Naar overzicht
Naar overzicht
  • Het monument
  • Leg een bloem
  • Uw verhaal

Het monument

Vorm en materiaal
Het ‘Monument Poeldonk’ in Den Dungen (gemeente Sint-Michielsgestel) is een gedenksteen, bestaande uit twee betonnen zuilen met omhoog lopende punten. Op de linkerzuil is een plaquette van zwarte natuursteen en een plaquette van graniet aangebracht. Het gedenkteken is 2 meter 25 hoog, 1 meter 25 breed en 45 centimeter diep.

Teksten
De tekst op de bovenste plaquette luidt:

‘OPDAT WIJ NIET VERGETEN
RES. MAJ. INF.
EDUARD GEORG DOBKEN
SGT. CAP.
JAN JANSEN VAN DAM
DPL. SLD.
ABRAHAM VAN LENTEN’.

De tekst op de onderste plaquette luidt:

’12 MEI 1940
MOESTEN HIER VELEN HET HOOGSTE GEVEN
OM ONS IN VRIJHEID TE LATEN LEVEN’.

De tekst op het infomatiepaneel luidt:

‘POELDONK – 12 MEI 1940

BIJ DE DUITSE INVAL VAN NEDERLAND OP 10 MEI BRAKEN DE
DUITSERS
AL SNEL DOOR DE PEELRAAMSTELLING. DE NEDERLANDSE TROEPEN
MOESTEN ZICH TERUGTREKKEN ACHTER DE ZUID-WILLEMSVAART.
MAAR OOK DEZE LINIE KON NIET LANG VERDEDIGD WORDEN VANWEGE DE
GROTE DUITSE OVERMACHT. WEL WERD BIJ DE DUNGENSE BRUG OP DE
POELDONK, OP PINKSTERZONDAG 12 MEI, NOG EEN HARD GEVECHT
GELEVERD MET EEN DUITSE VERKENNINGSEENHEID. HET NEDERLANDSE
LEGER STREED HIER MET GROTE MOED EN DAPPERHEID.

DRIE NEDERLANDSE EN ACHT DUITSE MILITAIREN SNEUVELDEN EN AAN
BEIDE ZIJDEN VIELEN GEWONDEN. BIJ DIT TREFFEN WERDEN DIVERSE
BOERDERIJEN IN BRAND GESCHOTEN EN DE BEVOLKING WERD NAAR HET
DORP VERDREVEN. OOK ONDER DE BEVOLKING VIEL EEN SLACHTOFFER, EEN
JONGEN VAN DERTIEN JAAR. IEDER JAAR OP 4 MEI, DE DAG VAN DE
NATIONALE HERDENKING, WORDEN DE GEVALLENEN BIJ DIT MONUMENT
HERDACHT.’

Symboliek
Met de grote en kleine zuil wordt uitdrukking gegeven aan het feit dat het Nederlandse leger in de meidagen van 1940 werd overweldigd door het Duitse leger, dat veel omvangrijker was.

Wijzigingen
De bovenste gedenkplaat is in 2002 aan het monument toegevoegd. Toen is tevens een informatiepaneel bij het monument geplaatst.

De geschiedenis

Het ‘Monument Poeldonk’ in Den Dungen (gemeente Sint-Michielsgestel) is opgericht ter nagedachtenis aan drie Nederlandse militairen van het 3de bataljon van de 14de Regiment Infanterie die hier in strijd tegen de bezetter op 12 mei 1940 zijn gesneuveld.

De namen van de drie slachtoffers luiden:

Majoor Eduard Georg Döbken, sergeant Jan Jansen van Dam en soldaat Abraham van Lenten.

Op pinksterzondag in 1940 kwam het in de buurt van de Dungense brug tot een hevig vuurgevecht tussen het Nederlandse leger en een Duitse verkenningseenheid. In deze strijd zijn drie Nederlandse en acht Duitse militairen om het leven gekomen.

