4meiOverlay

Wij zijn altijd ongewenste vreemdelingen geweest

Zoni Weisz, Amsterdam - Noord-Holland

Het blauwe jasje van zijn zusje ziet hij nog voor het raam van de treinwagon. Op 19 mei 1944 worden zijn ouders, zusjes en broertje met andere Sinti en Roma afgevoerd naar Auschwitz. Bij toeval ontsnapt Zoni Weisz (1937) aan dit Nederlandse zigeunertransport, zoals het wordt genoemd. Het monument op het Museumplein herinnert aan de 500.000 zigeuners die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Zoni Weisz vraagt zich af waarom Sinti en Roma eeuwenlang zijn vervolgd. Hij zet zich in voor een eigen cultuur- en herinneringscentrum bij Eindhoven.

door Anita van Stel

De razzia
"Sinti en Roma trekken van oudsher rond in woonwagens. Ook ik kan me onze woonwagen nog herinneren. We leefden met zijn zessen op 11 vierkante meter. Op 29 maart 1943 kwam het bevel dat alle Nederlandse Sinti en Roma gedeporteerd moesten worden naar Auschwitz. Mijn vader dacht dit te kunnen voorkomen door begin 1944 in een winkelpand in Zutphen te gaan wonen. Maar op 16 mei 1944 zouden we worden gearresteerd, zo kondigde de Sicherheidsdienst (SD) aan. Ik was op die datum uit logeren bij mijn tante in Vorden. Een golf van angst ging door ons heen toen we hoorden dat mijn ouders, broertje en zusjes 's morgens vroeg bij de razzia waren opgepakt. Ze waren naar Westerbork gebracht. Mijn tante, mijn neefjes en ik zijn met wat handbagage op de vlucht geslagen, maar op een gegeven moment werden we toch door de Nederlandse politie opgepakt."

Mijn tante, mijn neefjes en ik zijn met wat handbagage op de vlucht geslagen, maar op een gegeven moment werden we toch door de Nederlandse politie opgepakt.

Het blauwe jasje
"Ze konden ons zo snel niet meer in Westerbork krijgen. De politie bedacht dat wij in Assen aan het transport zouden worden toegevoegd, als de trein naar Auschwitz daar langs zou komen. Een van de politieagenten had het beste met ons voor. Hij zei dat we moesten gaan rennen als hij zijn pet af zou nemen. Aan de andere kant van het perron stond een trein toen het transport uit Westerbork arriveerde. Het mooie blauwe jasje van mijn zusje hing voor het raam van de beestenwagen. Waarschijnlijk hadden mijn ouders dat expres gedaan. Mijn vader riep naar mijn tante 'Moezla, Moezla, zorg goed voor mijn jongen'. Dat ene moment blijft op mijn netvlies gebrand staan. Toen de agent zijn pet afdeed, zijn wij gaan hollen en in de andere trein gesprongen."

Overlijdensbericht
"Ik dook onder en ging later bij mijn grootouders wonen. Ik was onhandelbaar. Ik vermoedde dat mijn ouders niet meer terug zouden komen, maar wist het niet zeker. Begin 1947 kwam ik bij de zus van mijn moeder en haar twee dochters in Apeldoorn terecht. Haar man was overleden. Mijn allereerste cadeaus waren een gitaar en een bal, voor mij de juiste therapeutische middelen. Bij de bloemenwinkel van Derksen kreeg ik een baantje als bezorger. Dat is voor mij enorm belangrijk geweest, want ik ben later ook - redelijk succesvol - in de bloemenbranche doorgegaan. Op mijn achttiende moest ik tegen mijn zin in dienst. Ik had gehoord dat je niet in dienst hoefde als je vader in een concentratiekamp was omgekomen. De man achter het loket vond dat dit voor mij niet opging, omdat ik niet kon bewijzen dat mijn vader niet meer leefde. Ik heb hem bijna door het luikje heen getrokken. Uiteindelijk heb ik als dienstplichtige anderhalf jaar in het oerwoud van Suriname gezeten. Een bosneger daar verzekerde mij dat ik geen 'bakra boy' (blanke) was. Dat vond ik een groot compliment. Pas in 1959 ontving ik een officieel overlijdensbericht van het Rode Kruis, alleen van mijn vader. Het overlijden van mijn moeder, zusjes en broertje is nooit bevestigd. Ik heb ze vaak mijn bloemenwinkel binnen zien wandelen."
Sinti en Roma wonen niet snel herdenkingen bij. We gaan liever met elkaar een bos in en herdenken dan onze mensen. Toch gaan mijn vrouw en ik elk jaar op 4 mei naar de herdenking bij het prachtige Sinti en Roma-monument op het Museumplein in Amsterdam
Monument voor Sinti en Roma
"Sinti en Roma wonen niet snel herdenkingen bij. We gaan liever met elkaar een bos in en herdenken dan onze mensen. Toch gaan mijn vrouw en ik elk jaar op 4 mei naar de herdenking bij het prachtige Sinti en Roma-monument op het Museumplein in Amsterdam. Dat is toch echt mijn monument, want het beeldt precies uit waar het om gaat: een man, vrouw en kinderen die door de nazivlam verzwolgen worden. Koko Petalo, een Roma, Lou Mazirel en Paul van Ewijk hebben zich ingezet voor het oprichten van dit monument. Op 1 augustus vindt ook jaarlijks een herdenking in Auschwitz plaats. Dan herdenken we de nacht van 31 juli op 1 augustus 1944 waarin 5.000 Sinti en Roma in de gaskamers vermoord werden. Deze herdenking wordt druk bezocht. Heel veel Sinti en Roma kennen elkaar omdat onze familiebanden zich uitstrekken over grenzen."

