4meiOverlay

Ze zouden een krankzinnigengesticht toch niet naar Polen verplaatsen?

Eli Asser (1922), Apeldoorn - Gelderland

"We moeten onderduiken", probeert de Joodse Eli Asser (1922) zijn ouders te overtuigen. Ze weigeren dit, want ze vinden dat vluchtende Joden anderen in gevaar brengen. In 1942 ontkomt Eli Asser aan de Arbeitseinsatz door als verpleger te gaan werken in de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornse Bosch. Zijn vriendinnetje Eefje Croiset haalt hem daar op de avond voor de ontruiming over om te vluchten. Dit redt hun leven. De 1.300 patiënten en vijftig verplegers wacht de dood in Auschwitz. Vader, moeder en zusje Rebecca Asser komen om in Sobibor.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Arm 
"Wij woonden aan het begin van de oorlog in de Joden Houttuinen in Amsterdam. Ons milieu omschrijf ik als kleinburgerlijk en we waren heel erg arm, net als de andere Joden in de buurt. Mijn vader was standwerker op de markt. Hij verkocht scheermesjes. Ik werd naar het chique Barlaeus gymnasium gestuurd, want voor Joden is het van belang dat de oudste zoon het minimaal tot professor schopt. Ik dacht advocaat te worden."

Overtuigd zionist
"Via de Joodse zionistische jeugdvereniging leerde ik Eefje Croiset kennen. Zij werd mijn vriendinnetje. Eefje woonde met haar moeder op de Weesperzijde. Bij haar thuis kwamen al in de jaren dertig veel vluchtelingen - Joden en communisten - uit Duitsland, waardoor ze al heel jong politiek bewustzijn had. Eefje en ik waren overtuigd zionist* en we werden dat nog sterker tijdens de golf van antisemitisme die Nederland overspoelde. We waren van plan om als pioniers naar Palestina te vertrekken."

Traploper van de Joodsche Raad
"Mijn ouders waren onder de toenemende repressie tegen Joden voornamelijk bang, maar ze redeneerden dat het 'wel niet over ons zou gaan'. Eefje had - door haar milieu van bohemiens en kunstenaars - de instelling dat de moffen haar nooit te pakken zouden krijgen. Tussen twee razzia's door haalde ik mijn gymnasiumdiploma. Mijn vader zat inmiddels in de steun. Ik verdiende de kost met allerhande baantjes, onder andere als kwitantieschrijver bij de Joodsche Raad**. Voor 2,50 gulden in de week moest ik kwitanties van boven naar beneden brengen en vice versa. Ik was de traploper van de Joodsche Raad. Achteraf heb ik van dit werk spijt, want ik was onderdeel van de machine die meewerkte aan de deportatie van de Joden."

Vrijgesteld van Arbeitseinsatz
"Begin '42 liep ik oud-klasgenoot Theo tegen het lijf die in het verzet zat. Hij bood aan ons gezin te helpen onderduiken. Mijn vader en moeder weigerden dit want 'de Joodsche Raad zei dat vluchtende Joden de anderen in gevaar brachten'. 'Lees nog maar eens na hoe je eigen broodheren hierover denken', zei mijn vader terwijl hij het Joodsche Weekblad onder mijn neus schoof. Ik was woedend en teleurgesteld. Overigens was ik in die tijd roekeloos, want ik ging gewoon zonder Jodenster de straat op en haalde de meest waanzinnige dingen uit. Half april kreeg ik een oproep voor 'internering in een van de daartoe ingerichte werkkampen in Nederland', maar de Joodsche Raad kon 'helaas, helaas' niets voor me doen, want de vrijstellingen begonnen daar pas bij de derde etage. Mijn vriend Leo wist dat Joden vrijgesteld konden worden van Arbeitseinsatz als ze bereid waren aan het werk te gaan in het Apeldoornsche Bosch. Een Joodse psychiatrische inrichting, waar in het voorjaar '42 alle niet-Joodse personeelsleden waren ontslagen. Leo zorgde binnen twee weken voor een verlossend stempel op mijn persoonsbewijs: ‘Inhaber dieses Ausweises is bis auf weiteres vom Arbeitseinsatz freigestellt’***. Op 4 mei 1942 stapte ik op de trein naar Apeldoorn."

