4meiOverlay

Een zwerfkei als definitieve rustplaats

Simon Bachrach, Espelo - Overijssel

De Joodse Simon Bachrach (1916) en zijn twee broers Maurits en Ben wachten in Westenbork op het transport naar Polen. Hun moeder en zusje komen om in Sobibor. Simons verloofde Alijda Jacobs slaagt erin de drie mannen Westerbork uit te smokkelen. Ze duiken onder. Bij de Sallandse razzia in 1944 wordt Maurits Bachrach gedood door Duitse kogels. Onderduiker Marinus Stevens en verzetsman Gerrit-Jan Piksen komen bij dezelfde klopjacht om. In 1998 komt er een zwerfkei als monument voor Marinus Stevens, in 2006 uitgebreid met een tweede zwerfkei voor Maurits Bachrach en Gerrit-Jan Piksen.

door Anita van Stel


Weerzinwekkend
"We woonden in Arnhem, mijn moeder, zusje, twee broers en ik. In september 1942 werd ik met mijn broers Maurits en Ben opgeroep voor de werkkampen. Ben en ik gingen naar Friesland, naar kamp De Witte Paal in Sint Johannesga. Maurits kwam terecht in kamp Linde, ook wel 'It Petgat' in Blesdijke. Al na een paar weken, op 3 oktober, werden alle werkkampen leeggehaald. Iedereen werd overgebracht naar Westerbork, waar wij Maurits ook weer ontmoetten. In Westerbork bivakkeerden op dat moment 40.000 Joden. De omstandigheden waren er weerzinwekkend. Iedereen had diarree en er was nauwelijks te eten. Tweemaal per week, op dinsdag en vrijdag, vertrok een volle trein naar Polen. We hadden geen idee wat ons te wachten stond, maar voelden dat het in Polen niet pluis was."

'Ze komt jullie halen'
"Op een dag werd ik voor mijn barak 62 aangesproken door een man. Hij liet de foto van mijn verloofde Alijda Jacobs zien. Alijda was erachter gekomen dat ik in Westerbork zat. 'Wil je hieruit', vroeg hij. Ik antwoordde dat ik zeker weg wilde, maar alleen samen met de broers. Hij sprak de voor mij nog altijd magische woorden 'ze komt jullie halen'. In die tijd reden vrachtauto's af en aan, met stenen voor de bouw van de barakken. Alijda vond een betrouwbare chauffeur die contact met mij legde. Ze overtuigde een andere chauffeur dat ze het kamp in moest. Hij veronderstelde dat ze typiste in het kamp was, maar nog geen papieren had. Bij het ketelhuis van Westerbork bespraken we hoe de ontsnapping zou verlopen. Moet je je voorstellen hoe enorm dapper Alijda was, een meisje van net twintig."

15 gulden per onderduiker
"Als stukadoor verkleed in een overall onder de kalk - en zonder Jodenster - ging ik met chauffeur Geurt Kreuze het kamp uit. Bij de poort stapten drie Duitse SS-ers in, die naar Assen moesten. Daar schrok ik erg van, maar het liep goed af. In Arnhem aangekomen ontmoetten Alijda en ik het Joodse gezin Moses dat op het punt stond naar Westerbork af te reizen. Ik overtuigde hen ervan dat ze niet moesten gaan. Ze doken onder en hebben de oorlog overleefd. Mijn moeder en zusje Annie zijn op hun onderduikadres in Oosterbeek verraden door een buurman. Hij kreeg er vijftien gulden per stuk voor. Ze zijn omgebracht in de gaskamers van Sobibor. De verrader werd na de oorlog veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf."

Meerdere keren onderscheiden

"Alijda ging terug naar Westerbork om mijn broers te halen. Ze kwam net op tijd. De trein waarmee Maurits en Ben naar Polen zouden vertrekken, zat vol en mijn broers konden ontsnappen uit de speciale barakken waarin de treinreizigers samengebracht werden voor vertrek. Ze kwamen net als ik weg uit het kamp met een vrachtwagen plus betrouwbare chauffeur. In totaal hielp Alijda zeven Joodse mannen het kamp uit, onder wie ook mijn vriend Nico Menco. Alijda is daarvoor - en voor het vervolg van haar verzetswerk - na de oorlog meerdere keren onderscheiden. De moedige chauffeur Kreuze is door de Duitsers opgepakt en nooit meer thuisgekomen."

