4meiOverlay

Zwitserland en de Joodse oorlogstegoeden


Eind jaren negentig leefde in Zwitserland de kwestie van de Joodse oorlogstegoeden op. Werd de Holocaustoverlevenden na de Tweede Wereldoorlog recht gedaan toen zij hun geroofde bezittingen terug wilden?

door Christiaan Ruppert

Zwitserland en de joodse oorlogstegoeden

In verschillende Europese landen zijn akkoorden gesloten over de Joodse tegoeden. Mijn recente proefschrift Eindelijk ‘Restitutie’ gaat over de totstandkoming van die akkoorden in Nederland. Nederlandse verzekeraars, de regering, de banken en de beurs maken in het jaar 2000 in totaal een bedrag van 764 miljoen gulden over aan de Joodse gemeenschap welke vervolgens besteed wordt aan individuele en collectieve uitkeringen.  

In Zwitserland zijn het alleen de banken die een akkoord sluiten. Na een harde en moeizame strijd met het World Jewish Congress en Amerikaanse advocatenkantoren die Holocaustslachtoffers vertegenwoordigen, maken de Zwitserse banken 1,25 miljard dollar aan hen over. Maar ik loop hiermee vooruit op wat in Zwitserland gebeurt.

Zelfbeeld van een neutraal land

Zwitserland heeft na de Tweede Wereldoorlog het zelfbeeld dat het neutraal is geweest in de oorlog. Vanaf 1996 komt er internationaal een scheur in dit beeld door nieuwe rapporten. Zo heeft Zwitserland een voor nazi-Duitsland belangrijke economische rol gespeeld, doordat de Duitsers geroofd goud in Zwitserland konden omzetten in grondstoffen en valuta. Ook schrijven de media dat Zwitserland na de oorlog maar een deel van het geroofde nazigoud heeft teruggegeven aan de geallieerden. Tenslotte komen Holocaustoverlevenden als Estelle Sapir en Greta Beer aan het woord bij Amerikaanse rechtbanken en tijdens hoorzittingen van de Amerikaanse Senaat. Zij hebben namelijk in Zwitserland geen toegang gekregen tot de spaarrekeningen en kluisjes van hun vermoorde familieleden.  

Volcker en Bergier

De oplopende internationale spanning leidt in Zwitserland in 1996 tot enkele belangrijke stappen. Zo bereiken de Zwitserse bankvereniging en de Joodse organisaties in mei 1996 overeenstemming om grondig onderzoek te doen naar slapende rekeningen (dormant accounts). Dat doet een commissie onder leiding van de Amerikaan Paul Volcker. De commissie-Volcker rapporteert in december 1999 54.000 slapende rekeningen gevonden te hebben, waarvan de helft bijna zeker en de rest misschien behoort tot Holocaust- slachtoffers. Het gaat maximaal om 400 miljoen dollar.

Daarnaast stelt de Zwitserse regering in december 1996 een commissie in die de rol van Zwitserland in de context van de Tweede Wereldoorlog moet bestuderen. Deze commissie staat onder leiding van de economisch-historicus Jean-François Bergier. In de loop der tijd verschijnen tweeëntwintig studies, vijf onderzoekspapers en een eindrapport, in totaal 11.000 pagina’s.

In de media krijgen de tussentijdse rapporten over de Duitse goud-transacties in Zwitserland en de Zwitserse vluchtelingenpolitiek veel aandacht. Die rapporten zijn uitermate kritisch. Maar als het eindrapport in 2002 uitkomt, is de internationale publieke aandacht verslapt. De commissie-Bergier onthoudt zich, bij gebrek aan voldoende informatie, van een duidelijke uitspraak of Zwitserland een verzamelplek van geroofde Joodse tegoeden is geweest. Uiteindelijk komt de commissie-Bergier met de commissie-Volcker tot het oordeel dat er geen bewijs is dat Zwitserse bedrijven en de financiële sector systematisch gepoogd hebben zich te verrijken ten koste van de slachtoffers van de Holocaust.  

Onderzoeken en betalingen niet synchroon

Op zijn minst kan men stellen dat de betalingen en het onderzoek in Zwitserland niet synchroon lopen. De onderzoeken van Volcker en Bergier worden ingehaald door de politieke realiteit. Als financiële sancties van Amerikaanse toezichthouders dreigen, gaan de Zwitserse banken overstag. Onder regie van de New Yorkse rechter Edward Korman wordt in augustus 1998 een overeenkomst gesloten tussen de Zwitserse banken, Joodse organisaties en Amerikaanse advocatenkantoren. De door de Zwitserse banken betaalde 1,25 miljard dollar is een som die volgens de overeenkomst gerelateerd is aan slapende rekeningen bij banken; de winsten van de banken vanwege handel in nazigoud en geleend geld aan Duitse bedrijven die gebruik hebben gemaakt van Joodse slavenarbeid.

Als een Claims Resolution Tribunal (CRT) vervolgens belast wordt met de verdeling van de 1,25 miljard dollar, neemt de uitvoering van het akkoord vrij veel tijd in beslag. De eerste betalingen vinden pas in november 2001 plaats. Daarmee is 18 miljoen dollar aan betalingen aan Joodse claimanten gemoeid. In 2002 treedt een nieuw scheidsgerecht aan (het CRT II) dat de claims niet meer op basis van bewijsstukken beoordeelt maar op basis van plausibiliteit.  

Ressentiment

Het ressentiment in de Zwitserse samenleving over het afgedwongen akkoord is in de eerste jaren na 2000 groot. Het eindrapport Bergier wordt niet officieel in ontvangst genomen door de Zwitserse regering. Een steeds belangrijker wordende partij als de Schweizerische Volkspartei van Christoph Blocher ziet de commissie-Bergier als een soort zondebok omdat het oude geschiedbeeld van het neutrale Zwitserland teloor is gegaan. Een ander voorbeeld van het ressentiment is dat een in 1996 aangekondigd solidariteitsfonds in 2002 bij een nationaal referendum door de Zwitserse bevolking wordt afgestemd.

Pas rond 2010 dringt een kritischer kijk op het Zwitserse oorlogsverleden door in het onderwijs en in de media.



Wie is Christiaan ruppert?

Christiaan ruppert (1954) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Hij was binnen het ministerie van Financiën van 1997 tot 2001 projectleider tegoeden Tweede Wereldoorlog. Ruppert is momenteel secretaris van de commissie-de winter (onderzoek naar geweld in de Jeugdzorg 1945-heden).



Over de IHRA

De IHra is opgericht in 1998. de afkorting staat voor International Holocaust remembrance alliance. Doel van deze intergouvernementele organisatie is wereldwijd politici en anderen met maatschappelijke invloed bewustmaken van het belang van holocausteducatie, herdenking en -onderzoek. Lidmaatschap staat open voor alle democratische landen. Nederland is lid, net als dertig andere landen, en elf landen hebben een waarnemerstatus. Daarnaast heeft de IHRA zeven Permanente Internationale Partners waaronder de Verenigde naties.

Meer informatie: holocaustremembrance.com

ihra