Adopteer een monument

Herdachte groepen: Burgerslachtoffers, Vervolgden Nederland, Verzet Nederland
Onthulling: 4 mei 1991
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2017-2018 geadopteerd door OBS Nieuwebrug.

Ommen, monument 'Kamp Erika' (foto: Gemeente Ommen)
Ommen, monument 'Kamp Erika' (foto: Hermann Hinsenveld)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument 'Kamp Erika' in Ommen is een zwerfkei met plaquette. Bij de gedenksteen is een eenvoudig houten kruis geplaatst en zijn in hartvorm een aantal kleinere veldkeien neergelegd. Achter het gedenkteken bloeit de boom Fagus Sylvatica Pendula.

Teksten
De tekst op de plaquette op de zwerfkei luidt:

'NEDERLAND GEDENK'
TER NAGEDACHTENIS AAN HEN DIE DEZE WEG GINGEN NAAR
HET CONCENTRATIEKAMP 'ERIKA', WAAR TUSSEN '42 - '45
TALLOZE NEDERLANDERS ZIJN VERNEDERD, GEMARTELD EN
VERMOORD'.

De tekst op het informatiepaneel luidt:

'HERDENKINGSMONUMENT KAMP ERIKA. HET GEVANGENENKAMP ERIKA WAS VAN 1941-1945 EEN PLEK VAN ONTBERINGEN, PIJN, VERNEDERING EN HEEL VEEL LEED'.

Wijziging
In 2006 is het monument uitgebreid met een informatiepaneel, een herdenkingsplaquette en een zitbank.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument 'Kamp Erika' herinnert de inwoners van Ommen aan dit strafkamp waar tussen 1942 en 1945 talloze Nederlanders zijn mishandeld en vermoord.

Kamp Erika is ontstaan naar een idee van Hirschfeld, de Nederlandse secretaris-generaal van Handel, Nijverheid en Voedselverdeling. Met de oprichting van een strafkamp wilde Hirschfeld een einde maken aan de sabotage van de voedselverdeling, waarmee verzetsmensen de bezetter wilden dwarsbomen. In juni 1941 bouwde de Duitse paardenslager Werner Schwier het voormalig 'Sterkamp van de Nederlandse Theosofische Vereniging' om tot een strafkamp. De bouw werd bekostigd met 150.000 gulden aan geroofd geld. Tot de zomer van 1943 had Schwier de leiding over dit kamp met Nederlandse bewakers.

Schwier gaf het strafkamp de naam Erika, dat uiteindelijk bewaakt werd door 250 speciaal geselecteerde opzichters. Er werd geprobeerd zoveel mogelijk Joden in het kamp te krijgen. Hoewel Nederlandse rechters gewaarschuwd werden Nederlandse veroordeelden niet naar een strafkamp te sturen, maar naar een concentratiekamp, gebeurde dat toch. Gevangenen werden mishandeld en vermoord. De techniek van kwellen was in dit kamp zo geperfectioneerd dat naar verluidt zelfs experts uit Dachau en Auschwitz kennis kwamen maken met de wijze waarop gevangenen in Kamp Erika werden mishandeld.

In 1943 werd Erika een opvoedingskamp voor landlopers en bedelaars en voor mensen die zich aan de arbeidsplicht in Duitsland hadden onttrokken. In 1944 werd Erika weer een strafkamp.

Het RIOD (Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie) schat dat zeker meer dan 10% van de gevangenen van Ommen zijn omgekomen (in Ommen of in een van de Duitse werkkampen). Bij de gevangenen waren geen zware misdadigers, maar zwarthandelaren en studenten die weigerden de loyaliteitsverklaring te ondertekenen of in Duitsland te gaan werken.

Na de oorlog werd het kamp 'Erica' genoemd en deed het dienst als bewaringskamp voor gearresteerde Nederlanders. Op 31 december 1946 werd Kamp Erica gesloten.

Onthulling
Het monument is onthuld op 4 mei 1991. Op 4 mei 2006 is het monument uitgebreid met een informatiepaneel, een tweede plaquette en een zitbank. De uitbreiding van het monument was een initiatief van de Historische Kring Ommen.

Locatie
Het monument bevindt zich nabij de Steile Oever, op het terrein van de Besthmenerberg te Ommen.

