar zeer. Zij zag als kind hoe haar moeder op 4 mei moest huilen wanneer de tv aanstond voor de jaarlijkse Dodenherdenking. “We wisten niet wat we ermee aan moesten, het was ongemakkelijk. Later kreeg ik de verhalen te horen en toen viel het kwartje.” De executie van Wijma dreunde in de familie door: “Mijn moeder heeft er heel veel last van gehad, als de maand mei begon was ze altijd gespannen. Wat er toen gebeurd is, mogen we niet vergeten.”

Amsterdam


De plaquette aan de Amsterdamse Plantage Kerklaan, die herinnert aan de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister in 1943 en de daaropvolgende moord op betrokken verzetslieden, valt nauwelijks op. Talloze mensen lopen er dagelijks langs zonder te weten wat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Karel Warmenhoven (81) woont er vlakbij en zet zich in om de herinnering aan de vernieling van het bevolkingsregister levend te houden. Al sinds
de jaren tachtig is hij betrokken bij de jaarlijkse herdenking die bij de plaquette wordt gehouden. 

Aanslag 
Op het monument – pal naast Artis – staan twee data. Als eerste 27 maart 1943: de dag van de aanslag op het bevolkingsregister door het verzet. De tweede datum is 1 juli 1943: de dag waarop twaalf van de ongeveer dertig betrokken verzetsmensen werden gefusilleerd. De mannen waren verraden. Een van de leiders van de aanslag, Gerrit van der Veen, wist te ontsnappen, maar een klein jaar later werd ook hij door de Duitsers vermoord. Willem Sandberg, de toenmalige conservator van het Stedelijk Museum, wist eveneens te ontkomen en hij overleefde de oorlog. Sandberg ontwierp later de plaquette.
Dit jaar is de aanslag, waarbij het bevolkingsregister met explosieven in brand werd gezet, precies 75 jaar geleden. 

“Voor de herdenking zullen ook nabestaanden van de omgekomen verzetsmensen worden uitgenodigd”, zegt Warmenhoven. “Ik zal tijdens de herdenking iets vertellen over wat er heeft plaatsgevonden en er zullen een krans en bloemen worden gelegd.” Ieder jaar zijn er ook leerlingen van een middelbare school aanwezig. “Zij krijgen na de herdenking altijd limonade”, zegt Warmenhoven, “en dan beantwoord ik hun vragen.” 

Het Verzetsmuseum Amsterdam, iets verderop gevestigd aan de Plantage Kerklaan, opent op 27 maart een tentoonstelling over de aanslag op het bevolkingsregister. “Ik vind dat prachtig”, reageert Warmenhoven. “Hoe meer aandacht, hoe beter; dit was immers een van de grootste Nederlandse verzetsdaden van die tijd.” 

Tentoonstelling
Door de aanslag op het register werd een onbekend aantal persoonsbewijzen vernietigd, met het doel het wegvoeren van de overgebleven Joden te bemoeilijken. Ook werden er honderden blanco persoonsbewijzen buitgemaakt, aldus Warmenhoven, die vervolgens konden worden gebruikt om identiteiten te vervalsen. Daarnaast moest de aanslag het moeilijker maken om Nederlandse mannen op te roepen voor tewerkstelling in Duitsland. Het verhaal van de aanslag raakt Warmenhoven nog steeds: “Je zou er een opera over kunnen maken, het is een geschiedenis vol emotie.” De interactieve tentoonstelling Explosiegevaar! in het Verzetsmuseum is te zien tot en met 11 november. 

Sliedrecht


Waarom oorlog, het is niet leuk / Waarom oorlog, het doet mensen verdriet / Waarom oorlog, mensen gaan dood / Waarom oorlog, al die haat / Waarom oorlog, zo’n lange tijd / Waarom oorlog! 

Dit gedicht schreef Jamie van Herk uit groep zeven van basisschool Henri Dunant vorig jaar, ter gelegenheid van de jaarlijkse herdenking in april bij het Crossline-monument in Sliedrecht (Zuid- Holland). Al in 1985 adopteerde de school dit verzetsmonument, dat in 1966 werd onthuld door prins Bernhard. 

Adoptieschool
De plek herinnert aan de verzetsstrijders die aan het eindevan de Tweede Wereldoorlog mensen, militaire berichten en medicijnen door de Biesbosch smokkelden. Zij zorgden, met gevaar voor eigen leven, voor een pendeldienst tussen het bezette noorden en het bevrijde zuiden van het land. 

