4meiOverlay

De zestien van Marum

Wiecher van der Wier (1922-2016), Marum - Groningen

De heer Wiecher van der Wier (1922-2016) verliest in de Tweede Wereldoorlog drie broers. Zij worden met dertien anderen tijdens de Meistaking van 1943 op de Duitse radarstelling 'Trimunt' bij Marum gefusilleerd. De twee monumenten zijn voor hem belangrijk, niet alleen vanwege de dramatische betekenis voor zijn eigen familie, maar ook voor de diepe indruk die deze verschrikkelijke gebeurtenis in dit Groningse boerendorp heeft achtergelaten.

door Robert Boxem

Bezetting
"Wij hadden thuis een boerenbedrijf, in de buurtschap 'De Haar' bij Marum. Mijn vader was niet sterk, dus deden mijn broers Uitze en Jelle en ik het meeste werk. Onze jongere broer Steven hielp vaak mee. Jelle en ik waren zeer dik met elkaar, we waren de beste kameraden. Jelle kon heel goed leren. Hij regelde altijd alles op de boerderij.
In de eerste jaren van de oorlog merkte je eigenlijk niet zoveel. De voedselprijzen gingen omhoog, dat was voor veel boeren gunstig. Je had zelfs boeren die de bezetting wel prima vonden. Vlakbij 'De Haar' werd een Duitse radarpost gebouwd, de stelling Trimunt. Daar werd de koers van overvliegende geallieerde bommenwerpers vastgesteld. Tijdens de Meistaking van 1943 hebben een paar jongens wat boomstammetjes over de weg naar Trimunt gelegd. De Duitsers hebben dit als sabotage van de radarstelling opgevat. Dat was het natuurlijk niet. Het was een verzetje, kwajongenswerk.

Marum, 3 mei 1943

"Op maandag 3 mei ging ik op de fiets naar Marum, eigenlijk om bij te dragen aan de staking en om te zien of de boel wat op stelten gezet kon worden. Ik stond wat te praten bij een kennis, toen er overvalwagens van de Ordnungspolizei stopten, even verderop. Meteen ontstond er een angstige stemming, geschreeuw, er werd geschoten. Een inwoner van Marum, Sikkinga, liep er bij weg en ik zag een Duitser op hem schieten. Ratatatat… en hij lag dood neer. Ik besloot om snel naar huis terug te fietsen, want dit was niet vertrouwd. Vlak bij huis kwam ik langs de boerderij van Hartholt. Daar stond mijn broer Jelle op het erf, hij keek mij aan. Daar waren ook al Duitsers. Er werd geroepen 'stehen bleiben', maar ik fietste door. Dat gebeurt in een flits, daar denk je niet bij na. Het was mijn redding."

Vermoord

"Thuisgekomen had ik een bang voorgevoel. Ik zei tegen mijn vader: 'Het is niet best'. We stonden doodsangsten uit. De Duitse politie heeft Jelle en de hele familie Hartholt meegenomen. Bij een andere buurman, De Jong, waren Uitze en Steven. Ook die moesten mee. Steven zou ons meehelpen op het land en had daarom een overall aan. Hij was lang en fors voor zijn leeftijd en werd daarom ouder geschat dan zijn dertien jaar. Op het terrein van de stelling Trimunt zijn zij vermoord. Zij zijn niet veroordeeld, een 'Standgericht' is niet gehouden. Het verhaal gaat dat Steven geprobeerd heeft weg te rennen met zijn klompen in de hand, maar dat klopt niet. Hij had schoenen aan. De zestien gefusilleerden heb ik allemaal gekend. Ik had erbij kunnen zijn. De lichamen werden niet vrijgegeven, maar op een onbekende plaats begraven."

Triest

Pas eind 1945 werden mijn broers gevonden, in het natuurgebied Appèlbergen bij Haren. Het is vreemd: ik wist daarvoor wel dat ze dood waren, maar ik durfde het niet te geloven. Soms had ik het gevoel dat het niet waar was, dat ze in een kamp in Polen of Rusland zaten en weer zouden thuiskomen. Dat bleef hangen. Toen mijn vader en moeder hun lichamen konden identificeren was er zekerheid. Dat gaf een zekere rust, maar was wel triest. 

Belangstelling

"De 'zestien van Marum' liggen samen in een grafmonument op de begraafplaats. Daar wordt ieder jaar een krans gelegd, onder grote belangstelling. Er wordt gezongen door een mannenkoor, iemand brengt een trompetsaluut. De belangstelling wordt over de jaren niet minder, dat doet me goed. Bij de voormalige stelling Trimunt, waar nog wat bunkertjes uit de oorlog staan, is een eenvoudige gedenksteen waar de namen van de gefusilleerden opstaan. Hier komen wat minder mensen, maar hier heeft de eigenlijke schietpartij plaatsgevonden. Het dorp heeft indertijd geld bij elkaar gehaald om een gedenksteen op te richten en dit overgedragen aan mijn familie. Inmiddels heeft de gemeente de zorg over de gedenksteen overgenomen."

Gisteren

"De hele geschiedenis met de 'zestien van Marum' heeft een diep spoor in het dorp achtergelaten. Tot op de dag van vandaag ben ik de man van wie in de oorlog drie broers zijn doodgeschoten. Dat geldt ook voor de nabestaanden van de anderen. Met enkele nabestaanden heb ik wel contact. Ik vind het niet erg om over het gebeurde te praten, al is het soms onprettig. Soms lucht het op om het weer te vertellen. Het houdt me tegenwoordig, met het ouder worden, meer bezig. Het lijkt in mijn herinnering gisteren gebeurd." 

Offer

"Als ik denk aan de moord op mijn broers en de anderen, dan zie ik het toch als een offer dat gebracht is. Zij zijn om niets ter dood gebracht, maar die gebeurtenis heeft een enorme impuls aan het verzet gegeven, zeker in deze streek. Na de Meistaking van 1943 hebben zeer veel mensen beseft wat het ware gezicht van de bezetter was. Het georganiseerde verzet kwam op gang, en dat heeft velen het leven gered. Zelf ben ik niet in het verzet gegaan, wel hebben wij onderduikers op de boerderij gehad. Alleen al om wat de dood van de 'zestien van Marum' teweeg heeft gebracht moet je hun nagedachtenis eren en herdenken."

De zestien van Marum