4meiOverlay

Onze gesprekken bij een kampvuurtje werden verraden

Philip Everaars (1930), Arnhem - Gelderland

Oost-Java, 1944: de Japanse bezetter brengt 350 Indische jongens tussen de 15 en 20 jaar onder in werk- en strafkampen. Philip Everaars (1930) zit vast in Dampit. Na een jaar belandt Everaars met tachtig anderen in de gevangenis. "Wij werden zogenaamd berecht", zegt hij over de rechtszaak door de Japanse krijgsraad. Hij verwacht de doodstraf te krijgen, maar de bevrijding is er eerder dan het uitvoeren van het vonnis. Een groep andere jongens wordt wel vermoord. Lang blijft dit deel van de oorlogsgeschiedenis onbekend. Philip Everaars richt in 2001 samen met Chris van der Ven het Dampit-monument op, om de herinnering levend te houden.


Een jaar in Dampit
"Mijn vader zat bij de Gouvernementsmarine. Al in 1940 werd hij gemobiliseerd. Als jongen van dertien jaar werkte ik bij een verhuisbedrijf, want in 1942 hield het salaris van mijn vader op. Mijn moeder en ik probeerden te overleven. De Nederlanders zaten allemaal al in interneringskampen. De groep Indische jongens was omvangrijk in Malang. De Japanners waren bang van ons. Met een grote groep werden we begin '44 door de kenpetai* opgepakt en naar Dampit** overgebracht, een gesloten kamp, waar ik vooral hout moest hakken. Na een jaar werd Dampit vanwege diverse sabotagedaden - brandstichting e.d. - opgedoekt. Ik was er door de diverse ontberingen beroerd aan toe, maar mocht toen naar huis. Kort daarna, begin februari '45, werd ik weer gearresteerd. Met mij tachtig andere jongens, die allen linea recta de gevangenis in gingen."

Ik bekende niet
"De omstandigheden waren er ziekmakend, zowel qua rantsoenen eten als de ontbrekende hygiëne. De Japanse bewakers pasten afgrijselijke verhoormethodes toe met vergaande martelingen. Ze verdachten mij van het overbrengen van berichten van de ene sabotagegroep in Malang naar de andere. Later bleek dat onze gesprekken bij een kampvuurtje, over hoe we de Amerikanen zouden kunnen helpen, waren verraden. Ik weigerde te bekennen en deed dat zelfs niet toen een revolver op mijn hoofd werd gezet. Ik was al ver heen door de pijn. De rechercheur zei in het Indonesisch 'teken jouw bekentenis of ik haal de trekker over'. Ik zei tegen hem ‘Doe het maar. Ik ben toch al zo zwak en ziek, ik ga sowieso dood, doe het maar. Of ik nou wel of niet teken, dood ga ik toch, dus ik teken niet."

Schijnproces
"Tijdens een schijnproces van de krijgsraad werden we 'zogenaamd berecht' in het Japans. Maar, mijn zaak lag kennelijk ingewikkeld, want hij werd door de kenpetai aangehouden. Ze verdachten me van meer subversieve acties, zoals het onklaar maken van een spoorweg. Ik werd als belangrijke schakel gezien tussen de groepen. Tijdens het proces werd ik daarom weer terug naar mijn cel gebracht. Opnieuw volgde opsluiting in een overvolle politiecel, waar ik zat te wachten op de uitspraak en gezien de beschuldigingen zou dat de doodstraf geworden zijn. Ik heb geluk gehad, en met mij veel andere gearresteerden, want kort erop capituleerde Japan. Voor mijn goede vriend Hans van Leeuwen kwam dit net te laat, want hij is nog op 23 augustus door de Jappen berecht en geliquideerd. Omstreeks diezelfde datum werd ik uit de cel gehaald. Een politieman zei dat de oorlog voorbij was. Ik kreeg mijn schoenen en riem terug en was ineens vrij."

In Nederland
"Ik had mijn vader vijf jaar niet gezien. Na de oorlog bleef hij aan het werk bij de Gouvernementsmarine, maar hij overleed in 1952 aan de gevolgen van de oorlogsontberingen. Mijn moeder en ik vertrokken daarna naar Nederland. Daar merkte ik dat niemand iets afwist van wat ons in Dampit en de gevangenis was overkomen. Ik besloot er vele jaren later iets aan te doen. Na een oproep meldden zich tachtig ex-Dampitters. In 1994 werd op initiatief van een aantal een werkgroep gevormd, wat leidde tot de oprichting van de Stichting Strafkamp Dampit, die zich ten doel stelde historisch onderzoek naar de Dampit affaire te laten uitvoeren. Een tweede doel was het oprichten van een gedenkteken ter nagedachtenis van de slachtoffers. Chris van der Ven en ik vormden het bestuur en doen dat nu nog steeds. Voor het monument kozen we voor een bronzen beeldhouwwerk van een gevangene die met geboeide handen zit opgesloten. Tussen de wanden door gloort toch nog licht."

Op 19 oktober 2001 is het monument onthuld en in 2009 hebben we er een plaquette aan toegevoegd waarop de volgende tekst staat: 'In 1944 werd een groot aantal Indische jongens uit Malang en omgeving (Oost-Java) vanwege hun anti-Japanse houding tewerkgesteld in een strafkamp nabij de plaats Dampit. Velen van hen belandden vervolgens in gevangenissen waar door executies, martelingen en ontberingen tenminste 22 van hen het leven verloren. Menig overlevende ondervond nadien door de ondergane mishandelingen in strafkamp en gevangenissen blijvende fysieke en psychische schade.' Nu kan iedereen bij het monument lezen wat Dampit was.

*Kenpetai – de Japanse militaire politie, die berucht was om zijn harde optreden;

** De Dampit-affaire: eind 1943 moet het Indo-Europese bevolkingsdeel van de door de Japanners bezette grote steden op Java (Malang, Batavia, Semarang en Bandung) een loyaliteitsverklaring ondertekenen. Men moet schriftelijk antwoord geven op twee vragen:

    1. afstand doen van trouw aan het Nederlandse Koningshuis;
    2. zich bereid verklaren met de bezetter mee te werken aan de vorming van een groot–Aziatische wereldmacht.

De meeste Indische mensen beantwoorden beide vragen - ondanks bedreigingen - met “neen/neen”. Wat de bezetter hen niet in dank af neemt, maar wat hem tegelijkertijd in de kaart speelt omdat hij nu de gelegenheid krijgt op te treden tegen de grote groep nog vrij rondlopende, weerbare Indische jongens, van wie de Japanse bezetter weet dat zij een reëel gevaar vormen, omdat zij ongetwijfeld de zijde van de geallieerden zullen kiezen bij een invasie.

Bronnen:

    De Dampit-affaire, historisch onderzoek in opdracht van de Stichting Strafkamp Dampit door Julika Vermolen; Amsterdam, 1999;
    Malangse jeugdherinneringen van voor-, tijdens- en na de Japanse bezetting, verzameld en uitgegeven door de Stichting Strafkamp Dampit; 2001.

Onze gesprekken bij een kampvuurtje werden verraden