4meiOverlay

Een half miljoen Nederlanders werkte als dwangarbeider in Duitsland

Piet Kool (1924-2009), Den Haag - Zuid-Holland

In 1942 wordt hij opgeroepen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Piet Kool (1924-2009) probeert er onderuit te komen. Vergeefs. Vlakbij Stuttgart moet hij werken in de fabriek van Daimler Benz, regelmatig doelwit van bombardementen van de geallieerden. Pas in mei 1945 keert hij terug naar Nederland. Voor de ervaringen van ex-dwangarbeiders is er dan weinig begrip. Maar met lotgenoten lukt het 'm het Gedenkteken Dwangarbeid op te richten in Den Haag. Daarmee is voor hem rechtgetrokken dat er tot dan toe weinig aandacht voor ex-dwangarbeiders is geweest.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Binnen drie weken zat ik in Duitsland
"Vanaf mijn twaalfde werkte ik in de bakkerij van mijn vader in Scheveningen. Eind 1942 moesten we op last van de Duitsers Scheveningen uit. De bakkerij werd gesloten en we gingen bij familie in Delft wonen. Van lieverlee merkte je dat de situatie verslechterde. Cafés gingen dicht, we moesten verduisteren en je zag joden met davidsterren. Ik werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Mijn vader schreef een brief dat hij me nodig had in de bakkerij. Dat was natuurlijk niet waar, want er was geen bakkerij meer. Binnen drie weken zat ik in Duitsland. Eerst in het dorp Kaldenkirchen, niet ver over de Duitse grens. We waren in een groot kamp ondergebracht, waar het een stinkende, losgeslagen bende was. Iedere morgen moest je in een kring staan en selecteerden de Duitse fabrieken hun arbeiders."

Autofabriek Daimler-Benz
"Na een dag of vier was ik aan de beurt. Met achttien andere jongens vertrok ik met de trein richting Stuttgart. We moesten in de autofabriek van Daimler-Benz aan de slag. Personenauto's, vliegtuigvleugels en -neuzen, brandweerauto's en Mercedessen voor de Wehrmacht werden er gemaakt. Ik wisselde de mallen waarmee de onderdelen van plaatstaal werden geperst en verdiende daarmee 27 Duitse mark per week."

Ik kon brood en koeken versieren
"Met vierhonderd Nederlanders en Belgen zat ik in een kamp. Er waren nog drie andere kampen met duizend Russen en Russinnen, vierhonderd Franse krijgsgevangenen en een met vierhonderd gedeserteerde Italiaanse soldaten, die door de Duitsers krijgsgevangen waren gemaakt. Nederlanders mochten het kampterrein verlaten, de krijgsgevangenen niet. Na twaalf uur werk en een bakje koolsoep rende je naar het dichtbij gelegen dorp voor een bonloze maaltijd in een van de cafés. Eten was er trouwens nooit genoeg. Dat veranderde een beetje toen ik eind '43 op zaterdagmiddag bij de bakker in het dorp aan de slag ging. Ik kon daar regelmatig brood en koeken versieren. Zelfs de sigarettenpeuken die de bakker in een hoek smeet, nam ik mee. De jongens keken uit naar mijn terugkomst, want we verdeelden alles. Dat smokkelen van brood was levensgevaarlijk. Een Poolse jongen werd op het kampplein opgehangen omdat hij een paar aardappels had gestolen. Ik ben gelukkig nooit gesnapt."

Van de hel in de hemel
"De fabriek werd door de Engelsen en Amerikanen vaak langdurig gebombardeerd. Ik heb maar liefst tachtig bombardementen meegemaakt en nog altijd heb ik er last van. Na het grote bombardement - half 1944 - lag de hele fabriek in puin. Er kon niet meer gewerkt worden en ik nam de benen. Bij de bakker kon ik meteen aan de slag. Ik kwam van de hel in de hemel, met een klein kamertje waarin mijn bed elke dag werd opgemaakt. Ik mocht aan tafel mee-eten, terwijl het voor Duitsers eigenlijk verboden was met buitenlanders om te gaan. Ze waren voor Hitler, maar ze waren ook goed voor mij. De bakker vroeg een werkvergunning voor me aan. De Duitsers waren al lang blij dat er iemand uit het kamp weg was, want zij wisten ook niet wat ze met 5.000 dolende dwangarbeiders aanmoesten."

Bevrijd
"Na de bevrijding in mei 1945 deed Nederland niets voor onze repatriëring. Ik werd gerepatrieerd door de Fransen. Alle Nederlanders in de buurt kregen de opdracht te verzamelen in een bepaald dorp, waar we zelf onderdak moesten zoeken. Ontluisd werden we via Parijs naar Tours in Frankrijk gebracht. We konden niet naar huis, want er was hongersnood in Nederland. Met een trein vol andere jongens zat ik zes weken in een klein dorp. Uiteindelijk werden we in Tilburg opgevangen. De burgemeester sprak de woorden 'jullie zijn in Nederland en moeten je nu weer netjes gaan gedragen'. Alsof we een stelletje schooiers waren!"

