4meiOverlay

De mensen dachten 'het zal hier wel niet gebeuren'

Poul Lous (1930), Westkapelle - Zeeland

Het Zeeuwse dorp Westkapelle krijgt in 1944 drie geallieerde bombardementen te verwerken. Bij het eerste, op 3 oktober, wordt Westkapelle volledig verwoest en komen 157 mensen om. De geallieerden bombarderen de dijken stuk en laten Walcheren overstromen, om de Duitsers te verdrijven. Poul Lous maakt de bombardementen mee en woont daarna bijna twee jaar in een bunker. Want de dorpen staan lang onder water. In Westkapelle herinnert het monument bij de vuurtoren aan de oorlogsslachtoffers.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Mei 1940

"Mijn vader werkte in de machinefabriek van scheepswerf De Schelde in Vlissingen. Ik had twee broers en een zus. Ik herinner me de eerste Duitsers op de dijk, op 18 mei 1940. Bij helder weer kwamen ze aangelopen. De Duitsers strooiden pamfletten uit boven Zeeland - per abuis - want ze waren bedoeld voor België. Al mijn hele leven ken ik de tekst uit mijn hoofd. Die gaat er pas uit als ik dood ben: 'Uw koning is naar Le Havre gevlucht. Nu zijt ge alleen en verlaten. Duitse troepen omsingelen u aan alle kanten. De Duitse overmacht kan alles vernietigen indien zij dat willen. De Duitsers willen echter geen zinloos bloed vergieten. Laten we goede vrienden zijn. Kom bij ons kameraden'."

Wittebrooddivisie
"Gedurende de hele oorlog zat er een grote groep Duitse soldaten in Westkapelle, met een grote batterij artillerie. We kenden ze bij naam. De soldaten hoorden bij de zogenaamde Wittebrooddivisie, zo genoemd omdat ze allemaal maagklachten hadden. Ze waren tussen de 35 en 40 jaar, kregen aangepast voedsel en hadden in Zeeland een geregeld leven. De mensen zeiden 'als je daar de oorlog mee moet winnen'. Maar ze waren toch verschrikkelijk fanatiek en schoten diverse oorlogsschepen kapot. Uiteindelijk ging bijna tachtig procent van de landingsvloot verloren door Duitse beschietingen."

Tamelijk rustig
"De oorlogsjaren verliepen tamelijk rustig. Als kind liep je soms tussen de barakken van de Duitsers door. Je kreeg wel eens een snoepje. Toch waren we thuis fel anti-Duits. Geen groter triomf dan toen we in 1943 op Radio Oranje hoorden dat de Nederlandse onderzeeboot O21 in de Middellandse Zee de Duitse onderzeeër U95 had getorpedeerd. Aan die Nederlandse boot had mijn vader gewerkt. Ik liep naast mijn schoenen van trots. Op een dag in september '44 pikte ik uit een van de Duitse barakken een munitietrommel. Ze hadden me gezien en 's avonds kwam de politie aan de deur, met de boodschap dat die munitie terug moest. Uit angst had ik de trommel al in een sloot gegooid. De volgende dag vertrokken wij uit het dorp, vanwege de op handen zijnde bombardementen. Dat was toen even mijn geluk."

Britse pamfletten: onmiddelijke evacuatie!
"Engelse vliegtuigen gooiden pamfletten uit, waarop stond dat de bevolking moest evacueren, omdat een overstroming het eiland zou bedreigen.* Men mocht zich evenmin bij Duitse militaire installaties ophouden, want dat was ook gevaarlijk. De pamfletten kwamen door de wind niet in Westkapelle terecht. Als je weet dat Walcheren net een diep bord is en het onmogelijk was van het eiland af te gaan… Waar moesten de mensen heen? De meeste mensen hadden wel gehoord dat ze moesten evacueren, maar iedereen dacht 'het zal wel niet bij ons gebeuren'. Iedereen had in de tuin een schuilplaats, een kuil met een paar plankjes, maar daar had je bij een bombardement of overstroming niet veel aan."

Het water komt eraan
"Mijn vader had bij de scheepswerf in Vlissingen al veel bombardementen meegemaakt. Na berichten op Radio Oranje wilde hij geen risico nemen. Wij liepen daarom op 2 oktober het dorp uit. Met mijn opa, oma, een oom en ons gezin sliepen we in een droge sloot en later in een boerderij. Daar - op twee kilometer buiten het dorp - maakten we het bombardement op de dijken mee. Van 's middags één uur tot ongeveer half vier. Het hield maar niet op. Die nacht kwam iemand waarschuwen dat het water eraan kwam. Toen het licht werd zag je hazen, konijnen, wezels en bunzings voor het water uit vluchten. 's Morgens vertrokken wij naar Aagtekerke, vijf kilometer verderop. Daar kwam een vrouw een huis uit. Ze ging meteen warm eten voor ons klaarmaken. Zoiets vergeet je je hele leven niet. Ik zeg altijd dat ik naar één ding uit de oorlog terug verlang, namelijk de bereidheid om elkaar te helpen. Mensen met een enkel koffertje deelden hun kleren met anderen die nog minder hadden."

