4meiOverlay

Ik had het gevoel dat het niet klopte

Ted Hielckert (1941), Zwolle - Overijssel

Tijdens de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië is de Indische Ted Hielckert (1941) nog klein. Toch herinnert hij zich de angstige momenten uit zijn kindertijd. Tijdens de Bersiap en ook daarna keert de haat van de Indonesiërs zich tegen de nog aanwezige Nederlanders. Ook van het gezin Hielckert worden alle bezittingen afgenomen. Ze vertrekken naar Nederland, waar een moeizame aanpassing volgt. Als dienstplichtig marinier wordt Hielckert uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Daar zijn de Indonesiërs de vijand, wat heel dubbel voor hem is. Later besluit hij in Zwolle een monument op te richten ter nagedachtenis aan alle slachtoffers die in Indonesië én in Nieuw-Guinea gevallen zijn.

 

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Sommige beelden

"Tijdens de Japanse bezetting had mijn moeder mij en mijn broertje meegenomen naar familie in stad Oengaran ten zuiden van de havenstad Semarang op Java. We schuilden er vaak in de achtertuin, want door de beschietingen van Engelse oorlogsschepen vlogen regelmatig huizen in brand. Mijn vader was als KNIL-militair gemobiliseerd. Hij vluchtte, ging onderduiken, maar werd later toch opgepakt door de kempetai*. Hij zat geruime tijd in de gevangenis, iets waar hij nooit over heeft willen praten. Na zijn vrijlating door de Jappen was ik getuige van zijn wrede gevangenneming door de Indonesische revolutionairen, de pemuda's. Later werd hij gek genoeg door de Japanners bevrijd. Dit op gezag van de Engelsen. Tijdens het machtvacuüm, waarin niemand wist wie de baas was, zag ik dat acht Indonesische vrouwen naakt werden gefusilleerd door de Japanners. De bombardementen vergeet je evenmin. Overigens herinner ik me ook nog dat een aardige Japanse soldaat ons als spelende kinderen eten bracht."

Gevaarlijk
"Aan het einde van de Bersiap** volgde in december 1945 de evacuatie naar Soerabaja, waar we werden ondergebracht in een zogenaamd beschermingskamp bewaakt door Japanners, later door Engelsen. Buiten het kamp was het gevaarlijk, want de Indonesiërs waren vijandig. We kregen een woning in Soerabaja, maar in deze revolutieperiode was rust ver te zoeken. Ik was vaak bang. De vrijheidsstrijders oefenden en marcheerden op het plein voor het huis met speren. Je voelde de haat van de Indonesiërs. Alleen onder begeleiding kon je naar de Nederlandse school. Je zag veel lijken op straat liggen en niemand die zelfs maar een poging deed om deze op te ruimen. Door Soerabaja loopt een rivier waarin de lichamen van vermoorde Chinezen, veelal handelaren en middenstanders, dreven."

Berooid naar Nederland
"Na het tot stand komen van de eenheidsstaat Republiek Indonesië startte mijn vader een school voor Indonesiërs, die hij Instituut Succes noemde. Hij leidde Indonesiërs op voor kaderfuncties, mede vanuit het tamelijk idealistische motief het land met zijn expertise verder te helpen. Indonesië was toch ook ons land. De haat tegen de Nederlanders nam echter toe en in 1956 werd ons totale bezit afgenomen. Van de ene op de andere dag had mijn vader geen bedrijf meer. Totaal berooid, en inmiddels met zeven kinderen, vertrokken we naar Nederland. Dit ging overigens niet gemakkelijk, want voor de overtocht en voor de kleding moest mijn vader nog een lening bij de Staat der Nederlanden afsluiten. Op die manier ontmoedigde Nederland de repatriëring van overzeese Nederlanders.

We kwamen met rare trainingspakken in Deventer aan, waar niemand zat te wachten op onze oorlogsverhalen. We werden ondergebracht in een contractpension. We mochten niet naar Den Haag, waar een tante en veel vrienden van mijn ouders woonden. Op basis van godsdienst - we hadden ons als Nederlands-Hervormd laten registreren - werden we in een pension in het oosten van het land ingedeeld. Als katholieken zouden we in Brabant of Limburg terecht zijn gekomen, nog verder van de Randstad. Mijn vader werd gedwongen onderop de maatschappelijke ladder te starten, als klerk op een kantoor. Het was heel moeilijk, want we hadden continu heimwee naar Indië. Wij hadden maar weinig te besteden, terwijl wij daar een rijk leven hadden."