Gezien als collaborateurs
"Met een rijnaak kwam ik eind augustus in Delft aan. Mijn ouders waren inmiddels naar Den Haag verhuisd. Ik ging gewoon weer in een bakkerij werken. Ik weet niet wat voor ons erger is geweest, het verblijf in Duitsland of de ontvangst in Nederland. Tot tien, vijftien jaar geleden is er voor de ex-dwangarbeiders praktisch geen aandacht geweest. Dat heeft ons veel pijn gedaan. Wij werden gezien als collaborateurs, omdat we in Duitsland hadden gewerkt, vooral ook door mensen die zogenaamd in het verzet hadden gezeten en hun leven hadden gewaagd. En dan te bedenken dat tienduizenden dwangarbeiders met een geweer in de rug weggehaald zijn. Vaak bij razzia's, zoals die van Den Haag. Sterker nog, van de 500.000 Nederlandse dwangarbeiders zijn er 36.000 omgekomen door bombardementen, honger, uitputting, ziekte of doodslag."

Verbonden

"Ex-dwangarbeiders voelen zich met elkaar verbonden. Onze omstandigheden waren zonder uitzondering slecht. Het maakte niet uit of je in kamp a of b zat. Mensen uit heel Europa waren lotgenoten, zaten allemaal in dezelfde ellende. Die eerste maanden liep ik met een paar duizend man bij bombardementen over de aardappelvelden, omdat er nog geen schuilkelders waren. Iedereen op de vlucht voor de fosfor. Het schreeuwen van een Rus klinkt hetzelfde als dat van een Nederlander, hoor. Bij toeval heb ik al in 1946 en 1947 een paar Nederlandse ex-dwangarbeiders ontmoet. Daar is een krantje uit voortgekomen, waaraan ik heb meegewerkt. Daarna is het lang stil geweest. In 1987 plaatste een Duitse sociaal-werker een oproep in de krant voor een bijeenkomst voor ex-dwangarbeiders. Hij wilde een Europese vereniging oprichten. Die is er nooit gekomen, maar hij gaf impliciet het startsein voor de vereniging in Nederland."

'Dwangarbeiders, wat zijn dat eigenlijk?'
"Ik werd voorzitter van de afdeling Zuid-Holland Noord en nam het initiatief om in 1994 de vijftigjarige herdenking van de razzia in Den Haag te organiseren. Dat heeft twee jaar lang bloed, zweet en tranen gekost. Gelukkig was ik op tijd begonnen. Een vuistdikdossier herinnert er aan. Een hoge ambtenaar vroeg me 'dwangarbeiders, wat zijn dat eigenlijk?'. Ik heb me ingehouden, ook toen de burgemeester bij de herdenking zei dat iedereen 'op uitnodiging van de gemeente Den Haag aanwezig was."

Heel Europa
"In november 1999 is op mijn initiatief het Gedenkteken Dwangarbeid tot stand gekomen. Het is oorspronkelijk een herinneringsmonument voor de razzia in Den Haag, maar ik heb vanaf het begin altijd benadrukt dat het voor de dwangarbeiders uit heel Europa is. Het monument staat bij het Provinciehuis, op de plek waar de mensen bij de razzia verzameld werden. De commissaris van de Koningin heeft toegezegd het monument te onderhouden en elk jaar een herdenking te organiseren."

Overwinning
"Ik zie het monument als overwinning op de bureaucratie en als erkenning van het leed. Met het monument is rechtgetrokken dat er altijd weinig aandacht voor ex-dwangarbeiders is geweest. Schadevergoeding was er niet bij. Wij hebben nooit een cent gekregen. De landelijke vereniging is opgeheven. De provinciale besturen, zoals wij, zijn op eigen houtje doorgegaan. Twee jaar geleden, na de zestigjarige herdenking, heb ik het bijltje er bij neergegooid. We zijn allemaal uit de jaren '20. Ik sta bijna elke maand op een kerkhof voor de begrafenis van een kameraad. Als oud-voorzitter voel ik me verplicht om een woordje te spreken."

Aanvullende bronnen:

  • In 2004 verscheen Operatie Sneeuwvlok van Reinold Vugs over de razzia in Den Haag. Piet Kool gaf de aanzet tot dit boek. Operatie Sneeuwvlok was de codenaam voor de Duitse razzia van 21 november 1944 in Den Haag.
  • Aanspraak, een uitgave van de Pensioen- en Uitkeringsraad van september 2004, bevat een interview van Ellen Lock.
Een half miljoen Nederlanders werkte als dwangarbeider in Duitsland