4meiOverlay

Gedwongen mee te doen doen de waanzin van de oorlog

Jan Marsman, Espelo - Overijssel


Een zwerfkei die symbool staat voor het zwerversbestaan van onderduikers. Dat is het monument dat herinnert aan drie doden bij een grootscheepse razzia in 1944 in de buurt van Holten. Jan Marsman (1923) heeft geluk gehad, zegt hij zelf. Een Duitser vindt hem in een hooiberg, maar laat hem ongemoeid. "Waarom overleef ik 't wel en een andere 18-jarige onderduiker niet?" Marsman zorgt met een andere overlevende voor een monument. Zodat de volgende generatie weet wat er gebeurd is. "Want wij zijn er straks niet meer."

door Anita van Stel

Onderduikershut
"Vanaf de zomer van 1944 hielden de Duitsers regelmatig razzia's, omdat ze een groot tekort aan arbeidskrachten hadden. Opgepakte jongens werden bijvoorbeeld ingezet voor het graven van tankgrachten in Berlijn en Hamburg, maar via de zogenaamde Organisation Todt ook langs de IJssel en elders in de regio waar verdedigingswerken aangelegd moesten worden. Zelf was ik ondergedoken in Holten. Ik zorgde daar voor de distributie van verzetskranten. Als er gevaar dreigde, ging ik net als andere onderduikers naar een onderduikershut. Je wilde de boeren niet nog meer in gevaar brengen."

Grootscheepse razzia
"Op zaterdag 14 oktober 1944 was Holten en omgeving in rep en roer. Het gerucht ging dat er een razzia op komst was. Als vergelding voor het droppen van wapens voor het verzet bij Markelo. De Duitsers kwamen van alle kanten. Ze liepen in linies door de weilanden richting Nieuw Heeten, Haarle en Schoonheten. Het leek wel een drijfjacht. Toen bleek dat er sprake was van een grootscheepse razzia, waarbij Fallschirmjäger, Grüne Polizei en SS-ers betrokken waren. De Duitsers voerden huiszoekingen uit, trapten deuren in en schoten. Vooral jonge mannen werden opgepakt en naar een weiland gevoerd, waar ze hun persoonsbewijzen moesten inleveren. Iedereen probeerde op zijn eigen manier te ontsnappen. Wij vluchtten eerst de bossen van de Holterberg in, maar ze hadden ons omsingeld. Via een weiland moest je zien weg te komen. Ik kroop door het laagste deel van het weiland en verstopte me in een hooiberg." 

Waarom had ik geluk en Marinus pech?
"Een Duitse soldaat ontdekte mij in die hooiberg. Hij keek me recht in de ogen. Ik dacht: laat ik maar te voorschijn komen, want het is voorbij. 'Goedemorgen,' zei ik, 'ik ben hier gewoon aan het werk, hoor'. Maar de Duitser trok het hooi weer voor het gat en deed alsof hij mij niet had gezien. Waarom weet ik nog steeds niet. Misschien was hij ook maar gedwongen aan de waanzin van de oorlog mee te doen. Jan Tielbeek is wonder boven wonder evenmin gevonden. Hij heeft urenlang in een schuur onder het stro gezeten. De Duitsers prikten er met hun bajonetten in. Met onderduiker Marinus Stevens liep het slechter af. Vanuit de hooiberg hoorde ik schoten klinken. Naderhand bleek het om Marinus te gaan, die probeerde de schuilhut in het bos te bereiken. Hij werd door een jonge SS-er ontdekt en met twee schoten in de rug gedood. Hij viel voorover op de grond. Ik heb me later regelmatig afgevraagd waarom ik geluk had en Marinus zoveel pech."

Een zwerfkei als symbool voor het zwerversbestaan van onderduikers
"In 1997 hebben Jan Tielbeek en ik de Stichting Gedenkteken Helhuizen opgericht. We vonden dat we de gebeurtenissen aan de volgende generaties door moesten geven. Straks zijn wij er niet meer. Ook was dankbaarheid een drijfveer; wij hebben de verschrikking van de oorlog immers overleefd, Marinus Stevens en veel andere onderduikers niet. We kregen veel bijval voor ons plan een monument op te richten. Het moest komen op de plaats waar Marinus Stevens neergeschoten is. Ook Marinus' broer Albert, die eerst wat terughoudend was, kon zich vinden in het plan. Hij heeft op 1 mei 1998 de onthulling verricht. We kozen voor een zwerfkei, om het zwerversbestaan van de onderduikers te symboliseren. Bovendien past de kei in de bosachtige omgeving. We houden jaarlijks een herdenking, meestal op 14 oktober. Kinderen van de Bosschool uit Espelo hebben het monument geadopteerd en leggen dan bloemen. In 2000 is ook het onderduikershol in ere hersteld."

Gerrit Jan Piksen en Maurits Bachrach

"Tijdens de razzia op 14 oktober 1944 zijn naast Marinus Stevens nog twee andere mannen doodgeschoten. Gerrit Jan Piksen (1917) was een belangrijk verzetsman in Nijverdal. Hij werd in Haarle gearresteerd, verhoord en nog diezelfde dag geliquideerd. De joodse onderduiker Maurits Bachrach (1917), alias Hendrik Bakker, zat ondergedoken op de boerderij van Strookappe tussen Nieuw Heeten en de Raalter buurtschap Schoonheten. Hij werd op de vlucht door meerdere landwachters beschoten en dodelijk getroffen. Voor hen hebben we in juli 2006 een tweede gedenksteen geplaatst pal naast het monument voor Marinus Stevens. Dat is gebeurd in overleg met de families. Op deze plek kunnen we nu elk jaar stilstaan bij die verschrikkelijke razzia en de drie doden die daarbij zijn gevallen."

Bron: 

  • Benny Koerhuis, De Stentor;
  • Huis aan huis, Informatieblad voor de gemeente Apeldoorn.
Gedwongen mee te doen doen de waanzin van de oorlog