4meiOverlay
Kim Putters

Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, houdt op 4 mei de toespraak op de Dam. “Herdenken wordt voor de generaties na ons steeds ingewikkelder, ik ervaar het als een morele plicht om de erfenis door te geven.” 

“Werkelijk overdonderd was ik, toen het Nationaal Comité
 4 en 5 mei mij belde met de vraag of ik wilde spreken op de Dam op 4 mei. Ik was er stil van. Het is een buitengewone eer, zeker omdat de Nationale Herdenking een vaste waarde in mijn leven is. In mijn familiegeschiedenis speelt gelukkig geen werkelijk oorlogstrauma. Mijn ouders zijn beiden na 1945 geboren. De oorlog kwam bij ons thuis vooral ter sprake door de verhalen van mijn opa. Als hij zijn doosje tevoorschijn haalde met bonkaarten, nikkelen munten en andere memorabilia uit de bezetting, dan begon hij te vertellen. Over zijn bestaan als binnenvaartschipper en hoe hij beperkt werd door de strenge vaarregels van de Duitse bezetters. Maar ook over de spanning die hij voelde als hij illegaal in het ruim mensen vervoerde. Oma moet vaak bang thuis hebben zitten wachten op de terugkeer van opa.”


“Als jongetje vond ik die verhalen spannend, en ik had nog niet door dat opa bepaalde dingen níet vertelde. Dat hij manoeuvreerde tussen avontuur en leed, tussen openheid en geslotenheid.
 Pas later zag ik in dat de verhalen over de oorlog als schilderijen met luikjes zijn. Achter elk luikje schuilen andere perspectieven en verborgen gevoelens. Een existentiële ervaring had ik op mijn zeventiende, toen ik met vrienden op reis was in Oost-Europa. We wilden Auschwitz bezoeken, maar konden natuurlijk niet bevroeden wat voor ervaring dat zou zijn. Het heeft een onbeschrijfelijk indringende impact op mij en mijn vrienden gehad. De beelden brandden in op mijn netvlies en zijn nooit meer verdwenen.” 

Morele plicht 
“Met het geboortejaar 1973 voel ik me een kind van de vrijheid. Bijzonder, dat de twee andere sprekers op 4 en 5 mei, Daan Heerma van Voss en Stine Jensen ook van mijn tijd zijn - of zelfs nog jonger. Wij zijn de tweede naoorlogse generatie. Herdenken wordt voor de generaties na ons steeds ingewikkelder, vrees ik.
 Ik ervaar het als een morele plicht om de erfenis door te geven. Doordat wij de verhalen nog uit eerste hand hebben gehoord, van onze ouders of grootouders, staan we nog in contact met de jaren veertig. Kinderen van nu kunnen dat niet meer. Voor hen worden het verhalen van verhalen, vele malen abstracter dan het doosje van mijn opa.” 

Broederschap
“Wanneer er geen generatie meer is die zelf heeft meegemaakt wat onvrijheid en terreur inhield, wanneer het directe, lijfelijke geheugen weg is, komt een samenleving in een risicovolle fase. Scherp gesteld: je bent je natuurlijke geweten kwijt, een geweten dat in complexe tijden richting biedt aan grote begrippen als vrijheid. Vrijheid is het hoogste goed, zeggen we snel, maar ultieme vrijheid kan ook gaan inhouden: alles draait om mij en de rest kan stikken. Het is de vraag of de wettelijke bescherming van de democratische rechtsstaat voldoende is. Volgens mij moet er meer zijn dan enkel een skelet aan rechten en vrijheden. Het sleutelbegrip, zoals ik dat zie, is verbinding. Anders is de persoonlijke vrijheid op het moment zelf een genot maar biedt die geen veiligheid in duistere tijden. Verbinding in een samenleving betekent gemeenschapsvorming, sociale cohesie, herkenning. Ken je elkaar, weet je wat de ander bezighoudt? Van de klassieke drie-eenheid uit de Franse Revolutie: ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’, delft de laatste van de drie nog wel eens het onderspit. Terwijl dat nu juist de lijm is.” 

Paradoxen 
“Vanuit mijn werk als directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zijn dit relevante thema’s. Al jaren doet het SCP onderzoek naar de zelfbeleving van Nederland, naar vragen als: hoe ervaren we vrijheid, democratie en identiteit.  Onlangs,
in december 2017, publiceerden we de tweejaarlijkse Sociale 
Staat van Nederland, ditmaal inclusief een terugblik op 25 jaar onderzoek. Hieruit kwamen interessante paradoxen naar voren. Het niveau van welvaart in het dagelijks leven in Nederland is hoog. We hebben het beter dan ooit. Gemiddeld genomen dan, want er zijn wel degelijk scherpe sociale verschillen. Juist door
 die hoge standaard is Nederland een land dat veel te verliezen heeft. Binnen de verzorgingsstaat krijgt niet iedereen de zorg die nodig is, over identiteiten wordt geknokt en economisch gezien missen sommigen de boot. We voelen dat we als samenleving veel te verliezen hebben. Het is deels nog zoals mijn voorganger Paul Schnabel formuleerde: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ Toch ervaren sommigen ook zelf een slechtere leefsituatie, zeker sinds de laatste economische crisis.” 

Bubbels 
“De gevoelstemperatuur is negatiever dan je op basis van het onderzoek naar objectieve feiten zou verwachten. Ook hier zitten weer twee kanten aan. Enerzijds: we moeten erkennen wat we hebben, je moet het ook wíllen zien. Er is domweg een hoger niveau van kwaliteit van leven dan in het verleden. Anderzijds: de gepercipieerde werkelijkheid is ook een werkelijkheid, met een eigen dynamiek. Vergeet niet hoe emoties van mensen, gefundeerd of niet, in het verleden voor grote politieke omwentelingen hebben gezorgd. Dus een gevoelstemperatuur moet je niet bagatelliseren. Als groepen mensen steeds meer spanningen jegens elkaar ervaren, en ik constateer dat dit het geval is in het huidige Nederland, dan moet je daar iets mee. Mensen voelen zich verongelijkt en willen dat uiten, zoeken geestverwanten, zoeken de oplossing in het opstoken van de spanningen, in het afstand nemen van de ander. Die polarisatie moeten we tegengaan, door te proberen de bubbels van het eigen gelijk te doorbreken, door naar elkaar te luisteren en te zoeken naar wat ons wél verbindt. Vrijheid vraagt om verbinding en verbinding vraagt om dialoog. Ik denk dat het stilstaan bij de erfenis van de oorlog daarin een ontwapenende rol moet spelen.” 


 
Over Kim Putters
Kim Putters (1973) is directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en bijzonder hoogleraar Beleid en Sturing van de Zorg in de Veranderende Verzorgingsstaat aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor de Partij van de Arbeid was hij van 2003 tot 2013 lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Putters is in januari 2017 benoemd als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER). Verder is hij onder meer adviserend lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en lid van het bestuur van het Oranjefonds.