Bronnen

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Als tekenaar was ik ongewild getuige van afschuwelijke folteringen

John Samuel Cordell (1923) , Ommen - Overijssel

De Amsterdamse John Samuel Cordell (1923) ontkomt aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland door als muzikant 'illegaal' rond te trekken. Tot hij in 1943 bij een optreden gesnapt wordt. Binnen enkele dagen zit hij in strafkamp Erika, met drieduizend andere gevangenen die voor relatief kleine vergrijpen zijn opgepakt. Het kamp staat bekend om de zware mishandelingen door de bewakers, waarvan Cordell dikwijls getuige is. Na de oorlog maakt hij zich druk over het feit dat de geschiedenis van Kamp Erika vergeten wordt. In 2006 slaagt hij erin van de steen in het bos een echt monument te maken.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Hongaarse vader
"Mijn moeder kreeg af en toe bezoek van een Hongaarse dirigent, die verliefd op haar was. Ze wilde niet naar Hongarije en trouwde - zwanger van mijn Hongaarse vader - met een vriend, Wilhelm Samuel. Ik groeide op in de Amsterdamse Jordaan, waar het armoede troef was. De man van mijn moeder was ober en hield zelf ook van innemen. Via bonnetjes kreeg je van de Armendienst warm eten en eens per jaar kleding. Ik zat in de klas met John Kraaikamp en Johnny Jordaan. Op het jongenskerkkoor kwam ik Willy Alberti tegen, die toen nog Cootje Verbruggen heette. Omdat een aantal ooms in het grafische vak zat en ik goed kon tekenen, werd er op mijn veertiende verjaardag beslist dat ik ook graficus zou worden."

Minder vrij
"Eerst werkte ik bij een drukkerij midden in de Jodenbuurt. Tegelijkertijd zat ik op de Grafische School. In 1938 ging ik over naar drukkerij Ridderinkhof Ruysch en Co waar Het Vrije Woordwerd gemaakt. Daar werd op een zeker moment een NSB'er hoofdredacteur, waarna het woord minder vrij werd. Op zijn hoge zwarte laarzen liep hij door de opmaakafdeling. Ik maakte er een inval van de SD mee, omdat de drukkerij verdacht werd van het produceren van verzetsdrukwerk, namelijk dagblad Het Parool."

Onderduiken
"Als student aan het Instituut voor Kunstnijverheid - de latere Rietveld Academie - kreeg ik vrijstelling van tewerkstelling in Duitsland. Op de drukkerij drukten wij ook formulieren voor de Jüdische Auswanderung waarmee Joden vrijstellingen kregen van transport. Ik haalde soms misdrukken uit de papierafvalbak, compleet met nummer. Op een dag deelde ik er op het Waterlooplein veertig uit en hoopte daarmee Joden van deportatie te redden. De school raakte zijn vrijstelling kwijt en alle studenten moesten zich toch melden. Ik werd goedgekeurd, kreeg allerlei bonnen voor etenswaren, kleding en schoenen en een reisprogramma van Amsterdam CS naar Berlijn. Ik besloot onder te duiken in Den Haag, en nam mijn contrabas mee."

Op de twaalfde avond…
"Ik speelde toen al in allerlei bandjes en op zekere dag reisde ik naar Amsterdam, naar de ontmoetingsbeurs voor beroepsmusici. Er liepen grote muzikanten rond en als een wonder kreeg ik het aanbod in het Hongaarse orkest van Carcassola te spelen. Later trok ik met een Hawaiaanse sterrenrevue langs alle grote steden. Door het reizen ontliep ik de controles van Duitsers of NSB'ers. Mijn orkestleider tekende een theatercontract voor een maand optreden in Hotel Palermo te Maastricht. Ik vond dat te gevaarlijk, maar hij dacht dat er niets zou gebeuren. Er zaten regelmatig Duitse officieren in de zaal. Op de twaalfde avond ging het fout. Drie Duitse officieren kwamen in de pauze controleren of we vrijstellingen hadden voor de Arbeitseinsatz. Ik wachtte in een politiecel in Maastricht op het zogenaamde vrijstellingsbewijs uit Amsterdam. Dat kwam natuurlijk niet. Enkele dagen later vertrok mijn trein naar Ommen. Kamp Erika* was de bestemming."

Drieduizend gevangenen
"In een houten barak van zestien bij drie meter sliep ik met driehonderd andere gevangenen in hangmatten. Om zeven uur 's ochtends ging er een autoclaxon. Dan had je kort de tijd om je te wassen zonder zeep, aan te kleden, en pikzwarte surrogaatkoffie zonder suiker met een stuk brood weg te werken. Vervolgens het appel: onder veel Duits geschreeuw stelden ongeveer drieduizend mannen zich in ploegen van honderd op. De meesten in groene overalls, kaalgeschoren en mager. Bewakers in SS-uniformen dreven de mannen schreeuwend en schoppend naar het werk in het bos. Als nieuwkomer zat ik bij het huishoudcommando. We maakten de eetzaal van de bewakers schoon. Om zes uur kreeg je kokendhete stamppot die je in drie minuten zittend op je hurken op moest eten, vóór het avondappel. En alle volgende dagen verliepen min of meer hetzelfde. Je raakte de tel kwijt." 

