Adopteer een monument

Herdachte groepen: Verzet Nederland
Ontwerper: Cephas S. Stauthamer (1899-1983)
Onthulling: 1948
Adopteer dit monument.

Haaren, monument gijzelaarskamp Haaren (foto: B. van Bohemen/NIOD)
Haaren, monument gijzelaarskamp Haaren (foto: B. van Bohemen/NIOD)
Haaren, monument gijzelaarskamp Haaren (foto: B. van Bohemen / NIOD)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument in het voormalig Grootseminarie in Haaren is een gemetselde poort met twee reliëfs van witte natuursteen en een kleine plaquette. Aan de linkerkant bevindt zich in reliëf een vredesduif en het woord 'PAX', aan de rechterkant een piëta.

Teksten
Op de linkerkant van de poort is het gedicht De Plompe Laars van Jan Engeleman aangebracht. Dit gedicht herinnert aan de kamptijd:

'EEN PLOMPE LAARS
HEEFT U VERTREDEN
GIJ HEBT GESTREDEN
TOT AAN DE
LAATSTE DUISTERNIS
BARMHARTIGHEID
VERMAG UW KLAGEN
ZIJ HEEFT U IN EEN
SCHOOT GEDRAGEN
WAAR LIJDEN
HOOGSTE LUISTER IS
JAN ENGELEMAN'.

De tekst op de plaquette luidt:

'DIT RELIËF EN HET GEDICHT HERINNEREN AAN
1940-1945
DIT GEBOUW WERD DOOR DE DUITSE BEZETTERS
VAN 1942 TOT OKTOBER 1944 GEBRUIKT
ALS GEVANGENIS VOOR VERZETSDEELNEMERS
HET GEDENKT DE VELEN DIE VAN HIERUIT
OF NA DOORZENDING, WERDEN GEËXECUTEERD
OF STIERVEN IN DUITSE KAMPEN.

BLIJF WAAKZAAM. EENS IS GENOEG'.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument in het voormalig Grootseminarie in Haaren herinnert aan het gijzelaars- en interneringskamp dat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog was gehuisvest.

Op 7 juni 1941 werd het Grootseminarie Haaren nauwkeurig geïnspecteerd door enkele Duitse officieren van de SS en de SD. Drie maanden later, op 9 september 1941, kwam het bevel tot ontruiming. Het seminarie zou vanaf dat moment dienst gaan doen als gijzelaarskamp en als 'Polizeigefängnis'. Op 4 mei 1942 werden 450 Nederlandse mannen in het katholieke Kleinseminarie Beekvliet te Sint-Michielsgestel vastgezet. Ruim twee maanden later werden nog eens 800 gijzelaars in het nabijgelegen Haaren geïnterneerd.

De eerste grote groep gijzelaars die in Haaren terechtkwam, was al eerder opgepakt als vergelding voor de internering van een groep Duitsers in het voormalige Nederlands-Indië. Het gouvernement aldaar had als reactie op de bezetting van Nederland 2.400 Duitsers onder slechte omstandigheden vastgezet. Daarop had de bezetter in juli en oktober 1940 een select gezelschap van 'erstklassige Persönlichkeiten' gearresteerd. Aanvankelijk waren deze mensen ondergebracht in het concentratiekamp Buchenwald, omdat elders geen plaats was. Toen het Grootseminarie als gijzelaarskamp beschikbaar kwam, werden de gijzelaars overgeplaatst naar Haaren.

De gijzelaars waren mensen die volgens een op 17 mei 1942 gepubliceerde verklaring van het Reichscommissariat 'vroeger in het openbare leven stonden en van wie aan te nemen is dat zij met de aanstichters van de tegen de bezettende macht gerichte kuiperijen sympathiseren. Wanneer het door de kuiperijen van de emigrantenclique te Londen tot gewelddadige handelingen tegen Nederlanders en Duitsers in de bezette Nederlandse gebieden zou komen en de rust en orde verstoord zouden worden, dan staan deze gijzelaars met hun leven hiervoor borg.'

