4meiOverlay

'Welcome to England boys, follow me’


2018 is uitgeroepen tot het Jaar van Verzet. Het vfonds is een van de belangrijke financiers die het themajaar steunen. Belangrijke verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog waren de zogeheten Engelandvaarders.

door Frank Kromer | foto’s Geert Snoeijer

Engelandvaarders 2

‘In het leven van ieder mens komen ogenblikken voor waarop hij tot zichzelf zegt: ‘Tja, dat kan niet.’ En dan doet hij iets.” De beroemde quote van Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema is symbool geworden voor het gevoel dat veel jonge mannen - en ook vrouwen - die de oversteek in de oorlogsjaren wilden maken hadden. Nederland was bezet, en wat de Duitsers ons land aandeden, dat deugde van geen kanten. Voor zo’n 2000 mensen was het de reden om naar Engeland te reizen. Uit vaderlandsliefde, uit trouw aan het Koningshuis, uit vrijheidsdrang en uit verzet. En voor sommigen was het simpelweg ‘het avontuur’ dat lonkte. Een avontuur dat was het zeker, een avontuur dat langs de grens van de dood scheerde. “Veel jongens hadden geen weet van de gevaren en risico’s. Want de verhalen over de mislukte pogingen, over de jongens die gepakt waren, die kenden wij niet. Dus we dachten: die oversteek lukt ons wel”, vertelt Eddy Jonker. Hij was een van de ruim 1700 Nederlanders die de Engelse kust wisten te bereiken. “Het was moed en geluk. Heel veel geluk. Want voor velen betekende de reis naar Engeland de dood”, zo vat Jonker de ontsnapping samen. Iemand die ook de Engelse kust wist te bereiken – maar dan over land – was Charles Bartelings. Ook hij had geluk, puur geluk. “De grote uitdaging was om heelhuids door de grenscontroles heen te gaan”, vertelt Engelandvaarder Bartelings. “En daarvoor heb je een klein beetje wijsheid nodig en vooral geluk.”

Routes naar Engeland

Nadat de Duitsers Nederland op 10 mei 1940 binnenvielen, werden alle uitvalswegen snel afgesloten. Het land ontvluchten via land, lucht of water werd daardoor met de dag moeilijker. Door de strenge bewaking van de uitvalswegen, moest er gezocht worden naar de mazen in het net. Nederlanders die de oversteek toch wilden maken, hadden de keuze uit verschillende ontsnappingsroutes. De meest voor de hand liggende was ook meteen de gevaarlijkste: met een bootje rechtstreeks de Noordzee over. Zeker nadat de Duitsers in 1942 waren begonnen met de aanleg van de Atlantikwall was het schier onmogelijk om de volledig gebarricadeerde Hollandse kust te verlaten. Voor zover bekend zijn er 136 pogingen ondernomen om via deze route Engeland te bereiken. Dat de oversteek via de Noordzee de gevaarlijkste was, blijkt wel uit het aantal succesvolle pogingen: slechts 31. Eddy Jonker had geluk. Met een nauwelijks zeewaardig bootje lukte het hem en negen medepassagiers om de Noordzee over te steken. De andere optie was om via het neutrale Zweden Engeland te bereiken. Door aan te monsteren op een koopvaardijschip richting Zweden konden Engelandvaarders het vaderland achter zich laten. Maar al snel werd deze route door Duitse maatregelen voor nietzeevarenden afgesloten.