Een soort hel
"Op een ochtend vroeg men bij het áppel naar een tekenaar. Ik vloog onmiddellijk naar voren. Kampcommandant Faure wilde dat ik een karikatuur maakte van een plaatje in de krant van de Italiaanse koning. Tekenen leek me honderd keer beter dan vloeren schrobben. Ik zat in een houten blokhut, direct naast de verhoorkamer. Als de commandant de verhoorkamer verliet draaide een verpleger de radio naar een Engelse zender, waardoor ik BBC-nieuws en mooie jazzmuziek kon horen. 'Muziek uit de hemel' zei de verpleger. Toch was de blokhut een soort hel. Terwijl ik allerlei flauwekul moest natekenen, was ik getuige van afschuwelijke folteringen in de verhoorkamer."

Gruwelijk
"Bij voortduring werden strafexercities gehouden omdat er steeds gevangenen ontsnapten als ze buiten het kamp aan het werk waren. Boeren hielpen ze vluchten. De straffen waren gruwelijk. Zo had het kamp vijf bunkers - betonnen ruimtes onder de grond - van 1.60 meter hoog. Als je daarin opgesloten werd en langer dan 1.60 meter was, moest je gebukt staan. Zitten was uitgesloten, want er stond twintig centimeter ijskoud water in. Gevangenen kwamen er meer dood dan levend uit. Ik was er ook getuige van dat een bevriende muziekdrukker uit Hilversum, die in brieven naar huis geschreven had dat hij geslagen werd, een diepe kuil moest graven en er totaal uitgeput in geduwd werd, waarna twee andere gevangenen hem levend moesten begraven." 

19 oktober 1943
"Heel sporadisch kreeg je bezoek. Op een zondag in oktober kwamen mijn vader en moeder. Tot mijn stomme verbazing zag ik mijn moeder met kampcommandant Faure spreken. Ze vroeg hem mij als tekenaar in kamp Erika te houden, in plaats van naar de oorlogsfabrieken in Duitsland te sturen. Mijn moeder kende Faure uit de Jordaan en had hem gezegd dat ik mogelijk zijn zoon was. Maar dat hoorde ik pas na de oorlog. Overigens hielp haar verzoek niet, want op 19 oktober 1943 kwam het bevel uit Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort dat de 125 onderduikers en twintig marechaussees die wegens hulp aan onderduikers gearresteerd waren, overgebracht moesten worden naar Amersfoort."

In Amersfoort
"Ik werd daar ingeschreven als nummer 2435. Na het horen van mijn naam concludeerde de SS'er dat ik Jude was en werd ik ingedeeld bij het Jodencommando. Het Judenkommando bestond uit slechts tachtig man van de vijfduizend andere kaalgeschoren mannen. Stuk voor stuk waren de Joden uitgemergeld, gezichten en handen vol schrammen en builen, dichtgeslagen blauwe ogen en onverbonden wonden. In het bos moest het Jodencommando de hele dag vierkante houten bakken vol zand scheppen en daarna 350 meter verderop dragen. Naarmate de dag vorderde namen onze krachten af. De bewakers startten dan met sarren en gingen 'struisvogel spelen'; ze lieten iemand met zijn hoofd twee minuten voorover gebogen staan, terwijl anderen zand rondom hoofd en nek schepten, totdat hij bijna stikte. Ook lieten ze gevangenen met hun wijsvinger in het zand zo snel mogelijk om hun eigen as draaien, met de stok aangemaand, totdat ze uitgeput neerstortten. 'Grammofoonplaatje draaien' heette dit. Ik kende het uit Kamp Erika. Iedere minuut leek een uur. Ik was dodelijk vermoeid, maar bleef zonder afranselingen. Het was verschrikkelijk de satanische beulen tekeer te zien gaan. Een Joodse optimist zei tegen me dat hij er waarschijnlijk beter aan toe was dan zijn familie, die via Westerbork naar Polen was afgevoerd. 