Door te dreigen de gijzelaars ter dood te brengen, probeerde de bezetter Nederlanders te weerhouden van het plegen van verzets- en sabotageacties. De opgepakte mannen kwamen uit alle lagen van de bevolking. Opvallend was wel dat relatief veel gijzelaars een vooraanstaande positie innamen in de Nederlandse samenleving, zoals de schrijver Simon Vestdijk, de historicus Johan Huizinga, de cabaretier Lou Bandy, de president-directeur van Philips, Frits Philips en de bekende hardloper S. Petit. Ze vielen op en hadden een voorbeeldfunctie. Daarnaast kwamen de gijzelaars vooral uit kringen die aan bepaalde Duitse plannen hun medewerking geweigerd hadden. Velen waren lid van de Nederlandse Unie of hadden zich actief verzet tegen de gelijkschakeling van de Nederlandse vakbeweging in 1940 en 1941.

Binnen het kamp liet de bezetter veel toe en was de behandeling van de gijzelaars mild. Zij waren immers niet gevaarlijk zolang ze over hun politieke en maatschappelijke opvattingen maar niet konden uitdragen in de buitenwereld. Vooral de artistieke gijzelaars maakten gebruik van de relatieve vrijheid die zij van de Duitse kampbewaking kregen. Zo componeerde Willem Andriessen in het kamp zijn Lied van Haaren - een lofzang op het vaderland waarin de onzekerheden in het kampleven onder woorden worden gebracht.

Anders dan in Sint-Michielsgestel was de voedselvoorziening in het Haarense kamp slecht. Vooral tijdens de eerste weken was er een tekort aan voedsel. Daar kwam enige verbetering in nadat kampcommandant Wacker het voedseltekort aan de orde had gesteld in zijn wekelijkse overleg met de burgemeesters van Oisterwijk, Haaren en Berkel-Enschot. Onder de bevolking werden er inzamelingsacties gehouden. Het eten werd met een platte wagen van een Oisterwijkse zuivelfabrikant door veldwachter Hendriks naar het kamp gebracht. Wellicht heeft zijn imposante uiterlijk indruk gemaakt op de Duitse bewakers, want hij kon zonder enige problemen in het kamp komen. Het karretje van Haaren werd wekelijks gevuld door de inwoners van de dorpen Moergestel, Oirschot, Udenhout, Helvoirt en Oisterwijk.

Na 15 augustus 1942 veranderde de sfeer in het kamp. Op deze dag heeft de bezetter vijf gijzelaars gefusilleerd, als vergelding voor een verzetsdaad in Rotterdam. Onder hen bevonden zich ook Willem Ruys en Christoffel Bennekers, beiden afkomstig uit het kamp Haaren. Door de willekeur en intimidatie die met deze vergeldingsdaad gepaard gingen, ontstond spanning. Op 6 november 1942 werden de gijzelaars wegens ruimtegebrek overgeplaatst naar Beekvliet in Sint-Michielsgestel.

Toen in januari 1943 de laatste gijzelaars Haaren verlieten, bleven vier van hen vrijwillig achter. Drie artsen en een pater gingen zich toeleggen op de zorg voor de gevangenen; Haaren was voortaan namelijk alleen nog 'Polizeigefängnis'. De gevangenen konden blijven rekenen op voedselhulp vanuit de bevolking. Ook werd geholpen bij het verzenden van post. Dit was nodig, omdat de gevangenisleiding door middel van isolement de geestelijke weerstand van de gevangenen wilde breken.

Iemand die al langer voor contact met de buitenwereld zorgde, was Engelbertus Witlox (alias 'Engeltje'). Hij werkte bij Van Gend & Loos (een koeriersbedrijf, actief over de hele wereld) en was een zwijgzaam en bescheiden type. Als bezorger bouwde hij veel contacten op. Die kwamen hem heel goed van pas toen hij na september 1941 ook pakketten ging bezorgen bij het voormalige Grootseminarie in Haaren. Omdat hij iets meebracht van 'thuis', zagen de Nederlandse en Duitse bewakers hem graag komen. Zijn bijzondere positie stelde hem in staat een belangrijke rol te spelen als 'koerier van de gijzelaars'.

