4meiOverlay

Ongelooflijk dat ik het heb overleefd

Felix Bakker (1925), Arnhem - Gelderland

Vierduizend mannen komen om bij de aanleg van de Birma-Siam spoorlijn. Felix Bakker (1925) is vanaf zijn zestiende bij de mariniers. Krijgsgevangen gemaakt door de Japanners gaat hij eind '42 op transport naar Siam, nu Thailand. Hij overleeft de onbeschrijflijke ontberingen. In Nederland wordt in 2005 een plaquette geplaatst op het monument dat herinnert aan de slachtoffers van de Birma-Siam spoorlijn. Bakker leest zestig van de vierduizend namen voor. Op 4 mei 2006 legt hij namens het Comité Birma-Siam Spoorlijn een krans bij het Nationaal Monument op de Dam.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Mariniers vanaf 16 jaar

"Vanaf mijn vierde, mijn vader was toen al overleden, woonde ik in een Christelijk internaat. Alleen in de zomervakantie ging ik naar mijn moeder in Batavia. In 1941 werd de Japanse dreiging steeds groter. Ik dacht niet dat wij buiten schot zouden blijven. De Koninklijke Marine had mariniers nodig, vanaf 16 jaar. Ik vond dat ik mijn land moest helpen verdedigen. In november 1941 startte de opleiding in Surabaja. Op 8 december brak ook in de Pacific de oorlog uit. Onze commandant las de proclamatie voor: Nederland verklaart Japan de oorlog. Onze opleiding werd geïntensiveerd en was vanaf dat moment gericht op gevechtstraining."

Krijgsgevangen gemaakt
"Na de slag in de Javazee, op 27 februari 1942, landden de Japanse troepen op Java. Het Marinebataljon waarvan ik deel uitmaakte werd ingedeeld bij de Derde Divisie van het KNIL in Oost-Java. Onze opdracht was de opmars van de Japanse troepen te stuiten. Tegen de superieure Japanse strijdmacht konden wij echter niet op. Drie dagen later volgde de capitulatie en werden wij krijgsgevangen gemaakt."

Iedereen was gelijk
"We hadden geen idee wat de toekomst zou brengen. In het krijgsgevangenenkamp net buiten Malang verbleven 6.500 mannen, een doorsnee van de Europese en Indo-Europese gemeenschap in de Indische maatschappij. Je ontmoette mannen met voorheen hoge en lage functies, arm en rijk. Iedereen was gelijk. Op ontvluchting en belediging van de Japanse keizer stond de doodstraf. De eerste executie van vijf mannen maakte ons dat snel duidelijk."

Het eerste werkkamp
"Begin januari 1943 werden duizend sterke jongere mannen, ook ik, geselecteerd. Na vijf dagen en vijf nachten - slapen was niet mogelijk in de overvolle wagons - kwamen we aan in Ban Pong in Siam, nu Thailand. Met trucks werden we naar Kanchanaburi gebracht, waar we met pontjes de rivier Kwai overstaken. Aan de bamboe doeri, met doorns, haalde je je huid open en daarna kreeg je tropenzweren. In het kamp, 'Nombredai' in het Thais, sliepen we in de open lucht. We moesten een spoordijk aanleggen, met pikhouwelen grond loshakken en die vervolgens met rieten mandjes of stretchers naar het tracé vervoeren."

Doorwerken
"Het was gloeiend heet en met opgezwollen lippen van de dorst had je visioenen van heerlijk koel water uit kranen, dat je zo maar kon drinken. Per honderd man moest honderd kubieke meter grond verzet worden. Het werd streng gecontroleerd en als het werk 's avonds niet klaar was, werkte je door. De zieken telden ook mee. Tegen sommigen zeiden we 'ga maar onder een bosje liggen', maar dit hield in dat je zelf meer moest doen. Ook riskant voor de zieke, want bij ontdekking door een bewaker volgde een martelstraf. Soms sliepen we aan de spoorbaan, omdat de honderd kuub pas laat gehaald werd. Dagen van twaalf, dertien uur zwaar werk, vaak met slaag, waren normaal."