Dubbel
"Na de MULO ging ik in dienst, bij de mariniers. In 1961 werd ik als marinier-radiotelegrafist uitgezonden naar Nieuw-Guinea, dat toen nog Nederlands was.*** Ik verheugde me op de tocht terug naar mijn roots. In eerste instantie zat ik rustig bij de verbindingsdienst op het eiland Biak. Ik had er wel contact met Papoea’s die Bahasa Indonesia**** spraken. In december '61 ondervond ik wat oorlog betekende: we voeren van noord naar zuid met mijn eenheid omdat er twee Indonesische torpedoboten tot zinken waren gebracht. De oorlog was toen voor mij echt begonnen. Ik moest veel patrouilles lopen, op jacht naar infiltranten. Zelf heb ik nooit hoeven schieten, want ik had het te druk met mijn verbindingswerk. Het was een heel vervelende periode, want ik had met een sterk plichtsbesef voortdurend het gevoel niet goed bezig te zijn en er niet te horen. Ik voelde me enorm dubbel, want ik had medelijden met de Indonesische jongens die door ons gevangen genomen werden. Ik kon me ook zo goed verplaatsen in hun wereld, in de strijd voor hun land. In 1962 keerde ik terug naar Zwolle, en leerde op een Indische soos een Zwols meisje kennen. We trouwden en kregen twee kinderen."

Een apart monument
"Indië en Nieuw Guinea zijn nooit weggeweest uit mijn leven. Ik zocht het contact met Indische mensen altijd op. Ik was dj in de Indische soos en zat in een band met een Indisch tintje. Mijn ouders waren lid van een vereniging van Indische gerepatrieerden. Op deze manier kwam ik ook in aanraking met de herdenking van de bevrijding van Nederlands-Indië, op 15 augustus. Ik werd in 1991 bestuurslid van de Stichting die de herdenking organiseerde. De herdenking vond plaats bij het algemene oorlogsmonument in Zwolle. Ik had daar ook weer het gevoel dat we er niet goed stonden. Weet je dat er tijdens de oorlog in Nederlands-Indië meer Nederlanders zijn omgekomen dan in Nederland? Het idee voor een apart Indisch monument ontstond. Het zou drie periodes moeten beslaan: de Tweede Wereldoorlog in Indië, de Indonesische revolutie met 6200 Nederlandse militaire slachtoffers en de oorlog in Nieuw-Guinea. Er was veel animo binnen de Indische gemeenschap en bij de Indië-veteranen.

In 2000 werd een stichting opgericht om het monument te kunnen realiseren en in 2002 is het monument Indië - Nieuw-Guinea 1941-1962 in Zwolle onthuld. Het is het enige in zijn soort. De jaarlijkse herdenking trekt steeds meer mensen, veteranen, maar ook familieleden van Indische mensen en leden van de Molukse gemeenschap. Op een van de plaquettes vind je ook de namen van vijftien Zwollenaren die tijdens de onafhankelijkheidsstrijd zijn omgekomen. Op 15 augustus hang ik naast het rood-wit-blauw ook de vlag van de Papoea's, de Morgenster, uit. Ik vind het belangrijk de vergeten oorlog niet te vergeten en jongeren bekend te maken met de achtergronden van de eerste minderheidsgroepen in Nederland. We hebben er allemaal iets achtergelaten."

*kempetai: Japanse militaire politie

**Bersiap-periode: Dit was een gewelddadige periode in de Indonesische geschiedenis die enkele maanden na de Japanse capitulatie begon en duurde tot begin 1946. Politieke activisten streden tegen de Nederlanders voor onafhankelijkheid van Indonesië;

*** De conflicten om Nieuw-Guinea begonnen in 1950. Na een strijd van jaren verplichtten De Verenigde Naties Nederland op 1 oktober 1962 Nieuw-Guinea over te dragen aan de VN. Op 1 mei 1963 kreeg Indonesië het bestuur over Nieuw-Guinea

****Bahasa Indonesia: de taal van Indonesië

Ik had het gevoel dat het niet klopte