Omdat ook de bewakers gebruikmaakten van zijn diensten, waren ze bereid een oogje dicht te knijpen. Op deze wijze kon 'Engeltje' regelmatig illegale mondelinge of schriftelijke boodschappen naar binnen of naar buiten smokkelen. Bezorgde familieleden van mensen die waren opgepakt, schakelden 'Engeltje' in om te achterhalen waar hun verwant verbleef. Witlox maakte dan zelf een pakketje, waar hij een paar sneetjes brood of zo in deed. Vervolgens vroeg hij de bewakers of de geadresseerde in het kamp verbleef. Was dit niet het geval, dan vertelden ze hem waar die persoon wel was. Zo bewoog 'Engeltje' zich tijdens de oorlogsjaren stil en onopvallend door het kamp, ook toen het veranderde in een 'Polizeigefängnis'.

Tussen 1942 en 1944 slaagde de bezetter erin de Britse en Nederlandse geheime diensten grootscheeps en systematisch te misleiden. Dit spionagecomplot heet het 'Englandspiel'. Op een nacht in november 1941 werden twee Nederlandse agenten (in dienst van de Britten) per parachute boven Nederland afgeworpen. Vier maanden later is een van hen door de bezetter gearresteerd. Hij moest naar Engeland seinen dat hij veilig was aangekomen. De bezetter wist echter niet dat de agent een speciale code gebruikte voor het geval hij gepakt zou worden. De Britten merkten deze code echter niet op en zonden een nieuwe geheim agent naar Nederland, die door de bezetter werd opgepakt. Zo wist de bezetter door list, bedrog, manipulatie, verraad en dubbelspionage tal op handen zijnde verzets- en sabotagedaden te voorkomen.

Daarbij verrichten ze ook talrijke arrestaties onder mensen in het verzet en onder geheim agenten. In Haaren werden 59 geheim agenten ondergebracht. Hierdoor werd het regime in het kamp veel harder en strenger. Martelingen, eenzame opsluiting en afranselingen kwamen steeds vaker voor. De gevangenen werden ook steeds vaker op transport gesteld naar Duitsland. In april 1944 gingen de laatste 51 gevangenen vanuit Haaren naar het Duitse tuchthuis in Rawitsch (Silezië). Elf van hen zijn daarna, waarschijnlijk begin september, in het concentratiekamp Gross-Rosen ter dood gebracht. De resterende veertig zijn op 5 september 1944 naar het concentratiekamp Mauthausen gevoerd, waar zij werden omgebracht.

Oprichting
De oprichting was een initiatief van een aantal ex-gevangenen.

Onthulling
Het monument is onthuld in 1948.

Locatie
Het monument is geplaatst op het terrein van Huize Haarendael (het voormalige Grootseminarie), gelegen aan de Rijksweg te Haaren. Openingstijden van de gedenkplaats: elke eerste woensdag van de maand: van 10.00 tot 16.00 uur; op 11 mei van 10.00 tot 17.00 uur.

Bronnen

  • Gemeente Haaren;
  • Website Vriendenkring Haaren 1940-1945;
  • Het bulletin van Stichting Vriendenkring Mauthausen, 13e jaargang nr. 1, maart 2002;
  • Sta een ogenblik stil... Monumentenboek 1940/1945 van Wim Ramaker en Ben van Bohemen. (Kampen, Uitgeversmaatschappij J.H. Kok Matrijs, 1980). ISBN 90 242 0185 3;
  • Een monumentaal oorlogsverhaal - De Meierij tussen 1939 en 1945 in ruim 100 gedenktekens van Frans van Gaal, Jacques van Eekelen en Ruud Vermeer ('s-Hertogenbosch, Adr. Heinen Uitgevers, 2003). ISBN 90 7070 6539;
  • Haaren in Oorlogstijd van R.J. Wols (Haaren, 1995). ISBN 90-802 895-1-5.

Voor meer informatie
Oorlogsdagboek van Joseph Bukkens van Adri Wijnen. Uitgegeven in eigen beheer in 2002. Voor informatie kunt u contact opnemen met de heer Wijnen: 0318 - 61 15 64. In dit boek worden de belevenissen van Joseph Bukkens (een van de Engelandvaarders die in Haaren gevangen heeft gezeten) uiteengezet.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Vol onmacht in Hitler's Herrengefängnis

