4meiOverlay

De 'Russenoorlog' zorgde voor vele angstige weken in Oudeschild

Imme Dros (1936), Oudeschild - Noord-Holland

In februari 1945 lijkt de oorlog ook op Texel bijna voorbij, maar dan worden er 750 Georgische soldaten in Duitse dienst gelegerd. De aankondiging dat zij naar het front moeten heeft catastrofale gevolgen: in de nacht van 6 april komen ze in opstand en vermoorden 400 Duitse militairen. Een guerrillaoorlog is het gevolg, die veel levens kost en pas op 20 mei afgelopen is. Schrijfster Imme Dros maakt deze ‘Russenoorlog’ als kind mee in het Texelse havendorp Oudeschild. Dros schrijft over de Russenoorlog het autobiografische kinderboek ‘Dag soldaat, dag mooie soldaat’, dat later ook in Georgië is uitgebracht.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Imme Dros: "We woonden in Oudeschild. Mijn vader was brood- en banketbakker en mijn moeder runde de winkel. Ik was de oudste van vier kinderen, mijn broertje was twee jaar jonger en met de tweeling – een broertje en zusje – scheelde ik 3,5 jaar. Ik herinner me de oorlog in fragmenten. Sommige gebeurtenissen hebben een onuitwisbare indruk gemaakt, ook al was ik nog klein. Later kreeg ik meer overzicht. 


Beroep op onmisbaarheid
In 1944 moesten alle weerbare mannen van Texel af. De Duitsers hadden overal plakkaten met grote zwarte letters opgehangen, waarop de leeftijden stonden. Er werd niet gezegd waar ze heen zouden gaan. Mijn vader kwam in aanmerking. Op de dag van het vertrek stonden zijn spullen klaar in de gang. Hij nam al zo’n beetje afscheid. Ik herinner me dat nog goed, want het was een beladen moment. Toen sprong mijn moeder, die nooit iets durfde, op de fiets en reed naar het Duitse hoofdkwartier in Den Burg om te zorgen dat mijn vader thuis kon blijven. Ik was erg bang om mijn vader en extra bang om mijn moeder, want God mocht weten wat er met haar zou gebeuren. De Moffen hadden immers geweren. Mijn moeder kreeg het – met beroep op onmisbaarheid - voor elkaar dat mijn vader niet weg hoefde. In de week erna ontstond op een middag een schreeuwerige ruzie tussen vier vrouwen, onder andere mijn oma, mijn moeder en twee anderen. Ze joegen de kinderen weg en deden de deuren dicht. Veel later begreep ik dat ze mijn moeder ervan verdachten iets slechts met de Mof te hebben gedaan om mijn vader vrij te krijgen. Ik vroeg me af wat dat in vredesnaam geweest zou kunnen zijn. De Texelse mannen die wel vertrokken moesten lopend over de Afsluitdijk naar Assen, om daar loopgraven te graven. 

Gat in de straat

Een vliegtuig stortte neer op het dorp en spatte uit elkaar. De stukken en brokken kwamen her en der terecht. De Twee Britse piloten overleefden het niet. Er werd verteld dat een van hen op zijn kop in de sloot stond. Precies op de hoek van ons huis, pal naast mijn slaapkamer, viel de complete vliegtuigmotor in de straat, met een enorm gat tot gevolg. Daar stonden we als kind naar te kijken, maar ik had toen niet het benul dat die motor op mijn bed terecht had kunnen komen. De volwassenen maakten er veel drukte over. Tot mijn verbazing werd het gat in de straat bewaakt door een soldaat. Ik herinner me ook nog dat er een granaat in de school terechtkwam en dat een bankje in de klas was getroffen. Een vriendin van mijn moeder jammerde dat het de bank van haar zoon Gerard was. Ik dacht toen ‘waar maak je je druk om, hij zat er toch niet in’. Een jongen met een hazenlip werd dodelijk door een granaat getroffen terwijl hij thuis aan het spelen was. Mijn moeder vond het des te erger omdat zijn ouders al zoveel zorg om hem hadden gehad, met al die operaties en spraaklessen. 

Toewijzing
Den Helder was extreem gevaarlijk, want de marinehaven werd vaak gebombardeerd. Je kon daar dus beter niet heen, ook niet naar een ziekenhuis. Er was dus een tijdelijk noodziekenhuis op Texel gebouwd. Tegen het eind van de oorlog was er ook steeds minder te krijgen, al werd er geen honger geleden. Mijn vader was in alles creatief: hij zette een ijzeren bak met pap in een kuil met sneeuw en zout om consumptie-ijs voor ons te maken; hij had op de schuur een molentje gebouwd, waar hij stroom mee opwekte, zodat mijn moeder wat licht had om kleren te verstellen, en met een fiets verbonden aan een pomp werd regenwater omhoog gewerkt naar een waterreservoir op het dak. Elke dag zat een knecht of mijn vader als een razende te trappen op die fiets zonder wielen. Als bakker kreeg mijn vader zogenaamde toewijzingen, voor grondstoffen zoals meel en vet. Om voor deze toewijzingen in aanmerking te komen moest hij bonnen inleveren, die hij van klanten in de winkel ontvangen had. Ik zie mijn ouders nog zitten, half vloekend, met stapels van die bonnen, die ze met kwastjes glutonlijn op vellen papier plakten. Ik vond ‘toewijzing’ een raar woord. De oorlog wemelde trouwens van de rare woorden.
Mijn ouders waren jong en wilden zich door de oorlog niet te veel laten beperken. Ze zagen niet overal gevaar en fietsten ’s avonds gewoon naar de bioscoop tot grote angst van mijn grootmoeder. 

