4meiOverlay

Uit mijn zolderraam zag ik hoe ze de mensen doodschoten

Cor Bats (1933), Deventer - Overijssel

Begin april 1945. De Canadese bevrijders naderen Deventer. Een verzetsgroep van studenten bevindt zich in de Twentol smeeroliefabriek. Vanaf dat punt moeten ze voorkomen dat de Duitsers een brug opblazen. Duitse soldaten nemen de fabriek onder vuur en leiden vijf verzetsstrijders naar een speeltuin waar ze worden gefusilleerd. Met hen ook een Duitse soldaat, die weigert aan de moordpartij mee te doen. De twaalfjarige Cor Bats (1933) ziet het vanuit een zolderraam gebeuren. 'Moordenaars', schreeuwde mijn vader, maar niemand deed wat. Het Twentolmonument herinnert aan dit drama.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Communist

"Ik was de oudste in ons gezin met vijf kinderen. Mijn vader had samen met drie broers een drukkerij in Zutphen. In de crisistijd stapte hij eruit, om verslaggever voor De Waarheid te worden. Wij vertrokken toen naar Purmerend. Mijn vader was communist. Hij werd gearresteerd en op transport gesteld naar Frankrijk. Omdat we nergens anders terecht konden, ging mijn moeder met ons naar Deventer, waar we samen met mijn oma en haar pro-Duitse man in een huis kwamen te wonen. Dit boterde niet echt. Mijn vader moest aan de Franse kust hakenkruisen op Duitse boten schilderen. Begin '45 kwam hij thuis, omdat hij ernstig ziek was."

Stelen op het spoorwegemplacement
"Ik ging er als oudste vaak op uit om eten bij elkaar te scharrelen. Van lieverlee werd ik er steeds handiger in om dingen te jatten. Bij het spoorwegemplacement van Deventer kwamen de goederentreinen met de bevoorrading van de twee Duitse kazernes aan. Met een onderstel van een kinderwagen ging ik vlees en groente stelen of kolen rapen. Ik had in een stilstaande circuswagen een schuilplaats gemaakt, waarin ik wachtte tot de kust vrij was. Een paar keer werd ik gesnapt en kreeg ik klappen van de Duitsers. Op zeker moment verdachten ze me ervan dat ik geweren gestolen had. Ze zetten me tegen de muur van een kolenloods en een Duitser ging met een geweer tegenover me staan. Toen hij aanlegde dacht ik dat mijn laatste uur geslagen had. Hij schoot niet en met een schop onder mijn kont kwam ik er vanaf."

Moordenaars
"In ons huis was een kelder, waarin we schuilden als er gevaar dreigde. Ook die tiende april 1945. We wisten dat de Canadezen in de buurt van Deventer waren en mijn zusje ging op zolder poolshoogte nemen. Ze riep dat er veel mensen in de speeltuin waren. Toen gingen wij ook naar boven. Ik zag dat er vijf mensen met hun handen op hun hoofd voor een hek werden gezet. Mijn vader wist wat er ging gebeuren en hij raakte buiten zinnen. Hij schreeuwde door het open raam 'moordenaars'. Iedereen rende naar beneden, omdat ze het niet wilden zien. Mijn vader viel van de trap en bleef bewusteloos liggen."

Weet niet waarom
"Ik bleef alleen achter op zolder. Ik moest blijven kijken en ik weet nog steeds niet waarom. Er werd een jonge Duitse soldaat aangewezen om in het vuurpeloton te gaan staan. Hij weigerde. De commandant trok zijn pistool en nam de jongen mee achter een muur. Dat kon ik niet zien, maar ik hoorde het schot. Ik zag hoe het lichaam van die soldaat op een kruiwagen langs de mensen van Twentol werd weggereden."

