4meiOverlay

Voorkomen dat we dezelfde fouten maken

Clémence Ross-van Dorp (1957), Amsterdam - Noord-Holland

Jongeren van nu herinneren aan de verschrikkingen van toen. De oorlogsgeneratie is er bijna niet meer. Daarom zijn verhalen bij monumenten belangrijk. Niet allen toen, ook nu worden mensen om hun uiterlijk, religie of afkomst vervolgd. Naar 'schuldige' plaatsen gaan verruimt je bewuwstzijn, zegt Clémence Ross-van Dorp (1957), staatssecretaris van 2004 tot 2007. Een muur met namen en leeftijden hardop voorlezen is wat ze in Westerbrok met anderen heeft gedaan: "Er rolt dan een film aan je voorbij. Is deze familie de familie van mijn klasgenootje?"

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


De oorlogsgeneratie verdwijnt langzaam maar zeker

"Zelf ben ik van na de oorlog. Maar mijn ouders hebben de oorlog wél bewust meegemaakt. En hoewel hun verhalen over de oorlog spaarzaam waren, hebben ze altijd veel indruk op me gemaakt. Zo vertelde mijn moeder, die verpleegster in een ziekenhuis was, over het bombardement op het Bezuidenhout in Den Haag, waar op 3 maart 1945 de bommen insloegen. Er vielen daar 511 doden en ontelbare mensen raakten gewond en dakloos. De kleine kinderen lagen bij gebrek aan bedden in manden in het ziekenhuis. Mijn generatie werd geraakt door dergelijke verhalen, van mensen die zélf de oorlog hadden meegemaakt. Voor de huidige generatie jongeren gaat dat nog maar nauwelijks op, om de simpele reden dat de oorlogsgeneratie langzaam maar zeker verdwijnt." 

Niet vergeten…
"Toen ik van 2004 tot 2007 staatssecretaris was kwam ik met veel mensen in contact die de oorlog hebben meegemaakt en slachtoffer waren van de verschrikkingen. Zij hebben mij nog meer doen inzien dat de slachtoffers, de overlevenden en wat ze hebben meegemaakt niet vergeten mogen worden. Maar hoe kun je dat het beste doen? Het is belangrijk dat de plaatsen die herinneren aan de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog blijven bestaan, als tastbare bewijzen. Bij deze gedenkplaatsen kunnen mensen stilstaan en hun geliefden eren. In Polen zijn tienduizenden landgenoten omgekomen. Direct na de oorlog heeft de Poolse regering in vernietigingskamp Auschwitz een museum opengesteld, waarin in 1980 een Nederlands paviljoen is ingericht. Dit paviljoen is in 2005 heringericht en heropend door prins Willem-Alexander en prinses Maxima. De Nederlandse regering wil hiermee onderstrepen dat Auschwitz ook anno nu nog belangrijk is."

Naar 'schuldige' plaatsen gaan 
"Wat daar en op andere plaatsen gebeurd is, is zo gruwelijk dat veel mensen het direct na de oorlog hebben willen vergeten en wegstoppen. Dat is begrijpelijk en ik kan me voorstellen dat sommigen ook in deze tijd zeggen 'nu even niet'. Als staatssecretaris moest ik ervoor zorgen dat het verhaal toch verteld blijft worden, vooral nu er nauwelijks meer mensen in leven zijn die het kunnen navertellen. Over de oorlog lezen is goed en naar 'schuldige plaatsen' gaan verruimt je bewustzijn, want je blijft je verbazen over de verschrikkingen. Bescheidenheid is op zijn plaats, want je kunt de ellende nooit echt invoelen als je deze zelf niet hebt meegemaakt. Je ziet de enorme hoeveelheid namen en vraagt je af waar de aantallen mee te vergelijken zijn. Met het inwonertal van een stad? Als je dit op je in laat werken, past alleen nog stilte. Het is te veel." 

Nooit meer Auschwitz
"Een verhaal grijpt op je in. Achter alle namen zit een verhaal. Voor een muur met namen probeer ik er één te herkennen en haal deze daarmee dichterbij. Is deze familie de familie van mijn klasgenootje? Er rolt dan een film voorbij… Bij het hardop lezen van de namen van alle slachtoffers - wat we in 2005 in Westerbork dagen achtereen hebben gedaan - moest ik de namen en leeftijden lezen van complete families die zijn omgekomen, van het baby’tje tot de opa. Niemand bleef anoniem, je zag het leed voor je. Het monument van Jan Wolkers heet 'Nooit meer Auschwitz' en niet zonder reden. Onbegrijpelijk wat mensen elkaar hebben aangedaan. Auschwitz laat zien welke vormen dit kan aannemen, het mag nooit meer gebeuren. De werkelijkheid van vandaag is dat er nog steeds mensen vervolgd worden vanwege hun uiterlijk, religie of afkomst. We moeten ons daartegen verzetten en voorkomen dat we dezelfde fouten maken." 

Bronnen:

  • Interview 15 februari 2007;
  • Toespraak bij Opening van de tentoonstelling Oorlogskind (21 maart 2005).

Links:

Voorkomen dat we dezelfde fouten maken