De Georgiërs
Er waren altijd Duitse soldaten in het dorp. Je werd er bang voor gemaakt en je zorgde dat je er niet mee te maken kreeg. ‘Mof’ was een verboden woord. Maar soms kwamen Duitsers bij ons thuis, om iets te kopen of te bestellen in de bakkerij. Die soldaten waren oud en vriendelijk, en al sinds het begin van de oorlog op Texel. We waren wel tegen de bezetter, maar je zag alleen maar de gewone soldaten, die geen macht hadden. Op een bepaald moment liepen er Georgiërs door ons dorp. Ze zongen meerstemmig in hun wonderlijke taal. Qua uiterlijk waren ze aantrekkelijker dan de oude Duitsers of de pukkelige pubers die rond 1945 ook nog het Duitse leger in moesten. Als de Russenoorlog niet was uitgebroken, waren al die Duitsers gewoon naar huis vertrokken. Om hun eigen hachje te redden sleurden de Georgiërs ook veel Texelaars mee in het ongeluk. Ze zijn vooral in die eerste nacht van de opstand erg te keer gegaan. Ze hebben verschrikkelijke moorden gepleegd, met messen, om geen lawaai te maken. 

Represailles
In die nacht van 6 april wist een van de Duitsers alarm te slaan. Met schepen werden de volgende dag Duitse versterkingen aangevoerd en daarom is die oorlog nog zo lang doorgegaan. De Georgiërs doken onder waar ze konden, in boerderijen of bij mensen thuis. Ze werden geholpen door de Texelaars, die daardoor speelden met hun leven. Er hingen plakkaten dat represailles zouden volgen en dat huizen in brand gestoken zouden worden, wat ook allemaal gebeurde. Een vriend van mijn vader, een fietsenmaker, had een gewonde Georgiër op de zolder van zijn werkplaats laten schuilen. De man werd gevonden. Hij is opgehangen in Den Burg. De fietsenmaker en zijn vrouw zijn gearresteerd en later doodgeschoten. Ze hadden twee kleine kinderen. De Georgiërs schoten altijd raak, van grote afstand. Zo werd een boer, die op het land aan het spitten was, vanaf een weg doodgeschoten, omdat de Georgiërs zijn schop voor een geweer aanzagen. Sommige nachten waren extreem angstig. Der Alte Fritz, een oudere Duitser uit ons dorp die iedereen kende, werd doodgeslagen op straat. Dat vond iedereen toch erg. De eerste nachten na de opstand sliepen we met vier kinderen in de woonkamer en brachten mijn grootouders de nacht bij ons door in dezelfde kamer. Je hoorde de – waarschijnlijk ook doodsbange - Duitsers en Georgiërs buiten op straat.

Genuanceerd

Van de bevrijding herinner ik me vooral de opvallende dingen. We liepen vanaf half mei vaak naar de haven, omdat de Canadezen eraan zouden komen, maar dat gebeurde alsmaar niet. Toen ze dan eindelijk wel landden wachtte niemand ze op, want we geloofden dat geschreeuw: ‘de Canadezen komen eraan!’ niet meer. Na de landing van de Canadezen – de rest van het land was natuurlijk al lang bevrijd – zijn de Duitsers afgevoerd. Toen de Georgiërs met de boot vertrokken, heb ik ze vanuit mijn dakraam uitgezwaaid. Nu, vele jaren later, denk ik genuanceerder over wat toen goed en fout was. Als de Russenoorlog niet was uitgebroken, zouden er veel mensen, ook Texelaars, in leven zijn gebleven. Mijn ouders waren zeker niet voor de Duitsers, maar ze begrepen ook wel dat de Georgiërs hun opstand niet voor ons waren begonnen. De Georgiërs zagen de capitulatie aankomen en hadden die opstand nodig om thuis in Rusland niet afgemaakt te worden. Het waren allemaal angstige mensen, de Georgiërs én de Duitsers, en als er iemand, Georgiër of Duitser, gewond was dan kreeg hij altijd van iemand hulp. 

Bron: Imme Dros, Dag soldaat, dag mooie soldaat; 1996, Querido 

De Georgiërs maakten deel uit van het Russische leger, dat bij de operatie Barbarossa verslagen werd aan het Oostfront. In Duitsland werden in de oorlog 10.000 Georgiërs krijgsgevangen gemaakt. Uit de krijgsgevangenenkampen vormen de Duitsers nieuwe bataljons, van steeds 400 Duitsers met 800 Russen (dit waren ook Mongoliërs en andere etnische Russen, die door de Duitsers als Untermenschen beschouwd werden). Met deze bataljons versterken ze de troepen overal in Europa. De 800 ‘Nederlandse’ Georgiërs zaten in 1944 eerst in Zandvoort. Ze gedroegen zich eerst als voorbeeldige leden van de bezettingsmacht, maar onder aanvoering van commandant Loladze legden ze contact met het verzet in Haarlem en verwijderden mijnen om de invasie van de geallieerden te vergemakkelijken. De Duitsers besloten daarop ongeveer 750 Georgiërs op Texel te plaatsen. Texel herbergde tot dan toe ongeveer 2000 Duitse soldaten, die er doorgaans naar toe gestuurd werden om bij te komen van hun inzet elders. Het verzet op Texel had meer last van de 7,5% NSB-ers dan van de Duitse bezetters. 

De 'Russenoorlog' zorgde voor vele angstige weken in Oudeschild