4meiOverlay

Ik was niets en ik had niets

Henk Haan (1925), Bedum - Groningen

Van hun bed gelicht, opgepakt en op transport gezet. Dat overkwam 46 jongens in Groningse dorpen. Het is een tegenactie voor de moord op een Duitsgezinde politieman. Henk Haan (1925) is één van de jongens die door wordt gestuurd naar een werkkamp in Duitsland. Haan voelt zich als persoon tot nul gereduceerd. Na de oorlog moet hij als soldaat naar Nederlands-Indië. Dat is een brug te ver. Want weer heeft hij niets en is hij niets. Pas later realiseert hij zich dat je met herdenken verwerken mogelijk maakt.

door Robert Boxem

Represaille
"Op zaterdagavond 22 april 1944 kwam ik met de trein terug uit Groningen, toen er op het station van Bedum werd geschoten. Het bleek dat de NSB-politieman Keyer was neergeschoten. Ik zag hem op de grond liggen. Hij leefde nog, maar stierf kort daarna. Hij was door het verzet uit de weg geruimd omdat hij te gevaarlijk was. Er kwam een tegenactie: een grote razzia op dinsdag de 25e . Ik vluchtte naar mijn onderduikplaats in de kerktoren. Na een uur leek het weer veilig en was ik zo stom om naar huis terug te gaan. Daar werd ik opgepakt en onder bewaking naar Hotel Krijthe gebracht, waar 47 jongemannen uit Bedum verzameld werden. Uit Zuidwolde werden nog eens zeventien jongemannen opgehaald. Het was een zenuwachtige, gejaagde toestand. We wisten niet wat er ging gebeuren. In overvalwagens zijn we naar het politiebureau in Groningen gebracht. Er kwamen jongens uit Winsum en Middelstum bij, in totaal honderdvijftig man."

Ook leuke dingen in Kamp Amersfoort
"De volgende dag gingen we in colonne dwars door de stad naar het station de trein in. Uiteindelijk kwamen we in Amersfoort en moesten we naar het 'Polizeiliches Durchgangslager'. We waren gijzelaars. Honger, luizen, strafexercities, mishandelingen door de bewakers, we hebben het allemaal meegemaakt. Toch waren er ook wel leuke dingen in Kamp Amersfoort. We hebben gezongen en de polonaise gedanst als er voedselpakketten van het Rode Kruis kwamen. Je moet plezier maken, anders red je het niet."

Lappen om je voeten en onder de luizen
"In september 1944 gingen we op transport naar Duitsland. We kwamen terecht in werkkampen in de buurt van Leipzig. Ik zat in Peres, een dependance van concentratiekamp Buchenwald. Ik moest werken in een brikettenfabriek.We liepen op versleten klompen door de sneeuw, lappen om je voeten. Velen werden ziek. We zaten onder de luizen. Ook hebben we bombardementen meegemaakt. Veel jongens die bij de razzia zijn weggehaald, zijn in Duitsland omgekomen."

Aansterken
"Op 17 april 1945 vluchtten de bewakers voor de geallieerden. Met vier jongens ben ik het kamp uitgegaan. Ik kon nauwelijks lopen. We spraken af om eerst aan te sterken en beter te worden, voordat we naar Nederland zouden teruggaan. Het was een chaotische toestand. Ik kan me herinneren dat we voedsel hebben gehaald zonder te betalen. Uiteindelijk kwam ik op 25 juni 1945 thuis. Ik was haveloos, voor het eerst in maanden kon ik me wassen. Mijn moeder heeft mijn kleren met een tang opgepakt en verbrand."

Ik was niets en ik had niets
"Door mijn kamptijd was mijn persoon tot nul teruggebracht, ik was niets en ik had niets. Ik heb het hier erg moeilijk mee gehad. Ik moest daarna in militaire dienst en naar Nederlands-Indië. Daar kwam ik in de problemen, ik kon het allemaal niet verwerken. Ik kreeg toen een burgerfunctie. Eind 1949 kwam ik naar Nederland terug. Weer had ik niets. Pas toen ik een baan kreeg kon ik met leven beginnen: werk, trouwen, een gezin."

Om verwerking mogelijk te maken
"Lange tijd heb ik mij niet met de oorlog bezig willen houden. In 1967 overleed mijn vader en kreeg ik zijn papieren. Hij heeft alles bijgehouden: documentatie over wat er met mij was gebeurd en correspondentie met de families van de anderen. Toen begon het ook voor mij weer te leven. In 1968 ging ik terug naar Peres, in 1969 opnieuw om er een gedenksteen te plaatsen. Mijn vrouw en kinderen zijn ook mee geweest. Ik was actief betrokken bij de organisatie rond dit monument. Gedeeltelijk om voor mijzelf iets af te sluiten, maar ook om verwerking voor anderen mogelijk te maken. Herdenken is belangrijk, anders wordt de geschiedenis vergeten." 

Alsof het gisteren was
"In 1989 werd op de plaats van het voormalige hotel Krijthe in Bedum, nu een bankgebouw van Fortis, een plaquette aangebracht om de Keyerrazzia te herdenken. Namen van de slachtoffers staan vermeld bij het gedenkraam in het gemeentehuis van Bedum. Jammer vind ik dat de leerkrachten van de scholen uit de buurt sinds 1945 zo weinig belangstelling hebben gehad voor wat zich in de oorlogsjaren hier heeft afgespeeld. Voor mij persoonlijk is het alsof het gisteren was." 

Bron: 

  • Reinders,H.R. Aanslag en Represaille: Bedum, 22 april 1944 (Bedum, 1984)
Ik was niets en ik had niets