4meiOverlay

De slag bij de Poeldonk

Martien en Albert Schuurmans, Den Dungen - Noord-Brabant

Op 12 mei 1940 vinden op de Poeldonk hevige gevechten plaats tussen Nederlandse en Duitse militairen. Vader en moeder Schuurmans schuilen met hun kleine kinderen in de kelder van hun boerderij. Iets verderop sneuvelen twee Zeeuwse 'jongens' en de majoor van hun bataljon. De Dungense bevolking wil in 1969 een monument voor hen oprichten. Vader Toon Schuurmans biedt zijn erf aan. Jaren later vindt zoon Martien oud-strijders en nabestaanden van de gedode soldaten terug. Stukje bij beetje wordt duidelijk wat er gebeurd is op de Poeldonk, die dag in 1940.

door Anita van Stel

Twee gevechten
Martien: "Mijn vader Toon en moeder Cato hadden aan het begin van de oorlog vier kinderen. Albert was net geboren, ik nog niet. Mijn vader kreeg te horen dat hij vanwege het oorlogsgevaar geëvacueerd moest worden, van de Poeldonk naar het dorp Den Dungen, maar hij weigerde. Met zijn tienen - ook opa, oma en een broer en zus - schuilden ze in de kelder. Op die zondagmorgen 12 mei trok het 14e Regiment Infanterie ten strijde onder aanvoering van de moedige majoor Döbken."

Geluk gehad
"Er vond hevige strijd plaats. Vanuit vliegtuigen werd met mitrailleurs geschoten. Mijn familie in de kelder kwam er ongedeerd vanaf. Nadat de Duitsers waren doorgetrokken bleek de ravage op de Poeldonk enorm. Vijf boerderijen met rieten daken waren in brand geschoten, die van ons niet. Het huis was wel zwaar beschadigd. Ruiten waren gesprongen en de dakpannen zaten vol kogelgaten. In huis was ook veel kapot. De meeste Nederlandse militairen hebben kans gezien te ontkomen. Ze doken links en rechts boerenschuren in. Mijn vader wist zeker dat er meer dan acht gesneuvelde Duitsers waren. Hij heeft gezien dat de lichamen na de tweede aanval werden afgevoerd, maar wilde daar nooit over praten. Kennelijk vond hij het te zwaar. 'Waarom wil je dat toch weten', vroeg hij mij. Met stukjes en beetjes moest ik zelf de geschiedenis achterhalen."

Majoor Döbken gesneuveld
"Het derde bataljon van het 14e RI bestond voornamelijk uit Zeeuwse jongens. Twee van hen, Piet Luteijn en Bram Goedegebuure, vertelden mij later over de toedracht van de mislukte weerstand. Ik zette hun verhaal op de website www.monumentpoeldonk.nl"

Enkele fragmenten uit het verhaal: "Majoor Döbken was inmiddels met zijn bataljon het veld in gekomen, waar het Duitse leger de aanval langzaam had ingezet met mortiervuur. Voordat hij naar het slagveld vertrok, vroeg de majoor aan een infanterist zijn geweer en ging zelf voorop. Toen de vijand op vijftig meter naderde besloot de majoor tot een tegenaanval. Hij stelde zijn mannen gerust met de woorden: 'Jongens niet bang zijn hoor, wij kunnen ze best aan'. De majoor gaf zelf als echte KNIL Luitenant-Kolonel, het grote voorbeeld."

"Intussen nam het gevecht in volle hevigheid toe. De granaten vielen overal tussen onze stellingen neer. Een Duits vliegtuig ratelde een serie mitrailleurkogels naar beneden en liet kort daarop en bom vallen. Onze soldaten trokken zich terug, maar de majoor gebood ons te verspreiden. Tijdens de strijd werd er geweldige weerstand gegeven door onze Nederlandse militairen. Bij een schuurtje aan het huis van landbouwer Van Hedel zag de majoor op enige afstand een Duits geschut staan. Hij liep vooruit met een sergeant om dat onschadelijk te gaan maken. De majoor werd aan het hoofd geraakt en was op slag dood."

