4meiOverlay

Het is een vredesmissie, mam

Elly en Wim van Rijn, Roermond - Limburg

Een week later zou hij met verlof naar Nederland komen. Maar hij komt bij een auto-ongeluk om het leven. Kees van Rijn (1960) is in 1979 de eerste van negen Nederlandse slachtoffers van de vredesmissie in Libanon. Hoe ga je als ouders en jongere broer om met zo’n verlies? “Mensen die Kees gekend heeft zijn vrienden geworden. Zij geven ons het gevoel dat hij niet vergeten is.” En in een toespraak bij de onthulling van het Nationale Monument voor Vredesoperaties in Roermond zegt de moeder van Kees: "Wij spráken alleen over vrede, terwijl de jongens in de vredesmissies daadwerkelijk iets voor die vrede hebben gedaan."

door Anita van Stel

Nationaal Monument voor Vredesmissies
Elly: "We hoorden van de oprichting van het Nationaal Monument voor Vredesoperaties in Roermond. Het herinnert aan de Nederlandse militairen die sinds het begin van de Korea-oorlog in dienst van de Verenigde Naties zijn omgekomen tijdens of als gevolg van vredesoperaties. We werden benaderd om de onthulling te doen, in 2003, samen met een veteraan uit Srebrenica. Ik vind het belangrijk dat de namen van mijn zoon Kees en alle andere slachtoffers bij vredesmissies voortleven. Zij hebben zich daadwerkelijk ingezet voor de vrede. Als burgers in een oorlogsgebied door hen een zekere mate van veiligheid kunnen voelen, zijn de missies zinvol en onze militairen niet voor niets gestorven."

'Ach, we lopen risico'
Elly: "Kees was een gezellig, open joch met veel vrienden. Vóórdat hij naar Libanon vertrok, drong hij erop aan nog een paar foto's van hem en ons vieren te maken. 'Dan hebben jullie die altijd als herinnering', zei hij. Wij vonden dat een naar idee. Als er wat met hem zou gebeuren, was zijn spaargeld voor zijn broer. Het afscheid in de kazerne van Zuid-Laren was heel moeilijk. Je ziet die jongens en hoopt dat ze allemaal weer heelhuids thuiskomen. Ik sta niet afwijzend tegenover vredesmissies, maar je weet niet of ze inzien welke gevaren ze tegemoet gaan." Wim: "Kees zat oorspronkelijk op verbindingen in Ede, later in Havelte. De groep die naar Libanon ging, bestond uit jongens die overal vandaan kwamen. Ze kregen in Zuid-Laren een gedegen opleiding en waren voor zover mogelijk goed voorbereid. Die jongens denken allemaal 'ach, we lopen risico, maar het zal mij wel voorbijgaan'."

Brieven
Elly: "We kregen veel brieven. Kees had het naar zijn zin en zat in het hoofdkwartier in Haris op een relatief veilige plek, waar weinig van de oorlog te merken was. Hij had geen heimwee. Maar in zijn brieven is ook te lezen dat het leven in Libanon lang niet zo gemakkelijk was als voor een buitenstaander leek. De foto's die de jongens naar huis stuurden, werden immers vaak niet genomen als het erom spande. In zijn laatste brief schrijft Kees: 'Er gebeurt hier niet zo veel de laatste tijd. Ik kom over veertien dagen thuis. Willen jullie vast een tafel in het restaurant bespreken'."

Met golven
Elly: "Op zondagavond stond er een hoge militair aan de deur. Hij was enorm zenuwachtig. Wat er dan door je heengaat, is niet te beschrijven. Met golven dringt de afschuwelijke waarheid tot je door." Wim: "Hij vertelde dat Kees in een auto zat die in een ravijn was gereden. Hij was uit de auto gevallen en had de wagen bovenop zich gekregen."

