4meiOverlay

Zo konden we als tweede generatie daadwerkelijk iets doen

Sonja Holtz, Amsterdam - Noord-Holland

Als ze dertien is, houdt ze een toespraak in Kamp Natzweiler. Een van de zeven kampen die haar vader overleefde. Als kind van de tweede generatie hoort Sonja Holtz (1946) hoe haar vader zijn kampherinneringen deelt met anderen. Als bestuurslid van het Nationaal Dachau Comité zet ze zich in voor het Nederlands Dachau Monument. Uiteindelijk wordt dat in 1996 onthuld. Het blijft onder haar continue hoede. "Herdenken", zegt ze, "wordt steeds belangrijker, ook voor de tweede generatie. Die heeft zich lang afgezet tegen herinneringen die zoveel leed teweeg brachten."

door Anita van Stel

Andere planeet
"Als klein kind zag ik na de oorlog vaak mensen bij ons thuis komen. Mijn ouders hadden met hen een speciale band, dat merkte je. Ze huilden, fluisterden, schreeuwden en werden door mijn moeder getroost. Ik begreep dat niet. Voor mij leken ze van een andere planeet te komen. Ik mocht niet bij het bezoek zijn, maar ik verstopte me onder tafel, want ik wilde horen waarover ze spraken. Toen ik acht jaar was vertelde mijn vader op kerstavond dat hij bijna vier jaar in concentratiekampen had doorgebracht en wat dit voor hem betekende. Via het Oranjehotel, de gevangenis in Scheveningen, is hij op transport gesteld naar Amersfoort, Buchenwald, Sachsenhausen-Oranienburg, Natzweiler, Dachau, Allach Dachau. Mijn moeder heeft ook in het Oranjehotel gevangen gezeten, maar is vrijgekomen. Mijn vader had op kerstavond verplicht moeten toezien dat er Russen opgehangen werden en dat beeld kwam iedere kerstavond terug. Op 29 april 1945 werd hij in Dachau bevrijd."

Ervaring van de tweede generatie

"Sinds die kerstavond konden de oud-gevangenen hun verhaal ook bij mij kwijt. Mijn zus en ik waren de eerste kinderen die de Natzweiler-reünie bijwoonden. Toen ik dertien was, ging ik met mijn vader mee met een herdenkingsreis naar Natzweiler. Daar hield ik mijn eerste toespraak en drie jaar later weer. De oud-gevangenen waren er erg van onder de indruk, want ik gaf weer wat gezinnen doormaakten en hoe een kind dit vertaalde en verwerkte. Daar werd in die tijd nauwelijks over gesproken. Het Nederlands Dachau Comité (NDC) betrok als eerste organisatie ook de tweede generatie bij haar werk. In 1992 vroeg voorzitter Piet Bouwense me of ik penningmeester wilde worden van het NDC. Mijn gezin gaf mij het groene licht."

Een monument oprichten
"Pim Reijntjes, oud-gevangene en voorzitter van het NDC, opperde in maart 1993 een Dachau monument op te richten. Ik was daar meteen enthousiast voor, want zo konden we als tweede generatie daadwerkelijk iets doen. De Stichting Nationaal Dachau Monument is toen opgericht. Pim werd voorzitter, Pieter Dietz de Loos secretaris en ik penningmeester. We stapten naar burgemeester Patijn van Amsterdam, want we vonden dat het monument in de hoofdstad moest komen."

Het ontwerp kon niet treffender
"Ons monument moest voor eeuwig mooi zijn, boeien en bijna meditatief worden. We kozen unaniem voor Niek Kemps. Kemps ging op reis naar Dachau, om zich daar te laten inspireren. Ik adviseerde hem in Dachau te letten op de Lagerstrae, de bomenrij en het prikkeldraad. Kijk in het museum eens naar het indrukwekkende bord van tien meter breed met alle namen, zei ik hem. Hij interpreteerde met veel gevoel. De tranen biggelden over onze wangen toen wij zijn ontwerp zagen. Het kon niet treffender."

Verzet van de buurt
"Niek gaf aan dat het monument 365.000 gulden zou kosten. Het zou in het Vondelpark komen, maar buurtbewoners verzetten zich er massaal. Ze wilden niet constant met de oorlog geconfronteerd worden. Ze voorzagen dat het een homo-ontmoetingsplaats zou worden. We hebben daar ter plekke afschuwelijke taferelen meegemaakt. De media zaten er bovenop. Pim Reijntjes zag het niet meer zitten en trad terug als voorzitter. Ook ik heb er slapeloze nachten van gehad."