"Onze militairen waren hun geliefde majoor kwijt. Dit had direct grote gevolgen voor het gehele bataljon en het 14e RI. Iedereen ging vanaf dat moment zijn eigen weg, de organisatie viel geheel uiteen. Het gedeelte waar ik bij was, trok terug langs de Zuid-Willemsvaart langs het binnendijkje. Bij een straatweg zagen wij veel Duitsers. We waren ingesloten en onze officieren raadden ons aan de wapens en munitie weg te steken en ervoor te zorgen dat we niet krijgsgevangen werden genomen. We verborgen ons bij boeren op de hooizolders. In burgerkleding probeerden we bij onze troepen te komen, in groepjes van twee of drie man. De twee andere gesneuvelde Nederlandse militairen waren Jan Jansen van Dam (1918) en Abraham van Lenten (1912). Ze werden met Döbken begraven op het Heilig Hartplein in Den Dungen.*"

Monument
"Op een dag in 1969 kwam Willem van Doorn, lid van de Vereniging tot Viering van Volksfeesten VeViVo, bij mijn vader langs. Hij wilde een monument oprichten voor de op de Poeldonk gesneuvelde Nederlandse militairen. Hij kende veteraan Bram Goedegebuure van het 14e RI. Van Doorn vroeg of het monument op de grond van mijn vader mocht komen te staan, omdat de gemeente geen plek beschikbaar stelde. 'Moeten wij nog steeds aan die oorlog herinnerd worden' vroegen sommige gemeenteraadsleden zich af. Eind jaren zestig vonden maar weinig herdenkingen plaats. Mensen wilden niet over de ellende praten."

Gedragen door de dorpgenoten
"De dorpsgenoten brachten 1300 gulden bij elkaar voor de oprichting van het monument. Mijn ouders vonden het direct goed dat er een monument op hun erf kwam. 'Die goeie mens Schuurmans, die doet dat wel', zeiden ze in het dorp over mijn vader. Het monument werd gebouwd en op 5 mei 1970 volgde een mooie onthulling door burgemeester Van Voorts tot Voorts."

Monument geadopteerd
"De eerste jaren onderhield mijn vader het monument samen met Willem van Doorn van VeViVo. Toen de vereniging zichzelf in 1976 ophief, droeg de gemeente het geld voor onderhoud over aan mijn vader. Jarenlang hebben onze ouders ervoor gezorgd dat het monument en de naaste omgeving er netjes bij bleven liggen. Bij het overdragen van zijn woning aan Albert en mij vertrouwde mijn vader erop dat wij zijn werk zouden voortzetten. Je kunt dus wel zeggen dat de familie Schuurmans het monument heeft geadopteerd."

Diep gevoel en respect
"Na de oprichting van het monument was er tien jaar lang geen herdenking. In 1980 kwam het oude bestuur van VeViVo nog eenmaal bijeen om ervoor te zorgen dat het initiatief werd opgepakt. Sindsdien is er jaarlijks een herdenking en kranslegging. De organisatie is in handen van het Oranjecomité in samenwerking met ons. Afgelopen jaar verzorgde de gemeente de ontvangst en wij, Martien en Albert, de rest van het programma. Ik leg daar diep gevoel in, met respect voor de mensen die de strijd hebben meegemaakt. Vanaf 1982 worden overigens alle oorlogsslachtoffers - ook van de strijd in Nederlands-Indië en vredesmissies - herdacht."

Onbekende veteranen
"In de jaren na de oorlog kwamen er regelmatig mensen naar de Poeldonk. We wisten niet dat het veteranen waren die terugkeerden naar de plek waar ze gevochten hadden. Op een dag, in 1989, kwam veteraan Jan Scheele een praatje maken met mijn vader. Hij was geëmotioneerd door de herinnering aan zijn overleden makkers en door zijn eigen bijdrage aan de strijd. Na Bram Goedegebuure was hij de eerste oorlogsveteraan die we leerden kennen."

Opsporen
"Vanaf 2001 ben ik actief andere veteranen gaan opsporen. Ik wilde dat mensen wisten dat er op de Poeldonk een oorlogsmonument was. Via oproepen in het veteranentijdschrift Checkpoint kreeg ik ook contact met families van de gesneuvelden. Enkele families kwamen er toen pas achter dat er een monument bestond voor hun geliefde man, vader, oom, broer of zwager. Zo vertelde een nicht van Jan Jansen ten Dam dat ze na de oorlog steeds vanuit Leersum naar het Heilig Hartplein in Den Dungen was gefietst om oom Jan te bezoeken."

Eerbied voor herinneringen
"De families deelden hun herinneringen met mij en ik schreef de verhalen op. Ik vind het belangrijk om hun emoties goed in te voelen. Dingen die te privé zijn, heb ik natuurlijk niet gepubliceerd. Ik vond ook negen oud-strijders. Ik vind het mooi om veteranen, in de korte tijd dat ze nog leven, waardering te geven. Soms sla ik in de gesprekken wonden open, dat vind ik dan wel verschrikkelijk. Toch merk ik dat mensen er behoefte aan hebben om stil te staan bij hun herinneringen, ook al zijn die niet mooi. Dat was eind jaren zestig anders."

* Op 3 augustus 1957 zijn de drie gesneuvelden herbegraven op het Ereveld Loenen.

Bron:

www.monumentpoeldonk.nl, beheerd door Martien Schuurmans

De slag bij de Poeldonk