Beeld
"De andere soldaten schoten wel. De hoofden van de slachtoffers klapten opzij. Ik had al heel wat meegemaakt bij het spoorwegemplacement, maar ik had nog nooit gezien dat mensen werden doodgeschoten. Dat beeld is mijn hele leven voorbij gekomen. De commandant liep nog langs ze en gaf een genadeschot. Daarna wandelden de Duitsers weg. Ze lieten de slachtoffers op een hoop liggen. Een van de vijf was niet dood. Hij bewoog een arm. Bewoners van de huizen achter de speeltuin kwamen aanrennen en ze brachten hem naar het ziekenhuis. Hij ging onderweg toch dood. Net op dat moment kwamen de eerste Canadezen aanrijden op de dijk. Een grote donkere soldaat stak zijn hoofd door een kelderraampje. Ik had nog nooit donkere mensen gezien."

Waar waren ze tijdens de executie?
"De hele buurt kwam naar buiten. De zogenaamde moffenmeiden - vrouwen die een relatie hadden gehad met een Duitser - werden naar een kruispunt gesleurd en hun hoofden werden kaalgeschoren. Een afschuwelijk gezicht. Ik herinner me ook dat er plots overal leden van het verzet met geweren op straat waren en ik vroeg me onmiddellijk af waarom zij niet eerder tevoorschijn waren gekomen. Wij wisten dat er verschillende mensen in de buurt bij de ondergrondse waren. Waar waren die tijdens de executie? Nog altijd vraag ik me af of niemand had kunnen voorkomen dat deze mensen werden doodgeschoten. Met een pistool kon je niets beginnen, maar wat als mijn vader een machinegeweer had gehad?"

Dat gaat nooit meer over
"De zeven slachtoffers van het Twentoldrama zijn begraven op de begraafplaats aan de Raalterweg. Op 4 mei worden nog altijd bloemen op het grafmonument gelegd. 's Avonds gaat de stille tocht langs het monument aan de Snipperlingsdijk dat staat op de plek van de executie. Op het bakstenen monument staan de namen van de vermoorde verzetsstrijders. Voor de moedige Duitse weigeraar Ernest Gräwe is een speciale plaquette aangebracht. Rond 10 april komt alles altijd weer boven. Dat gaat nooit meer over."

Het Twentoldrama: Begin april 1945 zijn de Canadezen dichtbij Deventer. De verzetsgroep rond Jan van Gennep Luhrs bevindt zich in de smeeroliefabriek Twentol in Deventer. De acht jonge verzetsstrijders, studenten van de Landbouwschool, moeten voorkomen dat de Duitsers de brug over de Prins Bernardsluizen opblazen. Op de vroege ochtend van 10 april stuit één van de verzetsstrijders bij een ronde door het gebouw op een Duitse Wehrmachtkorporaal. In een handgemeen waarin ook geschoten wordt lukt het Gerard Verhoeven, de enige die erin slaagt te vluchten en het Twentoldrama uiteindelijk overleeft, om de Duitser te overmeesteren. Die smeekt om zijn leven en belooft niets te verraden. Verhoeven laat de Duitser gaan en hoopt zo te voorkomen dat andere Duitsers hem na het horen van het schot te hulp komen.

Twintig minuten later neemt de Wehrmacht de Twentolfabriek onder vuur. De leider van de verzetsgroep, Van Gennep Luhrs, wordt al snel dodelijk getroffen. Omwonenden zien hoe rond het middaguur Duitse soldaten de fabriek binnendringen en even later met vier mannen en een vrouw naar buiten komen. Het vijftal wordt onder begeleiding van twee bewapende Duitsers richting een speeltuin gevoerd. Een jonge Duitse soldaat, Ernest Gräwe, weigert in het vuurpeloton plaats te nemen. Hij wordt ter plekke doodgeschoten. De vijf verzetsstrijders worden gefusilleerd. Het zijn Harry Engels, Jaap Bennebroek Evertsz, Martinus Woertman, Joost Westland van Baalen en Corry Bosch. Joost en Corry waren net getrouwd. Een week later blijkt dat Derk Jan Bruggeman ook al tijdens de gevechten rond de fabriek is omgekomen. Pas dan wordt zijn verkoolde lichaam gevonden.
Uit mijn zolderraam zag ik hoe ze de mensen doodschoten