4meiOverlay

De grijstinten van Annejet van der Zijl


Schrijfster Annejet van der Zijl zal de 4 mei-voordracht houden, in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. “Misschien is het voornaamste wat we van de geschiedenis kunnen leren: bescheiden omgaan met je mening.”

door Natascha van Weezel | foto Tessa Posthuma de Boer

Annejet (1)

“Rituelen ervaar ik als zinnig, het zijn handvatten. Veel dingen in het leven gaan om de vorm. Zo ook de Dodenherdenking, met de kranslegging en de twee minuten stilte. Ik vind stilte heel mooi. Er is tegenwoordig al zo weinig stilte.”

Annejet van der Zijl krijgt veel aanvragen voor lezingen en interviews. Zóveel, dat ze er fulltime mee bezig zou kunnen zijn. Liever werkt de bestsellerauteur aan een nieuw boek. Toch houdt ze dit jaar de 4 mei-voordracht in de Amsterdamse Nieuwe Kerk. In deze literaire lezing zal haar boek Sonny Boy een grote rol spelen: “Want dichter dan dat ben ik nooit bij de Tweede Wereldoorlog gekomen.”

Zwart-wit


Van der Zijl groeide op in een lerarengezin in Friesland “Met veel boeken en veel natuur. We hadden geen auto, dat was slecht voor het milieu. Mijn ouders kwamen allebei uit doorsnee gezinnen, waar tijdens de oorlog geen grote dingen zijn gebeurd. Wel had mijn vader een oudere broer die in 1940 een paar maanden lid is geweest van een jeugdorganisatie van de NSB. Dat vond mijn vader verschrikkelijk. Hij ervoer het als een schandvlek op de familie.” Onderwijzeressen op de lagere school vertelden de kleine Annejet wat voor sadisten alle Duitsers waren: “Ze presenteerden het erg zwart-wit. Je had helden en schurken. Sonny Boy werd mijn eigen onderzoek naar grijstinten."“Het is niet zo dat iemand op een goede dag wakker wordt als held.” In haar tijd als misdaadjournaliste bij HP/De Tijd werkte Van der Zijl samen met de schoondochter van Waldy Nods (Sonny Boy). Bij haar collega (en later vriendin) thuis zag ze foto’s van Waldy’s ouders aan de muur hangen. Ze luisterde naar de verhalen over de Joodse onderduikers die deze Waldemar en Rika Nods in huis hadden genomen: “Voor mijn werk was ik altijd bezig met de vraag waarom mensen iets slechts deden. En nu dacht ik: waarom doen mensen eigenlijk iets goeds? Daar wilde ik graag een boek over schrijven.” In haar zoektocht werd haar vermoeden bevestigd dat verschillende factoren hierbij een rol spelen: “Het is niet zo dat iemand op een goede dag wakker wordt als held. Het ligt aan wie je kent en wat de situatie is. Het heeft met je karakter te maken en het wordt denk ik ook heel sterk bepaald door hoeveel je te geven hebt in het leven. Rika en Waldemar hadden een uitgesproken goed huwelijk.”

Boek over liefde

Journalistiek en schrijven vindt Van der Zijl mooie manieren om de wereld te ontdekken: “Sonny Boy is uiteindelijk geen boek over de oorlog geworden, het is een boek over de liefde tussen een Hollandse vrouw en een veel jongere Surinaamse student. Hoe langer ik ermee bezig was, hoe meer ik aangedaan raakte door hun lot. Ik weet nog dat ik moest beschrijven hoe mijn vrouwelijke hoofdpersoon in concentratiekamp Ravensbrück overleed. "Dat beetje hoop zal ik tijdens de 4 mei-voordracht ook proberen te behouden.”De muziek die ik toen draaide, kan ik nog steeds niet horen. Ik vond het zó erg. Hun zoon leefde nog, die is vorig jaar overleden, en ik merkte hoe graag ik gewild had dat ik de geschiedenis voor hem kon herschrijven.” Toch had Waldy het gevoel dat hij zijn ouders door het boek terug had gekregen, het heelde een gat in zijn ziel: “Dat was de mooiste recensie die ik ooit gehad heb en ooit zal krijgen.”

Tijdens het schrijven van Sonny Boy dacht Van der Zijl geregeld aan De geverfde vogel van Jerzy Kosinski, over de ervaringen van een Joods jongetje in de Tweede Wereldoorlog. “Dat boek las ik rond mijn twintigste. Het was erg goed, maar ook heel verschrikkelijk, het kwam zó hard aan. Ik zag even niets moois meer in mensen. Toen ik het einde van Sonny Boy schreef besefte ik natuurlijk heel goed hoe treurig het was, maar ik wilde het zo doen dat ik de hoop niet uit mensen sla. Dat beetje hoop zal ik tijdens de 4 mei-voordracht ook proberen te behouden.”

Polarisatie

Van der Zijl kwam er al op jonge leeftijd achter dat polarisatie haar niet ligt: “Ik word weleens gevraagd om mijn mening te geven in tv-programma’s. Er is al zo’n meningencircus, moet ik mijn meninkje daar dan nog eens aan toevoegen?”

De schrijfster durft niet te zeggen welke kant het opgaat met ons land en de rest van de wereld: “Nadat Theo van Gogh was vermoord, riepen allerlei mensen dat Nederland nooit meer hetzelfde zou zijn. Of dat dit het begin was van een burgeroorlog. Dat is het niet geworden, goddank. Relativeren is tegenwoordig haast een zonde geworden. Ik denk juist dat het goed is om soms te zeggen dat je iets niet weet of dat je iets nóg niet weet. Dat is misschien wel het voornaamste wat we van de geschiedenis kunnen leren: bescheiden omgaan met je mening.”


 

Annejet van der Zijl in ’t kort

Annejet van der Zijl werd in 1962 geboren in Oterleek. Ze studeerde kunstgeschiedenis in Utrecht, massacommunicatie in Amsterdam en international journalism in Londen. Daarna werkte ze een aantal jaren in de journalistiek. In 1998 debuteerde ze met Jagtlust. In 2002 volgde Anna, de biografie van Annie M.G. Schmidt. Twee jaar later publiceerde ze Sonny Boy, waar meer dan een half miljoen exemplaren van werden verkocht. In 2009 verscheen Bernhard, de biografie van de prins-gemaal van koningin Juliana, waar ze ook op promoveerde. Haar nieuwste boek, De Amerikaanse prinses, kwam uit in 2015. Voor haar werk ontving Annejet van der Zijl verschillende prijzen, waaronder de prestigieuze Gouden Ganzenveer.

Lees meer over het programma van de Nationale Herdenking op de Dam.