In een memorie heeft oud-strijder A.D. Goedegebuure (geb. 19-11-1913/overl. 8-12-2003) het voorval uiteengezet. Hier volgt een samenvatting van zijn verslag, afkomstig van de website Monument Poeldonk.

‘Bataljonscommandant was Majoor Döbken en compagniecommandant, kapitein Wissels. Mijn groepscommandant was beroepssergeant, Jan Jansen van Dam. We waren onderverdeeld in twee bataljons infanterie (2+3-14 RI). […] Op 10 Mei, toen ik om 4 uur ‘s Morgens afgelost werd, kwamen de eerste zwermen Duitse vliegtuigen over. Waar door de luchtafweer op werd geschoten. Dit kon alleen maar betekenen: De oorlog is begonnen. […] We moesten over de Graafse weg naar Den Bosch om achter de Zuid-Willemsvaart, een nieuwe opstelling te maken. We hebben op dat hele eind van 40 km, maar één keer, in de buurt van Heesch, gerust en gegeten. Het was een mars van acht uur. Doordat ik al drie dagen mijn sokken en schoenen niet had uitgedaan, kreeg ik grote blaren op mijn voeten. Het leek wel of ik erwten in mijn schoenen had.

Door de zware bepakking en te weinig rust, raakte velen uitgeput, maar onze groepscommandant spoorde ons aan om vol te houden. ‘s Morgens om acht uur bereiken wij Den Bosch, waar we in een klooster (St. Jozefhuis) door de paters van eten en drinken werden voorzien. Wij moesten toen nog 6 km zuidwaarts naar het plaatsje Den Dungen om daar de brug over het kanaal te bezetten. Aan weerszijden van de brug gingen we ons in de kanaaldijk ingraven. We maakten schuttersputten met de schietrichting naar het oosten. […] In de morgen van 12 Mei, Pinksterzondag, omstreeks zes uur, werden we opgeschrikt door het geweldige schieten van zware mitrailleurs achter ons. Langs die weg waren Duitsers via Middelrode toch nog over het kanaal gekomen. Op motoren met zijspan probeerden ze ons in de rug aan te vallen. Onze mitrailleurs gaven direct aanhoudend vuur op de motorrijders, met het gevolg dat met daverende kabaal de enen motor op de andere botst. Het was net of een porseleinkast in elkaar stortte. De gevolgen waren verschrikkelijk. Men hoorde de Duitsers grote brullen geven. Doden en gewonden lagen tussen de motoren op de weg.

Onze bataljonscommandant, Majoor Döbken stuurde een afdeling soldaten naar de bewuste plaats. Er lagen vier of vijf dode Duitsers op de weg. Enkele licht gewonden werden krijgsgevangenen gemaakt. De gewonden werden door de huisarts uit Den Dungen verzorgd. De Duitsers die terug getrokken waren stelden zich weer echter opnieuw op om ons weer aan te vallen. Zij opende de aanval met mortiervuur, waardoor de granaten ook op onze stellingen vielen. Langs de weg vlogen vier grote boerderijen in brand. Het zag er voor ons niet best uit. Een Duits vliegtuig, gelukkig achter ons, dook naar beneden en ratelde een serie mitrailleurs kogels naar beneden en liet een bom vallen. […] Onze soldaten trokken zich terug naar de brug, maar Majoor Döbken gebood ons om ons te verspreiden. In het veld tussen de boerderijen werd Duitse infanterie waargenomen langs de weg. Onze groepscommandant, sergeant Jan Jansen van Dam, kreeg de opdracht om door het veld links van de weg de aanval uit te voeren. Een ander deel deed dit aan de rechterkant. Een derde groep, met de sergeant zelf aan het hoofd, nam de straatweg zelf. Langs een binnendijkje trokken we naar het aangewezen doel. Dit doel bestond uit weilanden met veel elzenhout langs de slootkanten. Hierdoor hadden we weinig zicht. Vervolgens ging het richting de vijand, die veel mitrailleurvuur en mortiergranaten op ons afvuurde.

