4meiOverlay

Je weet pas wat vrijheid is, als het je ontnomen is geweest

Gerrit van de Poll (1934), Putten - Gelderland

Van de 659 mannen die zijn weggevoerd, komen er 552 niet meer terug. Een monument in Putten herinnert aan de dag waarop alle mannelijke inwoners tussen de 18 en 50 jaar worden weggevoerd. Alle vrouwen en kinderen moeten in de kerk blijven. Het is een vergelding op een aanslag van het verzet de nacht ervoor. Gerrit van de Poll (1934) is bijna 10 jaar als hij de razzia van Putten meemaakt. Pas later blijkt dat de Duitsers alle mannen wilden executeren en de kerk bombarderen. Toch is dat niet gebeurd.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


De Duitsers begonnen bang te worden

"Ik was een jaar of tien toen er bij ons in Putten een aanslag plaatsvond. Niemand in Putten heeft er iets van gemerkt. Het gebeurde in de nacht van 30 september op 1 oktober 1944. De ondergrondse deed dat in opdracht van de Engelsen. Als represaille zouden alle mannen worden gefusilleerd en het kerkgebouw met alle vrouwen en kinderen erin zou de lucht in gaan. Alleen, het gebeurde niet. Kolonel Fritz Fullriede, die hier in de regio het bevel voerde, heeft Putten gebruikt om zijn eigen leven te redden. De Duitsers begonnen namelijk bang te worden. Dus hij heeft de orders maar voor een deel uitgevoerd, zodat hij later kon zeggen: ik heb die mensen gered, dat is mijn verdienste geweest. Als het bevel precies was uitgevoerd, had ik hier nu niet gezeten." 

Putten zou worden platgebrand
"Wat ik me nog van die dag herinner? Rond half tien 's ochtends op zondag 1 oktober komt de buurvrouw bij ons thuis: 'Er is een razzia vandaag, de mannen moeten weg.' Mijn vader en mijn oom zeiden: het bos in! Vanaf de zolder zag ik hen weglopen. Dat is het laatste wat ik van mijn vader gezien heb. Maar dat wist ik toen nog niet. Alle vrouwen en kinderen moesten naar de kerk, ik ook. Bang waren we niet, want we wisten niet wat er die nacht ervoor gebeurd was. We liepen rustig met elkaar naar de kerk, zoals we dat op zondag ook deden. In de kerk moesten we de hele dag zonder eten en drinken op de banken blijven zitten. Die kerk puilde uit. Op een gegeven moment ben ik buiten gaan kijken. Ik zag mannen tegen een muur staan. Die hadden ze eruit gepikt om te fusilleren. 's Avonds moesten we weer naar buiten. Toen moesten de mannen de kerk in. Ik heb mijn vader tussen al die mannen niet kunnen ontdekken. Er werd tegen ons gezegd dat we thuis spullen op konden halen en dat we daarna het dorp uit moesten. Putten zou worden platgebrand en alle mannen afgevoerd. Er werden huizen in brand gestoken, maar niet het hele dorp. Ons huis stond er nog. Dus we zijn gewoon weer naar huis gegaan." 

Het verhaal van vader
"Mijn vader was weg, maar we maakten ons geen zorgen. Die komt wel weer terug, dachten we, hij heeft toch niks gedaan? Pas later hoorden we wat er gebeurd was. De mannen zijn namelijk naar kamp Amersfoort gebracht, en vandaar naar concentratiekamp Neuengamme. Onderweg sprong een andere oom van me uit de trein. Uiteindelijk kwam mijn vader in Neuengamme terecht. Op de tweede dag werden ze daar gebombardeerd. Toen is hij in een overvolle schuilkelder onderuit gegaan door zuurstofgebrek en weggesleept. Later zijn we erachter gekomen dat hij in een zogeheten 'Auslager' bij Hamburg zat. Daar werden ze ingezet om het puin van de bombardementen ruimen. Op 11 december 1944 is hij overleden." 

Gewoon feest gevierd
"Maar dat hoorden we pas later, toen de oorlog was afgelopen. We beseften nog niet wat er gebeurd was. We dachten dat de mannen wel weer terug zouden komen. Ze hadden immers niks misdaan. Na de oorlog hebben we hier gewoon feest gevierd. Pas in de maanden na de bevrijding realiseerden we ons dat er een ramp gebeurd was. Toen bleek dat slechts enkele Puttenaren terugkeerden. Langzaam kwam het besef hoe groot de ramp was. Mijn oom kwam wel terug. Vel over been. De verhalen die hij vertelde over het kamp, die wilden we niet geloven. We dachten dat hij een grapje maakte. Zo erg, zo ongeloofwaardig was het wat hij vertelde. Het officiële overlijdensbericht van mijn vader kwam in de loop van de zomer van 1945. En weet je wat het erge is? Mijn moeder heeft nooit geweten waaraan hij is overleden. Ze is in 1986 gestorven. In 1987 ontdekte ik bij toeval op het Puttense gemeentehuis een kopie van een Duitse acte waarop stond dat hij aan buikloop is gestorven." 

Er is geen graf van mijn vader
"Op de plek waar nu het monument staat in Putten was een wijk die helemaal is platgebrand. Het is een symbool geworden, een plek waar je samenkomt met herdenkingen. Het is belangrijk dat het er is, omdat er verder niks is. Er is geen graf van mijn vader bekend. Als we wel een begrafenis hadden gehad, hadden we kunnen zeggen: nu begint er een rouwperiode. Wij vielen echter langzaam in dat gat. Toen mijn moeder kwam te overlijden, hebben we wel op de grafsteen gezet dat ze de weduwe was van Jan van der Poll. Zo is er toch iets voor de familie alleen, want het monument is voor iedereen. En zijn naam staat in de gedenkruimte naast het monument. Daar vertel ik later het verhaal aan mijn kleinkinderen, als ze groot zijn en als ik nog leef. Dan maak ik een foto van ze bij de plaat met de naam van mijn vader erop. Je weet pas wat vrijheid is, als het je ontnomen is geweest."

Je weet pas wat vrijheid is, als het je ontnomen is geweest