4meiOverlay
Daan Heerma van Voss

De 4 mei-voordracht die schrijver Daan Heerma van Voss zal houden in De Nieuwe Kerk in Amsterdam wordt een moment van verzet tegen vergetelheid. “Vergeten is vanzelfsprekend, maar ook een beetje wreed.” 

Tijdens de Nationale Herdenking op de Dam denkt Daan Heerma van Voss aan zijn naamgever. Daan de Jong, beste vriend van zijn vader. Een “heel vrolijke, grappige man, die negentig procent van de tijd een heel innemende warme persoonlijkheid was die elk feestje verrijkte”. Diezelfde Daan de Jong zat als klein, Joods jongetje ondergedoken in Zeeland, ergens in een herenhuis, bij een rijk middenstandsgezin. Na de oorlog wilde Daan daar weg. Hij zat daar alleen en was verschrikkelijk eenzaam. Maar dat mocht niet van zijn oom Loe de Jong (historicus, red.), die vond dat hij niets te klagen had omdat hij genoeg speelgoed had. Zijn eigen ouders hadden de oorlog niet overleefd. Daan de Jong hield er een merkwaardige relatie met de oorlog aan over, vertelt Heerma van Voss. De schrijver had een warme band met hem. “Omdat we het altijd over alles hadden, behalve over de oorlog, dacht ik: we moeten een keer samen naar Auschwitz. Maar hij wilde daar niet over praten.” 

Hoe reageerde hij op jouw idee om naar Auschwitz te gaan? 
“Eerst afhoudend, hij schrok. Maar al snel vond hij het een goed idee. Helaas werd hij ziek en stierf hij, nog voordat we dat konden doen. In 2015 heb ik die reis zonder hem gemaakt, en toen zag ik het laatste stukje dat hij altijd verborgen hield.” 

Wat zag je? 
“Ik begreep het zwijgen beter. Het was tijdens het 70-jarig jubileum van de bevrijding, veel mensen dachten dat het kamp gesloten was, dus ik was ongeveer de enige daar. Helemaal verlaten, het sneeuwde, het was ongelooflijk koud. Het voelde alsof mij een sleutel was gegeven tot Daan.” 

Je kende Auschwitz vooral van beelden. Wat was het verschil met daar staan?
“Ik ben in meerdere vernietigingskampen geweest, maar Auschwitz is een soort macaber heiligdom. Alles dwingt je om je respectabel te gedragen. Om je stil te gedragen, nederig. Je ziet sowieso iets wat je niet had mogen zien, wat er niet had mogen zijn. Het dwong mij om stil en reflectief te zijn.” 

Je schreef ergens: ik voelde me een getuige. 
“Een stille getuige. Maar een getuige is wel een soort betrokkene, op afstand. Het is niet hetzelfde als een slachtoffer. Ik had niet het idee: ik hoor bij dit leed. Maar wel: ik heb dit kwaad, waarover ik zoveel heb gelezen, nu voor het eerst gevoeld. Dat heeft ook te maken met de krankzinnige uitgestrektheid ervan. Zeker Auschwitz II-Birkenau. Industrieterrein na industrieterrein. De grond is keihard, je weet hoeveel bloed daar nog in zit.”


Was er een plek in Auschwitz extra indrukwekkend? 
“Barak nummer tien, waar Mengele zijn experimenten uitvoerde, dus waar Daans vader (de arts Sally de Jong, red.) te werk was gesteld. Ik kon me inbeelden wat Daan gevoeld zou hebben. Hij was er een keer eerder geweest. Dat vond ik heftig. En dat daarnaast in barak nummer elf, in een heel lullig keldertje, geëxperimenteerd werd met vergassingen. Dat is heel vreemd.” 

Leidt een schoolbezoek aan Auschwitz tot meer begrip onder jongeren, denk je?
“Ja, dat helpt. Zonder meer. Maar het zou ook helpen als alle scholieren een keer naar Robbeneiland gingen, of naar Indonesië om te zien waar de politionele acties hebben plaatsgevonden. Contact met de plek waar iets gebeurd is, vergroot het inzicht, of in ieder geval het respect waarmee je ergens over praat. Maar het is een moeilijke vraag, omdat je ook een hiërarchie maakt. Wat is wel belangrijk, en wat niet?” 

Sta je anders op de Dam, nu je in Auschwitz bent geweest? 
“Nee, zo ver zou ik niet willen gaan. Tijdens die twee minuten denk ik aan Daan, aan Ischa Meijer (familievriend, red.), aan Henk, de broer van mijn grootvader die in het verzet zat. Maar ook aan de boodschappen, en of ik de kraan heb open laten staan. Dat ik nog naar de film wil, dat ik nog iets moet afmaken. Ik denk net als veel mensen ook aan onzindingen. Maar ik denk niet aan Auschwitz, aan de massaliteit van zes miljoen, of de tientallen miljoenen, gewone soldaten er nog bij gerekend. Voor mij moet herdenken een gezicht hebben.”

Wat wil je de toehoorders in De Nieuwe Kerk straks meegeven?
“Twee dingen. Dat we moeten beseffen dat vergeten erbij hoort. De nagedachtenis wordt elk jaar iets flauwer. Ten tweede: dat die verflauwing niet betekent dat we er met de pet naar moeten gooien. Het thema dit jaar is verzet en voor mij is verzet in bredere zin dat we ons verzetten tegen die vergetelheid. Dat we blijven proberen te herinneren, op welke manier je dat ook prettig vindt, en dat we daar twee minuten voor reserveren. Vergeten is niet alleen vanzelfsprekend, maar ook een beetje wreed. Dus we moeten het niet als verplichting zien, maar als een soort erekwestie.” 



Over Daan Heerma van Voss

Daan Heerma van Voss (1986) is historicus en schrijver van de romans Een zondagsman (2010), Zonder tijd te verliezen (2012), De vergeting (2013), Het land 32 (2014) en De laatste oorlog (2016). In 2015 verscheen zijn reisessay Een verlate reis, over de vriend van zijn vader naar wie Daan vernoemd is. Daarnaast publiceerde hij onder meer in De Morgen, Humo, nrc.next, Vrij Ne- derland, Das Magazin ende Volkskrant. In 2012 won hij De Tegel voor journalistieke uitmuntendheid. Dit jaar houdt hij de 4 mei-voordracht in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.
Meer informatie: www.daanheermavanvoss.nl