Max Kohnstamm (1914-2010), Haaren - Noord-Brabant

Al in 1939 waarschuwt Max Kohnstamm (1914-2010) zijn medestudenten voor de gevaren van het fascisme. Dat komt hem duur te staan: hij "leert de hel kennen" in Kamp Amersfoort. In juli '42 volgt gevangenschap als civiel gijzelaar in Haaren en later Sint-Michielsgestel. Hij verblijft daar tot september '44, in voor de oorlog luxe omstandigheden. Overigens tot Kohnstamms grote ergernis, want hij kan vanuit het kamp niet bijdragen aan de strijd tegen het nazisme. Acht gijzelaars uit Haaren worden door de bezetter gefusilleerd. 'Blijft waakzaam, eens is genoeg', staat op de poort van Haaren.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Het gevaar van wereldhegemonie lijkt voorbij 

"Mijn vader was van Joodse afkomst. Als jongen was hij vanuit Duitsland in Nederland terechtgekomen. Hij had als fysicus nog veel contacten in Duitsland. Ik was de vijfde van zes kinderen in een protestants gezin. Mijn oudere zus woonde in de jaren dertig in Duitsland. Ze was getrouwd met een sociaal-democraat die onmiddellijk ontslag nam toen Hitler aan de macht kwam. Wij waren zodoende goed op de hoogte van de ontwikkelingen in Duitsland en mijn vader maakte deel uit van het Comité van Waakzaamheid*. Vanaf 1937 was ik rector van het Amsterdamse studentencorps. Uit Amerika, waar ik als student enige tijd verbleef, schreef ik brieven met mijn vader, vooral over de dreiging van oorlog. Begin '39 sprak president Roosevelt zich in de State of the Union** zeer duidelijk uit als vijand van het nationaalsocialisme. Mijn vader schreef me toen in een brief: 'Weliswaar is het mogelijk dat we door de Duitsers aangevallen worden, maar het gevaar van een wereldhegemonie van Hitler lijkt voorbij'."

Wakker schudden
"Nederland was in 1940 absoluut niet voorbereid op oorlog. Wij hadden het gevoel dat we de mensen wakker moesten schudden, ook over het feit dat er met de bezetter niet te onderhandelen viel. Dat de bezetting zou leiden tot de Holocaust voorzagen we op dat moment niet. Twee zusters van mijn vader zijn omgebracht in Auschwitz. De studentencorpora probeerden studenten bij elkaar te krijgen. Het ontslag van de Joodse professor Meijers, een van de bekendste juristen van Nederland, leidde tot de stakingen in Delft en Leiden. In Amsterdam kwam het zover niet, maar wij organiseerden lezingen in de aula van de universiteit ter verdediging van de Nederlandse cultuur. In de gesprekken met het bestuur van de universiteit werd ons afgeraden te staken want het zou onherroepelijk leiden tot het Duitse bevel de universiteit te sluiten. Als compromis mocht ik een lezing houden en daarin citeerde ik uit diverse coupletten van het Wilhelmus. Mijn naam kwam op een zwarte lijst."

Het begin van veel meer ellende
"In 1940 werd de eerste anti-Joodse maatregel van kracht: ze mochten niet meer deelnemen aan de vrijwillige brandweer. Wij realiseerden ons terdege dat dit het begin was van veel meer ellende. De politieke partij De Nederlandse Unie werd opgericht, waarvan ik lid werd, maar ik trad in het najaar van ’40 uit omdat de partij weigerde te protesteren tegen Duitse wetten tegen homoseksuelen. Men dacht dat er nog iets te redden viel. In 1941 werd de Unie verboden door de Duitsers. Het Amsterdams Studentencorps hief zichzelf op, omdat Joden niet langer lid mochten worden. De studentensociëteit zou door de Duitsers worden gevorderd, dus we stookten de meubels op en sloopten de snaren - 'geef jij me de hoge C eens' - uit de piano."

