4meiOverlay

Waarom overleefde ik Bergen-Belsen en Anne Frank niet?

Ted Musaph-Andriesse (1927), Bergen-Belsen

"Mijn ouders geloofden dat het wel los zou lopen", zegt Ted Musaph-Andriesse (1927). De repressieve maatregelen tegen Joden nemen vanaf 1941 steeds ernstiger vormen aan en ook het gezin Andriesse ontkomt niet aan deportatie naar Bergen-Belsen. Vader overlijdt er aan de ontberingen. De rest van het gezin kan het concentratiekamp op 9 april 1945 verlaten, ernstig verzwakt. Overleven houdt een verplichting in, vindt Musaph. Na de oorlog zet ze zich in voor de Joodse gemeenschap en in 2006 neemt ze initiatief tot het oprichten van een gedenksteen voor alle Nederlandse slachtoffers van Bergen-Belsen.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Doen wat de Joodsche Raad voorschreef

"Ons gezin bestond uit vader, moeder, twee broers, mijn zusje en ik. Vader was militair. Hij dacht in Utrecht - achter de Hollandse waterlinie - veilig te zijn voor het gevaar uit Duitsland. Mijn ouders dachten dat ze het beste konden doen wat de Joodsche Raad* voorschreef. Vanuit de Joodsche Raad werden beroepsopleidingen georganiseerd, ter voorbereiding van het werk in kampen. Ik volgde een opleiding tot elektricien - ik kan nog steeds een stopcontact aanleggen - en rondde een strijkcursus af."

Onderduiken
"Het isoleren van de Joodse bevolking was een geraffineerde actie. Door elke dag een andere maatregel tegen Joden uit te vaardigen, brachten de Duitsers ze samen en isoleerden ze van de niet-Joden. Wij moesten naar Amsterdam verhuizen, naar Jodenbuurten waar bruggen opgehaald konden worden en wij onherroepelijk in de val zaten. De grote dreiging was daar en we beseften dat ons hetzelfde lot wachtte als de Joden in Duitsland. Ik zei tegen mijn ouders dat we moesten onderduiken, maar mijn vader wilde niet. Hij redeneerde dat het 'wel niet leuk zou zijn, maar dat er een kans was om er doorheen te komen'. Mijn twee jaar oudere broer besloot te verdwijnen. Ook ik mocht mijn kans pakken om onder te duiken. In ons huisje in Amsterdam-Oost verstopte ik me onder de vloer. In de nacht van 19 op 20 juni 1943 vond een razzia plaats en hoorde ik boven mijn hoofd het lawaai van Duitsers die er een geweldige rotzooi van maakten en vervolgens mijn ouders, broertje en zusje wegvoerden. Ze gingen op transport naar Westerbork."

In de trein naar Westerbork
"De volgende morgen besloot ik mijn ster af te doen en zonder persoonsbewijs naar Utrecht te reizen, waar ik bij vrienden aanklopte. Ze namen mij in huis, maar dit verblijf duurde niet lang en eindigde fataal. Ik was verraden. Een SD'er in een gore regenjas zag mij tijdens een vluchtpoging op een hoog balkon staan en riep 'Zurück oder ich schiesse'. Gedwee ging ik met de SD'ers mee. De twee mensen die mij onderdak verleenden, werden eveneens gearresteerd. Het liep met hen niet goed af; ze zijn naar Duitsland afgevoerd en niet teruggekomen. In de Hollandsche Schouwburg had ik de kans om via de kindercrèche aan de overkant te ontsnappen, maar ik had de moed niet meer. Waar moest ik naar toe? Die twee aardige Utrechtse vrienden waren al door mij in gevaar gebracht. Ik was heel bang. Ik ging in de trein naar Westerbork zitten, waar ik mijn ouders, broertje en zusje terugvond. Op 11 januari 1944 vertrokken wij met het eerste van drie transporten naar Bergen-Belsen. We wisten niet precies wat ons te wachten stond: je ging naar het oosten om te werken."