Mijn groepscommandant, Jan Jansen van Dam, gaf oerkalm zijn bevelen aan ons door en liet ons sprongsgewijze oprukken. Het Duitse vuur werd echter te hevig. Sergeant van Dam gelastte mij om naar luitenant Bom te gaan, die nog achter het dijkje langs het kanaal zat. Bom moest ons komen helpen. Luitenant Bom kwam direct mee. Toen kwam net mijn groep teruggetrokken met de tijding dat sergeant van Dam was gesneuveld en dat mijn korporaal Jan Kwekel uit Spijkenisse, een granaatscherf in zijn been had gekregen. We trokken ons toen met z’n allen terug. Majoor Döbken, die met zijn mannen op de straatweg was, kreeg een schot door zijn hoofd en was opslag dood. Ordonnans van Lenten is ook in dat veld gesneuveld.

Daar het granaatvuur steeds heviger werd, kregen we het bevel om ons terug te trekken. Dit is ordelijk verlopen. Vanzelfsprekend is ieder toen op eigen gelegenheid op huis aan gegaan. Bij de boeren werden we van eten voorzien en konden we in de schuur slapen. Tussen Tilburg en Breda zagen we op de straatweg onze keukenwagen, munitiewagen en materiaalwagen liggen. Deze waren gebombardeerd door de Duitse jagers. Dat dit onze wagens waren zagen wij, omdat er grote witte letters ons regimentnummer op de wagens stond geschreven: ‘3e compagnie, 3e bataljon, 14e régiment infanterie’. De hele afstand van 120 km heb ik met kapotte voet afgelegd, want de blaren in de vuile sokken gingen ontsteken. Thuis ben ik een week onder doktersbehandeling geweest en heb me daarna gemeld bij de burgemeester. Die kreeg op 22 Mei bericht dat ik mij moest melden bij Ameide, een plaats vlak bij Schoonhoven. Daar ben ik twee dagen geweest, want de Duitsers lieten toen alle krijgsgevangenen reeds los.’

Oprichting
De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van het bestuur van VeViVo (Vereniging tot Viering van Volksfeesten). De zwarte plaquette is onthuld op 4 mei 2002 door de oud-strijders J. Scheele en P. Luteijn. De toevoeging van de tweede plaquette en het informatiepaneel was het initiatief van de gebroeders Schuurmans.

Onthulling
Het monument is onthuld op 5 mei 1970 door burgemeester G. baron van Voorts tot Voorts.

Oorlogsslachtoffers

Er zijn nog geen personen uit de database van de Oorlogsgravenstichting gekoppeld aan dit monument.

De Oorlogsgravenstichting heeft een database met namen en verhalen van oorlogsslachtoffers. Veel van deze slachtoffers worden herdacht door middel van een monument. Wilt u ons helpen om de namen en verhalen van slachtoffers te koppelen aan het monument waarop hun naam vermeld staat? Kijk dan op de website van de Oorlogsgravenstichting, ziet u in de database een naam die ook voorkomt op dit monument? Maak dan een account aan en koppel de persoon uit de database aan dit monument. Enkele dagen na de koppeling verschijnt de naam van het slachtoffer op deze pagina.

Meer informatie

Bronnen

Voor meer informatie
Een monumentaal oorlogsverhaal, Frans van Gaal.

Leg een bloem bij dit monument

Klik op onderstaande knop om een digitale bloem bij dit monument te leggen. Je kunt kiezen uit een rode gerbera, een witte roos of een blauwe Iris. Ook is het mogelijk om een persoonlijke boodschap toe te voegen. Nadat het formulier is verstuurd toont de bloem op deze pagina (vergeet niet om de pagina opnieuw te laden). 

Leg een bloem

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers


Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Maak dan gebruik van de formulieren.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veelgestelde vragen of stuur ons een bericht.

Tooltip contents