Op transport naar Kamp Amersfoort
"Eind 1940 ging het gerucht dat ik tewerkgesteld zou worden, maar ik dook niet onder en werd niet opgepakt. Begin 1942 vond een aanslag plaats op een NSB-studentenhuis in Amsterdam. Daar had ik niets mee te maken, maar Amsterdam werd vervolgens gestraft met de arrestatie van zeventig inwoners, van wie ik er een was. Het was een groep van min of meer vooraanstaande lieden, zoals leraren, de rector van het Amsterdams Lyceum en de latere professor Arie den Hollander. We werden op transport gesteld naar Kamp Amersfoort. Ik ging ervan uit dat we daar tot in lengte van dagen zouden verblijven. In Amersfoort leerde ik de hel kennen. Het is verbijsterend wat andere mensen je kunnen laten doen. Als je je zelfachting kwijtraakt is het gebeurd met je. Naast de kampbewakers waren er felle communisten, vaak barakhoofden, die absoluut geen mededogen hadden met ons, die zij als kapitalistische jongens zagen. Er waren ook leden van een kleine, links-socialistische organisatie, de Onafhankelijke Socialistische Partij. Dat waren vaak boerenknechten, en prachtkerels. Zij hebben mij tijdens een dysenterieaanval verzorgd. Op Hitlers verjaardag in 1942, 20 april, werden we vrijgelaten. Ik was in drie maanden 25 kilo afgevallen."

Met zeshonderd man naar Haaren
"Kort erop volgde de tweede arrestatie, door de Nederlandse politie. Het leek me minder gevaarlijk dan Amersfoort, want ik mocht een scheerapparaat meenemen. Via het politiebureau in de Euterpestraat werden we met zeshonderd man naar Haaren in Noord-Brabant gebracht. In Sint-Michielsgestel, dichtbij Haaren, was al een apart kamp waar sinds 1940 de zogenaamde Indische gijzelaars*** verbleven. In Haaren waren wij nieuw."

Eindeloze stroom brieven
"Vlak voor mijn arrestatie had ik Kathleen leren kennen. Per brief uit Haaren vroeg ik haar ten huwelijk, waarin zij toestemde. Deze beginnende liefde, soms een verlofdag, en de eindeloze stroom brieven en pakjes hielden me geestelijk op de been. Officieel mocht je niet schrijven, maar in het wasgoed dat naar huis ging waren altijd brieven ingesloten. Om twee redenen voelde ik me een buitenstaander in het gijzelaarskamp. Ten eerste was het verschil met Kamp Amersfoort zo levensgroot. Daar moest je je leven continu verdedigen en had alles een felheid, zowel genot als ellende. Ik vergeleek Haaren met de schrijfzaal van een Zwitsers hotel op een regenachtige dag. Ik schreef aan Kathleen dat het moeilijk was niet te versuffen en te vervetten in Hitlers Herrengefängnis. Overigens werden we in het begin bediend door communisten die ik uit Amersfoort kende. Van de haat en nijd in Amersfoort was in Haaren geen sprake meer." 

Het echte leven buiten
"Ik voelde me ook een buitenstaander in vergelijking met andere gijzelaars, die in mijn ogen alleen met de maag leefden. Brugmans, Hans Homan en dominee Van Bruggen werden goede vrinden. Er waren in de eerste maanden grote spanningen, tussen katholieken en protestanten, later minder. Ik kon er slecht tegen dat het echte leven zich buiten afspeelde en wij gedwongen waren op afstand toe te kijken. Omstreeks kerst 1943 werd een derde vrijgelaten en daarna steeds andere groepen. Je hoopte er bij te zijn. Op een verzoek tot vrijlating van mijn schoonvader konden de Duitsers niet ingaan - zo vernam ik na de bevrijding, toen een briefje uit de brandkast van de Euterpestraat boven water kwam - want ik was volgens de Duitsers 'absolut anti-nationaalsocialistisch en anti-Duits'."

In welstand gevangen
"Je mocht in Haaren vrij rondlopen in de tuin. Er was een tennisbaan. Het is een zot verschijnsel om in welstand, met jenever, bridge, pakjes en in de zon in een mooi park gevangen te zitten. Het moeilijkste was om te accepteren dat vrinden en familie, mijn verloofde, eigenlijk iedereen buiten in moeilijke omstandigheden verkeerde, en dat je daar niets aan kon doen. Ik weet niet of mijn zenuwen eventueel berekend waren op verzetswerk, maar de onmacht in Haaren was een crime."