In de gijzelaarsbarak
"Tony - de lageroudste - herkende mij als musicus uit Amsterdam. Hij slaagde erin me naar de gijzelaarsbarak overgeplaatst te krijgen. Daar zaten hooggeplaatste Nederlanders, die elk moment naar het executieterrein zouden kunnen afmarcheren om zo te boeten voor wat het Nederlands verzet tegen de bezetter deed. Onder hen dr. Plesman, de directeur van de KLM. Soms kreeg ik van de dokter een potlood en een paar stukken kladblokpapier, waarmee ik portretten tekende van medegevangenen, in ruil voor een aardappel of een stukje brood. Iedereen had voortdurend honger. Ik leerde er de gitarist van het latere Cocktail Trio kennen en ik noemde hem Tonny Moore, een naam die hij daarna is blijven gebruiken. Met kerst maakten we op een geleende gitaar en een mondorgeltje kerstmuziek voor de gevangenen en de meesten moesten huilen."

Herman Göring Werke
"In februari 1944 vertrok een transport naar concentratiekamp Oranienberg bij Berlijn. Daar vandaan ging de reis verder naar Oost-Duitsland. Toen de trein in een bocht vaart minderde ben ik er vanaf gesprongen. Met redelijk wat geluk kwam ik in Linz aan de Donau terecht, waar ik bij de Herman Göring Werke - enorme staal- en ijzergieterijfabrieken - aan de slag kon. Als technisch tekenaar, terwijl ik geen technische lijn kon trekken. Ik kon er zelfs muziek gaan maken in het werkorkest. Ze gaven me een Hongaarse contrabas, handgemaakt, waaruit een geluid als van een kerkorgel kwam. Tot op de dag van vandaag is deze in mijn bezit. In de chaos van de belegering van Linz door Amerikaanse, Engelse en Russische troepen slaagde ik erin weg te komen. Na een treinreis in open veewagons arriveerde ik op 16 juni 1945 in Amsterdam. Mijn contrabas had ik in Oostenrijk in bewaring gegeven bij een bevriende pater. Die ben ik later op gaan halen." 

Onderbelicht
"Ik vind het een schande dat de geschiedenis van Kamp Erika onderbelicht is. Dit voormalige SS-kamp Erika is nu een gebied met vakantiehuisjes. Waarschijnlijk wil men niet aan de zwarte bladzijde uit de geschiedenis herinnerd worden. Eerst stond er alleen een steen in het bos. Ik heb in 2006 een ontwerp voor een echt monument gemaakt en dit is - in afgeslankte vorm, want er was niet meer geld - in 2006 onthuld. Dat mocht ik samen met een andere ex-gevangene, Willem Spijkers, doen. Mensen moeten weten wat er gebeurd is. Bij herdenkingen in Amersfoort speld ik altijd mijn kampnummer op."

Bron: John Cordell met zijn Greenwich Village; Een leven vol muziek en kunst; Hoogeveen, 2009

* Kamp Erika werd in 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. De gevangenen waren veelal zwarthandelaren en illegale slachters. De bewakers waren voornamelijk Amsterdamse werklozen, aangevuld met SS-soldaten die aan het oostfront gewond geraakt waren. Zij kregen in Ommen een opleiding tot kampbewaker. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan met het beestachtig mishandelen van de gevangenen. Dwangarbeid, ziektes, ondervoeding, mishandeling en regelrechte moord kostten zeker 170 gevangenen het leven. Slechts acht joden kwamen in dit kamp terecht, maar zij hadden het nog zwaarder dan de rest. Volgens een van hen, die ook de concentratiekampen in Duitsland overleefde, was Erika het ellendigste kamp: "Nergens anders ben ik zo systematisch lichamelijk mishandeld." Pas na publicaties in Het Parool weigerden de Nederlandse rechters nog langer veroordeelden naar Ommen te sturen. Er waren toen al bijna 3.000 gevangenen door de hel van het kamp gegaan.


In 1943 werd Erika een SS-opvoedingskamp voor landlopers en bedelaars, maar ook voor mensen die zich hadden onttrokken aan de arbeidsplicht in Duitsland. De bewakers traden nu iets minder hard op, hoewel er nog steeds werd geslagen en geschopt. In het najaar van 1944 werd Erika weer een strafkamp, deze keer bewaakt door de Ordnungspolizei, de SS en de Sicherheitsdienst. Hiertoe behoorde ook Herbertus Bikker, die deel uitmaakt van de vaste knokploeg van kamp Erika die nietsontziend jacht maakte op onderduikers en verzetsmensen. Tijdens deze moorddadige expedities verwierf hij zijn bijnaam: de Beul van Ommen. Tijdens de laatste acht maanden van de oorlog telde Erika hooguit 500 gevangenen, maar er werden toch nog minimaal negen mensen doodgeschoten. Hieronder waren de verzetsman Jan Houtman en de onderduiker Herman Meijer, die door Bikker werden geëxecuteerd. Kamp Erika werd op 11 april 1945 bevrijd.

Als tekenaar was ik ongewild getuige van afschuwelijke folteringen

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht