4meiOverlay

Veilige haven Friesland


door Yasmina Aboutaleb | foto Fries Verzetsmuseum

Fries verzetsmuseum

Friesland ving in de oorlog tienduizenden mensen op. Oorlogsgeweld en honger dreven de mensen uit het Zuiden en Westen naar de relatief rustige provincie in het Noorden. Het Fries Verzetsmuseum vertelt het verhaal van het verzet en de vluchtelingenopvang dat geenszins aan actualiteitswaarde heeft ingeboet. 

“Roelie, kom je even mee? Ze hebben hier foto’s van het Stormfront,” zegt een oude man in het Fries Verzetsmuseum. Hij staat naast zijn vrouw die op een ronde bank zit uit te rusten, achter haar video’s van luchtaanvallen, geallieerden. En voor wiens geheugen opgefrist moet worden, draagt de muur ook een tijdlijn van de oorlog. 

“De foto’s zijn heel mooi, precies zoals ik het me herinner. Die kinderen droegen van die mooie pakjes met van die puntige hoedjes, weet je nog?” zegt Anne, terwijl hij zijn handen boven zijn hoofd in een driehoek vouwt. 

Roelie Tuitert en Anne Bosma, geboren in respectievelijk 1935 en 1933, waren nog maar klein toen de oorlog uitbrak, maar ze weten er nog opmerkelijk veel van. Anne ziet nog voor zich hoe de Duitsers marcherend hun dorp, net buiten Heerenveen, bereikten. “We hoorden ze al van ver aankomen. De soldaten zongen, de wind voerde het geluid over de landerijen. Ik vond het prachtig, iederéén vond het prachtig.” 

“De Duitsers waren in het begin heel aardig,” vertelt Roelie. “Maar dat veranderde. Mijn vader werd te werk gesteld in een kamp in Duitsland. En mijn opa ging in het verzet.” Het gezin van de kleine Roelie kreeg telkens verschillende tantes te logeren. “Ze hadden namen als tante Jet en tante Ans. Dat vond ik vreemd, want dat waren geen Friese namen. Later besefte ik dat het Joden waren.” 

Stormfront 
Anne’s familie was ‘neutraal’, zegt hij. Ze waren bang, daarom mocht hij als kind ook niet bij het Stormfront, de jeugdafdeling van de NSB. “Dat vond ik heel erg jammer, want die kinderen deden allemaal leuke activiteiten en ze kregen een mooi blauw-wit uniform. Nu ben ik wel blij dat ik er niet bij zat.” 

Ondanks dat een lidmaatschap er niet in zat, mocht Anne wel spelen met een vriendje dat bij het Stormfront zat, omdat zijn vader ‘een goede NSB’er’ was. De man was een vermogend melkboer die, tegen de regels van de partij in, de familie van Anne en vele anderen tijdens de oorlog melk gaf. In het Fries Verzetsmuseum is een bromfietszadel te zien waarin mensen illegaal melk smokkelden. 

Dilemma’s 
Het verhaal van de ‘goede NSB’er’ komt Hans Groeneweg, conservator van het Fries Verzetsmuseum, bekend voor. “Er zijn veel verhalen die de grijstinten van de oorlog laten zien. Goed of fout is een te makkelijke indeling.” Die dilemma’s vormen daarom een rode draad in het educatieprogramma van het museum. 

Het is ook de reden waarom het museum er al in 1995 voor gekozen heeft niet alleen het Friese verzet te laten zien. Verhalen van collaboratie en de consequenties daarvan in Friesland zijn bijvoorbeeld ook in het museum terug te vinden. “Burgemeester Gerben Feitsma van Kollumerland is daar een goed voorbeeld van, hij werd in de oorlog lid van de NSB.” 

In een grote zaal zijn persoonlijke verhalen aan de hand van foto’s, filmpjes en teksten op pilaren uitgelicht. 

“Tegenwoordig is dat heel gangbaar, om de verhalen te vertellen vanuit personen, maar destijds was dat nieuw.” Het Fries Verzetsmuseum was voor de grote herindeling van 1995 een klassiek museum, ontstaan uit een omvangrijke verzameling van objecten van mensen die in het verzet hadden gezeten. 

Groeneweg: “Mensen willen graag ook zelf dingen opzoeken. Wij hebben daarom gekozen voor een beperkt aantal objecten per vitrine. Bezoekers kunnen via het scherm ernaast het verhaal achter het object opzoeken. Vaak zijn er dan ook nog meer foto’s bij.” Het museum heeft nu nog een ruimte gewijd aan de bevrijding van de gevangenen in de Blokhuispoort, maar nu dat een eigen museum in de stad heeft, denkt Groeneweg dat die ruimte in de toekomst voor een ander oorlogsthema zal worden gebruikt. “Een samenwerking tussen de Blokhuispoort en het Verzetsmuseum is logischer dan zelf opnieuw het verhaal vertellen”, zegt Groeneweg. 

Mata Hari 
Het Verzetsmuseum werkt ook samen met het Fries Museum, waarmee het een hypermodern gebouw in het centrum van Leeuwarden deelt. De tijdelijke tentoonstellingen in het pand worden lang niet altijd aan de Tweede Wereldoorlog gewijd, maar dat is volgens Groeneweg geen probleem. “Dit keer is er een tentoonstelling over Mata Hari en dat is goed, want mensen vergeten weleens dat de Tweede Wereldoorlog is voortgekomen uit de Eerste Wereldoorlog. Nederlanders denken dat we toen neutraal waren, maar er werd wel een hek bij de Belgische grens geplaatst om vluchtelingen tegen te houden.” 

Historische feiten waar we van moeten leren, vindt Groeneweg. We staan immers opnieuw voor de vraag hoe we met oorlog en vluchtelingen omgaan. Daarom staat in de laatste zaal van het Verzetsmuseum herdenken centraal. “Hier laten we zien hoe en waar er allemaal in Friesland wordt herdacht. En we hebben een eigen monument laten maken met de namen van omgekomen Friezen. De oorlog niet vergeten, dat is toch waar het allemaal om draait.” 

Meer informatie: www.friesverzetsmuseum.nl 



Serie
Nederland telt vele oorlogsmusea en herinneringscentra. Een deel daarvan werkt sinds 2012 samen via de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45. NC Magazine publiceert elk nummer een reportage van publiciste Yasmina Aboutaleb over een van deze musea of centra. Dit keer: het Fries Verzetsmuseum in Leeuwarden.