Het ging fout
Elly: "Omdat Kees op het hoofdkwartier zat als verbindingsman, maakte hij niet veel mee. Hij was vrij van dienst en bezig met een potje volleybal. Een bevoorradingswagen vertrok naar de buitenposten. Omdat hij ook weer eens naar buiten wilde, is hij met ze meegegaan. Ze waren met zijn drieën. Kees ging naast de bestuurder zitten, een andere jongen in de laadbak. Door de regen was het glad. De chauffeur riep op een gegeven moment dat het fout ging. De auto stortte vijf meter naar beneden het ravijn in. De jongen sprong uit de laadbak, terwijl Kees over de chauffeur naar buiten viel. De chauffeur kon uit de cabine klimmen en is weggerend. Hij was helemaal van de kaart."

In Loenen
Elly: "Na ongeveer een week kwam het gebalsemde lichaam van Kees aan. Hij is eerst begraven in Hillegom, waar wij woonden. Het was een indrukwekkende begrafenis. Er waren veel mensen, ook jongens uit Libanon die met verlof waren. Van Defensie hebben we veel medeleven, zorg en hartelijkheid gekregen, overigens ook nu nog. Later is Kees herbegraven op de erebegraafplaats in Loenen. Wij gaan daar op zijn verjaardag en op 4 mei altijd heen."

Gewoon pech
Wim: "De negen slachtoffers in Libanon zijn allemaal gevallen door domme ongelukken. Dikwijls gewoon pech. Een sergeant kwam om het leven doordat zijn auto op een mijn reed. Een luitenant raakte bij een schietincident zodanig verwond dat hij verlamd raakte en een jaar of zes, zeven geleden overleed. Kees schreef regelmatig dat er niks gebeurde en dat hij veilig zat. Ooit was er bij toeval een schot gevallen dat niets met de oorlog te maken had. Zo vaak mogelijk ging hij mee naar de pelotons in het veld, om de dagelijkse sleur te doorbreken. Hij was gekozen tot vertegenwoordiger van de jongens en wilde overal bij zijn. Soms denk je 'had hij maar in die laadbak gezeten'."

Je hele leven verandert
Elly: "Dan waren anderen met het verdriet opgezadeld. Verdriet dat toch je hele leven verandert. Sommigen die bij ongevallen of schietincidenten betrokken waren, lopen - volgens mij ten onrechte - nog altijd met schuldgevoelens rond. Voor veel jongens zag de wereld er bij terugkomst uit Libanon heel anders uit en raakten psychisch in de knoop. De chauffeur van de truck heeft het nog jaren heel moeilijk gehad. Gelukkig is hij nu in betere doen. Wij zijn in 2004 op de plaats van het ongeluk wezen kijken. Ik had me de omgeving heel anders voorgesteld. Het was maar één kilometer van Kees' standplaats in Haris."

De namen
Elly: "Op reünies en herdenkingen is het voor ons het moeilijkst als ze de namen gaan noemen. 'Daar ga je weer', denk ik dan. Het went nooit. Dat iemand van negentien jaar eerder doodgaat dan jezelf, voelt zo verschrikkelijk onrechtvaardig. We koesteren de contacten met mensen die Kees gekend hebben. Sommigen zijn vrienden geworden en komen bij ons thuis. Ze zijn belangrijk, want ze geven ons het gevoel dat hij niet vergeten is."

Rozen
Wim: "Kees' naam staat op diverse plaquettes op monumenten. Zelfs op twee in Libanon. Van het monument in Saïda waren de letters een beetje vervaagd. Onze begeleider kaartte dit bij de burgemeester van het dorp aan. De volgende dag waren ze meteen met zwarte verf aan de slag. De Nederlandse militairen hebben in Libanon een goede reputatie. We kregen thee van Libanese mensen en moesten fotoboeken bekijken. Een man had voor de Nederlanders gewerkt en trok meteen zijn oude kaki uniform aan. Er was een tearoom vlakbij de plek van het ongeluk. De vriendelijke eigenaar ging met ons mee. Hij had rozen meegenomen."

Het is een vredesmissie, mam