4meiOverlay

75 jaar Slag in de Javazee - All ships follow me


Op 27 februari 2017 werd in Surabaya, Indonesië, herdacht dat 75 jaar geleden de Slag in de Javazee plaatsvond. In aanwezigheid van onder anderen Piet-Hein Donner van de Oorlogsgravenstichting en Gerdi Verbeet, voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Een terugblik op een wanhopige strijd die bij voorbaat kansloos leek.

Door Anita van Stel | foto Nederlands Instituut voor Militaire Historie

75 jaar slag in de Javazee

0p 26 februari 1942 vaart een geallieerd vlootverband de Javaanse havenstad Surabaya uit onder commando van schout-bij-nacht Karel Doorman. Zijn eskader moet de Japanners ervan weerhouden Nederlands-Indië te bezetten. Daags erna vindt de Slag in de Javazee plaats. Dappere Nederlandse en Britse marinemensen volgen hun eskadercommandant. Op 28 februari zijn er 2300 slachtoffers te betreuren, onder wie 915 Nederlandse en 200 Britse. Het merendeel van de geallieerde overlevenden staat drieënhalf jaar ontberingen in Japanse krijgsgevangenkampen te wachten. Tijdens de herdenking van 75 jaar Slag in de Javazee, op 27 februari 2017 in Surabaya, stonden velen stil bij deze dramatische gebeurtenis in de Nederlandse geschiedenis.



Herdenking op Kembang Kuning

Op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya woonden honderdvijftig gasten de plechtige herdenking van de Slag in de Javazee bij. Onder hen 27 nabestaanden van de slachtoffers, de president van Oorlogsgravenstichting (OGS) Piet-Hein Donner en directeur Theo Vleugels, de Nederlandse ambassadeur Rob Swartbol en namens het Nationaal Comité 4 en 5 mei voorzitter Gerdi Verbeet en directeur Jan van Kooten.

Onder klokgelui van de scheepsbel van Hr.Ms. Java liepen de aanwezigen naar het Karel Doormanmonument, waar Donner een krans legde. Ook de nabestaanden, vertegenwoordigd door vijf leden van de familie Cruijen, legden een krans. Twee trompetblazers van de Indonesische marine speelden de Last Post. Na een minuut stilte zongen de aanwezigen twee coupletten van het Wilhelmus. De plechtigheid eindigde met het strooien van bloemen rond het monument en op het ereveld.

Robbert van de Rijdt, oud-marineofficier, en als directeur OGS Indonesië verantwoordelijk voor de organisatie van de herdenking, vertelde dat de belangstelling voor de plechtigheid groot was: “Er was veel pers aanwezig, zowel van dagbladen als tv. Ik constateer sowieso een groeiende interesse. Steeds meer met name jongere - Indonesiërs hebben belangstelling voor hun geschiedenis. De bezoekersaantallen van de zeven erevelden in Indonesië lopen gestaag op.” Op 1 maart vond nog een ceremonie op Kembang Kuning plaats, met Commandant der Zeestrijdkrachten luitenant-generaal Rob Verkerk, die vanwege dezelfde herdenking op 27 februari in Den Haag niet eerder aanwezig kon zijn. Vertegen woordigers van de Amerikaanse, Australische, Britse en Indonesische marine woonden de ceremonie op 1 maart bij.



Wat gebeurde er tijdens de Slag in de Javazee?

Vóór de slag

In februari 1942 maken de Japanse strijdkrachten zich op voor een landing op Java. Met veertig transportvaartuigen en begeleid door kruisers en torpedobootjagers stomen zij op. Karel Doorman brengt de Combined Striking Force in zee, die onder andere bestaat uit het vlaggenschip Hr.Ms. De Ruyter, de HMS Exeter en USS Houston, de HMAS Perth en Hr.Ms. Java, en een aantal geallieerde torpedobootjagers.