Patiëntenrevues
"In het psychiatrisch ziekenhuis werkte ik als leerling-verpleger. Naast het reguliere werk organiseerden we toneelvoorstellingen en patiëntenrevues, waarin de onzekere situatie zeker ook leitmotiv was": 

'We staan hier als artisten

En laten ons niet kisten
Wij uitverkoren joden
Wij laten ons niet doden

Ze halen ons door de molen
Ze kraken ons moreel
Maar 't rottigste kamp in Polen
Heeft vast wel een toneel

De patiëntenrevue, de patiëntenrevue
Die sleept ons er doorheen
De patiëntenrevue, de patiëntenrevue
Die houdt ons op de been.'

In het Apeldoornse Bosch
"Het aantal patiënten nam hand over hand toe tot ongeveer 1.500. We waren met 350 personeelsleden. Na enkele maanden kwam ook Eefje naar het Apeldoornse Bosch. Zij kon als schoonmaakster aan de slag. We waren heel verliefd en we zochten elkaar 's nachts via brandladders stiekem op, op straffe van ontslag. Eefje had vervalste persoonsbewijzen bij zich, voor het geval dat. De ongerustheid over de verslechterende situatie buiten de inrichting nam toe. Maar iedereen dacht veilig te zijn, want geen mof zou het in zijn hoofd halen om een heel krankzinnigengesticht met alles erop en eraan naar Polen te verplaatsen. In augustus '42 hoorde ik dat mijn moeder en zusje uit Amsterdam weggevoerd waren."

Per se overleven
"Op 11 januari 1943 bracht Aus der Fünten**** een bezoek aan het Apeldoornse Bosch. Hij wilde er een ontspanningsplek voor SS'ers onderbrengen. Toen op de avond van 20 januari '43 honderd man van de Joodsche Ordedienst uit Westerbork arriveerden, drong tot ons door dat een ontruiming op handen was. De ordedienst was er kennelijk te vroeg, want de SS'ers zouden pas de daarop volgende morgen arriveren. Eefje vroeg me die avond te vluchten. Je had op dat moment drie keuzes: mee naar Polen, onderduiken of zelfmoord plegen. Eefje en ik waren te verliefd en wilden per se overleven. Ik stond hevig in dubio, want ik wilde mijn patiënten niet in de steek laten. Veel collega verplegers zouden met de patiënten op reis gaan. Ogenschijnlijk leek het veel gevaarlijker om onder te duiken. Als je meeging had je een goede kans om te overleven, want de moffen zouden toch niet zulke beulen zijn dat ze psychiatrisch patiënten zouden vermoorden, redeneerden we."

Voor het blok
"Eefje, die als schoonmaakster geen band had met de patiënten, zette me voor het blok. Ze zei dat ze wegging want ze had haar moeder beloofd niet gehoorzaam te zijn aan de Duitsers. Ze geloofde heilig dat iedereen eraan zou gaan. Haar stelligheid was cruciaal, want ik besloot met haar mee te gaan. Maar pas na mijn dienst, die tot 21.30 uur duurde. Later verklaarde Eefje dat ze bij me gebleven zou zijn, als ik toch voor de reis naar Polen had gekozen. Onze naïeve levenshouding heeft ons het leven gered. We begrepen niets van wat er allemaal gebeurde. We waren twee jonge hondjes en iedereen vond onze liefde aandoenlijk."