Geen gas in Bergen-Belsen
"Bergen-Belsen is gebouwd als krijgsgevangenenkamp en als 'Austauschlager'**. Mijn ouders behoorden tot een speciale groep van duizend Nederlandse Joden met een zogenaamd Palestina-certificaat. Ze onderscheidden zich van andere Joden doordat ze actief waren in de zionistische beweging. Het was de bedoeling om ons uit te wisselen met Duitse Tempeliers die in Israël gevangen zaten. Dit is maar met een groep van 220 mensen uit ons kamp gelukt. Het plan liep uit op een teleurstelling. Maar wij waren er beter aan toe dan de Joden in Auschwitz, want bij ons was geen gas. De eerste maanden waren de Duitsers zelfs een beetje zuinig op ons. Het leven was in Bergen-Belsen niet echt leuk, maar we kregen genoeg te eten, werden niet kaalgeschoren, niet geslagen, hoefden geen gevangeniskleren aan en werden evenmin voorzien van een getatoeëerd nummer. Wij zagen elkaar elke dag. De groep vormde een bestuur en mijn vader werd als een van de 'Ältesten' - en omdat hij militair was - belast met de voedselverdeling. Mijn moeder moest de gamellen*** met dat smerige eten het kamp binnendragen. Heel zwaar werk."

Wij mochten niet bevrijd worden
"Mijn broertje werkte als schoenmaker. Mirjam - mijn zes jaar jongere zusje - was nog te jong om te werken. Ik had al sinds Westerbork tuberculose. Dagenlang lag ik op bed. Ook stonden we urenlang op de appèlplaats. Ik heb in Bergen-Belsen niets geleerd. Toch waren die eerste maanden een picknick vergeleken met de tijd die volgde. Toen eenmaal duidelijk was dat een nieuwe uitruil niet zou plaatsvinden, verslechterde de behandeling. In de loop van '44 ging het met Duitsland bergafwaarts en vanaf oktober startten de dodenmarsen uit andere kampen: totaal verzwakte mensen werden naar Bergen-Belsen gedreven. Vele duizenden Joden werden er ondergebracht. Geleidelijk barstte het kamp uit zijn voegen. De Duitsers joegen de Joden van hot naar her, want we mochten immers niet bevrijd worden. Anne en Margot Frank arriveerden vanuit Auschwitz, anderen kwamen uit satellietkampen****. Mensen verbleven in tentenkampen en besmettelijke ziektes braken uit. Vlektyfus overleefde je gewoonlijk niet. Als ik eraan denk dat Anne Frank helemaal alleen en ziek onder een dekentje de bittere kou heeft moeten doorstaan - totdat ze net als Margot overleed - breekt mijn hart nog steeds. Waarom bleef ik leven en zij niet?"

9 april 1945
"Mijn vader overleed op 24 februari 1945 aan de gevolgen van de totale 'Erschöpfung'*****. We liepen langs het prikkeldraad mee totdat zijn kist op de weg naar het crematorium uit het zicht was. Het kon de Duitsers niets meer schelen wat er in het kamp gebeurde. Ze realiseerden zich dat de geallieerden dichtbij waren. Mensen gingen aan de lopende band dood. Het crematorium kon de aanvoer niet aan en de lijken werden met kruiwagens op een hoop gegooid. Op 9 april '45 vertrokken wij uit het kamp. De vele anderen - bronnen spreken over zestigduizend - waren zo verzwakt dat ze eenvoudig niet meer weg konden. In de week tussen 9 en 15 april - toen de Engelsen in Bergen-Belsen arriveerden - en ook nog in de korte tijd erna, overleden nog twintigduizend mensen. De Engelsen begroeven ze in grafheuvels."

In Tröbitz bevrijd door de Russen
"Mijn moeder leed aan vlektyfus en ze was meer dood dan levend. We wilden haar niet achterlaten. Als een jutezak droegen we haar naar het station, zo’n vijf kilometer verder. Na een verblijf van twee weken in een trein, waarin we geen idee hadden van de bestemming, werden we op 23 april in Tröbitz - een klein boerendorp bij Leipzig - bevrijd door de Russen. Abel Herzberg zat in onze trein en hij was contactman naar de Russen. Ze gaven ons opdracht een leeg huis te betrekken. Veel dorpsbewoners waren uit angst de bossen in gevlucht. Vervolgens brachten we twee maanden in Tröbitz door, onbedreigd en met een kelder vol eten. Mijn broer en zusje kregen nog vlektyfus, maar ze kwamen dit wonder boven wonder te boven. Zelfs mijn moeder knapte langzaam op. Op 29 juni 1945 kwamen we terug in Nederland."

