4meiOverlay

De bom boorde zich dwars door mijn bed

Eva Pilon-Schuyt (1920-2014), Rotterdam - Zuid-Holland

Ontsnapt aan de dood. Dat gevoel heeft Eva Pilon-Schuyt (1920-2014) haar hele leven gehouden. Bij het bombardement van Rotterdam valt een bom in een schuilkelder op de plek waar ze net daarvoor zat. In shock rent ze op die 14e mei 1940 door de straten van Rotterdam. Wat uren lijkt te duren is in drie kwartier een feit. Rotterdam ligt in as. Het monument 'De Verwoeste Stad' van Zadkine herinnert hieraan. Ze vertelt waarom ze een herdenking bij dit monument nog steeds niet aan kan.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Als meisje van zestien naar Rotterdam
"Mijn vader was arts. Hij had in de crisisjaren een praktijk in Friesland. Mijn ouders hadden het niet breed. Daarom moesten alle kinderen gaan werken, zodra we van school kwamen. In Rotterdam aan de Schiekade stond het Emmahuis, een tehuis voor beter gesitueerde ouden van dagen. De directrice ervan zocht een oppas, die meteen ook kon bijspringen op de ziekenafdeling van het Emmahuis. Zo vertrok ik als meisje van zestien jaar naar Rotterdam. Ik vond het vreselijk om van huis te gaan, naar een vreemde stad waarin ik niemand kende. Mijn oudste zusje bracht me weg en huilde de hele treinreis lang. Eens in de drie, vier maanden mocht ik een weekend naar huis. Ik woonde in het Emmahuis op de vierde verdieping. Mijn belangrijkste taak was zorgen voor Hetty, die anderhalf jaar was toen ik er begon." 

Vreselijk geronk van vliegtuigen 
"In mei 1940 was ik negentien en Hetty vijf. Hetty en ik konden het goed vinden. Op 8 mei droomde ik dat de Duitsers ons land binnenvielen. In paniek rende ik 's nachts de gang op, waar de oudere verpleegsters me tot bedaren probeerden te brengen. 'Dat kan toch niet, want er moet eerst een oorlogsverklaring worden getekend', zeiden ze. In de vroege morgen van 10 mei werden we opgeschrikt door een vreselijk geronk van vliegtuigen. Iedereen vloog zijn bed uit en het dak op. Er waren honderden Duitse vliegtuigen in de lucht, waaruit duizenden militairen aan parachutes naar beneden zeilden. De Duitsers waren toch onverwachts ons land binnengevallen. Mijn droom kwam uit. Snel werd de kelder gereedgemaakt als schuilplaats. De directrice vroeg mij met Hetty in die schuilkelder te gaan slapen. Dat was veiliger." 

Aan de dood ontsnapt
"Op 14 mei zat ik met Hetty in de tuin te spelen. Om tien voor half twee ging het luchtalarm. Ik pakte het kind op, rende naar de schuilkelder en ging op ons bed zitten. Langzaam stroomde de kelder vol met mensen. In die volle ruimte realiseerde ik me ineens - het was alsof ik een ingeving van boven kreeg - dat ik me te ver van de trap bevond en zodoende niet snel uit de kelder zou kunnen komen. Hetty en ik vonden een plekje bij de trap. Meteen klonk een donderend geluid. De muren kwamen op ons af en weken weer. Er was een bom ingeslagen. We liepen de trap op en vonden de chef kok, die dood in een plas bloed lag. Even later bleek dat de bom precies op mijn bed was gevallen. De twee oude mensen die erop zaten, waren omgekomen. Verschrikkelijk. Wij waren aan de dood ontsnapt."

Als een slaapwandelaar liep ik door brandende straten
"Het was het begin van het bombardement op Rotterdam, dat voor ons gevoel uren duurde, maar in slechts drie kwartier de hele stad in de as legde. Ik probeerde met Hetty te vluchten, maar we kwamen niet verder dan het trappenhuis. Bij elke bom die insloeg, bogen de muren naar binnen en dan weer terug. Je dacht dat je bedolven zou worden. De angst, ongelooflijk. Toen het iets rustiger was, renden we de straat op, op weg naar een bevriende tandarts op de Walenburgerweg. Daar werden we naar de wc gedirigeerd, ik met een vergiet op mijn hoofd en Hetty met een pannetje. Het bombardement was na drie kwartier afgelopen, maar de ontploffingen gingen de hele dag door. Gasleidingen sprongen en alles stond in brand. Ik moest de straat op om slachtoffers te gaan zoeken en helpen. Versuft liep ik rond over het puin. Een auto van het Rode Kruis bracht mij naar een andere straat. Ik was net een slaapwandelaar, liep door die brandende straten totdat brandweerlieden riepen 'zuster, ga weg daar, ren voor je leven'. Met een enorm geraas kwam een gevel van een gebouw naar beneden, die mij net miste." 

Achterop de fiets van Rotterdam naar Wassenaar
"Totaal in paniek rende ik terug naar de Walenburgerweg, waar vandaan iedereen geëvacueerd werd naar een evenementenhal in Hillegersberg. We lagen er op stro, niemand deed een oog dicht. Ik was totaal in shock. ’s Morgens kwam een goede vriend uit Wassenaar mij ophalen. Ik ging mijn spullen halen in het Emmahuis. Toen ik daar aankwam, wilde een andere zuster net met mijn koffer vertrekken. Zij had niets om haar bagage in te vervoeren, maar ik had hem zelf nodig. De vriend nam de koffer op het stuur van zijn fiets en reed met mij achterop helemaal naar Wassenaar. Ik was - en ben - hem eeuwig dankbaar dat hij mij uit Rotterdam heeft weggehaald. Ik kreeg hoge koorts. Wilde alleen maar naar mijn familie terug." 

'Waar is Eefje gebleven'?
"Mijn ouders dachten dat ik omgekomen was. Ze huilden toen ik thuiskwam. Daar in Friesland rende ik vervolgens bij elk vliegtuig dat overkwam naar een boerderij en ging in een greppel liggen. In september vertrok ik naar Haarlem, waar ik in het Diaconessenhuis met de verpleegstersopleiding kon starten. In Haarlem werd ook gevochten en vonden bombardementen plaats. 'Waar is Eefje gebleven?', vroegen mijn collega’s dan. Ik zat in de kast of de wc, want ik had bij ingestorte huizen gezien dat die overeind bleven staan."

De oorlog raak ik niet meer kwijt
"Ik heb al bij het bombardement op Rotterdam ervaren dat ik mijn eigen leven niet in de hand heb, maar door God geleid word. Ook later ben ik in levensgevaarlijke situaties door Hem gered. De oorlog - en meer specifiek het bombardement - draag ik bij me. Iets wat je als je jong bent meemaakt, raak je je hele latere leven niet meer kwijt. Het vroegere luchtalarm bracht me elke keer weer in Rotterdam. Nu wordt een ander geluid gebruikt en heb ik daar geen last meer van. Ik realiseer me dat veel mensen grotere verliezen hebben geleden en dat ik in die zin nauwelijks recht van spreken heb. Goed dat het Verwoeste Stad-monument van Zadkine blijvend herinnert aan deze dramatische gebeurtenis, maar een herdenking ter plaatse kan ik niet aan."

De bom boorde zich dwars door mijn bed