Doorman heeft weinig vertrouwen in de goede afloop, omdat de Japanners over moderner materieel beschikken, waaronder een nieuwe, zware torpedo met een bereik van maximaal veertig kilometer – dit terwijl de Nederlandse torpedo’s slechts twaalf kilometer halen. Als commandant Zeemacht viceadmiraal Helfrich het bevel tot aanvallen geeft, antwoordt Doorman: “Nou, dan ga ik.” Zijn manschappen weten dat ze de dood in de ogen zullen kijken, maar nagenoeg niemand ontbreekt bij de afvaart.

De zeeslag, 27 februari 1942

Op die 27e februari 1942 vinden twee zeeslagen plaats, die samen zeven uur duren. Bij de eerste aanval van de Japanners - met meer dan 1.250 granaten en tientallen Japanse torpedo’s - wordt de Hr.Ms. Kortenaer geraakt, die in tweeën breekt en zinkt. Ruim vijftig bemanningsleden komen daar bij om. De eveneens zwaar beschadigde Exeter keert terug naar Surabaya. De Japanners denken met een volgende aanval met 92 torpedo’s de beslissing in de zeeslag te forceren. De HMS Electra gaat, met 120 Britse bemanningsleden aan boord, in het gevecht ten onder. De Japanse schout-bij-nacht Takeo Takagi waant zich de winnaar.

Doorman is niet van plan om zich gewonnen te geven, omdat hij beseft dat er geen andere mogelijkheid komt om de Japanners tegen te houden. Hij seint zijn schepen ’Follow me’ en stoomt in het donker op voor een verrassingsaanval op het Japanse konvooi. Het geluk is niet met hem. Zijn Amerikaanse jagers moeten vanwege brandstof- en munitiegebrek terug naar Surabaya. De HMS Jupiter loopt op een mijn en circa negentig Britse zeelieden komen om.

Als de geallieerde schepen de plek passeren waar ruim honderd Nederlandse opvarenden van de Kortenaer zich vastklampen aan wrakstukken en vechten voor hun leven, krijgt de HMS Encounter de order hen op te pikken en naar Surabaya te brengen. Vervolgens krijgen Doormans vier resterende schepen een nieuw Japans offensief met torpedo’s en granaten te verduren. De USS Houston wordt als eerste geraakt. Kort erna treffen de torpedo’s zowel de Java als Hr.Ms. De Ruyter fataal in het achterschip. Aan boord van de snel zinkende Java komen ongeveer 520 mannen om het leven. Om 1.00 uur op 28 februari sluit het water zich boven de brandende De Ruyter en 350 bemanningsleden, onder wie Doorman, die er net als zijn chef-staf en commandant voor kiest om met het schip ten onder te gaan. De twee resterende schepen trekken zich terug naar Batavia. Niets weerhoudt de Japanners vervolgens van een invasie bij Kragan ten westen van Surabaya, die door de Slag in de Javazee slechts één dag later plaatsvindt.*

Ook na honderd jaar nog

Recent onderzoek op de bodem van de Javazee heeft uitgewezen dat de wrakken van de schepen verdwenen zijn. In zijn toespraak tijdens de herdenking op ereveld Kembang Kuning zei Piet-Hein Donner dit verlies van tastbare overblijfselen te betreuren. “Maar we herdenken geen schepen, we herdenken hen die de schepen bemanden, in het bijzonder zij die na die 27e februari 1942 nooit meer thuiskwamen. Hun namen op het monument zijn belangrijker dan een laatste rustplaats, want zij onttrekken mensen aan de anonimiteit van een historisch feit.”