We moeten verder
"Het is bijzonder dat van een Joods gezin van zes 'alleen maar' mijn vader de oorlog niet heeft overleefd. Ook mijn oudste broer kwam uit Dachau terug. Hij was in Frankrijk gearresteerd, omdat hij bij de ondergrondse - de Maquis - Palestina-pioniers de grens naar Spanje over hielp. Terug in Nederland was ik nog heel lang ziek, maar ik voelde me echter geen slachtoffer. Van mijn generatie waren na de oorlog zo weinig mensen over. Omdat ik nog leefde voelde ik nadrukkelijk de verplichting iets te moeten doen voor de Joodse gemeenschap. 'Niet in de oorlog blijven hangen', was altijd mijn motto. Eerst was ik gericht op Israël, maar later realiseerde ik me dat hier ook nog genoeg te doen was. Ik ben blij met wat ik heb kunnen bijdragen."

De plaquette in Bergen-Belsen
"De Engelsen brandden het kamp in april 1945 geheel plat, uit angst voor verspreiding van ziektes. Ook in de leegte is het nu indrukwekkend. In 1947 hebben Engelse Joden een klein monument geplaatst dat troost biedt. In 1989 is een gedenkplaats aangelegd, met in de muur herdenkingsplaquettes voor alle nationaliteiten die in het kamp verbleven. Nederland ontbrak, waarschijnlijk omdat men dacht dat België en Nederland hetzelfde waren. In 2006 sprak ik met de toenmalige staatssecretaris van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport, mevrouw Ross-van Dorp, over de wens om toevoeging van een Nederlandse plaquette alsnog te realiseren. Na onderzoek van VWS bleek dat dit in de muur niet mogelijk was, maar een gedenkplaat bij de muur wel. Op 19 oktober 2006 werd deze onthuld. Er waren 75 nabestaanden bij aanwezig. In Bergen-Belsen kwamen ook veel niet-Joden om. Onlangs zag ik dat de gedenkplaat vol steentjes lag, naar Joods gebruik. In 2007 is er - op initiatief van kinderen van mijn zusje in Israël - ook een grafsteen voor mijn vader geplaatst, naast de gedenksteen voor Anne Frank."

* De Joodsche Raad: een op last van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Hij werd opgericht als 'Joodsche Raad voor Amsterdam', maar kreeg al snel de bevoegdheid over geheel Joods Nederland. Via deze raad gaf de bezetter bevelen door aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Joodsche Raad werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen. In september 1943 werd de leiding van de Joodsche Raad zelf naar het doorgangskamp Westerbork afgevoerd, en hield de raad de facto op te bestaan.

** 'Austauschlager': een kamp waarin Joodse gevangenen verbleven die 'uitgewisseld' zouden kunnen worden met Duitsers die zich buiten het machtsgebied van de nazi's bevonden; dit gebeurde overigens slechts sporadisch;


*** Gamellen zijn eetketeltjes van militairen; 

**** Austauschlager: een kamp waarin Joodse gevangenen verbleven die 'uitgewisseld' zouden kunnen worden met Duitsers die zich buiten het machtsgebied van de nazi’s bevonden; dit gebeurde overigens slechts sporadisch;

***** 'Erschöpfung' is Duits voor ontberingen.

Biografie
Mevrouw Musaph-Andriesse studeerde Semitische talen, was lerares Hebreeuws en beëdigd tolk-vertaler bij de Rechtbank. Ze trouwde in 1958 met psychiater prof. dr. Herman Musaph. Lang maakte ze deel uit van het bestuur van de Nederlandse Zionistenbond, die streefde naar een eigen Joodse staat, totdat ze eind jaren zestig besloot zich in te zetten voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Dertig jaar was ze voorzitter van het bestuur van het Joods Historisch Museum, en momenteel erevoorzitter. Ook maakte ze deel uit van het bestuur van de Anne Frank Stichting en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Nog altijd is ze als adviseur betrokken bij deze organisaties.

Waarom overleefde ik Bergen-Belsen en Anne Frank niet?