4meiOverlay

Kom maar niet naar huis want ons huis is weg

Aart Markus (1928-2008) en Nel Schmidt-Markus (1929), Rotterdam - Zuid-Holland

Een bombardement op Rotterdam dat officieel lang vergeten is. Omdat het gaat om bommen van de Amerikanen? Bedoeld voor de Duitsers maar per ongeluk op een Rotterdamse woonwijk gevallen? In twee minuten komen 369 mensen om. Huizen staan in lichterlaaie.10.000 mensen raken dakloos. Ook het gezin van Aart Markus en zijn zus Nel Schmidt-Markus. Vader, moeder en vijf kinderen moeten in een andere wijk een nieuw bestaan zien op te bouwen. Pas in 1995 komt er een monument voor het 'vergeten' bombardement in wat wordt omgedoopt tot 'Park 1943'.

door Anita van Stel

Eén grote vuurzee
Nel: "Even na een uur op 31 maart 1943 was er luchtalarm. Ik was thuis met mijn ouders en mijn jongste zusje. Mijn vader werkte bij de Luchtbeschermingsdienst. Hij had nachtdienst gehad en lag te slapen. Wakker geworden door het luchtalarm deed hij meteen zijn uniform aan. Onze gebruikelijke schuilplaats was de ronding van de trap, toen ook. De bommen vielen en binnen de kortste keren was het aardedonker door het puin dat van tweehoog naar beneden stortte. We wisten niet wat ons overkwam. Wij waren ongedeerd en gingen buiten kijken wat er gebeurd was. Door de harde wind stonden de huizen snel in lichterlaaie. Ik zie het nog voor me, de brandende gordijnen door de kapotte ramen. Een tram was gestopt en de passagiers waren een winkel in gevlucht. Daar viel precies een bom op. Niemand heeft dit overleefd. Achteraf bleek het te gaan om bommen van de Amerikanen bedoeld voor de bezetter in het havengebied. 'Per ongeluk' op onze woonwijk gevallen."

Solidariteit in Tuindorp De Vaan
Aart: "We konden tijdelijk terecht in het huis van mijn oom. Wij hadden geen geld meer en ook geen bonnen." Nel: "Na vier maanden kregen we gelukkig een huis toegewezen in Tuindorp De Vaan. Daar waren twee soorten bewoners: mensen die geëvacueerd waren uit Hoek van Holland, door ons Hoekenezen genoemd. Zij zaten er over het algemeen nog keurig bij. De slachtoffers van het bombardement woonden in andere straten en hadden nagenoeg niets. De solidariteit was groot. Je leende van alles bij elkaar, blikopeners, kurkentrekkers, koffiemolens." 

Een fiets midden in de kamer
Nel: "Mannen mochten beperkt kleding kopen. Vrouwen en meisjes kregen twee jurkjes, twee stel ondergoed, een jas en een paar schoenen toegewezen. Kinderen in de groei deden hier niet zo lang mee. Als kind van dertien liep ik op allerlei schoenen, afdankertjes met houten klompzolen. Omdat er geen elektrisch licht meer was, moest een van de kinderen op een oude fiets - die midden in de kamer stond - trappen om zo voor licht te zorgen. We stookten een potkacheltje, waarop ook 'het eten' werd gekookt. De kachel werd steeds kleiner. Op een noodkacheltje, een vierkante voorraadbus met een roostertje, warmde mijn vader een bakje drinken. Dat werd gestookt met alles wat van hout was. De kolenkist, kastplanken en enkele traptreden moesten eraan geloven. Later gingen we eten halen bij de gaarkeuken." 

Fout van de geallieerden wegpoetsen
Aart: "Mijn ervaring is dat het bombardement op onze wijk regelmatig vergeten is in de oorlogsgeschiedenis van Rotterdam. Zelfs bij een recente tentoonstelling over de maritieme en historische geschiedenis van Rotterdam was. Ik denk soms dat men bewust deze fout van de geallieerden zo snel mogelijk wilde wegpoetsen. Er waren meer kleinere bombardementen waarvan dan wél melding gemaakt werd. Ik ben sinds 1990 redacteur van het tijdschrift Ons Rotterdam, populair historisch tijdschrift voor groot Rotterdam. In ons blad besteden we aandacht aan de complete geschiedenis van Rotterdam." 

Als door een explosie weggeslagen
Aart: "Bij de totstandkoming van het monument ben ik niet rechtstreeks betrokken geweest. Een speciale werkgroep 'Het Vergeten Bombardement' en het Centrum voor Beeldende Kunst hebben zich hiervoor ingespannen. Ik heb het wel met belangstelling gevolgd. Op een expo waren de ontwerpen te zien en kon het publiek een keuze maken. Zowel jury als publiek koos unaniem voor het ontwerp van Mathieu Ficheroux: in omgevallen cijfers als door een explosie weggeslagen, is de datum van de verwoesting - 31 maart 1943 - weergegeven. Het is geplaatst in het Park 1943. Jammer dat het een beetje weggestopt lijkt. Bij de onthulling, precies vijftig jaar na dato om 13.20 uur, trotseerden 2000 mensen de stromende regen. Velen van hen waren gedupeerden, die nog steeds emotioneel worden als ze terugdenken aan 31 maart 1943. Ik vond vrienden terug die ik vijftig jaar niet had gezien. Ruud Lubbers en Bram Peper legden een krans. Het Rotte's Mannenkoor zong het lied De Achttien Doden van Jan Campert."

Kom maar niet naar huis want ons huis is weg