4meiOverlay
Bas Kromhout

Er is altijd discussie geweest onder politici, activisten, romanciers, cineasten, historici en – niet te vergeten – voormalige verzetsmensen zelf over de betekenis van het verzet en de lessen die we eruit kunnen trekken. In opdracht van het Nationaal Comité onderzocht Bas Kromhout hoe de beeldvorming over verzet zich sinds 1945 heeft ontwikkeld. 

Nederlanders denken uiterst positief over degenen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben verzet. We beschouwen hen als moedige mensen, die op het moment dat het er werkelijk toe deed de juiste keuze maakten. Dat lijkt vanzelfsprekend. Maar ons beeld van het verzet staat niet vast. Elke generatie gaat anders met het verzetsverleden om. Welk beeld overheerst, is afhankelijk van de maatschappelijke en politieke context van het moment. Als we begrijpen hoe onze huidige zienswijze van het verzet is gevormd, kunnen we beter reflecteren op de wijze waarop we in het Jaar van Verzet willen herdenken en herinneren. 

Eer van het vaderland 
Gedurende de eerste twintig jaar na de bevrijding overheerste een patriottisch beeld van het verzet. Verzetsmensen werden geëerd als helden die de eer van het vaderland hoog hadden gehouden. Bovendien, zo dacht men, wisten deze verzetshelden zich gesteund door het hele volk – zo niet in praktische, dan toch in geestelijke zin. 

Dit patriottische verzetsbeeld, dat werd gepropageerd door de staat, kreeg concurrentie als gevolg van de Koude Oorlog. Communisten in heel Europa claimden dat zij het verzet hadden aangevoerd. Volgens de communistische leer was het fascisme een stadium in de ontwikkeling van het kapitalisme. De antifascistische strijd moest doorgaan totdat overal het kapitalistische systeem was vernietigd. Tegenstanders van het communisme daarentegen wezen op overeenkomsten met het fascisme en brachten beide systemen onder één noemer: totalitarisme. Gezamenlijk herdenken werd hierdoor vaak problematisch. 

Het patriottische beeld en zijn communistische tegenhanger domineerden het denken over het verzet in Nederland tot midden jaren zestig. Een nieuwe generatie, die de oorlog niet of alleen als kind had meegemaakt, werd toen volwassen en zette vraagtekens bij de verzetshouding van de ouderen. Hoe kon het dat maar
liefst vijfenzeventig procent van de Joden in Nederland was weggevoerd? Hadden de andere Nederlanders niet méér kunnen en moeten doen om dit te verhinderen? Zo maakte het patriottische verzetsbeeld plaats voor een pessimistisch beeld, waarin slechts een handjevol mensen de moed had gehad om in verzet te komen terwijl het overgrote deel van de bevolking de andere kant op keek. 

Humanistische waarden 
De waardering voor het actieve verzet werd er hierdoor niet minder om. Integendeel: het verzet inspireerde jongeren om te protesteren tegen eigentijds onrecht. Organisaties als de Anne Frank Stichting en Amnesty International koppelden de morele lessen van Tweede Wereldoorlog aan de strijd tegen bijvoorbeeld de apartheid in Zuid-Afrika, rechtse dictaturen in Latijns-Amerika en racisme in eigen land.
 In de laatste decennia van de twintigste eeuw kwam overal in West-Europa de Holocaust centraal te staan in de oorlogsherinnering. Dit had consequenties voor hoe er naar het verzet werd gekeken. Hulp aan Joden werd nu belangrijker gevonden dan andere acties tegen de bezetter. Aan het verzet werden humanistische waarden verbonden zoals tolerantie en mensenrechten. Om het belang van deze waarden over te dragen aan nieuwe generaties, zette de Nederlandse overheid vanaf het midden van de jaren tachtig sterk in op oorlogseducatie via het onderwijs en musea. 

Het humanistische beeld van verzet is sindsdien dominant gebleven. Maar de afgelopen vijftien jaar is er meer aandacht gekomen voor nationale identiteit. Onzekerheid over wie ‘wij’ zijn als Nederlanders en waar onze normen en waarden uit bestaan zorgt voor een toegenomen behoefte aan nationale en morele rolmodellen. Deze behoefte uit zich in een reeks van nieuwe biografieën en films over verzetshelden. Illustratief is ook het succes van de musical Soldaat van Oranje.

Polarisatie 
Dat de status van het verzet nog altijd onaantastbaar is, bewijst het huidige politieke debat. Politici en opiniemakers van elke kleur eisen de verzetsrol op. Maar zij trekken zeer verschillende morele lessen. Volgens de een betekent verzet in deze tijd dat je moet vechten voor nationale soevereiniteit en tegen islamitische overheersing. Volgens de ander dat je populisme moet bestrijden en een toevluchtsoord moet bieden aan vluchtelingen. 

Deze sterk gepolariseerde omgang met het verzetsverleden stelt uitdagingen aan wie zich in het Jaar van Verzet met herdenken en vieren bezighouden. Kies je voor consensus en het verbinden van een zo groot mogelijke groep burgers, ook al verliest de boodschap daardoor aan scherpte? Of kies je voor stellingname, met het risico dat je bepaalde groepen burgers voor het hoofd stoot? Net als de generaties voor ons kijken wij in 2018 naar het verzet door de bril van onze eigen, tijdgebonden opvattingen. Als we dat erkennen en ons persoonlijke beeld van verzet in perspectief plaatsen, ontstaat ruimte voor dialoog en verbinding.


 
Bas Kromhout is historicus en senior redacteur van het Historisch Nieuwsblad. In 2012 promoveerde hij op De voorman. Henk Feldmeijer en de Nederlandse SS. Zijn meest recente boek is Goede Hoop. 400 jaar Nederland en Zuid-Afrika uit 2017. Het boekje Beelden van verzet is verkrijgbaar bij de deelnemende musea en herinneringscentra van het Jaar van Verzet.