De Engelsen zitten al in Domburg
"Enkele dagen later moesten we ook uit Aagtekerke weg voor het hoge water. De paarden voor de wagen moesten op sommige plaatsen zwemmen. In Oostkapelle gingen de Duitsers weg uit de Christelijke school en wij trokken erin, met vier gezinnen in een lokaal. We hoorden dat de Engelsen al in Domburg zaten. Domburg was drie kilometer van Oostkapelle, dus we verwachtten dat ze snel bij ons zouden zijn. We dansten op de tafel van blijdschap. Maar op dat moment begonnen geallieerde beschietingen op Oostkapelle. Meteen werd een man door een granaatscherf getroffen. Hij lag dood in de gang van de school. We vertrokken meteen, om te schuilen achter de dikke muren van de kerktoren. Je kon er alleen nog maar rechtop staan, zo druk was het."

Niet te omschrijven gevoel
"In Oostkapelle en Domburg kwamen in die laatste oorlogsdagen nog veel mensen om. In het schoollokaal had een scherf ons schamele bezit - de kleren die aan de muur hingen - door midden gesneden. Het duurde uiteindelijk nog acht dagen tot er vier amfibievoertuigen op rupsbanden - Buffalo's - met Engelsen het dorp in reden. De Duitsers werden met handen in de lucht weggevoerd. Dat werd met gejuich ontvangen. Het gevoel dat ik toen had, kan ik niet omschrijven."

Westkapelle zwaar getroffen
"De dijk van Westkapelle was over een lengte van 120 meter weggevaagd. Bij het bombardement kwamen 157 mensen om, onder wie 44 in de kelder van molen De Roos. Zij verdronken in het opkomende zeewater omdat de deuren door rondvliegend puin versperd waren. Slechts drie mensen overleefden het. Onder hen een baby van elf maanden, die door haar moeder omhoog gehouden werd. Op 17 oktober volgde een tweede bombardement op het dorp, om het gat in de dijk te vergroten. Het laatste bombardement op Westkapelle vond plaats op 30 oktober. Hierdoor werden de laatste huizen verwoest. De geallieerden redeneerden dat elk huis nog een vesting van de Duitsers kon zijn. Er is zoveel geleden. In bijna elke familie vielen slachtoffers - ook na de bevrijding nog - onder andere bij het dichten van de dijken. De Duitsers hadden overal mijnen neergelegd. Mijn jongste broertje van zes stierf aan tetanus, na een ongelukkige val op een stuk hout in een sloot waarin verdronken dieren dreven."

In de bunker
"Westkapelle liep met hoog water onder en met eb viel het droog. Het gat in de dijk is precies een jaar open geweest. Toen moest het water weggepompt worden. De huizen waren aangetast door het zoute zeewater. Van de 650 huizen bleven er slechts vijftig enigszins bewoonbaar. Na de bevrijding moesten we op zoek naar andere woonruimte. Maar met ons veel andere gezinnen. Domburg was vol. Tussen Domburg en Westkapelle vonden we een grote voorraadbunker van de Duitsers, gevuld met kratten sodawater van Hero. Daar gingen wij in wonen. Mijn opa, oma en oom zaten in een andere bunker, vijftig meter bij ons vandaan. We hadden geen licht en water. Ik ging tien keer per dag met een jerrycan op en neer naar een waterpomp in de duinen. De bunker bevond zich gedeeltelijk onder de grond, maar het was er niet koud. Bedden en dekens haalden we uit andere bunkers. De dekens zaten vol met vlooien, maar dat was in die tijd nou eenmaal zo."

Een mooi leven
"Schouwen-Duiveland - het eiland ten noorden van Walcheren - was nog niet bevrijd. Eenpersoons onderzeebootjes van de Duitsers torpedeerden Engelse schepen die op weg waren naar Antwerpen. Vervolgens spoelde er van alles aan: kisten met chocolade, sigaretten, kazen van 35 kilo, blikken melkpoeder, bloem. Ik had een mooi leven. We vingen vis door gevonden handgranaten bij de golfbrekers in de zee te gooien. Bijna twee jaar lang woonden we in de bunker. Daarna zijn we verhuisd door de Quakers, een groep hulpverleners uit Amerika. Vanuit hun geloof waren zij tegen oorlog en ze kwamen naar de oorlogsgebieden om de bevolking te helpen."

De oorlogsmonumenten op de dijk
"Net als mijn vader ging ik bij De Schelde werken, 43 jaar lang. Al mijn hele leven lees ik alles wat los en vast zit over de oorlog in deze regio. Toen er plannen kwamen voor een dijk- en oorlogsmuseum in Westkapelle heb ik mij meteen als vrijwilliger aangemeld. Ik sla nooit een herdenking over - jaarlijks op 1 november - bij het monument op de dijk en bij de vuurtoren. Soms zijn daar ook Engelsen bij aanwezig, wel elk jaar minder. Sommige oud-strijders durfden lang niet naar Zeeland te komen, omdat ze bang waren dat de bevolking nog kwaad zou zijn. Er is te weinig aandacht besteed aan de oorlog hier. De Slag om de Schelde heeft 37.000 mensen het leven gekost. De meeste bezoekers van het museum weten dat niet en ze worden er stil van. Dat is goed."

* De Zeeuwse kust is tijdens de oorlog van groot strategisch belang. De kust is onderdeel van de Duitse verdedigingslinie Atlantikwall. In oktober 1944 willen de geallieerden een vrije doorgang naar Antwerpen tot stand brengen, om zo de legers te kunnen bevoorraden in de opmars naar Duitsland. De Scheldemonding is in handen van de bezetter. De geallieerden besluiten de dijken te bombarderen en Walcheren onder water te zetten, om zo de verdediging van de Duitsers te verzwakken.

De mensen dachten 'het zal hier wel niet gebeuren'