Ieder voorjaar wordt het monument door de aankomende groep acht geadopteerd. “Er is dan een symbolische overdracht van groep acht naar groep zeven”, vertelt schooldirecteur Irma Valk. “Dit gaat heel formeel en start in het gemeentekantoor, in het bijzijn van veteranen en andere genodigden. Nadat de burgemeester heeft gesproken en een gedicht door een leerling is voorgedragen, lopen we met z’n allen naar het monument. Daar is een ceremonie, waar nog meer kinderen hun gedichten voorlezen.” Die worden, samen met zelfgemaakte tekeningen, ook gebundeld in een jaarlijks boekje. Bij de ceremonie zijn oud-verzetsstrijders, nabestaanden, ouders en het gemeentebestuur aanwezig. Er worden ook altijd een krans en witte rozen gelegd. Aan het einde van de ceremonie wordt de vlag gehesen.

“Voor de kinderen is de adoptieoverdracht een groot moment, zegt Valk. “Ze zijn er altijd actief mee bezig, kinderen van lagere klassen kijken er al naar uit.” In de klas wordt ook veel verteld over het verhaal achter het monument, onder meer door veteranen. 

Verhalen
De school wil hier nog lang mee doorgaan: “Wij vinden het belangrijk dat onze leerlingen weten wie er mede voor verantwoordelijk zijn dat wij nu in vrijheid kunnen leven. Ook willen we de boodschap meegeven dat vrijheid onderhouden moet worden.” Persoonlijk kent Valk vaak niet de verhalen achter oorlogsmonumenten die ze ziet: “Dan loop je ergens en heb je eigenlijk geen idee. Dat geldt voor mij als volwassene, laat staan voor kinderen. Het is goed dat de verhalen niet verloren gaan, met nog altijd zoveel brandhaarden op de wereld.” Jikke Kooren uit groep acht schreef vorig jaar dit gedicht: 

Crossers, jullie hebben pijn gevoeld / De angst. Dapper, moedig / De Sliedrechters geholpen / En iedereen rondom ons / Vrijheid hebben jullie in die tijd niet gekend / Bedankt, moedige vrijheidsstrijders. 

Arnhem


Een obelisk van wit natuursteen, met op de rand van de gedenknaald een bronzen beeldje van een ineengedoken persoon. Dat is het monument ‘Indisch verzet’ op landgoed Bronbeek in Arnhem, ter nagedachtenis aan het verzet tijdens de Japanse bezetting van het voormalige Nederlands-Indië in de periode 1942-1945. Op de zuil staat ook een fragment van het eerste couplet van het Wilhelmus, in de originele tekst: ‘Den Vaderlant ghetrouwe, blijf ick tot in den doet...’ 

Bronbeek 
Het monument werd gerealiseerd in opdracht van de herdenkingsgroep Voormalig Verzet Oost-Azië en onthuld in 1997. Inmiddels is deze groep niet meer actief, vertelt Pauljac Verhoeven. Hij is hoofd van museum Bronbeek, dat de koloniale geschiedenis van Nederland belicht. Het verzetsmonument staat tussen ongeveer twintig andere monumenten, allemaal gedenkplekken die te maken hebben met de strijd in Zuidoost-Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog of met de daaropvolgende dekolonisatieperiode. “Bij al die monumenten leggen we jaarlijks op 4 mei en op 14 of 15 augustus een krans”, vertelt Verhoeven. Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan en eindigde de Tweede Wereldoorlog voor het hele Koninkrijk der Nederlanden. 

Ook al is er geen actieve organisatie meer die zich specifiek bezighoudt met het monument ‘Indisch verzet’, is het volgens Verhoeven goed dat deze herdenkingsplek nog bestaat: “Veel van de zaken die over de oorlog in Azië gaan, worden vergeten. Het is belangrijk dat de herinnering levend blijft en daar helpt dit monument bij.” 

Grote verliezen 
Die herinnering gaat over voornamelijk (Indische) Nederlanders die zich verzetten tegen de Japanse bezetter, vertelt Verhoeven, maar ook sommige Indonesiërs kwamen in opstand. “Het verzet in Nederlands-Indië kende veel grote verliezen, omdat het Nederlandse koloniale bestuur een goed functionerende inlichtingendienst had die werd overgenomen door de Japanse bezetter. Dat was een efficiënte manier om het verzet de kop in te drukken. Ook waren de Europeanen die erbij betrokken waren snel herkenbaar.” Volgens Verhoeven kon haast geen enkele verzetsgroep in Nederlands-Indië overeind blijven. “Veel kopstukken werden gemarteld of geëxecuteerd.” Hoeveel verzetsstrijders om zijn gekomen, is niet duidelijk. “Dit komt onder meer omdat gegevens hierover nog ergens in Indonesische archieven zijn opgeslagen.” In museum Bronbeek wordt aandacht besteed aan het verzet in Nederlands-Indië. Het verzetsmonument op landgoed Bronbeek wordt nog regelmatig bezocht, zegt Verhoeven. “We hebben ook een landgoedgids waarin alle monumenten beschreven staan.” Zo komt het verleden tijdens een wandeling over het landgoed dichterbij.