Donner onderstreepte het belang van blijven herdenken, ook nu vrijwel iedereen die in de slag het leven verloor het einde van zijn natuurlijk leven zou hebben bereikt. ”De 915 vormen het deel waardoor we meer dan 200.000 Nederlandse slachtoffers van oorlog gedenken en met hen de miljoenen andere slachtoffers.” De erevelden zijn volgens hem vooral ook ‘Mahnmale’; vermaningen die ons stil doen staan bij het leed van oorlog en de prijs van vrijheid als deze verloren gaat door zorgeloosheid en verwaarlozing: “In Europa genieten we al zo lang een tijd van vrijheid, dat we al bijna niet beter weten. Dan gaan andere zaken, zoals welvaart en alles wat we nog niet hebben, zwaarder wegen in de politieke wensenlijsten. Zo verliezen we geleidelijk uit het oog dat vrede, recht en vrijheid verworvenheden zijn die voortdurend onderhoud, zorg en waakzaamheid vergen. Herdenken moet gericht zijn op het leefbaar houden van de toekomst, zeker nu de wereld in de afgelopen 75 jaren op bijna onherkenbare wijze veranderd is.”

Donner vindt dat oorlogsgraven en -monumenten plaatsen zijn waar mensen, indachtig het gemeenschappelijk verlies en verdriet, tot elkaar kunnen komen, over huidige tegenstellingen heen. “Daarom moeten we blijven herdenken, ook na honderd jaar nog”, zegt hij. ‘All ships follow me’: in vreedzame tijden betekent dit volgens Donner dat iedereen recht moet doen aan verplichtingen en verantwoordelijkheden naar medemensen en de samenleving: ”Om te voorkomen dat we door verwaarlozing plotseling weer in een crisis zitten waarin we, zoals 75 jaren geleden, opnieuw moeten uitvaren, een mogelijke
ondergang tegemoet.”

*Bewerking van de lezing van dr. A.J. van der Peet, sr. wetenschappelijk medewerker van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, uitgesproken op 26-2-2017 te Surabaya bij de herdenking 75 jaar Slag in de Javazee’.



Geallieerde schepen die deelnamen aan de Slag in de Javazee

Hr.Ms. De Ruyter, lichte kruiser (gezonken)
Hr. Ms. Java, lichte kruiser (gezonken)
Hr.Ms. Kortenaer, torpedobootjager (gezonken)

Hr.Ms. Witte de With, torpedobootjager (na daggevecht naar Sura-
baya om HMS Exeter te escorteren)

HMS Exeter, zware kruiser (zwaar beschadigd)
HMS Electra, torpedobootjager (gezonken)
HMS Encounter, torpedobootjager
HMS Jupiter, torpedobootjager (gezonken)

HMAS Perth, lichte cruiser

USS Houston, zware kruiser
USS John D. Edwards, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden)
USS Alden, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden)
USS John D. Ford, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden)
USS Paul Jones, torpedobootjager (na daggevecht naar Surabaya om brandstof te laden)



‘Doden overzee mogen niet vergeten worden’

Voorzitter Gerdi Verbeet van het Nationaal Comité was aanwezig bij de herdenking van de Slag in de Javazee. Ze vertelt: “De herdenking heeft veel indruk op me gemaakt. Dat kwam omdat ik de dag ervoor al intense gesprekken heb gevoerd met nabestaanden van de slachtoffers die deelnamen aan de pelgrimsreis die door de Oorlogsgravenstichting was georganiseerd. Het raakte me diep om te zien en te voelen hoe belangrijk dit gezamenlijke eerbetoon is voor nabestaanden. Na afloop van de plechtigheid kon iedereen een bloem leggen bij het kruis op het graf van het eigen familielid. Ik heb een bloem gelegd op de graven van de vader en het broertje van Jan van Wagtendonk.”

Is er verbinding met herdenken in Nederland?

“Zeker, er is een grote band met het herdenken in Nederland. Op allerlei manieren. We herdenken op 4 mei immers ook hen die daar begraven liggen. En natuurlijk op 15 augustus. Wij delen een groot stuk van onze geschiedenis met Indonesië. Veel Nederlanders hebben Indische wortels. Het is belangrijk om hierover met elkaar in gesprek te gaan.”

Is deze jaarlijkse herdenking blijvend nodig?

“Ik denk van wel. Het getuigt van respect voor de slachtoffers en het is een steun voor de nabestaanden. Onze doden overzee mogen niet vergeten worden, zij horen voor altijd bij ons.”