Het Amsterdamse Bos

"Carel Steensma werd de nieuwe voorzitter. Tijdens een hoorzitting van het stadsdeel Oud-Zuid - 'kan dat monument niet bij die mevrouw in Blaricum in de tuin' - waren er veel scheldpartijen aan ons adres. Ik adviseerde Carel niet vast te houden aan de locatie in het Vondelpark, want ik vond dat een monument geen agressie moest oproepen, maar verdraagzaamheid en saamhorigheid. Burgemeester Patijn bood vervolgens een aantal plaatsen in het Amsterdamse Bos aan. Wij wilden dat de plek centraal zou zijn en toegankelijk voor de bezoeker. De plaats bij de Bosbaan was mooi, maar we maakten ons zorgen over de drassige grond. Kon de bomenrij van taxus - symbool voor het prikkeldraad - daar gedijen?"

Landelijk draagvlak
"De bouw ging van start. De prijzen rezen de pan uit. Verschrikkelijk. Uiteindelijk kwamen we op 740.000 gulden uit. We besloten toen - het idee kwam van Carel Steensma - alle gemeentes in Nederland aan te schrijven voor een bijdrage van honderd gulden. Het idee was dat het monument zo ook landelijk draagvlak zou krijgen. Veel gemeentes gaven daaraan gehoor en we kregen de begroting rond. Verder werd de mogelijkheid geboden een boom te adopteren en men kreeg als dank daarvoor een certificaat. Uiteindelijk kon het monument op 1 december 1996 geïnaugureerd worden."

500 namen
"Van de 1.638 kampen hebben we 500 namen in de leistenen platen laten ingraveren. De platen liggen in het midden iets omhoog, omdat in concentratiekampen - en dat gold ook voor Dachau - de bestrating zo slecht was dat de gevangenen hun gewrichten extra moesten belasten. Niek Kemps beeldde dat fenomenaal uit. Mensen zien er ook het dak van een barak in. De taxushaag doet denken aan de populieren die langs de Lagerstrae staan en aan de prikkeldraadomheining. Naast de betonnen bekisting voor de leistenen platen werd een drainagesysteem aangelegd voor de 160 taxusbomen. Ze waren tweeënhalve meter hoog en het was de bedoeling ze naar vijf meter te laten groeien en strak te scheren. Al snel hadden we het probleem dat de bomen doodgingen doordat ze te veel in het water stonden."

Zwerkeien
"Na de onthulling deden we het monument cadeau aan de gemeente Amsterdam, waarna zij het onderhoud voor haar rekening nam. Sindsdien bezoek ik het monument minimaal eens per maand en heb contact met Joop Breedveld, onze steun en toeverlaat vanaf het allereerste uur, van het Amsterdamse Bos. We hebben al voor de vierde keer nieuwe drainage aangelegd. Het monument trekt honderden bezoekers per maand en in de weken voor de herdenking honderd tot vijfhonderd mensen per week. Soms zie je dan een bloem of kaars bij de naam van een kamp. Er liggen nu zwerfkeien om het monument heen, zodat los lopende honden minder de neiging hebben er hun behoefte te doen. Het idee is nu om een ondergrondse terp aan te leggen, zodat de wortels via een onderbed van lavasteen beschermd worden tegen het water. In 2004 zijn alle bomen vervangen. Jammer dat het in leven houden van de bomen zo problematisch is."

Het monument der kampen
"Onze herdenking valt elk jaar op de zaterdag rond 29 april, de dag van de bevrijding van het kamp Dachau, samen met de roeiregatta op de Bosbaan. De organisatie legt de wedstrijden dan een uur lang stil. Heel fideel. De Merkelbachschool bij het Gelderlandplein is betrokken bij het monument. Jaarlijks geef ik samen met Pim Reijntjes voorlichting over de Tweede Wereldoorlog aan groep 7 en 8. De kinderen dragen een gedicht voor bij de herdenking. Ze reiken ook voor de Vriendenkring een tulp uit aan elke bezoeker, die in de taxushaag gestoken kan worden. Sommigen doen dat bij de naam van een kamp waaraan zij herinnering hebben. Het is een monument der kampen, want iedereen kan zich erin vinden. Ik zou het een eer vinden als andere zusterorganisaties, die geen eigen monument hebben, ook hun herdenking bij ons monument zouden organiseren. Herdenken wordt steeds belangrijker, ook voor de tweede generatie die ik vertegenwoordig. Er komen bij het ouder worden veel emoties los. Onze babyboomgeneratie heeft zich lang afgezet tegen de herinneringen die veel leed teweeg brachten binnen gezinnen."
Zo konden we als tweede generatie daadwerkelijk iets doen