4meiOverlay

Bij een joods graf leg je geen bloemen maar stenen

Louis de Wijze (1922), Hooghalen, Westerbork - Drenthe

Anderhalf jaar verblijft hij in Kamp Westerbork voor hij naar Auschwitz en Buchenwald wordt gedeporteerd. Als 22-jarige moet hij meelopen in één van de beruchte dodenmarsen vlak voor de bevrijding. Holocaustoverlevende Louis de Wijze (1922-2009) is één van de initiatiefnemers van het monument De 102.000 stenen in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De Wijze: "Inspiratie kreeg ik in Kamp Buchenwald. Daar heb ik zelf gezeten. En precies op die plek lag een patroon van leisteen. De massaliteit van die steentjes doet mensen beseffen waar ze voor staan."

door Alex Bakker

Een steen voor elke gedeporteerde

"Begin jaren negentig was besloten dat er een monument op het voormalig kampterrein bij Westerbork zou komen. Ik had de inspiratie voor het concept opgedaan tijdens een bezoek aan de Gedenkstätte Buchenwald. Daar hadden ze op de exacte locatie van de barakken van het 'Kleines Lager', waar ik zelf heb gezeten, een patroon van leisteenstukken neergelegd. Dat vond ik mooi. Voor Joodse mensen heeft steen symbolische waarde. Bij een joods graf leg je geen bloemen maar stenen. Dat was me helder: het moest iets met stenen worden. Albert Gilbert, medewerker van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, heeft het idee verder uitgedacht. Zo is het monument ontstaan: 102.000 stenen op de vroegere appèlplaats, gelegd in de vorm van de kaart van Nederland. Een steen voor iedere Jood, Sinti of verzetsstrijder die werd gedeporteerd en niet terugkwam. De stenen verschillen in hoogte, hiermee hebben we willen aangeven dat het 102.000 maal individuen waren. Vaders, moeders en kinderen." 

Sterren en vlammen

"In 1992 is het monument onthuld door prinses Margriet. Op bijna alle stenen is een davidster aangebracht, en op 200 stenen een vlam als symbool voor de Sinti. Het was natuurlijk best een klus om dit 'stenenveld' te construeren, met al die losse steentjes van gebakken tegels en al die symbolen. Het legergarnizoen uit Assen heeft hard meegeholpen met stenen plaatsen en - oneerbiedig gezegd - met sterren en vlammen plakken." 

Appèlplaats 

"De keuze voor de locatie van het monument op de vroegere appèlplaats is cruciaal. Hoe vaak heb ik zelf niet op appèl heb gestaan. Eindeloze uren van geteld worden, steeds opnieuw... De appèlplaats was de essentie van elk concentratiekamp. Want de Duitsers waren alleen maar geïnteresseerd in aantallen, in cijfers. Mensen interesseerde hen niet. Als de lijsten maar klopten. De enige twee kampen die geen appèlplaats hadden waren Majdanek en Sobibor. Daar bestond niet eens een appèl. Daar bestond alleen vernietiging." 

Herdenken
"Herdenken op 4 mei doe ik altijd hier in Nijmegen. Ik ben voorzitter van de sjoel en dus nauw betrokken bij de herdenking. Die vindt plaats bij het Joods Monument op het Kitty de Wijzeplein, vernoemd naar mijn nichtje. Dit monument, een bronzen beeld van een treurende mensfiguur is ontworpen door Paul de Swaaf en in 1995 onthuld. Bij het beeld is een gedenksteen geplaatst, met de beroemde laatste regels uit het gedicht Vrede van Leo Vroman: kom vanavond met verhalen/ hoe de oorlog is verdwenen/ en herhaal ze honderd malen/ alle malen zal ik wenen.

Holocaustoverlevende 

"Je kunt gerust stellen dat ik me aan die opdracht heb gehouden! Vele malen heb ik het verhaal verteld. Binnenkort zal ik in Herinneringscentrum Kamp Westerbork mijn verhaal vertellen aan 'mijn' 100.000e leerling. Dat is nooit letterlijk geteld natuurlijk, het is een symbolisch aantal. Maar ik denk dat het misschien nog wel hoger ligt. Zeker als ik het buitenland meereken, want ik vertel mijn verhaal overal. Pas sinds vijftien jaar doe ik dat. Zelfs mijn eigen kinderen hadden al die jaren weinig idee van mijn geschiedenis. Toen ik terugkwam uit de oorlog had ik geen cent en ben ik hard gaan werken om geld te verdienen. Mijn vrouw en ik kregen zes kinderen in tien jaar tijd, dus ga maar na. Nu vormt het getuigen van de oorlog een belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik ziet het als mijn taak als Holocaust-overlevende." 

Nooit meer teruggekeerd
"Ik heb niet het eeuwige leven, dat zou ook niet goed zijn. Ja, de sprekende ooggetuigen vallen weg. Maar ik zeg altijd maar: het herdenken gaat door, zeker nog een paar honderd jaar. Daar zullen de oorlogsmonumenten een belangrijke rol in gaan spelen. Een monument brengt je even bezinning. Zo nu en dan leid ik in Westerbork groepen rond vanaf 'ons' 102.000 stenen-monument. Meestal komt zo'n groep wat later en ga ik er vast even zitten. Alleen. Waar ik dan aan denk? Aan mijn ouders en mijn pleegzusje. Ik zie ze voor me. Nooit meer teruggekeerd."

102.000 stenen
"Ik vind dat het monument zeer geslaagd is. Bezoekers reageren vrijwel zonder uitzondering geroerd en zijn onder de indruk van de massaliteit van de steentjes. Ze beseffen op dát moment waar die voor staan. Toen we het monument oprichtten, waren we overigens helemaal niet bezig met de vraag welke impact het op publiek zou hebben. Voor ons ging het erom een monument te creëren voor die 102.000 mensen, voor die mensen die zo onschuldig de dood werden ingestuurd. Om die nooit te vergeten. Dat vind ik nog steeds het allerbelangrijkste."

Bij een joods graf leg je geen bloemen maar stenen