4meiOverlay

De vergeten geschiedenis levend maken

Rudy Boekholt, Den Haag - Zuid-Holland

Belangstelling voor de Indische zaak en begrip voor het gezamenlijk oorlogsverleden. Dat is wat het Indisch Monument in Den Haag wil bewerkstelligen. Meer dan veertig jaar na dato, dat wel. Rudy Boekholt (1926-2011) is bij de totstandkoming van het monument betrokken. Zelf noemt hij zich een zondagskind. Met zijn Indisch-Nederlandse ouders woont hij op Java als de oorlog uitbreekt. Met veel geluk komt hij er ongeschonden doorheen. In 1946 vertrekt hij naar Nederland. Daar volgt hij een militaire loopbaan en wordt hij uiteindelijk benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van de Koningin, een functie voor het leven.

door Anita van Stel

De oorlog in Nederlands-Indië
"Na de Japanse invasie op Java capituleerde Nederlands-Indië op 9 maart 1942. De Japanners namen hun intrek in gebouwen in Batavia. Veel Nederlandse mannen werden als krijgsgevangene afgevoerd naar kampen. Wij kregen als Indische Nederlanders een identiteitsbewijs waar op stond: 'blanda peranakan', Indo-Europeaan. Daarmee mocht je buiten de kampen verblijven. Indo-Europese jongeren die blijk gaven van hun Nederlandse sympathieën, werden door de Japanners als bedreiging gezien. Wij mochten niet vergeten dat we Indonesisch bloed hadden en dat we bij Japan hoorden, zo werd ons verteld. Vervolgens kreeg je de vraag of je bereid was samen te werken met het Japanse en het Indonesische volk. Mijn antwoord, en ook van mijn twee broers, was overtuigd 'anti'. Wij wisten dat we daarmee de kans liepen opgepakt te worden door de politie. De Japanners probeerden ons te indoctrineren, zonder succes. Op een dag in augustus vertelden zij dat de oorlog afgelopen was en dat we vrij waren."

Onderdrukkers worden beschermers
"Na de Japanse capitulatie was de oorlog voor ons nog niet voorbij. Indonesische extremisten uitten openlijk hun haat tegen de Indo-Europeanen. Ze moordden en plunderden. Als in de kampong op de tong-tong (holle boomstam) werd geslagen en we de aanvalskreet 'bersiap' hoorden, wisten wij dat ze op weg waren naar de Nederlandse wijken. De Japanners kregen na de capitulatie de opdracht de kampen te beschermen tegen deze aanvallen. Een vreemde zaak, want de gehate onderdrukkers waren zo ineens onze beschermers. Met de komst van de Nederlandse militairen, begin 1946, keerden orde, gezag en veiligheid terug in Batavia. Zij waren onze echte bevrijders."

Integratie verliep geruisloos
"Terug naar school viel niet mee na de wilde jaren ervoor. Ik wilde in militaire dienst. Mijn vader vond dat ik in Nederland mijn HBS moest afmaken. Op 5 juli 1946 vertrok ik naar Nederland. In de jaren erna repatrieerden in totaal 300.000 Indische Nederlanders. Veel van deze repatrianten kregen een kille en koude ontvangst. Ze werden niet alleen geconfronteerd met klimatologische en culturele verschillen, maar ook met onbegrip, desinteresse en zelfs een denigrerende houding. Veel Nederlanders bleken volkomen onwetend over hun verre overzeese rijksdeel en over hoe wij daar leefden. De integratie van de Indische migrantengroep verliep geruisloos en vlekkeloos, maar dat lag niet aan de Nederlandse samenleving. De Indische migranten hebben dit zelf gepresteerd, ondanks het verborgen verdriet, de trauma's en de wettelijke achterstelling."

Militaire loopbaan
"Ik paste me snel aan en voelde me gauw weer 'senang'. Ik kreeg verkering met mijn overbuurmeisje in Den Haag en met haar ben ik later getrouwd. Met de Koninklijke Militaire Academie startte mijn militaire loopbaan, die me op veel andere plaatsen in de wereld heeft gebracht: in Korea en van 1962 tot 1965 in Suriname. Via allerlei leidinggevende functies werd ik in 1983 benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van H.M. de Koningin, een functie voor het leven. Na beëindiging van mijn actieve militaire carrière werd ik in 1987 gevraagd voor de functie van commandant van het Koninklijk Tehuis voor oud-militairen in Bronbeek. Dat heb ik van 1988 tot 1991 met veel plezier gedaan. In die tijd kwam ik veel met Indische organisaties in aanraking. Veel veteranen en Indische organisaties hielden hun reünies op Bronbeek. Er kwam een reüniecentrum en diverse monumenten werden opgericht. Door alle activiteiten vervulde Bronbeek een brugfunctie tussen de groepen Indië-veteranen en de Indische Nederlanders."