Vogelvrij
"De geschiedenis van Sinti en Roma kenmerkt zich door negatieve beeldvorming en repressie. Een zigeuner is een rondtrekkende bandiet of een rondborstige, verleidelijke vrouw. Dat is het stereotiepe beeld. Het woord 'zigeuner' is een beladen term die wij vanwege de vele vooroordelen liever niet meer gebruiken.Wij zijn altijd ongewenste vreemdelingen geweest. In Duitsland werden zigeuners al in 1800 geïnterneerd in 'Zigeunerstädte'. Ze moesten er verplicht naar school. De Duitsers hoopten zo de Sinti en Roma eronder te krijgen. In het begin van de 19e eeuw hingen overal in Nederland plakkaten waarop stond dat het land 'vrij van heidenen' moest worden. Zigeuners waren vogelvrij en belandden op de brandstapel. Ik vraag me dikwijls af hoe we aan het negatieve imago komen. Wij zijn nooit een oorlog begonnen, hebben geen treinen gekaapt of ergens een bom gelegd. Hoe kon een overheid ons, een kleine minderheid, als bedreigend ervaren? De deportatie in de Tweede Wereldoorlog was centraal georganiseerd in Berlijn en ingegeven door raciale argumenten. Ik zie veel parallellen met de Jodenvervolging."

Met muziek verzachten we de pijn
"Wellicht was onze naar binnen gerichte cultuur een bron van ergernis en haat. Sinti en Roma leven in familieverband, met een sterke hiërarchie en eigen wetten en gebruiken. Oorspronkelijk komen wij uit India, want onze taal, het Romanes, is verwant met het Sanskriet. Doordat we over veel landen uitgezworven zijn, zijn er veel groepen met onderlinge verschillen in taal. Wij mogen onze taal niet schrijven en ook foto's zijn binnen onze cultuur taboe. Rouwen doen we binnen de eigen groep, zonder veel uiterlijk vertoon. Gesprekken gaan onherroepelijk over mensen die niet teruggekomen zijn. Met muziek verzachten we de pijn. Altijd met muziek."

De traditie doorgeven
"Mijn grote streven is een cultuur- en herinneringscentrum voor Sinti en Roma, waar iedereen naar de bron kan komen. Het idee is in 2001 geboren. Wij zijn de oudste minderheid in Nederland. Het is van belang dat jonge Nederlanders bekend worden met onze geschiedenis, want nog steeds bestaan er negatieve gedachten over Sinti en Roma. Zelfs in Nederlandse kinderboeken vind je die terug. Veel Sinti en Roma wonen nu in huizen, maar houden zelfs in deze tijd nog hun afkomst verborgen. Ik snap na alle ervaringen in mijn leven nog steeds niet waarom mensen oordelen op grond van raciale of cultuurverschillen en in hordes achter iemand als Pim Fortuyn aanlopen. De plannen voor het centrum zijn uitgekristalliseerd. Het moet in de regio Eindhoven komen, omdat daar van oudsher de meeste Sinti en Roma wonen. We denken aan een theaterzaal en een buitenruimte, waarmee de traditie van muziek maken en optreden doorgegeven kan worden aan de jongeren. Vanuit het centrum kunnen we aangeven wie we zijn en waar we naar toe willen. Het gaat om de acceptatie en dat je met behoud van je eigen cultuur deel uitmaakt van de Nederlandse gemeenschap."

Bron:

The Nationalist Socialist, Romani Rose (ed.);
Genocide of the Sinti and Roma, Catalogue of the permanent exhibition in the State Museum of Auschwitz, 2005.

Wij zijn altijd ongewenste vreemdelingen geweest