4meiOverlay

Vermist blijkt erger te zijn dan dood

Gerrit-Jan Zwanenburg, Dronten - Flevoland

Je moet en beetje gek zijn om dit werk te doen, zegt Gerrit-Jan Zwanenburg (1928). Twintig jaar lang is hij bergingsofficier van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog. Honderddertig vliegtuigen bergt hij, zoals dat heet. Van stoffelijke resten de identiteit vaststellen, meestal Britten of Amerikanen. Voor familie een opluchting als het lichaam van hun geliefde is geïdentificeerd. Want vermist is erger dan dood. Zwanenburg heeft het gevoel zo iets terug te kunnen doen voor ‘onze’ bevrijders.

door Anita van Stel

Vliegtuigen als hobby
"Vliegtuigen zijn altijd mijn hobby geweest. Begin jaren zestig woonde ik met mijn gezin in Amsterdam, toen daar door de Koninklijke Luchtmacht in het Volewijkpark een vliegtuig werd opgegraven. Als toeschouwer kon ik - met mijn hobbykennis van de luchtvaarthistorie - het vliegtuig eenvoudig identificeren. Omdat ik onregelmatige diensten had, ik werkte als burgertelegrafist bij de Marine Inlichtingendienst, was ik overdag vaak vrij. Ik ging als vrijwilliger meedraaien in het bergingsteam van de Luchtmacht. Het duurde vijf jaar voordat ze me los hadden geweekt van de Marine."

Als ik mijn ogen dichtdoe
"Ik kende de vliegtuigen uit de oorlog. Als jongen van 12, 13 jaar was ik gefascineerd door de geallieerde vliegtuigen die overkwamen. In 1941 zat ik in Harlingen op de HBS. Op 8 februari schaatsten we met een groep jongens een stuk van het Elfstedentraject. Het was mistig en er stond veel wind. Onderweg van Bolsward naar Makkum hoorden we ineens een vliegtuig aankomen. Het was een Engelse jager, een Hurricane! Als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik de piloot, een Canadese jongen, zo weer zitten met zijn leren kapje. Naderhand bleek dat hij door het slechte weer verdwaald was op zijn retourvlucht naar Engeland. Halverwege de Noordzee stuurde hij een noodsein dat zijn benzine op was. Misschien waren wij de laatste personen die hij zag - hij zwaaide ook naar ons - voordat hij in zee crashte. Hij is nog altijd vermist. De mensen hebben er maanden over gepraat. We waren bezet door Duitsland en daar vloog zo maar een van je bevrijders."

Het geluid vergeet je nooit meer
"Het geluid van die propellervliegtuigen in de lucht vergeet je nooit meer. De mensen in de bezette gebieden haalden uit de nachtelijke vluchten van de Engelsen de kracht om niet met de Duitsers mee te werken. In 1943 gingen de Amerikanen ook overdag vliegen. In augustus 1944 vlogen er op een dag 2.000 bommenwerpers over Harlingen richting Duitsland."

Complete vliegtuigen
"In 1967 kreeg ik als Luchtmachtofficier de leiding van de berging van vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog. Mijn kennis van vliegtuigen kwam vooral van pas bij het identificeren van kisten uit het IJsselmeer. Bij het droogleggen van de Noordoostpolder zijn complete vliegtuigen gevonden. In de polders moest sowieso alles schoon, daar hebben we het meeste werk gehad. We maakten onontplofte projectielen onschadelijk. Aan de hand van soms kleine brokstukken maakte je uit om welk vliegtuig het ging. Elke motor had een plaatje met daarop een uniek nummer. Met dit nummer kon ik in Engeland, Amerika of Duitsland achterhalen welk vliegtuig we hadden gevonden. Vervolgens konden ook de namen van de inzittenden bepaald worden, want per vlucht stond de bemanning in logboeken van de squadrons. We probeerden de toedracht van de crash te achterhalen, aan de hand van wat je in het vliegtuig aantrof. Vaak kon ik de verschillende gegevens aan elkaar koppelen." 