Confrontatie met vergeten oorlogsleed
"In 1984 woonde ik de emotionele Junyo Maru* herdenking bij. Het was mijn eerste directe confrontatie met het vergeten oorlogsleed van Indische mensen. Ik besloot op die dag me in te gaan zetten voor de Indische zaak. Op 15 augustus 1970 was er een herdenking geweest van 25 jaar bevrijding van de Japanse overheersing. Het was de bedoeling eenmalig het einde van de oorlog in Azië te herdenken, maar er bleek grote behoefte aan meer herdenkingen en bijeenkomsten. In 1980 was er weer een herdenking.Twintig Indische organisaties zegden hun medewerking toe en besloten de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 in het leven te roepen. De herdenking van 1980 kreeg veel publieke belangstelling. Ook Koningin Beatrix en Prins Claus waren aanwezig. In de jaren erna volgden bescheiden herdenkingen overal in het land. In 1985 vond weer een grote bijeenkomst in Den Haag plaats. Toen hebben twee voormalige geïnterneerden een bronzen gedenkplaat onthuld, ter nagedachtenis aan alle gevallenen in Nederlands-Indië en Zuidoost-Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze gedenkplaat kreeg een plaats in de Tweede Kamer. Ik vind het mooi dat de Kamerleden er elke dag langs moeten lopen."

Gezamenlijk verleden
"In 1985 werd ik voorzitter van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945. Een van onze doelstellingen was bij de Nederlandse gemeenschap belangstelling te wekken voor de Indische zaak. De koloniale periode was voor veel Nederlanders immers een zwarte bladzijde in de geschiedenis, die zo snel mogelijk vergeten moest worden. Wij wilden deze geschiedenis juist benoemen om begrip te kweken voor ons gezamenlijke verleden. Nederlandse oorlogsorganisaties bezochten onze herdenkingsbijeenkomsten steeds vaker. Ze noemden ons 'zusters en broeders in het leed'. Zij waren er verbaasd over dat er pas veertig jaar later enige aandacht ontstond voor het Indische oorlogsverleden."

Het Indisch Monument
"Begin 1986 namen Verhey, oud-verzetstrijder en wethouder in Amsterdam en Samkalden, burgemeester van Amsterdam, het initiatief om een Indisch monument op te richten. Samkalden had in verschillende Japanse kampen gevangen gezeten. Zij kregen steun van veel Indische organisaties en prominenten. Gezamenlijk definieerden we de betekenis van het monument: 'dat op nationale schaal aandacht wordt geschonken aan de oorlog in de jaren 1942-1945 in de meest ruime zin.' Het monument herinnert aan álle gevallenen en allen die hebben geleden onder de bezetting: militairen, mensen in en buiten de kampen, het Indisch verzet, de Indonesische bevolking en in het bijzonder de honderdduizenden Indonesische dwangarbeiders of romusha's. Op 15 augustus 1988 heeft Koningin Beatrix het monument onthuld. Het is een ontwerp van beeldhouwster Jaroslawa Dankowa. Haar beeldengroep van zeventien bronzen mannen, vrouwen en kinderen symboliseert het lijden, met als tekst op het voetstuk '8 december 1941-15 augustus 1945, De geest overwint, Tweede Wereldoorlog Nederlands-Indië'. Sindsdien wordt de jaarlijkse herdenking op 15 augustus bij het Indisch Monument gehouden."

* De Junyo Maru is een Japans transportschip dat voor de westkust van Sumatra ter hoogte van Bengkulu op 18 september 1944 werd getorpedeerd door de Britse onderzeeër HMS Tradewind. Aan boord bevonden zich 6500 Nederlandse, Engelse, Australische en Amerikaanse krijgsgevangenen en Indonesische dwangarbeiders. Bij deze grootste ramp uit de maritieme geschiedenis kwamen 5620 opvarenden om.

Bron:

    In het gareel, Rudy Boekhol (Zutphen, Walburg Pers, 2004).

De vergeten geschiedenis levend maken