Naar overzicht
Naar overzicht
  • Het monument
  • Leg een bloem
  • Uw verhaal

Het monument

Vorm en materiaal
De plaquette op het voormalige LIRO-bankgebouw in Amsterdam is uitgevoerd in zwart natuursteen. In de steen is een insciptie aangebracht.

Tekst
De tekst op de plaquette luidt:

‘IN DIT GEBOUW WAS TIJDENS DE DUITSE BEZETTING
VANAF 1941 DE ROOFINSTELLING “LIRO” GEVESTIGD.
LIRO RICHTTE ZICH OP DE STELSELMATIGE BEROVING VAN
DE JOODSE BEVOLKING VAN AL HAAR AARDSE BEZITTINGEN.

EEN BEROOFD EN UITGEPLUNDERD VOLK IS HET,
GEBOEID IN KERKERS HEEFT MEN ALLEN,
EN IN GEVANGENISSEN ZIJN ZE OPGESLOTEN;
TOT PROOI WERDEN ZIJ EN ER WAS GEEN REDDER,
TOT BEROVING EN ER WAS NIEMAND DIE ZEI:
“GEEF TERUG”
WIE VAN JULLIE STELT ZIJN OREN HIERVOOR OPEN,
DIE ERNAAR LUISTERT EN HET BEGRIJPT VOOR DE TOEKOMST?
WIE HEEFT JAKOB TOT PLUNDERING UITGELEVERD
EN ISRAËL AAN BEROVERS?
JESAJA 42: 22-24′.

Het tweede gedeelte van de tekst is ook in het Hebreeuws aangebracht.

De geschiedenis

De plaquette op het voormalige LIRO-bankgebouw in Amsterdam herinnert de inwoners aan deze roofinstelling die de joodse bevolking tijdens de bezettingsjaren stelselmatig ontdeed van al haar bezittingen.

In augustus 1941 werd door de bezetter in het kantoorgebouw van de Amsterdamse Bank aan de Sarphatistraat in schijn een bijkantoor opgericht van de joodse bankiersfirma Lipmann, Rosenthal en Co (LIRO). De joodse bevolking was verplicht hier haar effecten en contanten in te leveren en tegoeden naar LIRO over te schrijven. Vanaf 1942 moest men ook levensverzekeringen, sierraden en kunstvoorwerpen afstaan. Moeilijk op te sporen waardeobjecten als goud en diamanten werden alsnog ontfutseld door joden schijnbaar de mogelijkheid te geven hun deportatie tot nader order te vermijden, of recht op emigratie te verkrijgen. Na inlevering van de goederen bleek echter dat deportatie onvermijdelijk was.

In 1953 werd er van overheidswege overgegaan tot rechtsherstel. Dit was echter niet volledig. Aan het eind van de jaren negentig werd dit rechtsherstel weer opgepakt door de overheid, banken, verzekeringen en de beurs. De aanleiding hiertoe was de vondst van het LIRO-archief, door een kraakwacht in een pand op de Herengracht in Amsterdam. Historicus Lipschits was al jarenlang op zoek naar dit archief. De reacties van joods Nederland op deze vondst waren heftig, gezien het feit dat het archief zeer nonchalant was behandeld én was achtergelaten door het agentschap van het ministerie van Financiën. Hierbij kwam ook nog dat er joodse eigendommen, restanten van de LIRO-inboedel, verloot en onderhands verkocht waren door de medewerkers van het agentschap. In dezelfde periode werd ook bekend dat er grote bedragen van joodse oorlogsslachtoffers op Zwitserse bankrekeningen waren achtergebleven, die nooit aan de rechthebbenden waren vergoed. Na onderzoek van de Nederlandse commissie Scholten bleek dat de toenmalige vertegenwoordiger van het beurswezen, de Vereniging voor de Effectenhandel, tijdens de bezetting en daarna in strijd met het rechtsgevoel had gehandeld en bij het effectenrechtsherstel ernstig in gebreke was gebleven.

Er werd onderhandeld met het Centraal Joods Overleg (CJO) en de Stichting Platform Israël (SPI) over een definitief, volledig rechtsherstel. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) sloot een overeenkomst over teruggave van de niet-opgevraagde, achtergebleven banktegoeden van joodse slachtoffers en over vergoeding van de voordelen die de banken hebben genoten bij de transacties die niet hadden mogen plaatsvinden. In 2000 kwam de opvolger van de Vereniging voor de Effectenhandel, de Amsterdam Exchange Index, samen met de NVB, de CJO en de SPI tot een besluit over compensatie ter afronding van het rechtsherstel. De Vereniging voor de Effectenhandel en de Amsterdam Exchange Index publiceerden een spijtbetuiging. Het overleg heeft uiteindelijk geleid tot een vergoeding van 264 miljoen gulden aan de joodse gemeenschap.

Oprichting
De oprichting van het monument was een initiatief van de Nederlandse Vereniging van Banken, het Centraal Joods Overleg en de Stichting Platform Israël.

Onthulling
Het monument is onthuld op 26 mei 2003 door drs. R.N. Naftaniel.

Oorlogsslachtoffers

Er zijn nog geen personen uit de database van de Oorlogsgravenstichting gekoppeld aan dit monument.

De Oorlogsgravenstichting heeft een database met namen en verhalen van oorlogsslachtoffers. Veel van deze slachtoffers worden herdacht door middel van een monument. Wilt u ons helpen om de namen en verhalen van slachtoffers te koppelen aan het monument waarop hun naam vermeld staat? Kijk dan op de website van de Oorlogsgravenstichting, ziet u in de database een naam die ook voorkomt op dit monument? Maak dan een account aan en koppel de persoon uit de database aan dit monument. Enkele dagen na de koppeling verschijnt de naam van het slachtoffer op deze pagina.

Meer informatie

Locatie
De plaquette is bevestigd aan de gevel van het voormalige LIRO-gebouw aan de Sarphatistraat 47-55 te Amsterdam.

Bron
Vertel de verhalen van Frans Heddema en Margit Willems (Stadsdeel Amsterdam-Centrum, 2005). ISBN 90-9019166-6.

Leg een bloem bij dit monument

Klik op onderstaande knop om een digitale bloem bij dit monument te leggen. Je kunt kiezen uit een rode gerbera, een witte roos of een blauwe Iris. Ook is het mogelijk om een persoonlijke boodschap toe te voegen. Nadat het formulier is verstuurd toont de bloem op deze pagina (vergeet niet om de pagina opnieuw te laden). 

Leg een bloem

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers


Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht.

Tooltip contents