Kongsisysteem
"Nooit was er genoeg eten. Op twee kommetjes waterige rijst moest je de dag door. Mensen werden massaal ziek en overleden. Ik herinner me een prachtige topvoetballer uit Semarang die door een zweer koudvuur aan zijn been kreeg. Onze dokter had niet de middelen om te amputeren en hij ging schreeuwend van de pijn dood. Medicijnen waren er evenmin. Mensen sprongen al kermend een bamboebos met doornen in om 'tegenpijn' te voelen. De Jappen waren er welbewust op uit ons dood te laten werken. Degenen die de moed opgaven gingen als eerste. Had iemand vliegen op zijn lippen? Dan haalde hij het einde van de dag niet. Er ontstond een kongsisysteem; je vormde groepjes, waarbinnen je elkaar hielp. Je zorgde ervoor dat iemand toch dronk en at, als hij ziek was, of je ondersteunde bij latrinebezoek in het nachtelijk donker. Degenen die op zichzelf bleven overleefden niet."

Speedo, speedo
"We werden opgejaagd en de Jappen sloegen ons met met wat ze bij de hand hadden, zelfs met stalen koevoeten. Door het scherpe steengruis kreeg je verwondingen onder aan je voeten. Ik vroeg me vaak wanhopig af wanneer de geallieerden in de buurt zouden komen en de oorlog afgelopen zou zijn. Soms drongen geruchten door uit andere kampen, waar zich clandestiene radio’s bevonden. Ontsnappen had geen zin. Je kwam als blanke jongen niet ver in de ondoordringbare jungle. De spoorlijn moest in oktober 1943 klaar zijn. 'Speedo, speedo' gilden de bewakers de hele dag. Gek werd ik ervan. Er vielen steeds meer doden door uitputting, ondervoeding, dysenterie en malaria. Niet fitte krijgsgevangen uit Singapore werden aangevoerd, net als Aziatische koelies. Van de 120.000 Aziaten kwamen er 80.000 om. Ze pleegden vaker zelfmoord of gingen dood aan cholera en andere ziekten. De Japanners staken de barakken met cholerapatiënten in brand. De lijken dreven in de rivier. Op 17 oktober 1943 was de spoorverbinding tussen Birma en Siam een feit."

Bombardementen
"Vanaf december '44 startten de bombardementen van de geallieerden. Bij een bombardement op een Nederlands krijgsgevangenkamp Nompladuk vielen 97 doden. In het kamp Tamarkhan, dicht bij de brug over de Kwai Yai rivier, maakten we soms enkele middagen per week luchtaanvallen mee. De tweeduizend kampbewoners renden dan als een op hol geslagen kudde naar de schuilgreppels. De luchtafweer was doelwit van de bommenwerpers. De geallieerden gebruikten naald- of splinterbommen om de Japanse bemanning bij hun stukken weg te maaien. Scherven zeilden over het kamp. De krijgsgevangenen moesten de bruggen repareren of de blindgangers opruimen. Dat was een zenuwenkarwei."

B-24 Liberators
"Op een zonnige namiddag kwamen enkele formaties van vier maal drie geallieerde vliegtuigen, B-24 Liberators, op lage hoogte over het kamp. Hun bommen landden precies op het luchtafweergeschut, dat zich pal achter de kampomheining bevond. De in de neuskoepels opgestelde mitrailleurs openden het vuur op de Japanse kanonniers. De Japanse luchtdoelartilleristen vochten verbeten door, totdat hun laatste kanon tot zwijgen was gebracht."

Monument
"Een monument met drie pagodes in Arnhem. Het symboliseert de herinnering aan de vierduizend Nederlandse dwangarbeiders en krijgsgevangenen die bij de aanleg van de Birma-Siam spoorweg omkwamen. In 2005 is het monument vernieuwd. Bij de onthulling op 30 augustus 2005 mocht ik zestig namen van overledenen voorlezen. Ik zie de gezichten van sommige van hen nog voor me. Mijn geheugen is goed. Sinds enkele jaren ben ik gastspreker op scholen. Je hoeft niet alle vreselijke dingen te vertellen. Het is zo al erg genoeg. Ik heb het overleefd door onderlinge kameraadschap, discipline en geluk."

Aanvullende bron:

    Het duel; artikel in Houwe Zo, Felix Bakker (april 2006).

Ongelooflijk dat ik het heb overleefd