Sallandse razzia
"Eind 1943 doken we met zijn drieën onder in de buurt van Raalte, ieder op een ander adres. We hadden een schuilnaam. Ik was Gerrit Salemink, Maurits heette Hendrik Bakker en Ben was Christiaan Geensen. Bijna niemand had door dat wij Joodse broers waren. Net als andere onderduikers werkten we voor de boeren. Op die 14e oktober 1944, de dag van de Sallandse razzia, lag ik te slapen op mijn onderduikadres bij de familie Vrieling, toen de Duitsers binnenvielen. Ze riepen of er iemand thuis was. De vrouw des huizes was met haar zoon de koeien aan het melken. Ik sleepte mijn warme beddengoed naar de schuilplaats op de vliering en wachtte tot de Duitsers vertrokken. Mijn broers zouden bij onraad ook naar mijn veilige plek komen."

Doodgeschoten
"Maurits sliep in de paardenstal bij boer Strookappe, die hem daar wakker maakte. Ook bij Strookappe waren Landwachters bezig met hun klopjacht. Half aangekleed vluchtte Maurits richting mijn adres. Toen hij een weiland overstak, werd hij van verschillende kanten beschoten. Hij viel dood in de modder. Op mijn slaapkamer hoorde ik de schoten en in een flits zag ik mijn broer rennen. Hij stond na geraakt te zijn nog drie keer op. Ik kreeg iets later de bevestiging dat onderduiker Hendrik Bakker omgekomen was. Mevrouw Vrieling snapte niet waarom ik zo van slag was, maar het was te gevaarlijk om haar te vertellen dat hij mijn broer was. Strookappe heeft Maurits begraven in het weiland en aangifte gedaan in Raalte. Ongeveer een week later werd hij herbegraven in Raalte."

Vier keer begraven

"Oorspronkelijk lag mijn broer bij de geallieerde militairen. Omdat dit Engels gebied is, is hij na enkele maanden op een ander stuk van de begraafplaats herbegraven. Dit gedeelte was gereserveerd voor 'armen, zwervers en passanten'. In graf 48 werden volgens de gegevens van de gemeente Raalte in juni 1944 een 64-jarige landloper uit Almelo, een onbekende Duitse soldaat en Hendrik Bakker begraven. Wij kwamen er pas veel later achter dat hij niet meer bij de Engelse militairen lag. In de zomer van 2006 is Maurits voor de vierde maal begraven op de erebegraafplaats in Loenen. Zijn laatste rustplaats heeft nummer A1000."

Het monument
"In 1997 namen de Raaltenaren - en voormalig verzetsmensen - Jan Marsman en Jan Tielbeek het initiatief om voor een ander slachtoffer van de razzia, de jonge onderduiker Marinus Stevens, een monument op te richten. Het gedenkteken, een zwerfkei, werd in 1998 onthuld op de plaats waar Marinus Stevens neergeschoten was. In 2004 wilden Marsman en Tielbeek ook voor Maurits Bachrach en de gesneuvelde verzetsman Gerrit Jan Piksen monumenten oprichten. Een herinneringsplaquette voor Maurits Bachrach zou geplaatst moeten worden bij het weiland langs de Portlanderdijk waar hij was doodgeschoten. 'Om zo stille getuige te zijn van deze donkere gebeurtenis', verklaarde Marsman. De zoon van boer Strookappe voelde echter niet voor een monument op die plaats. Vervolgens rees het idee om het monument voor Marinus Stevens uit te breiden met een plaquette voor Maurits Bachrach en Gerrit Jan Piksen. Na overleg met de families Stevens, Bachrach en Piksen werd gekozen voor een tweede zwerfkei, pal naast het monument. In juli 2006 is deze gedenksteen geplaatst. Op deze plek wordt nu elk jaar rond 14 oktober stilgestaan bij de razzia en de drie dodelijke slachtoffers die daarbij waren te betreuren."

Met dank aan John Bachrach en Benny Koerhuis.
Een zwerfkei als definitieve rustplaats