Als beesten in vrachtwagens
"In de nacht van 20 op 21 januari vertrokken we uit het Apeldoorne Bosch. De volgende morgen arriveerden de SS'ers die het hele ziekenhuis 'ausradierten'. Van de 175 personeelsleden vluchtte een kleine groep. Ongeveer dertig personeelsleden gingen op transport naar Westerbork. De overige patiënten en personeelsleden werden als beesten in vrachtwagens gestouwd. Ooggetuigen vertelden later: 'Sommigen werden met bed en al ingeladen, daarna ging er weer een laag patiënten overheen en dan nog een laag. Net zo lang tot het vol was. Het was een gebonk en gekerm, verschrikkelijk gewoon. Er kwamen ook vrachtwagens langs waaruit helemaal geen geluid meer kwam.' Op het station van Apeldoorn gingen ze op de trein, waar niemand van de omstanders een poot uitstak. Via Westerbork naar Auschwitz-Birkenau, waar iedereen direct na aankomst werd vergast."

We vonden elkaar terug
"Ik dook gescheiden van Eefje onder met een vals persoonsbewijs. Op curieuze wijze vonden wij elkaar in 1944 terug, in de buurt van Utrecht. Na de oorlog trouwden we. We kregen drie kinderen, twee dochters en een zoon. In 1951 kreeg ik bericht van het Rode Kruis dat mijn vader, moeder en zusje in Sobibor waren omgekomen. Eefje overleed in 2002. We zijn 65 jaar samen geweest. Mijn oudste zoon is advocaat geworden."

Vooropgezette administratieve moordpartij
"Het is onvoorstelbaar dat een heel volk van ogenschijnlijk keurige mensen heeft gewerkt aan de Holocaust. Met behulp van papier en documenten…mensen moesten zich in laten schrijven om te worden vermoord. De Duitsers wisten precies wat ze deden, opruimen, keurig met gas. Er werden handtekeningen gezet, door directeuren van de moordenaarsgestichten. De opzet en ontruiming van het Apeldoornse Bosch is een afschrikwekkend voorbeeld van een vooropgezette administratieve moordpartij, die op de tekentafel was uitgedacht. Als ik in Duitsland kom - het heeft lang geduurd voordat ik er weer heen ging - ontmoet ik soms keurige Duitsers en denk dan onwillekeurig 'misschien was jouw vader ook zo'n nette man die mijn vaders naam op een lijst gezet heeft in Sobibor'." 

Het monument in Apeldoorn
"Eefje en ik woonden vaak de herdenkingen bij voor de slachtoffers van het Apeldoornsche Bosch bij. Het mooie monument is van kunstenaar Ralph Prins. De laatste jaren valt de tocht erheen me zowel geestelijk als lichamelijk te zwaar. Soms kan ik nog steeds niet bevatten wat er is gebeurd."

* Zionist: een aanhanger van het zionisme; een nationale beweging en ideologie die een Joods thuisland of Joodse staat ondersteunt in het gebied waar in vroeger tijden de Joodse koninkrijken Israël en Judea lagen. De term verwijst naar de berg Zion waarmee Jerusalem wordt aangeduid

** De Joodsche Raad: een op last van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Hij werd opgericht als 'Joodsche Raad voor Amsterdam', maar kreeg al snel de bevoegdheid over geheel Joods Nederland. Via deze raad gaf de bezetter bevelen door aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Joodsche Raad werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen. In september 1943 werd de leiding van de Joodsche Raad zelf naar het doorgangskamp Westerbork afgevoerd, en hield de raad de facto op te bestaan.

*** 
De eigenaar van dit persoonsbewijs is tot nader order vrijgesteld van verplichte tewerkstelling

**** SS'er 
Aus der Fünten kreeg in 1941 als Hauptsturmführer (kapitein binnen de SS) de informele leiding over het bureau dat in Nederland de deportatie van de Joden uit moest voeren, de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (Centraal bureau voor Joodse emigratie). Dit bureau fungeerde van voorjaar 1941 tot najaar 1943.

Ze zouden een krankzinnigengesticht toch niet naar Polen verplaatsen?