4meiOverlay

Ik zag koningin Wilhelmina terugkeren in Nederland

René Martens (1936), Eede - Zeeland

Op 13 maart 1945 kondigt de dorpsomroeper aan dat koningin Wilhelmina na vijf jaar in Engeland voet op Nederlandse bodem zal zetten. René Martens is er als jongetje bij in Eede, op de grens van Zeeuws-Vlaanderen en België. In de grensstreek vinden in het najaar van 1944 hevige gevechten plaats tussen de bezetter en Canadese militairen. In 1954 komt er een Nationaal Monument. Zestig jaar na dato speelt de toneelvereniging van Eede onder leiding van regisseur Martens de terugkeer van de koningin na. Zodat niemand vergeet wat er toen is gebeurd.

door Anita van Stel

Hitlergroet
"Ik was aan het begin van de oorlog een jongetje van vier. Toch zijn sommige gebeurtenissen me haarscherp bijgebleven. De kerktoren van Eede werd beschoten en op ons dak viel een granaatscherf. We zaten te eten en het stof van de dakpannen kwam naar beneden. Mijn vader was bakker en hij moest brood bakken voor de Duitsers. Mijn vriendje en ik brachten het brood met een speelgoedkar naar het huis waarin zij bivakkeerden. We belden aan en hoorden de zware laarzen in de gang, klak klak. Het was een angstig gedoe. Ik bleef zoveel mogelijk bij mijn vader in de buurt. Op een dag weigerde hij bij het afleveren van brood de Hitlergroet te brengen. Een Duitser hief zijn hand om hem te slaan, maar werd daarin tegengehouden door soldaat Wilhelm, die wij goed kenden. Dat je als kind meemaakt dat iemand je vader een klap wil geven, vergeet je je hele leven niet meer."

Dorp onder water
"Er is in deze streek verschrikkelijk gevochten in 1944. In onze tuin stond een kanon van de Duitsers. Zij probeerden de opmars van de geallieerden te stuiten. Drie weken lang hebben we dag en nacht onder kanonvuur gelegen. Je kon nauwelijks de schuilkelder uit. Daarna moesten alle bewoners geëvacueerd worden. De Duitsers zetten het dorp onder water. Wij gingen naar een naburig gehucht, Draaibrug. Mijn moeder wilde daar niet blijven, omdat Draaibrug op een strategisch belangrijk kruispunt lag, waar vermoedelijk ook gevochten zou worden. We reden naar Sluis. In Sluis aangekomen besloot mijn vader terug te keren, omdat hij het niet vertrouwde. Hij had gelijk. Terwijl wij op de terugweg waren, werd Sluis gebombardeerd. Moeder zei dat we moesten bidden. Ik heb nog nooit zo gebeden. Een voltreffer legde een café in de as, dat wij tien minuten eerder gepasseerd waren." 

Beseffen dat het niet klopte
"Ik was net niet oud genoeg om helemaal te begrijpen wat er gebeurde, maar wel om te beseffen dat het niet klopte. Mijn vader liet brood verbranden in de oven, omdat hij - zelfs toen een geweer op hem gericht werd - weigerde het aan Duitse soldaten te geven. Ik zag een vrouw gedood worden door een granaatscherf, terwijl ze een kind aan de hand had. Overal lagen kadavers van dieren. Gesneuvelde Canadese militairen werden in dekens gewikkeld met een kruis en hun naam erop. Iedereen was bang. Bij de evacuatie moesten we de deur van ons huis gewoon open laten, terwijl we niets konden meenemen. Beelden die nooit meer weggaan." 

Maanden op te kleine schoenen

"De Canadezen hebben Draaibrug en Eede bevrijd. Twee mannen uit Draaibrug, Vincent Naessens en Jopie Commelin, zijn de Canadese militairen in Aardenburg gaan waarschuwen dat de Duitsers vertrokken waren. Na de bevrijding in september 1944 konden we niet terug naar huis. Alles was kapot. We hebben toen negen maanden bij een broer van mijn vader in Maldegem, net over de grens in België, gewoond. Heel Maldegem zat vol met Nederlandse vluchtelingen. De school hield daarom een ochtend- en een middagklas. Ik kreeg schurft. Ik had heimwee naar ons huis. Elke middag liep ik de vijf kilometer naar Eede, waar ik in een zelf gemetseld hutje in de tuin mijn brood opat. Het gelukkigste moment van mijn jeugd was dat de werklui stellingen opbouwden om ons huis te repareren. Je had vlak na de oorlog niets. Sommige slimmeriken hadden hun zilvergeld begraven, maar mijn vader niet. Ik heb maanden op te kleine schoenen gelopen. Mensen verdienden bij door tabak en boter naar België te smokkelen. Dat was in de grensstreek de gewoonste zaak van de wereld." 

13 maart 1945

"Op 13 maart 1945 liep de dorpsomroeper door Eede met een bel. Hij riep 'de koningin komt langs'. Ik ging bij de grens staan. Het duurde uren voordat koningin Wilhelmina aankwam. Ze werd in Maldegem opgehouden door alle Nederlanders. De eigenlijke grenspost was kapotgeschoten en daarom was er een streep getrokken van leem en meel, die de grens met België moest voorstellen. Veel mensen waren al vertrokken, omdat ze niet geloofden dat het ging gebeuren. De grensoverschrijding duurde maar vijf minuten. Koningin Wilhelmina stapte uit een gepantserde auto en ging omringd door militairen handen schudden. Ze was in mijn ogen een oud vrouwtje met een bontjas en een muts. Ik stelde me bij een koningin iets anders voor."

Terugkeer van Wilhelmina nagespeeld
"Koningin Juliana heeft op 13 maart 1954 het Nationaal Monument onthuld dat herinnert aan de terugkeer van haar moeder. Prins Bernhard was daar ook bij. Elk jaar is er op 4 mei een herdenking, waarbij Canadezen aanwezig zijn. Van Hoofdplaat naar Knokke wordt de Bevrijdingsmars gelopen. In 2005 hebben we de terugkomst van Wilhelmina nagespeeld, compleet met militaire legervoertuigen. We wilden voor het nageslacht vastleggen wat er in Eede is gebeurd. Zowel het leven vóór, tijdens en na de bezetting hebben we uitgebeeld tot en met de onthulling van het monument. Ik hamerde er als regisseur op dat de emoties levensecht moesten zijn. Het meel voor de streep kwam in 1945 van de familie Van Parijs. Bij ons toneelspel heeft Louis van Parijs opnieuw de streep getrokken, vanuit zijn rolstoel."

Ik zag koningin Wilhelmina terugkeren in Nederland