4meiOverlay

Korea is voor mij lopen, lopen, lopen in de mist

Jaap van Gemeren, Schaarsbergen - Gelderland

Elk jaar herdenken ze de mannen die in Korea zijn gesneuveld. Maar het aantal aanwezigen dunt uit. Want ook de overlevenden komen te overlijden. Jaap van Gemeren (1925) vertrekt in 1950 als soldaat naar Korea. Nadat hij eerst in Nederlands-Indië heeft gezeten. "Iedereen verklaarde me voor gek, maar ik wilde per se terug". Als hij had geweten hoe het in Korea zou zijn, had hij waarschijnlijk niet getekend. Hij zit bij het Nederlandse detachement van de Verenigde Naties (NDVN). 's Winters vriest het 20 graden en 's zomers is het bloedheet. Hij vertelt hoe dat ging.

door Marleen Wegman-Qualm (redactie Checkpoint)

Ik wilde weer terug
"Direct na de bevrijding meldde ik me als oorlogsvrijwilliger. Begin 1946 ging ik voor ruim twee jaar naar Nederlands-Indië. Oktober 1948 ging ik uit militaire dienst. Maar toen in 1950 vrijwilligers werden gevraagd voor het Nederlandse detachement in Korea aarzelde ik geen moment en meldde ik me aan. Ik heb destijds nog wel eens aan een aantal mensen met wie ik in Indië had gezeten gevraagd of ze ook niet mee wilden, maar ze zaten al te vast in het burgerleven. Eigenlijk verklaarde iedereen me voor gek, maar ik wilde weer terug."

Hete zomers, koude winters
"Het beeld dat ons in de wervingscampagnes werd voorgehouden was: bomen, sawah's, bergen en veel groen, net als in Indonesië. Maar Korea was echt heel anders. Als we hadden geweten wat we in Korea voor onze kiezen zouden krijgen, hadden we waarschijnlijk niet getekend. Het weer in Indonesië was altijd prachtig, dus we dachten dat het in Korea ook zo zou zijn. Wisten wij veel. Korea heeft een landklimaat: hete zomers en koude winters. Het vroor gemiddeld twintig graden. En daar zaten wij met onze Nederlandse kleding. We kwamen aan in november, toen begon de kou pas. En hoe verder je naar het noorden ging, hoe kouder het werd."

Patrouilles lopen
"Met 636 militairen vertrokken we op 26 oktober 1950 vanuit Rotterdam naar Korea. Na vier weken kwamen we aan in Pusan en vandaar ging het richting Taegu, naar het opleidingscentrum. Al na negen dagen kwam er bericht dat we moesten 'moven', verplaatsen. Er was eigenlijk van alles te weinig of helemaal niets. Geen kachels, geen bedden, geen winterkleding, geen benzine. Toen de Chinezen de Amerikanen uit het noorden verdreven, was er ook geen materiaal meer. Dus het was wachten op nieuwe aanvoer. In de tussentijd deden we bijna niets anders dan patrouilles lopen. Lopen, lopen, lopen, heuvel op, heuvel af."

Er stond zelfs geen boom meer overeind
"Na Nieuwjaar kwamen we in vijandelijk gebied, in Hoengsong. Als infanterie lagen we buiten de stad ingegraven in onze 'foxholes'. Die nacht vielen de eerste Nederlandse slachtoffers. Hoengsong werd opgegeven, net als Wonju, een klein, maar belangrijk stadje, want het had een vliegveld. Op 9 januari 1951 kwam de opdracht opnieuw naar Wonju te gaan. Na vijf dagen vechten trokken de VN-troepen zich voor de tweede keer terug. Alles in Wonju was kapot en verbrand. Er stond zelfs geen boom meer overeind. In totaal kwamen tijdens die gevechten 28 Nederlanders om het leven, onder wie de commandant van het detachement luitenant-kolonel Den Ouden. Zij zijn, net als latere gesneuvelden, begraven op het Ereveld in Pusan. Voor de gevechten die we als Nederlands detachement hebben geleverd in Hoengsong en Wonju ontvingen we de 'Presidential Unit Citation', de hoogste Amerikaanse onderscheiding voor een buitenlandse militaire eenheid."

Rennen voor ons leven
"Vanaf Hoengsong hebben we eigenlijk niets anders gedaan dan aftochten dekken en dagen achtereen lopen. Zonder warm eten, zonder rust. Van de ene heuvel naar de andere. Op donderdag 17 mei 1951 beklommen we heuvel 975. Het regende, het was mistig en koud. De heuvel was glibberig en steil. En boven aangekomen moest er opnieuw een gat worden gegraven. Midden in de nacht kwam toen de opdracht om te vertrekken naar heuvel 1.051. Dus in het donker heuvel 975 af, maar halverwege kwam het bevel om te blijven zitten. In de tussentijd zagen we hoe van heuvel 1.051 de Chinezen aankwamen en granaten op ons gooiden die de Amerikanen daar hadden laten liggen. Uiteindelijk hebben we moeten rennen voor ons leven."

Chinezen tussen ons in
"Eind mei begonnen we aan de opmars naar Inje, een plaats boven de 38ste breedtegraad. We hebben vijf dagen gelopen, voor het merendeel in de regen. 's Avonds zaten we in de gaten die de Chinezen hadden achtergelaten. Op 31 mei 1951 werden we overvallen door de Chinezen. Wij wisten niet dat ze tussen ons in zaten. Ze waren waarschijnlijk met ons meegetrokken. Bij die overval vielen veertien Nederlandse doden en meerdere gewonden."

Terug naar Nederland
"Op 15 juli kwam de opdracht om nog één keer, voor twee weken, naar voren te trekken. En het regende dat het goot. We hebben twee weken lang dag en nacht in de 'foxholes' gezeten. En na twee weken, we waren echt aan het aftellen, kwam het bericht dat we nog een weekje langer moesten blijven. Op 6 augustus kwam de order om naar beneden te komen: de Amerikanen namen ‘t van ons over. Ik keerde, met 49 kameraden, per vliegtuig terug naar Nederland. Met een Dakota vlogen we eerst naar Tokio. Daar mochten we vijf dagen feest vieren en daarna ging het, met een Constellation van de KLM via Bangkok, Karachi en Damascus naar Amsterdam. Alle anderen kwamen per schip terug."

Trouwe bezoeker van de jaarlijkse herdenking
"Elk jaar ga ik naar de herdenking bij het Korea-monument op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Tijdens die plechtigheid worden alle namen van de gesneuvelden opgelezen. Maar het aantal aanwezige overlevenden wordt ieder jaar kleiner. Bij de Korea-veteranen vind je niemand meer die jonger is dan 75 jaar. Ter nagedachtenis aan de Koreaanse slachtoffers van het Nederlandse detachement zijn op het monument twee platen met een inscriptie aangebracht. De inscripties zijn in het Nederlands en in het Koreaans. Ik vind het heel bijzonder dat er ieder jaar iemand namens de Koreaanse regering aanwezig is. En ook nog een krans legt bij het monument, dat gebeurt niet overal."

Korea is voor mij lopen, lopen, lopen in de mist