Known unto God
"Bij een berging van een Royal Air Force-kist vond ik een porseleinen mok met daarin een ouderwets scheerapparaatje en een tandenborstel. Voor als ze - bijvoorbeeld door slecht zicht - niet op de eigen basis konden terugkeren. Ik herinner me nog dat we van de vier vermisten er drie konden identificeren. Een vierde bemanningslid vonden we niet aan boord, maar zijn initialen waren bekend. Door het combineren van de plaats van de crash met tijd- en weergegevens was het mogelijk de vermiste te identificeren als een onbekende vlieger die bij Amsterdam in het water was gevonden. Aanspoelen gebeurde vaker. In de dorpen en steden rondom het IJsselmeer liggen diverse onbekenden op de begraafplaatsen, alle aangespoeld en begraven als 'known unto God'. In totaal zijn 20.000 Engelse vliegers vermist."

Je moest een beetje gek zijn om het werk te doen
"Als ik verwachtte stoffelijke resten aan te treffen, doordat bekend was dat mensen vermist waren, betrok ik een goede vriend van de Gravendienst, de toenmalige adjudant Arie van der Graaf van de Koninklijke Landmacht, bij de berging. Hij heeft honderden overleden mensen, ook in concentratiekampen, geïdentificeerd. Net als ik was hij vanuit een ander vak - hij was boekhouder - in dit bijzondere werk gerold. Je moest een beetje gek zijn om het te kunnen doen."

Vermist bleek erger te zijn dan dood
"Alle stoffelijke resten werden verzameld en opgemeten. Via de ambassade vroeg ik de medische documenten op, waarmee de personen geïdentificeerd konden worden. Geen mens is hetzelfde, kan ik je verzekeren. De ambassades in de desbetreffende landen lichtten vervolgens de familie in. Amerikanen hebben - dat geldt ook nu nog - de keuze of ze hun gesneuvelde jongens in Amerika begraven of in het land waar ze gevonden worden. De Engelsen en de jongens van het Britse Gemenebest werden begraven in het land waar ze sneuvelden, op speciale Britse Oorlogsbegraafplaatsen. Ik veronderstelde dat het vinden van vermiste personen wonden zou openrijten bij de families, maar vermist bleek erger te zijn dan dood. De identificatie veroorzaakte een schok, maar betekende tegelijkertijd een bevrijding, want er kwam een laatste rustplaats voor een geliefde." 

Nooit een routineklus
"Ondanks die twintig jaar en 130 vliegtuigen werd het bergen van een vliegtuigwrak nooit een routineklus. Dankzij de routinekénnis kon ik het werk doen, maar omdat het om mensen ging, wilde ik tweehonderd procent zekerheid hebben en konden we niet grondig genoeg zijn. Ik had het gevoel met mijn werk iets terug te kunnen doen voor de vliegers die zich vrijwillig hebben ingezet om ons te bevrijden. Ik heb grenzeloos bewondering en respect voor die jongens. Zo zat bijvoorbeeld de 'middenbovenschutter' in een Lancaster op een vlucht naar Berlijn tien uur lang op een linnen band, waarvan acht uur boven vijandelijk gebied, en dat vele angstige vluchten lang." 

Monument voor álle geallieerde vliegers
"Dronten bestond niet in de Tweede Wereldoorlog. Begin jaren zestig rees het idee om een monument op te richten voor de vliegers, want - zo redeneerde men - dankzij die jongens konden de bewoners van de polder in vrijheid leven. Elk dorp of stad had toen al zijn oorlogsmonument. In 1964 hebben we de propeller van een vliegtuig in Oost-Flevoland geborgen. De motor hing er nog aan, compleet met motorplaatje. De berging werd uitgezonden op tv. De propeller kreeg een plaats op het erf van boer Doornbos, maar werd in 1965 bestemd tot monument. Zo kwam die prop bij het gemeentehuis van Dronten. Het is het enige monument in Europa dat is opgedragen aan álle geallieerde vliegers. Het monument is geadopteerd door basisscholen in Dronten, elk jaar een andere. Begin april bezoeken mijn vrouw en ik deze school en vertellen over de luchtoorlog. Op 4 mei wonen we de herdenking bij. We hebben sinds 1965 nog nooit een herdenking gemist. Het is te belangrijk."

Vermist blijkt erger te zijn dan dood