Via het vaste land

En dus kwamen de meeste Engelandvaarders niet via de Noordzee of het neutrale Zweden naar Engeland, maar via de zuidelijke route. Een van de Nederlanders die deze weg nam, was Charles Bartelings. Via België, Frankrijk, Zwitserland, Spanje en Portugal bereikte hij uiteindelijk de eindbestemming. De route was een stuk veiliger dan met een bootje de Noordzee over. Er zat alleen een nadeel aan; de reis over land duurde aanzienlijk langer. Bartelings deed er anderhalf jaar over. De grote uitdaging was om heelhuids door de grenscontroles heen te komen. En als dat was gelukt, moesten de Engelandvaarders er voor zorgen zoveel mogelijk uit het zicht te blijven van de constante patrouilles van de Franse, Duitse en Spaanse politie. Zo werd Bartelings meerdere keren opgepakt. In Spanje liep hij zelfs in een politieval. “De Spaanse politie had aangeboden om ons naar Gibraltar te brengen, maar in plaats daarvan werden we in goederenwagons naar kamp Miranda de Ebro gebracht en opgesloten. Ze wilden niet dat we tegen de Duitsers zouden gaan vechten. Uiteindelijk hebben we door middel van een hongerstaking kunnen bedingen dat we werden vrijgelaten.” De reis via het Zuiden eindigde veelal in Portugal waarna de Engelandvaarders met de boot – en in sommige gevallen met het vliegtuig – in Engeland aankwamen. Eenmaal aan land aangekomen werden de heldhaftige Nederlanders eerst grondig ondervraagd door de Engelse inlichtingendiensten; die wilden er zeker van zijn dat er geen spionnen tussen zaten. Eenmaal door de ondervraging heen, wachtte de theevisite bij Koningin Wilhelmina thuis of op haar kantoor. De koningin zag de Engelandvaarders als afgezanten van haar volk, dat leed onder de bezetting. ‘Gij zijt de schakel tussen hen die thuisbleven en mij”, zo luidde haar bekende uitspraak. Vervolgens gingen de meeste Engelandvaarders aan de slag bij een van de Nederlandse krijgsmachtdelen. Om zo een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de Duitse overheersing.

Charles Bartelings

In de lente van 1942 was het voor Charles Bartelings (1921) duidelijk; hij moest en zou Nederland verlaten. Niet alleen stond hij op een zwarte lijst – hij maakte antistoringsapparaatjes om naar de radio-uitzendingen van Wilhelmina te luisteren – ook was hij even daarvoor opgepakt door de Grüne Polizei voor een andere kwestie. Bartelings was aangegeven door een voormalige vriend die NSB-er was geworden. “Ik wilde weg, omdat ik in Nederland niks meer kon doen. Ik wilde naar Engeland om me bij de Nederlandse krijgsmacht aan te sluiten. Met een bootje leek me te riskant, met een vliegtuig was niet mogelijk, dus er was maar één optie: over land.” 

En zo vertrok Bartelings samen met vriend Pag Bischop richting België. Met niet veel meer bij zich dan een knapzak vol proviand. Via een smokkelroute staken ze de grens over. Met hulp van verschillende goede buitenlandse contacten verliep de reis relatief spoedig. Door illegaal mee te liften met een goederentrein werd Parijs binnen enkele uren bereikt. En niet veel later bereikte Bartelings de demarcatielijn bij het plaatsje Vierzon. Daar stak hij zwemmend de rivier Cher over; aan de overkant lag Vichy - Frankrijk. Toch ging het mis, want in het ‘vrije Frankrijk’ werd hij staande gehouden door waarschijnlijk Duitsgezinde gendarmerie. “We hadden onze papieren laten zien en gezegd dat we van de Duitsers toestemming hadden gekregen om in de omgeving van Vichy werk te zoeken. Maar daar trapte de politiechef niet in. Het was een enkeltje naar het bureau.” 

Toch zou Bartelings daar niet lang vast zitten. Hij wist op miraculeuze wijze met zijn reisgenoot te ontsnappen. “Ze hadden de celdeur niet op slot gedaan, maar vergrendeld. Ik had nog een nagelknippertje bij me en daarmee wist ik de scharnieren van het doorgeefluikje dat in de deur zat los te maken. Zo konden we vanuit de cel de twee grendels openschuiven. In het holst van de nacht zijn we toen via een brandhoutstapel over de muur van het complex gesprongen.” Bartelings en zijn medereiziger vervolgden zo hun weg richting Perpignan. Daar meldden zij zich bij het Office Néerlandais - waar de bekende verzetsstrijder Joop Kolkman de scepter zwaaide - in de hoop doorreisvisa te krijgen voor Spanje en Portugal. Maar dat bleek langer te duren dan gedacht. Een uitstapje naar Zwitserland – om daar sneller papieren te regelen – liep op niks uit. En dus besloot Bartelings, eenmaal terug in Zuid-Frankrijk, om door te trekken, dwars over de Pyreneeën. “Het was begin winter en ijskoud. We liepen op onze normale schoenen door de bergen, die inmiddels bedekt waren met een flinke laag sneeuw.”  