Gefusilleerd
"Het was relatief rustig in Haaren. In augustus 1942 zijn daar de eerste vijf gijzelaars gefusilleerd, als vergelding voor sabotage van de spoorbrug in Rotterdam. Als de verantwoordelijken zich niet zouden melden, zouden gijzelaars gefusilleerd worden en zo gebeurde het ook. Wij zaten daar als kerstkalkoenen. Je voelde de constante dreiging. Als er iemand van ons zou ontsnappen, zou eveneens vergelding volgen. Toch liep er maar een keer iemand weg, omdat hij in direct levensgevaar verkeerde. Zijn vlucht vond iedereen acceptabel. Twee maal zijn mensen weggevoerd om gefusilleerd te worden, in augustus en oktober 1942."

De laatste groep
"Van de 1.200 oorspronkelijke gijzelaars waren er nog ongeveer twintig over, naast nieuw aangevoerde gijzelaars, zoals een paar burgemeesters uit Zeeuws-Vlaanderen, rechtschapen prachtkerels. Het bracht een enorme toevloed aan eten teweeg, dat zij opgestuurd kregen. Als Kathleen op bezoek kwam, nam ze Zeeuwse paling mee naar huis. Ze hield dit goed verborgen, want ze was bang dat men zou denken dat ze een moffenmeid was. Na Dolle Dinsdag werd het restant aan gijzelaars naar Kamp Vught overgebracht. We gingen te voet, maar bewaakt. Ik was niet doodsbang, want ik veronderstelde dat de oorlog bijna afgelopen was. Vught was al leeg en beangstigend stil. De gevangenen waren na een appel plotsklaps weggevoerd. Ik vond in de barakken onder kussens allerlei persoonlijke spullen terug. Elke dag mochten er tien van ons vertrekken. Ik was bij de laatste groep. Het is krankzinnig om in een leeg concentratiekamp te verblijven, waar de herinneringen van de bewoners aan de muren kleven."

Vorm van wetteloosheid
"Terug in Amsterdam kwamen Kathleen en ik de Hongerwinter redelijk door. Van de bevrijding is het aanzicht van moffenmeiden me altijd bijgebleven. Ze werden in de Pijp kaalgeschoren. Ik vond deze publieke terechtstelling zonder proces vreselijk, want het was een vorm van wetteloosheid. Het verschijnsel haat en wetteloosheid, later ook tegenover het gehele Duitse volk, heeft mij altijd tegengestaan. Ik zag vlak na de oorlog in Duitsland de kinderen door het puin kruipen."

De samenwerking met Duitsland
"Nederland had na de oorlog een economisch welvarend Duitsland nodig, was mijn stellige overtuiging. Churchill zei ooit dat we 'needed a fat Germany', maar 'impotent'. Ik schreef in 1949 een artikel over de noodzaak tot economische samenwerking met Duitsland die een dusdanige binding moest creëren dat oorlog voorgoed uitgebannen zou zijn. Daar heb ik me in mijn verdere leven voor ingezet." Als grondlegger van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal staat Kohnstamm eveneens aan de basis van de Europese Unie.

Comité van Waakzaamheid: Nederlandse intellectuelen als schrijver Menno ter Braak en dichter Eddy du Perron richtten in de jaren dertig het Comité van Waakzaamheid op tegen het opkomend nationaalsocialisme; 

** 
State of the Union: de jaarlijkse toespraak van de president van de Verenigde Staten tot de leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en de Senaat over de staat van het land. De toespraak is vergelijkbaar met de Nederlandse Troonred;

*** Direct na de capitulatie van Nederland werden in het niet-bezette Nederlands-Indië alle aanwezige Rijksduitsers uit voorzorg geïnterneerd, onder slechte omstandigheden. Als represaille werden in Nederland in juli 1940 230 Indische verlofgangers opgepakt; zij werden getransporteerd naar Buchenwald en Ravensbrück (de vrouwen). In september 1940 volgde een tweede groep van iets meer dan honderd personen, onder wie Willem Drees, Marinus van der Goes van Naters en nog enige vooraanstaande Tweede-Kamerleden, alsmede generaal Roëll. Deze twee groepen staan bekend als de "Indische gijzelaars". Velen zouden tot aan de bevrijding geïnterneerd blijven. In het kader van deze interneringen werden eveneens lijsten opgesteld voor gijzeling bij gelegenheid; dit betrof min of meer bekende Nederlanders die een opinievormende, politieke of economische rol gespeeld hadden, zoals ook Kohnstamm.

Vol onmacht in Hitler's Herrengefängnis

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht