Naar overzicht
Naar overzicht
  • Het monument
  • Leg een bloem
  • Uw verhaal

Het monument

Vorm en materiaal
Het Ereveld Loenen (gemeente Apeldoorn) herbergt de graven van 4.000 oorlogsslachtoffers. Het dennenbos op de begraafplaats wordt doorsneden met slingerende paden, waaraan de graven zich bevinden onder een liggende, vlakke steen.

Het ereveld heeft een eenvoudige maar monumentale entree: twee lage rietgedekte gebouwen verbonden door een gebogen muur. In het entreegebouw bevindt zich een presentatie in woord en beeld over de Tweede Wereldoorlog, de concentratiekampen en de oorlogsbegraafplaatsen over de hele wereld. Bij de ingang is een breed pad aangelegd. Aan het einde van dit pad staat het monument ‘De Vallende Man’. Het is een bronzen beeld van een achterovervallende, naakte mannenfiguur. Het beeld is geplaatst op een sokkel van Franse kalksteen.

Naast het beeld is een witte, rietgedekte kapel geplaatst. In het koor van deze kapel staat een eikenhouten schrijn, waarin 42 gedenkboeken worden bewaard met de namen van 125.000 Nederlandse oorlogsslachtoffers wiens stoffelijke resten nooit zijn gevonden. Eén boek ligt altijd opengeslagen. Dagelijks wordt een bladzijde omgeslagen door de opzichter van het Ereveld.

Langs de wanden van de kapel staan twee urnen: één met asresten uit het concentratiekamp Buchenwald, één met aarde uit de concentratiekampen Majdanek, Sobibor en Treblinka.

In de kapel bevindt zich ook een wandbord met de namen van de omgekomen Engelandvaarders. Dit wandbord hing tijdens de Tweede Wereldoorlog in ‘Oranje Haven’, het Londense trefpunt van de Engelandvaarders.

Tevens bevindt zich in de kapel een plaquette ter nagedachtenis aan hen die in het Verre Oosten tussen december 1941 en augustus 1945 een zeemansgraf vonden. Dit zijn onder andere de slachtoffers van een grote scheepsramp: op 18 september 1944 werd het Japanse troepentransportschip Junyo Maru bij Sumatra tot zinken gebracht door de geallieerden. Meer dan 5600 mensen verloren hier het leven, onder wie ongeveer 2500 Nederlandse krijgsgevangenen.

Achter de kapel staat een barakkensteen, uitgevoerd in graniet dat afkomstig is uit de steengroeve van het concentratiekamp Natzweiler. In een nis is een urn geplaatst met aarde afkomstig van de executieplaats van het kamp. Op de gedenksteen is een plaquette bevestigd.

Achter de kapel ligt een open heideveld met aan het einde een groot, wit kruis. Dit teken van rouw en bezinning staat in het hart van de erebegraafplaats.

Naast het kruis is het ‘Centraal monument’ van de Oorlogsgravenstichting geplaatst. Dit is een kalkstenen gedenksteen waarop een plaquette is bevestigd. Op de plaquette is in reliëf de Nederlandse leeuw aangebracht.

Op de bodem van een oude leemkuil in het bos bevindt zich het ‘Monument voor de onbekende verzetsstrijder’. Het is een grote, komvormige kalkstenen schaal op een voetstuk. In het hart van de schaal is de Nederlandse leeuw uitgehouwen.

Teksten
De tekst op de plaquette in de kapel luidt:

‘TER NAGEDACHTENIS AAN ALLEN, DIE ALS
ONDERDAAN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
EEN ZEEMANSGRAF VONDEN IN HET VERRE OOSTEN.
DEC. ’41 – AUG. ’45
STICHTING HERDENKING
JUNYO MARU – SUMATRA 18.9.1986′.

De tekst op de barakkensteen luidt:

’17 IV 1943′
‘GEBOUWEN IN STEEN VAN:
ONTVANGEN UIT ‘T HART IN:
NATZWEILER
SYMBOOL VAN GEDENKEN DOOR’.

De tekst op de plaquette op de steen luidt:

‘TER HERINNERING AAN
DE DODEN VAN NATZWEILER
1940 – 1945
NED. VER. VAN EX-POLITIEKE GEVANGENEN’.

De tekst op de plaquette op de kalkstenen gedenksteen luidt:

‘OORLOGSGRAVENSTICHTING
OPDAT ZIJ MET
ERE MOGEN RUSTEN’.

De tekst op het voetstuk van de kalkstenen schaal luidt:

‘AAN DE ONBEKENDE VERZETSSTRIJDER’.

De tekst in de rand van de schaal luidt:

‘DEN VADERLANT GHETROUWE’.

Symboliek
‘De Vallende Man’ staat symbool voor allen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben ingezet om Nederland te bevrijden en daarbij zijn doodgeschoten, geëxecuteerd, vermoord of gestorven in een van de concentratiekampen. Het staat ook voor hen die omkwamen bij gevechten, ten gevolge van bombardementen of andere oorlogshandelingen. De kalkstenen schaal staat symbool voor het offer dat het verzet heeft gebracht en is om die reden ‘ondergronds’ geplaatst.

Uitbreiding
In 1997 heeft de Oorlogsgravenstichting een stuk van bijna 17 hectare rondom het bestaande ereveld aangekocht. Elke Nederlander die volgens de statuten van de Oorlogsgravenstichting als oorlogsslachtoffer kan worden aangemerkt, kan op het ereveld begraven worden. Regelmatig vinden vanuit begraafplaatsen elders in ons land herbegravingen op het ereveld Loenen plaats. Om de capaciteit en het voortbestaan van de begraafplaats (de graven zullen nooit worden geruimd) te verzekeren, gaat de Oorlogsgravenstichting in 2012 beginnen met ontginnen en het inrichten als begraafplaats.

De geschiedenis

Het Ereveld Loenen (gemeente Apeldoorn) herinnert aan alle Nederlanders die tijdens de bezettingsjaren door oorlogshandelingen zijn omgekomen, en aan de vermisten van wie geen aanwijsbare laatste rustplaats bekend is.

In de archieven van de Oorlogsgravenstichting zijn 180.000 oorlogsdoden geregistreerd. Van 125.000 van hen zijn de stoffelijke resten nooit gevonden. Zij rusten in massagraven bij Japanse en Duitse concentratiekampen, vonden een zeemansgraf of werden vermoord in vernietigingskampen als Auschwitz-Birkenau en Sobibor. Op het ereveld zijn militairen begraven, maar toch vooral burgers, mannen zowel als vrouwen, in totaal bijna 3.700 mensen. De meesten zijn eerder op een andere plek begraven, maar dit is hun laatste rustplaats.

Het gaat om oorlogsslachtoffers die op verschillende plaatsen en onder uiteenlopende omstandigheden sinds 9 mei 1940 zijn omgekomen. Militairen uit de meidagen van 1940, krijgsgevangenen, verzetsstrijders, bombardementsslachtoffers, joodse burgers, Engelandvaarders, onderduikers, represailleslachtoffers, dwangarbeiders, concentratiekampslachtoffers, leden van de koopvaardij, slachtoffers van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, maar ook slachtoffers van latere conflicten, zoals de politionele acties in Nederlands-Indië, de Koreaoorlog én van vredesmissies.

In het concentratiekamp Natzweiler zaten de ‘Nacht und Nebel’-gevangenen. Dit waren met name verzetsmensen uit Noorwegen, Frankrijk en Nederland. Het was de bedoeling van de SS deze gevangenen radicaal te laten verdwijnen door hen te fusilleren zonder een spoor achter te laten. Duizenden mensen stierven in de steengroeve. De namen van 125 Nederlanders die in dit kamp zijn omgekomen, zijn opgenomen in gedenkboek, deel 35.

Oprichting
In 1948 is men begonnen met de aanleg van het Ereveld Loenen. Op 18 oktober 1949 werd het ereveld ingewijd door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Wilhelmina. Het was aanvankelijk vooral bedoeld voor Nederlanders die in Duitsland waren omgekomen. Later vonden ook herbegrafenissen plaats van slachtoffers uit Nederland en andere delen van de wereld, en van slachtoffers van de politionele acties, de Korea-oorlog, de acties op Nieuw-Guinea en, sinds de jaren tachtig, van de VN-vredesmissies.

Gemiddeld vinden er elk jaar nog achttien herbegrafenissen plaats, bijvoorbeeld omdat op een gewone begraafplaats een oorlogsgraf slecht onderhouden wordt of geruimd moet worden.

Meer dan 100 stenen hebben de vermelding ONBEKENDE NEDERLANDER.

Onthulling
Het wandbord met de namen van de omgekomen Engelandvaarders is door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Wilhelmina aangeboden bij de officiële inwijding van het ereveld in 1949.

Het ‘Monument voor de onbekende verzetsstrijder’ is op 2 mei 1952 onthuld door mevrouw H.G. van Anrooy-de Kempenaer.

Het monument voor de slachtoffers van het concentratiekamp Natzweiler is op 5 september 1959 achter de kapel geplaatst.

Het eikenhouten schrijn met de 42 gedenkboeken is op 30 januari 1973 in de kapel geplaatst.

De plaquette voor de Nederlanders die in het Verre Oosten een zeemansgraf vonden is op 18 september 1986 in de kapel geplaatst.

Het ‘Centraal Monument’ van de Oorlogsgravenstichting is naast de kapel geplaatst in 1986.

Het monument ‘De Vallende Man’ is onthuld in 2006. Het eerste exemplaar van dit beeld werd in 1950 in opdracht van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting vervaardigd voor het militaire erehof op de Rotterdamse begraafplaats ‘Crooswijk’. Inmiddels staan er exemplaren van dit beeld in binnen- en buitenland op militaire erevelden.

De begraafplaats staat onder bescherming van de Oorlogsgravenstichting.

Oorlogsslachtoffers

Er zijn nog geen personen uit de database van de Oorlogsgravenstichting gekoppeld aan dit monument.

De Oorlogsgravenstichting heeft een database met namen en verhalen van oorlogsslachtoffers. Veel van deze slachtoffers worden herdacht door middel van een monument. Wilt u ons helpen om de namen en verhalen van slachtoffers te koppelen aan het monument waarop hun naam vermeld staat? Kijk dan op de website van de Oorlogsgravenstichting, ziet u in de database een naam die ook voorkomt op dit monument? Maak dan een account aan en koppel de persoon uit de database aan dit monument. Enkele dagen na de koppeling verschijnt de naam van het slachtoffer op deze pagina.

Meer informatie

Locatie
Het Ereveld Loenen is gelegen aan de Groenendaalseweg, tussen de Woeste Hoeve en het dorp Loenen (gemeente Apeldoorn).

Bronnen

  • De heer Jan Heerze;
  • De Nederlandse Oorlogsgravenstichting;
  • www.apeldoornendeoorlog.nl;
  • Apeldoorn Monumenten van L.P. van Oppen e.a. (Apeldoorn, 1990);
  • Tekens aan de weg – Tekens aan de wand van C. Reitsma (Leeuwarden, 1980). ISBN 9033020009;
  • Ereveld Loenen van Jan Heerze, Jack Kooistra en Johan Teeuwisse (Den Haag, 1999);
  • Apeldoorn ’40-’45, het verhaal achter de Apeldoornse oorlogsmonumenten van Jan Heerze en Jelle Reitsma (Apeldoorn, 2006).

Leg een bloem bij dit monument

Klik op onderstaande knop om een digitale bloem bij dit monument te leggen. Je kunt kiezen uit een rode gerbera, een witte roos of een blauwe Iris. Ook is het mogelijk om een persoonlijke boodschap toe te voegen. Nadat het formulier is verstuurd toont de bloem op deze pagina (vergeet niet om de pagina opnieuw te laden). 

Leg een bloem

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Hans Bijloo | 09 aug 2022

https://oorlogsgravenstichting.nl/persoon/23887/jan-antonie-bijloo

Jan Bijloo: Een echte verzetsheld
Hans Peter Brinkman was zijn schuilnaam in het verzet. Ook na de oorlog werd hij als zodanig door zijn voormalige verzetsmakkers omschreven. Maar zijn echte naam was Jan Bijloo. Jan was een echte verzetsheld, een jonge man nog. Hij was pas 25 jaar toen hij op 12 maart 1945 werd gefusilleerd. Al die jaren was hij erdoor gerold. Twee keer gevangengenomen en er het leven bij behouden. Maar zijn derde gevangenneming werd hem fataal. Hij zou het eind van de bezetting net niet halen.

Jan had na de lagere en de middelbare school aan de MTS in Dordrecht zijn diploma als werktuigkundige gehaald. Daarna werd hij leraar aan de Technische Middelbare School in Rotterdam.

Zijn verzetswerk begon eigenlijk al op 14 mei 1940. De dag van de Nederlandse capitulatie, maar ook de dag van het bombardement op Rotterdam. De verwarring moet enorm geweest zijn. Er moest dus volop worden geïmproviseerd. Overal werden slachtoffers en daklozen ondergebracht, ook in een school in Rotterdam Zuid. Jan toonde toen al, net 20 jaar oud, zijn organisatorische talent.

Korte tijd later moet hij zich hebben aangesloten bij één van de eerste verzetsgroepen. Al gauw leidde hij een club vervalsers. Hij vervalste persoonsbewijzen, organiseerde steun voor geallieerde illegale werkers en kreeg dankzij zijn contacten met het Arbeidsbureau mensen vrij, die voor werk naar het buitenland waren gestuurd. Logisch dat de Duitsers hem in de smiezen kregen. Ze pakten hem niet, maar namen zijn broer als gijzelaar. Toen gaf Jan zich aan. Hij kreeg tien maanden cel vanwege ‘deutschfeindliche’ activiteiten. Later zou hij voor de daar verleende ‘kost en inwoning’ nog een rekening krijgen van een paar honderd gulden. Maar die zou nooit worden betaald.

Na zijn gevangenschap werd Jan ook medewerker van het illegale blad ‘Het Bulletin’. Hij werd actief binnen de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (BS genaamd), was aanwezig bij de dropping van wapens in Berkel en Rodenrijs en was betrokken bij het leeghalen van een suikerfabriek in die plaats. In augustus 1944 liep hij weer tegen de lamp. Enkele weken later, op dinsdag 5 september 1944 was hij weer vrij. Dat was op Dolle Dinsdag. Op die dag, toen de Duitsers dachten door de Geallieerden te worden overlopen, kon zo’n vrijlating zo maar gebeuren.

Jan Bijloo maakte binnen het verzet veel indruk. Een hoge commandant van de BS, F.A. van der Hoeven, getuigde na de oorlog over hem als volgt: “…impulsief voelde ik dat ik hem hebben moest, dat ik hem niet meer los moest laten. Ik heb toen met hem gepraat, slechts zeer kort, daarna toen er meer tijd voor was, had ik met hem een zeer lang gesprek. Het bleek mij toen, dat mijn eerste indruk zonder meer goed was geweest, dat ik mij niet vergist had. Dit was de man die ik nodig had voor mijn afdeling falsificaties. Hij beschikte over een waar arsenaal van alle mogelijke stempels, officiële brieven, ‘passierscheine’, vrijstellingen voor arbeidsinzet, kortom de onmogelijkste dingen, die voor zo’n bedrijf konden dienen. Hij toonde dit mij in alle eenvoud, zonder enige pretentie, hoewel een leek kon zien hoe ongelofelijk veel arbeid en risico hier opeengestapeld lag.” “Hij verenigde in zijn persoon alle deugden die een illegaal werker hoort te bezitten. Hij was voorzichtig, weinig spraakzaam, schonk slechts traag zijn vertrouwen, maar had hij dat eenmaal gegeven, dan kon je op hem rekenen. Hij was strikt eerlijk en bij alle fantasie waarover hij beschikte, absoluut betrouwbaar. Hij had een grote toewijding voor het werk, voor het grote doel waarvoor wij ons allen hadden ingezet. Hij leefde in de rotsvaste overtuiging dat God hem tot dit werk geroepen had en als een roeping heeft hij tot het bittere einde zijn werk gedaan.”

Tegen het eind van de oorlog kreeg Jan Bijloo opdracht om naar Engeland te gaan. De nacht daaraan voorafgaand werd hij ondergebracht op wat een veilig adres had moeten zijn. Maar de andere dag bleek dat te zijn omsingeld door Duitsers. Ze waren naar heel andere illegalen op jacht geweest en Jan was eigenlijk maar bijvangst. Ze pakten hem op omdat hij een revolver op zak had. Al snel beseften de Duitsers wie ze in handen hadden en op 12 maart 1945 werd Jan aan de Rotterdamse Pleinweg omgebracht.

Na de oorlog vielen hem de nodige eerbewijzen ten deel. Zijn naam staat vermeld in de annalen van het Geallieerde leger, zo lezen we in een door Generaal Dwight D. Eisenhower ondertekende brief. Uit naam van Prins Bernhard werd Certificate of Commendation toegekend. En zijn naam staat met die van 19 andere Rotterdamse verzetshelden vermeld op het Monument van de Treurende Vrouw op de fusilladeplaats aan de Pleinweg in Rotterdam.

Jan Bijloo was typisch zo’n verzetsheld van wie we veel meer zouden hebben gehoord als hij de oorlog had overleefd. Niet omdat hij op de voorgrond drong – dat deed hij in zijn verzetswerk ook niet – maar omdat hij barstte van de capaciteiten en bovendien een eerlijk mens was van heldere overtuigingen. Jan Bijloo stierf door geweld van de bezetter eer hij al zijn beloften kon inlossen. De samenleving mag hem dankbaar zijn voor de beloften die hij wel inloste.

Jan Ten hengel | 04 mei 2020


Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Maak dan gebruik van de formulieren.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veelgestelde vragen of stuur ons een bericht.

Tooltip contents