In Spanje werd Bartelings door de Guardia Civil opgepakt en naar het gevangeniskamp Miranda de Ebro gebracht. Doordat men in het kamp in hongerstaking ging, werden Bartelings en andere gevangenen uiteindelijk vrijgelaten. Via Madrid en Lissabon kwam hij uiteindelijk in Gibraltar terecht, waar hij met een Engelse oorlogsbodem mee kon. Op 5 november 1943 bereikte hij Engeland, meer dan anderhalf jaar nadat hij Nederland achter zich had gelaten.

Engelandvaarders 2

Eddy Jonker

De tocht van Eddy Jonker (1920) ging dwars over de Noordzee. Met een gammel bootje dat amper zeewaardig te noemen was, vertrok hij bij nieuwe maan vanuit het Haringvliet richting Engeland. Met hulp van verzetsmensen – zoals Anton Schrader, een belangrijke ambtenaar bij de Rijksvoedselvoorziening, en binnenvaartschipper Kees Koole – wist Jonker samen met zijn medereizigers het bootje ongezien in het midden van de zeearm te water te laten. “We hadden ons goed voorbereid. Zelf was ik naar de Amsterdamse Zeevaartschool gegaan waar ik kaarten te pakken had gekregen van het Haringvliet met al zijn zandbanken en getijden. Zonder die informatie had je geen kans van slagen.”  

Op de bewuste avond hing er een grondmist en wist de crew de Noordzee zonder al te veel kleerscheuren te bereiken. Aanvankelijk was de zee rustig en leek het er op dat de reis snel zou verlopen. Maar rond het middaguur begaf de motor het; de bobine was doorgebrand. En de aanhangmotor die als reserve diende, stopte er niet veel later ook mee. “En dus moesten we gaan peddelen. Door de verhoogde zijkanten van het bootje was dat erg lastig. En toen, toen sloeg het weer om. Ik kan je een ding verzekeren, zo’n storm had ik nog nooit in mijn leven meegemaakt.” 

Jonker moest samen met de anderen vechten tegen de elementen; beuken tegen de storm in, tegen de striemende regen en torenhoge golven. Vijf Engelandvaarders lagen kotsend op het dek, terwijl de rest met man en macht probeerde te overleven. Want het bootje dreef – ondanks het drijfanker – in rap tempo weer terug naar Nederland. “Het was kantje boord, maar we zijn er levend uit gekomen. De volgende dag werd het windstil en bloedheet.”  

Na vier dagen peddelen en hozen – de boot bleek toch niet zo waterdicht als gedacht – kwam de Engelse kust in zicht. “We waren helemaal uitgeput. Er was geen eten meer, geen water meer, en de zon brandde ons weg.” Voor de kust voer een groot konvooi met twee Engelse oorlogsschepen. Een van die schepen bleef achter, maar kwam de Engelandvaarders niet oppikken. Daardoor moesten de mannen met de bestemming in zicht nog twee uur lang peddelen. Achteraf bleek dat ze in een mijnenveld terecht waren gekomen, waardoor het voor de Engelsen niet mogelijk was het bootje tegemoet te varen. “Toen we eindelijk bij het schip waren, klom er een Engelse matroos via een touwladder bij ons aan boord. Zijn woorden waren de zoetste in lange tijd: ‘Welcome to England boys, follow me.’”



Meer lezen over dit onderwerp? Lees het artikel De soldaat van Oranje, Icoon van het verzet van Onno Sinke in de Onderzoek uitgelicht-app