4meiOverlay

Mensen moeten eerst voelen. Daarna weten ze het pas

Japien Waskowsky (1936), Groningen - Groningen

Reusachtige omhoog stekende bronzen handen. Dat is het Joods monument in Groningen. Onafgebroken heeft hij aan 'De Handen' gewerkt. Van 1969 tot zijn dood in 1976. Edu Waskowsky (1934-1976) was geen makkelijke kunstenaar. Compromissen sloot hij niet. Voor hem is het beeldhouwwerk iets veel groters geworden. Hij wilde iets maken dat recht zou doen aan alle Joodse oorlogsslachtoffers. Zijn vrouw Japien Waskowsky beheert zijn artistieke erfgoed.

door Robert Boxem

3.000 Joden zijn uit Groningen weggevoerd
"In de jaren zestig wilde men in de stad Groningen aandacht besteden aan de 3.000 Joodse inwoners die tijdens de bezetting zijn weggevoerd en die niet zijn teruggekomen. Er was een comité en dat slaagde erin geld voor een monument in te zamelen. Mijn man Edu was in die tijd redelijk bekend als avant-gardebeeldhouwer en kreeg de opdracht om het monument te maken."

Zeven enorme handen

"Edu is enorm fanatiek begonnen. In zes weken tijd heeft hij een ontwerp gemaakt, op schaal. Daar werkte hij dag en nacht aan door. Hij was emotioneel erg betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Als jongen had hij in Rotterdam de honger en de bombardementen meegemaakt. Bij het maken van het ontwerp werd hij treurig als hij aan de omgekomenen dacht. Het comité reageerde positief op het ontwerp en hij kreeg de opdracht: zeven enorme handen in verschillende standen, uitgevoerd in gelast messing, staande tegen een achtergrond van een ruwe stenen muur. In één van de handen is een menora, een Joodse kandelaar, uitgespaard. Omhoog stekende handen hebben een associatie met gevangenen die weggevoerd worden. Eén van de handen is tot een vuist gebald."

Meer tijd nodig dan was voorzien

"Vanaf 1969 tot aan zijn dood in 1976 heeft Edu onafgebroken aan 'De Handen' gewerkt. Hij bracht inhoudelijke wijzigingen aan. Op het originele ontwerp, dat nu in een museum in Israël staat, zie je bijvoorbeeld twee liggende handen. Die zijn in de uiteindelijke versie van het monument veranderd in staande handen. In deze jaren is van alles misgegaan. Edu had veel meer tijd nodig dan was voorzien, de communicatie met de opdrachtgevers liep scheef, hij kreeg ruzie met een assistent en het ging allemaal veel meer geld kosten. Natuurlijk had hij zelf ook schuld aan deze moeilijkheden. Maar zo was hij: Edu wilde geen concessies doen, geen compromissen sluiten over zijn kunstwerken. Hij was een lastige man. Ook dronk hij veel. Voor Edu was het werken aan het monument iets veel groters geworden: hij wilde iets maken dat recht zou doen aan alle Joodse slachtoffers. Hij had gewild dat het monument 'Vanwege 6 miljoen' zou heten. Maar hij pakte het niet handig aan en heeft zich er aan vertild."

Symbolische waarde
"Op een zeker moment werd de opdracht om 'De Handen' te voltooien van Edu afgenomen en aan iemand anders gegeven. Deze man bewerkte de beelden met een andere lasmethode. Edu vond het eruitzien als krentenbrood. Hij wist de beelden weer terug te krijgen en heeft ze naar zijn idee afgemaakt. Elke keer als een Hand af was, werd deze aan de Hereweg geplaatst, het monument is nooit als geheel onthuld. Het zijn er zes geworden, tijdens het maken van de zevende is Edu gestorven. Zijn levenswijze had zijn tol geëist. Ik heb altijd verboden dat de zevende Hand door iemand anders zou worden voltooid. De zevende ruimte in de beeldengroep is leeg gebleven. Inmiddels heeft die lege plek een symbolische waarde gekregen, die onverbrekelijk bij het monument hoort. De reacties op het monument waren en zijn altijd positief geweest. Je ziet een hoop verdriet, intens lijden en oprechte woede in ‘De Handen’ terug. Sandberg, de directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, vond het een van de beste oorlogsmonumenten van Nederland. Edu was er zelf trots op. Hij heeft het toch goed gedaan. Misschien heeft het over vijftig jaar geen functie meer als monument, maar dan is het nog altijd een goed kunstwerk."

Besef
"Misschien verwatert de functie van herdenken met de tijd. En de jaarlijkse kranslegging kan misschien iets plichtmatigs krijgen. Ik denk dat je daar niet aan ontkomt. Voor veel mensen zegt het niet zoveel meer. Maar herdenken doe je om een bepaald effect te scheppen, zodat mensen beseffen: dit nooit meer. Tegenwoordig wordt er op school te weinig aandacht aan geschiedenis besteed. Je moet jongeren op de hoogte brengen van wat er is gebeurd, anders verdwijnt het besef. Mensen zijn nu eenmaal hardleers. Eerst moeten ze voelen, daarna weten ze het pas. Als je nu iets van het besef overbrengt, dan kunnen toekomstige conflicten misschien vermeden worden."

Bronnen:
  • Kindt, H. Edu Waskowsky, Centrum Beeldende Kunst Groningen, 1991
  • Elisabeth Morion, Waskowsky, Prometheus 1992, ISBN 90-5333-136-0 (roman)
Mensen moeten eerst voelen. Daarna weten ze het pas